Anand - Karpov

Eén van de grootste controverses in de schaakgeschiedenis is de strijd om de wereldtitel in het jaar 1998. Nooit eerder waren schakers zo verenigd in hun afkeur van de FIDE. Kirsan Ilyumzhinov was nog niet zo lang de nieuwe president van de FIDE en had een compleet nieuw concept bedacht. Al langer vonden een aantal critici dat de driejaarlijkse cyclus met zonetoernooien, interzonale toernooien en vervolgens diverse matches veel te lang duren. Maar Ilyumzhinov kwam nu wel met een hele radicale oplossing voor dat probleem.

De voltallige cyclus werd gereduceerd tot één maand!

Het werd een knock-out cyclus waarbij elke ontmoeting uit twee partijen bestond, gevolgd door rapid en snelschaak als de stand nog steeds gelijk stond. Een matchcyclus duurde drie dagen. Had de schaker in de match om twee partijen gewonnen, was er dus één rustdag. Was er een tiebreak, dan kon de schaker de volgende dag gelijk naar de volgende ronde.

Groot protest uit de schaakwereld. De invloed van het lot werd veel te groot geacht. Veel schakers waren in het verleden wereldkampioen geworden nadat ze een vroege achterstand waren opgelopen. Bij een match om twee partijen was deze optie vrijwel te verwaarlozen. Daarnaast vond men rapid en snelschaken toch echt een andere discipline en de kans dat een match langs deze weg beslist zou worden, was wel heel groot. Goede rapidschakers hadden een grote voorsprong en konden bij de partijen met volledig speeltempo op remise aansturen.

Het was de bedoeling dat de bond van Kasparov zich in deze cyclus zou verzoenen met de FIDE, maar die plannen konden weer in de ijskast gezet worden. Kasparov vond dit concept te veel afwijken van het reguliere schaken en weigerde. Voortaan zou hij zijn eigen cyclus benoemen als "klassiek schaak".

Nu waren de korte matches nog tot daaraan toe. Een beetje meegaan met de moderne tijd - ach, dat is op zich niet onredelijk, hoewel het idee wel erg radicaal uitgevoerd werd. Nog veel kritscher was men over het voordeel dat wereldkampioen Karpov toegekend werd. Die hoefde alleen maar aan te treden in de finale tegen een speler die net volkomen afgemat was door een maand lang zenuwslopend schaak. Nu is de wereldkampioen in het schaken altijd al bevoordeeld geweest doordat hij alleen maar zijn titel hoeft te verdedigen. Maar mag zijn tegenstander slechts drie dagen rust gegund worden?? Daar kwam nog boven op dat één van deze rustdagen oud en nieuw was en dat Anand één van deze rustdagen kwijt was omdat hij van Nederland naar Zwitserland moest verkassen.

Voor Kramnik was dit een reden om te weigeren deel te nemen aan deze cyclus.

Anand won het zenuwslopende schaakfestijn en mocht uiteindelijk aantreden tegen Karpov. De eerste partij was gelijk een hersenkraker. Karpov confronteerde hem met een voorbereid offer en lang vocht Anand met de rug tegen de muur. Links het eindspel dat ontstond en dat meer dan 100 zetten duurde. Karpov won.

Maar Anand sloeg terug. Rechts misrekent Karpov zich in de fase vlak voor de tijdnood: 36... d4 37.Txe5 d3 38.Ld4 Tg8 39.Te6 d2 40.Txc6 dxc1D 41.Kh2 Dd2 43.Tc8 en zwart geeft op.

De match om het reguliere speeltempo eindigde in een gelijk spel: 3 - 3.

Het rechtvaardigheidsgevoel in de harten van de schakers bloeide weer op! Zou er dan toch nog een vorm van gerechtigheid bestaan? Anand stond erom bekend een fabelachtig rapidspeler te zijn (dat voordeel had hij in de knockout-cyclus al bewezen) en tegen Karpov had hij in rapid een goede score, die in de loop van de tijd alleen maar groter geworden is.

Helaas, Karpov won beide rapid-partijen. Juist in de rapid bleek vermoeidheid zwaarder te tellen dan in gewone partijen. Anand zou later zeggen dat hij het gevoel had in een grafkist naar de finale tegen Karpov gedragen te zijn. Voor Karpov was dit een nieuwe smet op zijn blazoen. Zelf vindt hij dat hem onrecht aangedaan wordt als gediscussieerd wordt over de vraag: "wie is de beste schaker aller tijden?" Maar bij zo'n beoordeling speelt ook heldenverering een grote rol. Fischer is een held omdat hij in z'n eentje de schaakmachine van de Sovjets plette. Kasparov is een held vanwege zijn speelstijl en omdat hij in opstand kwam tegen het verstikkende Rusland. En Karpov, tsja, Karpov is het braafste jongetje van de klas die ook nog eens door schoolmeester FIDE meervoudig voorgetrokken wordt.

Anatoli Karpov en Vishi Anand in hun strijd om het wereldkampioenschap van 1998.

