De terugkeer van de Heirscharen

Links ziet u een stelling uit Hoogovens 1974, elfde ronde: Donner - Ghitescu. Een partij waar Donner ooit in Schaakbulletin zo lyrisch over geschreven had. Donner had de hele partij verloren gestaan en zijn tegenstander had kansen gemist om nog meer gewonnen te staan als op dit moment al het geval is. Er volgt hier 41... Ta2-b2 42.Tg5xh5 Kf6-g6 (Txb3 had gewonnen) 43.Th5-g5 Kg5-h6 44.Kh3-g4 Tb2-g2 45.Kg4xf4 Tg2xg5 46.h4xg5 Kh6-g6 47.Kf4-g4. Er valt hier heel wat over deze zetten te zeggen, maar het belangrijkste is dat zwart al deze zetten zonder veel na te denken uitspeelde.

 

"En nu begon hij te denken! Direct na afloop toonde hij mij aan dat dit pionneneindspel in alle varianten voor zwart verloren is", zo schrijft Donner. Er volgt nog 47... a7-a6 48.Kg4-f4 c7-c5 49.d5xc6 b7xc6 50.b3-b4 Kg6-g7 51.Kf5-f5 Kg7-g7 52.g5-g6 en na nog een vijftal zetten gaf zwart op. Totaal verbrijzeld, volgens Donner.

Overtuigd van het zoveelste bewijs van de kracht van geluk en karaktersterkte (in tegenstelling tot de kracht van talent en inzicht), komt Donner vervolgens tot lyrische bespiegelingen:

Een geur van heiligheid begon zich door de toernooizaal te verspreiden en ook daarbuiten tot aan de verre rokende hoogovens toe. Enige gereformeerde broeders, die terecht in mij op dat moment de aanwezigheid van het Mysterium Tremendum aanvoelden, schaarden zich om mij en vroegen mij of ik dit overstelpend bewijs van Genade niet zag als een Vingerwijzing terug te keren tot de dienst van de Heere der Heirscharen.
'Neen, heb ik geantwoord, 'want hij die de werelden schiep, schept en scheppen zal en over Wien wij slechts oneigenlijk spreken kunnen, wil van mij niet gediend zijn, noch geloofd, noch aanbeden, want Hij is Mijn Vriend, de Bondgenoot, met Wien ik over een muur spring.

En alsof het allemaal nog niet genoeg is, gaat Donner vervolgens nog zo'n drie pagina's door, waarbij onder andere zijn beroemde 'fabel van de spermatozoo' aan de orde komt. Om de herinneringen maar even op te frissen:

De fabel van de spermatozoo
Wanneer de spermatozoo na de grote wedren als eerste van de miljoenen bij de eicel is aangekomen, staat hij voor zijn laatste beslissende opgave: tot haar in te gaan. Zij is omgeven door een moeilijk te penetreren pantser van vrouwelijke trots, en om dit vlies te doorboren moet de spermatozoo zijn bekoorlijke zweepstaartje offeren, dat een zuur bevat dat in staat is de afscherming van de eicel op te lossen. Alleen, hij is daartoe niet in z'n eentje in staat! Hij heeft niet genoeg zuur en om de eicel te vermurwen heeft hij de hulp van anderen nodig! Hij moet enige medestanders overreden voor hem het vuile werk te doen. Hoe hij dit doet, of hij valse beloften aanwendt, of dat er misschien homoseksualiteit in het spel is, de moderne wetenschap weet het nog niet, maar in ieder geval moeten enige van zijn medestanders bereid gevonden worden, het beste wat zij hebben te geven, alleen om hem naar binnen te doen gaan.
Zo is het in het toernooischaak nu ook. Om een toernooi te winnen moeten anderen voor ons werken, anders gaat het niet.

De baard van Donner (op de foto 32 jaar oud) is altijd een geliefd onderwerp, soms zelfs een geliefd voorwerp, zoals hier, waar de Spaanse kampioen Frederico Perez niet kan nalaten hem even spottend aan de haren te trekken. Met een snelle reactie is de Nederlandse titelhouder hem echter voor. Foto uit het PAM-toernooi van 1961, georganiseerd door Schaakclub Utrecht.

Uiteindelijk lezen we dat Browne Hoogovens 1974 won. Zeer overtuigend, als we Donner mogen geloven. Browne had geen helpende spermatozoïden nodig. Het was ook maar een fabel, zo stelt Donner ons gerust.

Maar op zichzelf toch een bijzonder gegeven. Want Browne stond bij uitstek bekend als iemand die over de eerste twintig zetten zetten 2 uur 28 minuten deed, en over de laatste twintig zetten twee minuten. Sommigen moeten ook altijd wetmatigheden (zoals die van het kritieke moment) ondergraven.

Geluk

Jan Hein Donner verblijdde ons ooit met de opvatting dat schaken een gelukspel was. Een veelvoud aan anekdotes uit zijn leven moesten dit aantonen. Wie die anekdotes doorlas, liet zich door de humor van het verhaal overtuigen. Maar had hij echt gelijk? Is het geluk niet met de sterken? Of is het geluk met de dommen?

Juist in het schaken wordt het gokelement gemist dat bridge bijvoorbeeld nog wel kent. Toch is de ene dag de andere niet. Het kan tegenzitten of meezitten. De openingsvoorbereiding kan bijvoorbeeld goed uitpakken.

Maar Donner was een eenling in de schaakwereld. Het eergevoel is onder schakers nooit echt weggeweest. Lasker meende ooit tot de volgende stelling te kunnen komen: "In het schaakspel onder grootmeesters is het element geluk zo goed als geëlimineerd." Naarmate men dichter bij de top komt, wordt het zelfvertrouwen groter, het spel beter, en is er minder vaak reden om geërgerd te zijn over de eigen fouten. "Stijl? Ik heb geen stijl!", zei Anatoli Karpov. En toen Akiba Rubinstein gevraagd werd tegen wie hij vanavond speelde, antwoordde hij: "Vanavond speel ik tegen de zwarte stukken!"