Beekman
Charlie Chaplin en Samuel Reshevsky
Robert Beekman
Samuel Reshevsky, samen met Capablanca het grootste wonderkind aller tijden, stond bekend om zijn exhibities. Openingen bestuderen deed hij niet; schaken des te meer. Honderden simultaans gaf hij, meestal tegen amateurs. Eerst in Europa, later in Amerika. In de Verenigde Staten voegde hij daar een extra dimensie aan toe. Niet alleen de gemiddelde clubschaker moest eraan geloven. Ook landelijke beroemdheden. Heel slim bedacht door zijn ouders natuurlijk. Staat namelijk altijd wel leuk. Pers erbij, fotootje maken, geheid de volgende dag reclame in de krant.
De ouders van Samuel namen hem gewoon mee naar de filmstudio's en zo komen we dus grappige details te weten. Charlie Chaplin blijkt geschaakt te hebben.
Er is zelfs een partij bekend tussen Reshevsky en Chaplin.
Deskundige schaakliefhebbers hebben de partij bestudeerd, en geconcludeerd dat het bedrog is. Zoiets verbaast niemand meer, omdat de meeste partijen van beroemdheden gefingeerd zijn. Maar als ik zo naar het bord in de foto hierboven kijk, speelde Chaplin niet eens zo héél slecht. Hij heeft gerocheerd, zijn stukken lijken redelijk logisch geplaatst te zijn en in het middenspel heeft hij amper of geen materiële achterstand. En dat tegen iemand die inmiddels wereldkampioenskandidaat Janowsky met een schoonheidsprijs al van het bord geschopt heeft.
Maar bedrog is bereid ver te gaan. Héél ver. Want als ik verder lees blijkt de stelling geheel en al gefingeerd te zijn. Chaplin kón niet schaken, en zijn glimlach hierboven is er dus niet eentje van "wat leuk dat die jongen zo goed kan schaken" maar "wat leuk dat we net doen alsof ik hier iets van snap".
In zijn biografie schrijft Charlie Chaplin over zijn ontmoeting met Sammy. "Hij had een smal, bleek en dun gezicht, met grote ogen die uitdagend anderen aanstaarden. Het viel me op dat hij temperamentvol was en zelden anderen een hand gaf." Die uitstraling! Alles aan de jongen leek te willen zeggen dat hij toch echt een hele grote ster was. Charlie zag het glimlachend aan. "Hou je van perzikbomen", vroeg hij. "Ja", antwoordde Sammy. En Charlie liet hem in een perzikboom klimmen en perziken halen. Een kwartiertje later kwam Sammy tevreden met zijn armen vol perziken terug naar de televisiestudio. "Kun jij schaken?" vroeg Sammy. Charlie moest hem bekennen van niet. "Ik zal het je leren", antwoordde Sammy. "Vanavond geef ik een simultaan tegen twintig mensen. Kom jij ook?"
Chaplin stemde toe en wat dan volgt is de beschrijving van schaken door de ogen van een niet-schaker. Twintig oudere mannen zaten daar diep in gedachten verzonken. Er omheen zo'n 300 toeschouwers. De hele zaal was afgeladen. Een klein, negenjarig jongetje loopt de borden langs met een blik van vanzelfsprekendheid en arrogantie. Soms werd zijn witbleke gezicht roodheet van woede. Een stuk werd met harde klap van het bord geslagen, onder de toevoeging van "Dáár!!" Vlot liep hij de borden langs. Het duurde niet lang of de eerste heer werd al matgezet. Luidkeels riep Sammy door de zaal "Schaakmat!" In korte tijd werden acht anderen ook matgezet. Iedere keer vergezeld van het luide "Schaakmat!" Het was maar goed dat hij dat deed, anders had het publiek niet begrepen wat er aan de hand was. Nu galmde het geroezemoes en gelach door de zaal.
Op een gegeven moment komt het kleine jongetje bij een bord waar iemand de vorige ronde geen zet deed. En nu was hij nog steeds aan het nadenken. "Heb je nog steeds geen zet gedaan?", vroeg Sammy ongeduldig. "We hebben toch geen haast?" luidde het antwoord. "Het maakt toch niets uit wat je doet! Als je dit doet, dan doe ik dat! Als je dat doet, dan doe ik dit! En als je ..."
En zo ging dat verder. En toen wist Chaplin het zeker. Nog nooit had hij zoveel zelfverzekerdheid bij een kind gezien. Perfect! De volgende dag vroeg hij Reshevsky voor de rol in de film "The Kid". Samuel weigerde. Om religieuze redenen.
Charlie Chaplin en Jackie Coogar in "The kid", 1921.