Uit één van de rapidpartijen tussen Anand en Karpov een opvallend moment. Links doet Anand, met wit spelend, 1.d7. Karpov ziet geen oplossing en geeft op. Komen er schakers aan het bord staan met de vraag "Waarom geef je op? Je staat gewonnen!" Die bleken verveeld naar de computer gestaard te hebben die de volgende variant gaf: 1.d7 Th1 2.Kxh1 Dh5 3.Kg1 Dxd1 4.Kh2 Dxd7.

Een leerzaam moment. Zoiets zie je als mens niet. En het is leerzaam om stil te staan bij de vraag waarom niet. Allereerst dreigt wit snel mat. De schaker denkt: "hier moet wat aan gedaan worden". Een tegenaanval komt veel te laat. Zelfs als de zwarte dame naar h2 mag vliegen staat wit gewonnen. En Th4 gevolgd door Dh5 en Th1 mat is veel en veel te traag. Ten tweede is het voor de mens lastig deze combinatie te zien omdat er een toren op h5 staat, waardoor de dame niet naar h5 kan. De mens ziet dame maal witte toren op h5 heel makkelijk, maar ziet het vrijmaken van veld h5 na Th5-h1 veel moeilijker. Ten derde denkt de mens dat de dame vooral op a5 moet blijven staan omdat deze het cruciale veld d8 dekt. Ten vierde is het lastiger om een diagonale zet tussen twee gedekte velden te zien. Nu er een toren op e3 en een pion op f2 staan, lijkt het net alsof er geen doorgang is omdat aaneensluitende velden bezet zijn.

En tot slot is het een ongewoon patroon. Deze combinatie is weinig voorgekomen, en dan wordt het patroon nu eenmaal niet herkend.

Aliquando dormitat bonus Homerus!

Robert Beekman

In 1907 was Siegbert Tarrasch één van de sterkste grootmeesters van de wereld. Als een aristocraat liep hij tussen de borden door. "Der Doctor", noemde men hem vol ontzag. En zo voelde hij zich ook. Ver verheven boven andere schakers. Nu hielden gewone schakers uiteraard wijselijk hun mond. Zij zouden immers meedogenloos verpletterd worden. Maar collega-grootmeesters waren uiteraard minder onder de indruk. Tussen Nimzowitsch en Tarrasch ontstond een eeuwigdurende controverse. Inzet: wie heeft het Grootste Ego van de Wereld? En dat begon allemaal in hun eerste partij, toen Tarrasch geconfronteerd werd met Nimzowitsch onconventionele openingsaanpak en zo ongeveer na 12 zetten opstond, de armen ten hemel wierp en luidkeels uitriep: "Nog nooit heb ik zo gewonnen gestaan!" De partij zou na lange en harde strijd in remise eindigen, met slechts twee koningen op het bord.

Bij de opening van de strijd om de wereldtitel (1908) zei Tarrasch nog tegen Lasker: "Tegen u, dr. Lasker, heb ik slechts drie woorden te zeggen: schaak en mat!" En vervolgens beende hij zonder nog iets te zeggen de zaal uit. Helaas kon hij deze krachtige woorden geen goed gevolg geven. Lasker won overtuigend. Acht gewonnen partijen, drie verloren, vijf remise: 10,5 - 5,5.

In 1907 was er een redelijk sterk bezet schaaktoernooi in Carlsbad. Tarrasch deed niet mee maar kwam wel af en toe kijken. En dan schreef hij iets in de krant erover. Links Vidmar tegen Teichmann. Teichmann was blind aan één oog maar had een redelijk gevoel voor combinaties. In de linkerdiagram dacht hij lang na en speeld hij uiteindelijk ... Tg6. Tarrasch liet er zijn oog op vallen en kon niet anders dan er spottend om lachen. Hij analyseerde deze partij voor de krant en maakte Teichmann daarin belachelijk. "Natuurlijk was ... Dxe5 de beste zet. Na Dxc4 Td6 Txd6 e2 staat zwart huizenhoog gewonnen!" Zijn analyse ging de hele wereld over en werd overal klakkeloos overgenomen. Want als Tarrasch zegt dat ... Dxe5 veel beter is, dan is dat natuurlijk zo.

Een jaar later wordt de analyse gepubliceerd in de Deutsche Schachzeitung. Maar helaas: die wordt door serieuze schakers gelezen. Gelijk kwamen de ingezonden brieven binnen en het volgende nummer moest er een rectificatie volgen, want Dxe5 is een blunder. Na Dxh7 Pxh7 Td8 Pf8 Th8 Kxh8 Txf8 staat zwart mat.

Aliquando dormitat bonus Homerus! Zo concludeerde de Deutsche Schachzeitung. Oftewel: ooit sliep de goede Homerus! Wakker worden, Siegbert!

De deelnemers aan het toernooi van Carlsbad 1907.

Zoiets zou tegenwoordig niet meer voorkomen. Allereerst zou de meedraaiende computer Tarrasch binnen een fractie van een seconde corrigeren. Maar los daarvan heeft de grootmeester heden ten dage al haar natuurlijk gezag verloren. De computer heeft deze positie overgenomen. En ook de grootmeester richt zich naar de autoriteit van de computer. Zelfs de grootmeester.

