Het pilletje van Euwe

Robert Beekman

Het gesloten Spaans moet je liggen. Als je zwart speelt, althans. Polugajevsky had er een gruwelijke hekel aan. Meer dan twintig zetten lang kon wit volgens hem allerlei sjablone zetten doen zonder dat dit invloed had op het kleine plusje van de witte stelling. Kennelijk ontging hem de nuance van de subtiele verschillen in zetvolgorden, hoewel deze verschillen soms te subtiel zijn om onder woorden te brengen.

Poloegajevski (hier rechts in beeld) in zijn boek Grandmaster preparation:

... het heeft mij altijd al geërgerd dat in de Ruy Lopez van het Spaans, die oorspronkelijk mijn favoriete verdediging was, mijn tegenstander zonder nadenken zo ongeveer 17 tot 20 'correcte' zetten uit het boek kon uitvoeren zonder het risico te lopen ook maar de kleinste significante fout te maken. In het Siciliaans, daarentegen, is de waarde van elke zet zeer vergroot, en in de naar mij genoemde Poloegajevski variant kan elke zet werkelijk zijn gewicht in goud gewogen worden. Ten slotte, bij tijd en wijle kon een kleine onnauwkeurigheid op de zevende(!) zet reeds tot rampspoed leiden voor beide partijen. (...) Ik zou willen toevoegen dat in het Siciliaans de zetvolgorde van het hoogste, doorgaans zelfs belissend belang is. In het gesloten Spaans, daarentegen kun je je permitteren om de zetvolgorde te verwisselen of zelfs per ongeluk de zetten door elkaar te halen; maakt het uit, komt toch grotendeels op hetzelfde neer. In het Siciliaans kan een transpositie het oordeel over de stelling radicaal doen veranderen, alsook het karakter van de strijd.

Sosonko besprak ooit met Geller de mogelijkheid om van repertoire te veranderen. Misschien was het gesloten Spaans wat. Waarop Geller repliceerde: "Jij? Dat kost je ongeveer een jaar." Sosonko moest beschimpend lachen, omdat hij in de tijd dat deze opmerking gemaakt werd tot de wereldtop behoorde. Maar Geller zei er niet bij hoelang het hèm zou kosten om het gesloten Spaans eigen te maken. Misschien was dat wel 11 maanden.

Dat zal de Spanjaard Ruy Lopez (zoals de verdediging in het Engels genoemd wordt) in de Renaissance niet gerealiseerd hebben. Van 1530 tot 1580 leefde Ruy Lopez de Segura. Hij was een priester van de Fransiscaanse orde en stond bekend als één van de beste spelers van zijn tijd. Rechtsboven een afbeelding aan het hof van Philips II, de man tegen wie Nederland de tachtigjarige bevrijdingsoorlog begon. Helemaal links zit Ruy Lopez aan een schaakbord. Phillips II zit op de stoel tegenover hem, maar het is niet duidelijk of hij schaakt (hoewel Philips II wel degelijk enthousiasme voor het schaken gekend zou hebben); vier mannen scheiden Ruy Lopez en Philips II.

Er zijn zelfs een paar partijen van Ruy Lopez bekend. Vrij saai. De eerste begint met 1.e4 e5 2.Pf3 f5 3.Pxe5. En wit hakt zwart in de pan. In een andere wint Ruy Lopez na 1.e4 e5 2.f4 d6 3.Lc4 c6 4.Pf3 Lg4 5.fxe5 dxe5 6.Lxf7. Maar in 1575 waren zijn tegenstanders ongetwijfeld niet op de hoogte van de elementaire trucjes. Ruy Lopez schuwde daarbij zelf geen enkel middel. Hij beval in zijn boek aan om de tegenstander tégen de laagstaande zon in te laten spelen. Ook was het volgens hem aanbevelenswaard om vooral een tegenstander uit te dagen die zeer vermoeid is.

Hierboven een afbeelding waarop Ruy Lopez duidelijker in beeld is.

De complexiteit van het Spaans zal Ruy Lopez niet echt begrepen hebben. De Spaanse massage zal hij op de massagetafel misschien wel eens meegemaakt hebben, maar niet achter het schaakbord. Manoeuvreren was toen amper ontwikkeld. En je moet weten wat je doet.

Na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog was er in de schaakwereld even een vacuüm ontstaan. Wereldkampioen Aljechin was een jaar na de oorlog overleden en de FIDE loste dit op door een groots toernooi te organiseren waarvan de winnaar de wereldtitel kreeg. Max Euwe mocht ook meedoen. Hij had op dat moment alles vrijgemaakt voor het schaken en wilde professional worden. Ondanks deze extra inspanning verliep het toernooi desastreus voor hem en gaf hij zijn ambities om professional te worden gelijk weer op. Eén overwinning, zes remises, dertien nederlagen bezorgden hem de laatste plaats.

