Beekman
Play it again, Sam
Robert Beekman
December 1941. Frankrijk is net gevallen en vluchtelingen stromen Casablanca binnen, vluchtend voor Nazi-Duitsland, in de hoop van daar uit naar Amerika te vluchten. De film Casablanca, 1943, gaat erover. Humprey Bogart speelt daarin een de melancholieke en cynische Rick Blaine, die een onwaarschijnlijk luxe ogend café waar alleen onberispelijk chique geklede avant garde in verschijnt. Rick Blaine is het stereotype van de tough guy. "I stick my neck out for nobody", zegt hij in de film. "I'm not fighting for anything any more except myself. I'm the only cause I'm interested in." Ondertussen wordt de wereld verscheurd door één en al ellende en de sombere Film Noir-sfeer sijpelt door het verbitterde gemoed van Rick Blaine, die aan het einde van de film toch nog toont dat hij een klein hartje heeft: hij helpt de vrouw voor wie hij een warm hart koestert met dier geliefde naar de vrijheid.
Ja, daar gaat ze. Snik!
Dan maar terugkeren naar de enige passie die ons in deze droeve tijden vol pijn en verdriet nog een beetje overeind houdt: schaken en drinken.
Strasser: What is your nationality?
Rick: I'm a drunkard.
Louis: That makes Rick a citizen of the world.
De tijd wordt vergeten en de reden om te onthouden verdwijnt.
Yvonne: Where were you last night?
Rick: That's so long ago I don't remember.
Yvonne: Will I see you tonight?
Rick: I never make plans that far ahead.
Meerdere scenes zien we Rick Blaine schaken (zoals op de rechterfoto zichtbaar) en het schijnt dat dit een idee van Humprey Bogart zelf was. In de werkelijkheid was hij zelf ook nooit echt vriendelijk en evenmin spraakzaam, maar een partijtje schaken wilde hij altijd wel. De stellingen uit de film zijn voorgekomen in een correspondentiepartij van hem. Hij was een redelijk amateur, hield Reshevsky in een simultaan een keer op remise, speelde op de Hollywood Chess Club, en was voorzitter van de Federatie voor Correspondentieschaak in Amerika.
"When your head says one thing and your whole life says another, your head always loses." Ja, dit is dus een bekend citaat van Humphrey Bogart. En niet van Rick Blaine. Een paar partijtjes van Bogart zijn bewaard gebleven, en het meest bekend is de partij die begint met 1.d4 Pf6 2.g4. De Bogart aanval!!, zo wordt mij toegeroepen. Vanuit het licht van de moderne tijd ziet het er nog niet eens zo vreemd uit. De g4-varianten springen tegenwoordig als paddestoelen uit de grond.
In menig Siciliaan is g4 de voorbode van de koningsaanval, maar in de Meraner heeft de Shabalov variant een ander doel: wit valt niet de koningsvleugel aan, maar het centrum. Overigens heeft g4 ook in het Siciliaans die functie: zodra Pf6 weggejaagd is, is de zwarte invloed op het centrum aanzienlijk minder.
Het concept dat g4 een aanval op het centrum is, wordt in de zetvolgorde 1.d4 Pf6 2.g4 - in al haar eenvoud -, volkomen helder. Na slaan op g4 is e4 mogelijk. 2... d5 lijkt daarom een adequaat antwoord, en daarom is 2.g4 psychologisch een interessant probeerseltje tegen iemand die Koningsindisch op het repertoire heeft. Na bekomen te zijn van de schrik ("Wat zullen we nou krijgen?!?"), ziet het er naar uit dat zwart weinig anders kan dan slaan op g4. Ook dat moet houdbaar zijn, maar de eerste slag heeft wit al gewonnen. Dat bleek ook in de partij van Bogart, gespeeld in 1933.
Helemaal rechts Humphrey Bogart, op de omslag van een schaakmagazine uit 1945. Naast hem Lauren Bacall, zijn vierde vrouw, met wie hij in 1945 zou trouwen en tot aan zijn dood gelukkig zou samenleven.