Links Anand - Shirov. Corus 2010. 39ste zet. Tijdnood voor Shirov. Anand had meer tijd, zoals we van hem gewend zijn, maar speelde de laatste fase net zo snel als Shirov. Anand doet nu 39.Pe6. Jezus! Heb je ooit zo'n slechte zet gezien? De zet is een ongelooflijke blunder! Chessbase.com geeft de zet twee vraagtekens. De computer geeft aan dat Txb4 beter is, leidend tot een ongeveer gelijke positie. Anand achteraf: "I got nervous in an already worse position. I don't know what came over me; I was dreaming." Nederig excuses aanbieden, dat is het enige dat een grootmeester na zo'n blunder nog rest.

Pe6 valt de dame en toren aan en slaan met de loper kan niet en dus sloeg Shirov met de toren op e6. Gevoelsmatig de juiste keuze. Sterk paard uitschakelen om de aanval voort te zetten. Kan niet verkeerd zijn. Pg3? Hoezo? Ik wil geen dames ruilen! En wat doet dat paard op g3? Dg5-h4-h1 dreigt nog niet zoveel en de zwarte stukken kunnen buitenspel staan. Misschien kan dat paard op e4 beter naar c3 of c5.

Maar de computer heeft anders berekend en dus luidt het oordeel: nog een ongelooflijke blunder! chessbase.com: "Missing a golden opportunity. As the world's assembled chess engines were unanimously screaming, Black can win by 39... Ng3!" Blijkt dat zwart na Pxg5 Txe1 totaal gewonnen staat. Dat een grootmeester zoiets in tijdnood niet ziet! Waanzinnig! Twee grootmeesters zelfs! Van wereldklasse!

Blijkt dat de taktiek na 39... Txe6 gunstig voor wit uitvalt en dat de taktiek na 39... Pg3 gunstig voor zwart uitvalt. De taktische rechtvaardiging: 39... Pg3 40.Df3 Dh4 41.Txb4 Lxe6 42.dxe6 Te5 en nu kan Txe5 niet wegens Dh1-f1 mat en anders is Dh1 Kf2 Pe4 een dodelijke dreiging. Een andere taktische rechtvaardiging: 39... Pg3 40.Dd4 Lxe6 41.dxe6 f3! Het zwarte voordeel is eerst bescheiden, maar naarmate je met de computer verder in de variant in gaat en diverse taktische opties uitprobeert, ontdekt de computer vanzelf hoe sterk zwart staat. Het gaat hier dus niet om een blunder, maar om een zeer ingewikkelde stelling die na uitgebreide berekening toevallig gunstig voor wit dan wel zwart uitvalt.

Shirov in de bewuste partij tegen Anand.

De verborgen taktische mogelijkheden

In een gemiddelde grootmeesterpartij blijven vele taktische wendingen voor de leek verborgen, omdat ze door beide partijen gezien worden, en aldus niet uitgespeeld. Veel grootmeesterpartijen hebben daardoor een ietwat saai, vaak ondoorgrondelijk karakter.

In het Corustoernooi 2004 speelde Anand, rechts in beeld, met zwart tegen Topalov. En ziedaar! Anand bediende zich van de Najdorf, wat hij meestal aan Kasparov overlaat, en Topalov speelde tegen hem precies zoals Anand zelf tegen Kasparov gespeeld heeft. Omdat ik dezelfde variant ook op mijn repertoire heb staan, ben ik aldus zeer geïnteresseerd in de speelwijze van Anand zelf. Met zwart, wel te verstaan. In de Engelse variant speelde Topalov namelijk het positionele a4, wat zeer vervelend is voor zwart en ook zeer kritiek zou zijn, ware het niet dat wit de eigen koningsstelling al verzwakt heeft met g4. Met de koning naar de damevleugel gaan is voor wit natuurlijk uit den boze met al die open lijnen, maar op de koningsvleugel staat ie ook niet echt veilig. Eens kijken hoe Anand zelf speelt...

 

Anand, met zwart, heeft voorafgaand aan de diagram 14... Ld7 gespeeld, wit trok zijn toren terug van a4 naar a1. Is 14... Ld7 het beste? Volgens mij is 14... Lb7 verstandiger, niet eens zozeer om de a-pion te blijven dekken, maar ook om meer invloed op het centrum uit te oefenen. Een toekomstig ... d5 (waarbij zwart e5 als tegenantwoord moet verhinderen) ziet er vervelend uit voor wit. Maar wie ben ik? Vanuit de diagramstelling linksboven speelt zwart 15... Pc6. Dd8-c7-b7 en Pc6 kon ook. Na eventuele ruil van het paard kan zwart vervolgens Lb5 spelen. Lost de meeste problemen volgens mij op.