Hij begon desastrues met drie nederlagen en hing depressief met zijn secondanten boven het schaakbord. Eén daarvan was met wit tegen Smyslov. Een tijd lang stond hij goed. En Max vóélde zich ook goed. Overmand door zijn feel-good gemoedsgesteldheid zag hij het helemaal zitten. Dan offert Euwe een pion. Het publiek veerde op: "Wat gebeurt er op dát bord?!" En dan nog wel tegen Smyslov! Maar dat was nog niets. Even later offert Euwe zelfs twee paarden. De zwarte koning stond helemaal op de tocht. Maar het publiek zag het nog niet. Dat zal natuurlijk wel komen omdat hier een briljante partij gespeeld wordt. De pointe kwam echter nooit boven water drijven; de partij ging roemloos verloren.

Euwe werd er depressief van. Drie, ja zelfs vier nederlagen had hij al geleden, maar ineens kon hij zich een advies herinneren van een goede kameraad. Daags voor het WK had Cortlevert hem een potje met pilletjes gegeven. Daar moest hij er maar eentje van innemen, want "het zou hem meer energie geven".

Hij was het inmiddels al weer helemaal vergeten. Nu ja, slechter kon het niet meer worden en aldus besloot hij doodgemoedereerd om vlak voor de partij het pilletje der wonderen te slikken.

De wedstrijd erna was opnieuw tegen Smyslov. Dit keer met zwart. Zijn secondanten keken toe en vreesden al snel het ergste. Gesloten Spaans tegen Smyslov! En dan nog wel met zwart! Dat wordt weer een langdurige lijdensweg! Euwe, daarentegen, had hier geen erg in. De partij werd afgebroken en tot ontsteltenis van zijn secondanten zei hij, vrolijk in zijn handen wrijvend, "Ziezo, dat eindspelletje gaan we eens lekker winnen!" Tot hij er achter kwam dat hij helemaal verloren stond. Hij gooide de pilletjes snel weg in de prullenbak.

Max Euwe.

Maar het was wel degelijk een moeilijk partij. Manoeuvreren op hoog niveau. Lastig te doorgronden. Smyslov - Euwe, 1948.


Links Vasily Smyslov op de Olympiade van Leipzig in 1960.

De tevreden clubschaker

Voor velen een vraag, voor velen een weet. Hoe houden we de clubschaker tevreden? Het definitieve antwoord durf ik daarop nog niet te geven. Regelmatig wordt ik geconfronteerd met bezwaarschriften in de trant van "daar heb ik al tegen gespeeld" tot "die is te sterk" tot "die is te zwak" tot "mijn tegenstander is er nog niet". Ik heb er geen probleem mee; het hoort bij de functie van intern wedstrijdleider. Maar het roept wel altijd filosofische vragen op. Wat is handelen dat tot tevredenheid leidt?!

Het doet me aan die ene keer in 1949 dat Euwe, rechts in beeld, een keertje langskwam bij de interne competitie van de club waar hij ook extern voor speelde. Dezelfde club waar in die tijd Hans Bouwmeester speelde, van wie ik deze anekdote heb. En de intern wedstrijdleider sloeg vervolgens in diep gepeins. Wat heeft de heer Euwe, een decennium daarvoor nog de allereerste en tot op heden nog steeds enigste wereldkampioen die de Lage Landen gekend heeft, tot op heden gepresteerd? Welnu: 0 uit 0. Waar bevindt de heer Euwe zich dan? Welnu: op plaats 83. Tegen wie speelt de heer Euwe dan? Welnu: tegen nummer 84.

De naam van zijn tegenstander is irrelevant, en laten we hem voor het gemak maar N.N. noemen. In de negentiende en eerste helft twintigste eeuw was N.N. een geliefd tegenstander van de wereldtop, dus waarom zouden hier ook niet voor dit gemak kiezen?

En zo begint de partij Max Euwe - N.N. Reeds na tien zetten valt er een wetenswaardigheid te vermelden. De heer Euwe heeft een stuk gewonnen! Een kwartiertje is al onderweg en Max begint veelbetekend op zijn horloge te kijken. Zou N.N. de hint begrijpen? Helaas! Helaas! Vol goede moed schuift N.N. de stukken verder over het bord, en inderdaad, mat is nog niet in zicht. De avond schrijdt zo voorts en voorts, en zo tegen middernacht is het leed op het bord van Euwe - N.N. niet meer te overzien. Mat is nabij en de materiële achterstand is niet meer uit te rekenen.

Ook N.N. lijkt dit zich zo langzamerhand te realiseren. Hij spreekt vervolgens historische woorden, die langzaam maar zeker uitgesproken worden: "Ik denk dat het nu verloren is ..." Euwe kijkt hem aan, en knikt bedachtzaam met zijn hoofd.

"Toch heb ik aardig standgehouden ...", vervolgt N.N. De mond van Euwe valt open, staat op het punt om iets te zeggen, valt vervolgens weer dicht, waarop hij wederom bedachtzaam met zijn hoofd knikt.

