Het einde der tijden

Robert Beekman

Montevideo, 1954.

Miguel Najdorf doet mee in de strijd om de wereldtitel en bevindt zich op het hoogtepunt van zijn roem. In de hoofdstad van zijn nieuwe vaderland loopt hij de lijst met deelnemers langs. Zijn concurrenten worden daarbij onderverdeeld in drie groepen. A. Spelers die sterk genoeg zijn om misschien remise tegen hem te houden. B. Spelers tegen wie hij meer moeite moet doen om van te winnen. C. Spelers die blij mogen zijn als ze niet voor zet 30 matgezet zijn.

En terwijl zijn ogen de deelnemerslijst afdalen, constateert hij met tevredenheid nog geen enkele speler categorie A te zijn tegengekomen. Maar ... wat ziet hij daar? Onmogelijk! Dit kan toch niet waar zijn? Hoe is het in godsnaam mogelijk dat deze man meedoet? Najdorf voelt de verontwaardiging in zijn bloed kolken en stooft woest de toernooizaal in. Waar is de wedstrijdleiding?! Najdorf kijkt wild om zich heen en kan niemand vinden. Diagonaal steekt hij de toernooizaal over, dwars tussen alle borden door. Wie heeft die deelnemerslijst samengesteld?! Wie heeft de schakers uitgenodigd?! Opnieuw bevliegt een vlaag van woede hem. Waar is de wedstrijdleiding?!

Ah!
Daar!
"Meneer!" Najdorf pauzeert om even diep adem te halen.
"Hoe heeft u hem ooit kunnen uitnodigen??" De wedstrijdleider kijkt verbaasd op. "Wie bedoelt u, meneer Najdorf?" "Ik heb het over Ossip Bernstein!" De wedstrijdleider haalt verbaasd zijn schouders op. "Ja? En? Hoezo?"

"Die man is toch veel te oud om te schaken!!"

De wedstrijdleider staart schaapachtig naar Najdorf. Omstanders kijken geschrokken op en iedereen heeft de ogen inmiddels op Miguel gericht. "Hoe oud is-ie, eigenlijk?" vraagt een toegesnelde toernooiorganisator. De wedstrijdleider pakt het deelnemersformulier en slaat aan het rekenen. Eueueuhh ... 72. "Zie je wel!" schreeuwt Najdorf. "Bijna dood!!"

Het incident bereikte al spoedig de pers, die niet wist wat ze hier nu van moest vinden. Tot dan die beladen ronde aanbrak waarin Najdorf tegen Bernstein aantrad. Zijn wraak was zoet, mogen we wel zeggen. Want Najdorf werd daar zo verschrikkelijk hard van het bord geschopt, het was ongelooflijk! Het ene na het andere stukoffer vliegt hem om de oren. En daar bovenop ook nog twee dameoffers. De overwinning is zo hard; dat wil je gewoon niet zien! Alhoewel ... natuurlijk wil je dat zien! Al was het alleen maar om mee te genieten van de smaak der zoete wraak.


Links Ossip Bernstein en rechts zijn maatje Chajes. Een foto uit Carlsbad, 1923.

Saillant detail: 43 jaar daarvoor had Bernstein zelf ook geprotesteerd tegen een deelnemer! Samen met Nimzowitsch. San Sebastian, 1911. Eén van de deelnemers vonden ze toch echt te jong om aan zo'n belangrijk toernooi deel te nemen. "Hoe heet dat snotjoch eigenlijk? Capablanca?? Nog nooit van gehoord!"

Overbodig toe te voegen dat Capablanca hen allebei hoogstpersoonlijk van het bord timmerde en het toernooi glorieus op zijn naam schreef. Bernstein ontmoette hij in de eerste ronde. Ook hier zien we dat schoffering schakers inspireert tot grootse daden. Het zou een van de mooiste partijen van Capablanca worden. Hij kreeg er de schoonheidsprijs voor. Druk op de eclips om na te spelen!


San Sebastian, 1911. Capablanca herkent u natuurlijk gelijk: zevende van rechts, direct achter de schaakklok. Bernstein is hier vierde van links.

Zo zie je maar weer. Nooit je tegenstander onderschatten! Hoe oud of hoe jong ook!