Na 15... Pc6 won wit met 16.Txa6 simpelweg een pion. Nu is de druk op de pion a6 op korte en lange termijn inderdaad vervelend, maar om hem dan maar gelijk weg te geven? Txa6 Lxa6 Db6 Pxc6 levert niets op en dus speelde Anand na 16.Txa6 Dc7. Topalov speelde nu 17.Kf2, uiteindelijk eveneens voldoende voor de winst, maar Fritz deelt mij in deze stelling mede dat 17.Pb5 een duidelijk betere stelling oplevert; zwart moet alle zeilen bijzetten om verlies van een tweede pion tegen te gaan: 17... Dc8 18.Txa8 Dxa8 19.Pxd6 Da1 20.Kf2 Dxb2 21.Pc4 Db7, maar de vereenvoudiging komt het witte voordeel ten goede, zeker in vergelijking tot de wat in de partij gespeeld is.

Welke briljante gedachten heeft Anand nu in zijn hoofd gehad? Wat zou hij na 17.Pb5 gespeeld hebben? We zullen het wellicht nooit weten, want het is niet op het bord gekomen. Misschien dat hij later nog eens een boekje hierover open kan doen, en tot die tijd moeten we het doen met het commentaar van teletekst:

In een Najdorf leek Anand aanvankelijk de beste papieren te hebben. Hij offerde een pion en kreeg aanvalskansen doordat de witte koning op de tocht stond. Topalov verdedigde zich echter goed. Hij kon de gaten in zijn stelling op tijd dichten en nam de aanval over.

De antipositionele zet

Als grootmeesters van meer dan een halve eeuw geleden naar de huidige openingsrepertoires zouden kijken, zouden ze ongetwijfeld verbaasd opkijken van de zetten die het huidige openingsspel bepalen. Dubbelpionnen, zelfs triple pionnen, paarden aan de rand van het bord, geen invloed uitoefenen op het centrum, dames vroeg in het spel, de eigen ontwikkeling negeren, dezelfde stukken meerdere keren spelen, de koning in het centrum houden; het kan allemaal niet op. Het zou net lijken alsof de positionele principes die zij zo zorgvuldig uitgedacht hebben, niet serieus genomen worden, terwijl dat toch echt niet waar is.

Bij een antipositionele zet wordt een structurele verzwakking van de eigen structuur toegelaten (dubbelpion, verzwakking van bepaalde velden, enzovoorts), waarbij. Waarom zou men dat doen? De huidige grootmeester taxeert echter nauwkeurig dat ofwel de tegenstander er niet van kan profiteren, ofwel er voldoende tegenspel voor gegenereerd wordt.

Een bekend voorbeeld is een stelling van Vishy Anand, die u rechts in beeld ziet. In 1990 speelde hij een partij tegen Ivanchoek, die hij uitvoerig besproken heeft in zijn prachtig boek My best games of chess. In deze partij verbrak hij, positioneel speler bij uitstek, tot twee keer toe een essentieel principe van positioneel spel. Allereerst sloeg hij vrijwillig een dubbelpion (17... g7xf6), terwijl dat niet nodig was. Die zet kreeg van hem twee uitroeptekens. Vervolgens ruilde hij zijn goede loper af (20... Le6-c4). Ook die zet kreeg van hem twee uitroeptekens.

In de linkerdiagram speelde Anand Le6-c4!!, zijn goede loper ruilend, en zijn slechte loper op e7 ingeblikt achter de pionnen d6/e5/f6/f7 latend, een gevangenis die hij een paar zetten tevoren met gxf6 vrijwillig gecreëerd had. En tot slot stond hij met gxf6 wit ook nog een vrijpion op de h-lijn toe.

Ogenschijnlijk niet al te slim wat Anand hier doet. Maar Le6-c4 verhindert dat wit met h3 en Tg3 een vesting bouwt; nu kan de zwarte toren zelf naar h3. Verder had hij vooruitberekend dat hij later Kd7-e6 en d5 kan spelen, en vervolgens f5, waarmee hij twee verbonden vrijpionnen in het centrum creëert. Had Ivanchoek één tempo meer, zo zegt Anand in zijn boek My best games of chess, dan had hij h3 kunnen spelen, en was de hele vlieger voor zwart niet opgegaan, en had wit beter gestaan (uiteraard het tegenspel met d5 en f5 blokkerend). Dat alles moest hij vier zetten voor de diagramstelling, op het moment dat hij gxf6 speelde, nauwkeurig vooruitberekenen. Overbodig toe te voegen dat Anand de hele partij natuurlijk geniaal won.

Het kritieke moment

Rechts Kasparov bij de aankondiging van zijn afscheid.

Afgelopen donderdag moest ik aan Kasparov denken. Vanwege zijn besluit, maar ook achter het bord. Ooit keek Kasparov, als toeschouwer - zijn partij was al afgelopen -, naar Polgar tegen Shirov. Shirov dat in een complexe stelling van het Siciliaans 20 minuten na over zijn zet. Polgar kwam met haar antwoord, en vervolgens dacht Shirov opnieuw 20 minuten na over een zet. Nu was de stelling nog steeds complex genoeg en bevatte zij opnieuw vele keuzemogelijkheden, maar Kasparov zei: "Dat kan dus niet. Als Shirov alles op de vorige zet goed geanalyseerd heeft, moet hij nu weten wat hij moet doen."

Zijn opmerking raakte een heel interessant thema, namelijk dat van het kritieke moment. Volgens dit thema is het heel belangrijk om een kritiek moment te kunnen selecteren. Op dat moment doorgrond je de stelling en ben je in staat om de volgende zetten sneller te spelen (één of twee minuten per zet). Tot het volgende kritieke moment.

Links Anand - Lautier. Wit heeft net 16.Ta2-c2 gespeeld en zwart antwoordt met Pb8-d7. Maar wat gebeurt er nu na Dxc4? En denk niet dat het Pd5 is, want na Pf6xd5 komt eerder zwart beter uit de verwikkelingen. Uiteraard heeft Anand de mogelijkheid Dc7xc4 wel gezien. Zowel hij als Lautier hadden er echter nauwelijks naar gekeken. En ook in de postmortem waren ze snel over deze zet uitgepraat: een interessante zet, dat zeker, maar laten we nu verder kijken.

Zelf zou ik, als ik een pion offer, toch precies willen weten wat er gebeurt als mijn tegenstander het pionoffer aanneemt. Per slot hóéf ik in deze stelling die pion niet weg te geven, een zet als Db3 kan toch ook? En Db3 was ook geen slecht alternatief. Maar Anand en Lautier hadden er geen behoefte aan om dat te weten. Overigens, Anand dacht in de partij niet meer dan zoiets als: als hij op c4 slaat, dan speel ik zoiets als Dc1. Er dreigt nu wel Pd5 (want het zwarte paard valt na Pd5 Pxd5 Txc4 Pxe3 niet de dame aan), en ook e4-e5 (want na Lxf3 volgt exf6 omdat de dame niet meer op d1 staat) en de toren kan later ook nog c7 binnenvallen, ondersteund door de dame op c1. Meer hoefde hij niet te weten, want volgens Anand is dit geen kritieke stelling. Twee minuten nadenken was genoeg.

Patroonherkenning

Nog een laatste terugblik op het wereldkampioenschap. Ik sprak hierover na met Hans Bouwmeester, en tezamen kwamen we tot de conclusie dat in de tweede winstpartij van Anand een patroon voorkwam dat we allebei nog nooit eerder gezien hebben.

Links die cruciale stelling waar het om gaat. Kramnik heeft net b4 gespeeld, waarna Anand a tempo de zwarte toren van c5 naar c3 speelt. Er zit een hele diepe truc in de stelling.

Zou Anand die truc gezien hebben? Het antwoord is waarschijnlijk ja, want hij speelde Tc5-c3 a tempo. Ook Td5 was een overweging waard, de pion van achter ondersteunend, hoewel dan Ld3 gespeeld kan worden. Maar hij deed Tc5-c3 direct en ook het vervolg kwam heel snel, dus waarschijnlijk zag hij hier al de truc. 29.Pxd4 Dxd4 30.Td1 Pf6 31.Txd4 Pxg4 32.Td7+ Kf6 33.Txb7 Tc1+ 34.Lf1. Kramnik speelde op zet 29 een combinatie en overzag bij zijn vooruitberekening dat zwart hier een truc heeft.

Links volgde 34... Pe3 35.fxe3 fxe3 en wit gaf op. Uit de getuigenverklaringen is gebleken dat Kramnik zowat van zijn stoel van verbazing viel toen hij Pe3 zag. De combinatie met 34... Pe3 was een onbekend patroon voor hem. En zo werkt dat. Als we een patroon eerder gezien hebben, kunnen we dit patroon herkennen en niet in dezelfde valkuil trappen.

 

Vorig jaar speelde Kramnik nog die match tegen Fritz 10. De laatste zet van zwart was in de linkerdiagram De3. Wit zet nu mat in één met Dh7. Kramnik greep naar zijn hoofd en vroeg zich vertwijfeld af hoe dit mogelijk was. Hij had voldoende tijd en in de aanloop naar de diagramstelling had hij de varianten keer op keer herhaald en doorberekend. Blind was hij! Hij had het helemaal niet gezien!

Op internet verscheen vervolgens een pagina met vele schakers die met een verklaring voor deze misser. Eén van de verklaringen was dat wit net met het paard de toren op f8 geslagen had. Kramnik zocht dus niet door naar een specifieke bedoeling van deze zet. Maar een andere belangrijke verklaring die gegeven werd was opnieuw patroonherkenning. Al had het witte paard op f6 of g5 gestaan, dan had Kramnik nooit gemist dat wit Dh7 mat dreigde.

Het deed me denken aan een analyse van Anand. Op een gegeven moment zag hij een diepe truc van zijn tegenstander, omdat dit dezelfde truc was die hij een jaar tevoren gemist had. In die rapidpartij speelde hij met wit tegen Karpov en deed hij op een gegeven moment d6-d7. Deze vrijpion werd gesteund door de toren op d1. Anand won, maar de computer rekende mee en achteraf kreeg Anand te horen dat Karpov had kunnen winnen. Zwart heeft namelijk een dame op a5 en een toren op h5. Wit heeft twee pionnen op g2 en f2, maar h2 ontbreekt. De winstvariant ging nu als volgt: Th5-h1 (schaak) Kg1xh1 Da5-h5 (schaak) Kh1-g1 Dh5xd1 (schaak) Kg1-h2 Dd1xd7. De combinatie is lastig te zien omdat de dame op a5 essentieel is voor het tegenhouden van pion d7, terwijl hij ook nog eens de plaats inneemt van de toren, terwijl veld h5 op het moment van de combinatie al bezet is.

Anand herkende het patroon van zijn rapidpartij tegen Karpov en trapte niet voor de tweede keer in dezelfde truc. Zou Anand ook Pe3 al een keer eerder gezien hebben? Ik denk het wel. Hoewel we schaakgoden natuurlijk nooit moeten onderschatten.

Anand en Kramnik.

Het plafond

De strijd om het wereldkampioenschap heeft niet de internationale bekendheid gekregen die het vorig jaar had, toen Toiletgate de gehele schaakwereld verlamde maar de pers smulde. Anand en Kramnik spelen dit jaar in goede verstandhouding hun partijtjes uit. En Anand gaat winnen. Heel hard.

Anand en Kramnik.

Dat hadden niet veel verwacht. Natuurlijk weten we allemaal dat Anand een ongelooflijk getalenteerd speler is, maar Kasparov had er al op gewezen dat hij in zijn hoofd minder weerbaar wordt als de spanning opgevoerd wordt. Kramnik daarentegen staat bekend als de matchspeler bij uitstek. Sinds hij van Kasparov de wereldtitel overgenomen had, bleek hij in matches onverslaanbaar. Zelfs Toiletgate bracht hem niet van zijn stuk.

Maar het waren de partijen en niet het rumoer eromheen die het grote spektakel brachten. Links de stelling uit de derde partij. Anand heeft met zwart een pionoffer gebracht en de stelling links past nog geheel in zijn voorbereiding. Kramnik moet nu op eigen kracht nadenken en zou hier Pd2 kunnen overwegen. Waarschijnlijk speelt Anand dan 18... Ke7 19.Lxd7 (19.Dxg4 Dxb5) 19... Tag8 20.Lb5 d3 21.Dxd3 Txg3+ 22.hxg3 Txg3+ 23.Dxg3 Lxg3. Het is moeilijk vooruit te zien hoe die stelling er uit ziet, maar wit heeft dan twee torens en een stuk voor de dame. Zwart heeft echter het initiatief en staat volledig gewonnen.

Wat dan? Na lang denken komt Kramnik op een lumineus idee. Hij offert zelf een stuk en gaat op de aanval spelen. Dit is de geforceerde variant die hij voor ogen heeft: 18... Lxf4 19.Pxd4 h5 20.Pxe6 fxe6 21.Txd7 Kf8 22.Dd3 Hoe staat het dan eigenlijk? Wit dreigt binnen te vallen met de dame op h7. Ineens staat de zwarte koning onveilig en de witte juist niet. Zwart zou Dh7 kunnen verhinderen met 22... f5 maar dan doet wit gewoon Dc3 en dreigt binnenvallen op h8 of f6. Wat dan? 22... Lc8 misschien? 23.Th7 Kg8 24.Te7 met de dreiging Dh7 is opnieuw goed voor wit. Tevreden doet Kramnik zijn geplande zet.

En dit is dan dus de stelling die Kramnik voor ogen had en die getaxeerd moest worden. Je kunt per slot die alles tot in de oneindigheid uitrekenen. Deze stelling was zijn plafond. Maar wat blijkt: het plafond ligt verder weg! Anand offert een stuk terug met 22... Tg7 23.Txg7 Kxg7 24.gxf4 Td8 25.De2 Kh6. Ineens blijkt de zwarte koning weer veilig te staan, nu op h6, en staat de witte koning onveilig. De stelling is evengoed nog altijd houdbaar voor wit, maar later maakt Kramnik onder druk een fout en gaat zijn witpartij verloren.

Het plan van Kramnik was dus niet slecht, maar het gaat me om dat plafond. Tot hoever moet je doorrekenen? Er is een moment dat je ophoudt met nog dieper rekenen en er zijn dus momenten dat dit later fataal blijkt te zijn. In de vijfde partij was er nog zo'n voorbeeld.

Kramnik, die opnieuw wit heeft, heeft net b4 gespeeld, waarna de zwarte toren van c5 naar c3 verschoof. Nu doet hij wat hij in zijn hoofd had: 29.Pxd4 Dxd4 30.Td1 Pf6 31.Txd4 Pxg4 32.Td7+ Kf6 33.Txb7 Tc1+ 34.Lf1. Wikkelt hij niet simpel af naar een gewonnen eindspel? De eindstelling is zes zetten verder van de diagramstelling links. Het deed me eraan denken dat Kramnik ooit gezegd had dat hij nooit verder dan vijf zetten vooruitdacht. Dat was volgens hem niet zinvol. Breekt dat uitgangspunt hem dit keer op?

Op internet wordt 29.Pxd4 als een blunder gezien. Een blunder? Maar ik zou zelf ook na 34.Lf1 ophouden met denken. Wit staat ook volgens mijn vooruitberekening simpelweg gewonnen, punt uit. Zelfs als ik erop aangedrongen wordt toch echt even verder te kijken.

Links is die stelling dan, die Kramnik voor ogen had. Wat is daar mis aan? Het bleek echter dat Anand net iets verder gekeken had. Er volgde namelijk 34... Pe3 35.fxe3 fxe3 en wit gaf op. Een verradelijker voorbeeld van een plafond is nauwelijks denkbaar.

 

Nogmaals: Anand en Kramnik.

Eindspeltechniek

Terugblikkend op de WK-match tussen Anand en Kramnik, kunnen we nagenieten van een aantal prachtige partijen. Vol met vuurwerk en spektakel. Onwillekeurig moest ik terugdenken aan de match Kasparov - Kramnik van 2000. Na afloop van de door hem verloren match werd Kasparov gevraagd waarom hij verloren had. Hij antwoordde dat hij eigenwijs was en niet geluisterd had naar zijn trainer Dokhoian. Die had hem gewaarschuwd dat Kramnik zeer waarschijnlijk dooie stellingen op het bord zou zetten. Het schaakbord stond telkens in vuur en vlam bij de voorbereiding, maar niets daarvan kwam op het bord terecht. En uiteindelijk was het Kramniks fabelachtige eindspeltechniek die Kasparov de das om deed. Kramnik versloeg Kasparov net zoals Botwinnik bij de herkansingsmatch Tal versloeg: complicaties vermijden en eindspelletjes winnen.

Kramnik tegen Kasparov in vroeger tijden.

Aan Groot Spektakel op het schaakbord moeten twee spelers meewerken. Over Anands strategie twijfelde niemand; het was duidelijk dat deze het liefst de stelling op het bord zo onoverzichtelijk mogelijk maakte. Maar wat heeft Kramnik bezield? Op cruciale momenten moest hij het taktisch afleggen tegen zijn tegenstander.

Anand - Kramnik in hun laatste partij. Kramnik had 1.d4 verwacht, wordt verrast met 1.e4 en besluit er een scherpe Najdorf van te maken.

Links voor mij het meest opvallende moment in de match. Kramnik verdedigt zich met een van de scherpste verdedigingen die zwart in zijn repertoire kan opnemen: hij gaat in op wits Botwinnik aanval in de Meraner. Hij overleeft wits aanval en triomfeert vanuit de opening. Hij staat een pion voor en Anand zou achteraf toegeven dat hij dacht verloren te staan. Het lastige van deze stelling is dat er ongelijke lopers zijn; een potentiële remisefactor. Maar ook een factor die de balans kan doorslaan in een aanval.

Nu staat zwart niet minder actief dan wit en na Lc7 of Tg8 staat zwart niet alleen een pion voor, maar ook beter. Maar wat doet Kramnik? Hij doet 35... Dc7. Hij moet geweten hebben dat hij meer winstkansen zou hebben met de dames op het bord. Natuurlijk kunnen torens en lopers ook goed samenwerken, maar zwarts winstkansen dalen aanzienlijk. Er volgde 36.Dxc7 Lxc7 37.Lc4 Te8 38.Td7 en voor alle toeschouwers was het duidelijk dat dit remise zou worden. Wits stukken staan gewoon veel te actief.

Is dat de valkuil waar een technicus rekening mee moet houden? Greep Kramnik instinctief terug op zijn rotsvaste geloof in zijn techniek? "Laat ik maar een eindspelletje ervan maken want dat ligt mij beter? Ook al weet ik dat objectief gesproken Dc7 minder goed is?"

Ik kan me in elk geval niet voorstellen dat Kasparov of Tal Dc7 zouden overwegen. Eenmaal scherp begonnen, zullen we de partij óók scherp eindigen.

Anand - Kramnik in die ene scherpe partij waar de diagram boven over gaat: de Botwinnik aanval.

Een dolgelukkige Anand krijgt felicitaties vanuit de hele wereld; het meest vanuit zijn geboorteland India.

De perfectie van Anand

Op 11 mei zal de eerste wedstrijd tussen Anand en Gelfand gespeeld worden. Er is niemand die Gelfand ook maar een schijn van kans geeft tegen Anand. De loterij in de cyclus richting wereldkampioenschap is dusdanig willekeurig, dat elke topspeler naar boven kan drijven en in dit geval is het dus Gelfand worden.

Eind 2011 gaf Kramnik nog een interview weg, waarin hij zich uitzonderlijk lyrisch uitliet over het talent van Anand:

I always considered him (Anand) to be a colossal talent, one of the greatest in the whole history of chess. Each champion has had some sort of speciality, and his is creating counterplay in any position out of absolutely nowhere. He's got an amazing ability to constantly stretch himself so that even in some kind of Exchange Slav he nevertheless manages to attack something and create something. He also plays absolutely brilliantly with knights, even better than Morozevich - if his knights start to jump around, particularly towards the king, then that's that, it's impossible to play against and they'll just sweep away everything in their path. I noticed it's better to get rid of them when you're playing against him.

Kramniks bewondering kent bijna geen grenzen. Met name de passage over paarden valt me sterk op. Als eerst de paarden van een tegenstander uitgeschakeld moeten worden voordat je verder kan schaken, is dat een enorme beperking. In vele openingen is het openingsvoordeel het loperpaar maar tegen Anand kennelijk dus niet, want ja, als Anand met een paard richting jouw koning gaat, kun je het net zo goed gelijk opgeven.

Ik moest gelijk weer terugdenken aan de match om het wereldkampioenschap in 2008. Hier linksboven de vijfde partij. Kramnik heeft wit en denkt dat hij simpel naar de winst kan afwikkelen: 29.Pxd4 Dxd4 30.Td1 Pf6 31.Txd4 Pxg4 32.Td7+ Kf6 33.Txb7 Tc1+ 34.Lf1. En we hebben de rechterstelling. Deze stelling moet Kramnik als eindstelling in zijn hoofd gezien hebben. Simpel gewonnen voor wit, toch? Tegen de vrijpionnen op de damevleugel is niets te doen. Wat kan zwart hier nog doen? Nog even rondkijken ... niets te zien, dus deze afwikkeling kan gespeeld worden. Groot was de verrassing voor Kramnik toen Anand in deze stelling (vanuit de rechterdiagram) vrijwel a tempo doorspeelde: 34... Pe3 35.fxe3 fxe3 en wit gaf op.

De zet 34... Pe3 is vrij lastig te zien, omdat het een vrij onbekend patroon is. Wel een voorbeeld van Kramniks stelling. "Anand creëert tegenspel uit niets." "Als zijn paard richting jouw koning springt, is het gelijk afgelopen."

Zou Kramnik echt overwegen gelijk maar de paarden van Anand af te ruilen? Nee, natuurlijk niet. Het is gewoon een emotionele uitspraak. Links de tiende partij in hetzelfde match om het wereldkampioenschap. Anand heeft zwart en slaat met zijn loper op c3. De partij duurt nog maar 17 zetten. Anand wordt volledig vermorzeld door Kramniks loperpaar.

Maar in datzelfde interview geeft Tkachiev, die Kramnik interviewt, het nog niet op. Hij blijft aandringen en meent dat Anand wel degelijk zwaktes heeft. Het interview gaat verder. VT = Vladislav Tkachiev. VK = Vladimir Kramnik.

V.T.: His weaknesses?
V.K.: The trouble is there almost aren't any...
V.T.: And the defence of passive positions?
V.K.: He's doesn't get passive positions, as they immediately become active.
V.T.: It seems to me he's got a very big weakness, only it's difficult to get at it - his play in blockaded positions. I could list half a dozen examples.
V.K.: He does have weaknesses. For example, he doesn't sense some nuances or move orders very well. But the thing is that in modern chess you can arrange the whole play to suit your style – that's the problem. So with a computer you can create your own little chess world and live in it. Ok, blockaded positions, but then he probably knows about that too. If you can tell me how to block everything in the Meran and still get an edge I'd be very grateful.

Binnen dat kader is de partij Tiviakov - Anand, een week geleden gespeeld, heel opvallend. Laten we beginnen met de eerste vraag: zou Anand Tiviakov onderschat hebben? Ik denk het niet, want over zo'n 25 partijen heeft Tiviakov een keurige plusscore opgebouwd tegen Anand.

Tiviakov heeft wit; Anand zwart. Links een behoorlijk passieve stelling voor Anand. Rechts een paar zetten later. Anand doet nu gxf4, wat waarschijnlijk terecht een dubbel vraagteken verdient. Wit krijgt nu een open g-lijn erbij, terwijl wit (als zwart gewacht zou hebben) anders een f-lijn erbij gekregen zou hebben, die vrij makkelijk door zwart onder controle gehouden kan worden.

Heeft Gelfand misschien toch nog een kansje. Volgens Kramnik is echter geen enkele schaker in staat om Anand te verslaan. Misschien Carlsen, maar zelfs dat valt volgens Kramnik te betwijfelen. Carlsen heeft bovendien eerst nog wat psychische drempels in zijn hoofd te nemen. Het was voor mij heel opvallend dat Carlsen zomaar vrijwillig uit de cyclus van het wereldkampioenschap stapte. Ik heb de verbazing hierover al eerder geuit. Roland Bes wijst me nu op een uitspraak van hem op CBS 60 minutes:

"When I was watching the recent film about Bobby Fischer I was thinking, is this going to be me in a few years? I don't think that is going to happen, but it made me think a little that I have to be aware if this at last."

Carlsen denkt dus dat hij, zodra het wereldkampioenschap hem ten deel gevallen is, zo knettergek als een deur wordt. Ja, dat duurt nog wel een paar jaar voordat hij dit Sudoku uitgevogeld heeft. Laten we hopen dat dit gebeurd is vóór de start van de nieuwe cyclus.

De man die elke ochtend Anand bij zijn ontbijt rauw opeet: Sergei Tiviakov.