"Het is dat je een stuk meer hebt, anders won je het niet ...", legt N.N. nog even duidelijk uit. Opnieuw valt de mond van Euwe open, maar dit keer is het om op het puntje van zijn tong te bijten. Nog net op tijd weet hij zich te beheersen. Hij bedankt zijn tegenstander voor de plezierige avond, trekt zijn jas en en verlaat de speelzaal.

Ik denk niet dat hij dat seizoen nog een keertje teruggekomen is.

Groot ego en klein ego

Maart 1941. Schaaksponsor Johan Hollander kondigt aan dat hij na de Tweede Wereldoorlog een groot schaaktoernooi van wereldklasse organiseert. Niemand neemt de man serieus. Bovendien heeft men veel te veel zorgen door de bezetting. Na de Tweede Wereldoorlog ligt bovendien hele wereld in puin. Ook het schaken komt maar moeizaam op gang. Augustus 1946 is het dan zover. Het eerste grote schaaktoernooi van na de oorlog. En Johan Hollander doet wel degelijk wat hij eerder beloofd had. Schaakclub Staunton viert op dat moment z'n 75-jarige bestaan en organiseert daartoe een grootmeestertoernooi van wereldklasse, getiteld: Groningen, 1946. Het Staunton wereldschaaktoernooi. Bijna alle toppers van dat moment doen mee.

Botwinnik wint dit toernooi met 14,5 uit 19. Zijn eerste grote succes. Twee jaar later verovert hij de wereldtitel. Max Euwe wordt tweede met 14 uit 19. Zijn laatste grote succes. Vanaf dit moment krijgt hij door sponsors de kans om voltijds met schaken bezig te zijn, maar er is nooit meer uitgekomen wat gehoopt werd.

Boven de deelnemers, onder de toernooizaal op de eerste dag van het toernooi: 13 augustus 1946.

De voorbereiding van dit toernooi is een rommeltje. Trage briefwisselingen met aanmeldingen en afzeggingen maken het voor de organisatie erg lastig wie nu wel en wie nu niet komt. Daarenboven is ook nog eens onduidelijk of de Russen nu wel of geen toestemming van de staat krijgen om te komen. Dat betekent dat wellicht vijf spelers extra meedoen. De chaos gaat verder en verder, maar op een gegeven moment meent de organisatie het lek boven te hebben. Te elfder ure beweert men precies 20 spelers te hebben.

Echter, groot is de verrassing als de Russen ineens met vijf in plaats van vier mensen uit het vliegtuig stappen. Er zijn dus plotsklaps 21 deelnemers! Wat nu?

Eerst wordt voorgesteld om een toernooitabel van 22 deelnemers te hanteren. Kan de secondant van de Russen, Veresov, die tevens kampioen van Wit-Rusland is, ook mooi meedoen. Maar de Russen spelen vlak na het toernooi een USSR - USA match, dus die optie vervalt. Vervolgens besluit de organisatie dat onmogelijk een buitenlander naar huis gestuurd kan worden. Er doen echter maar twee Nederlanders mee: Max Euwe en Lodewijk Prins.

Nou, dan moet Lodewijk Prins maar bakzeil halen, toch? Het kan toch niet zo zijn dan wereldkampioen Euwe aan de zijlijn blijft staan. Helaas, Lodewijk Prins weigert. Hij is uitgenodigd en moet en zal dus meedoen. Vervolgens biedt Euwe aan zich terug te trekken. Als reactie daarop zegt Botwinnik dat hij zich terug zal trekken. Immers, de Russen hebben de impasse zelf veroorzaakt.

Twee spelers van wereldklasse zijn bereid hun plaats af te staan!

In het toernooiboek kan nu de volgende passage gelezen worden:
"Toen er reeds geruchten waren dat Euwe zich wilde terugtrekken en Botwinnik bereid was hetzelfde te doen, trad Veresev als deus ex machina op en bracht de oplossing: hij beloofde, gesteund door Botwinnik, zijn invloed te doen gelden dat Prins zou worden uitgenodigd voor de eerstvolgende grote internationale wedstrijd in de Sovjet-Unie mits de nederlander zich ditmaal zou terugtrekken. Dit aanbod had succes."

Diplomatiek verwoord, maar de werkelijkheid is anders. Prins weigert nog steeds zijn medewerking te verlenen. De toernooi organisatie heeft dit keer geen geduld meer. Lodewijk Prins wordt gewoon meegedeeld dat hij dit aanbod met grote tevredenheid en hartelijke instemming aangenomen heeft. Waarschijnlijk dachten ze zoiets als: "Ja, wat is dit nou?!? We gaan toch niet de beste spelers van de wereld (en achteraf ook winnaars van dat toernooi) uitsluiten van deelname omdat één of andere Nederlandse meester op zijn strepen wil staan?? En wie bepaalt hier eigenlijk wie wel of niet mag meedoen?!"

Prins heeft het Euwe echter heel lang niet vergeven. Hij beschuldigt Euwe ervan dat deze persoonlijk geregeld heeft dat Prins niet mag meedoen. In 1950 toert Euwe door Zuid-Amerika. Prins zegt toen: "Dat is de tegenprestatie geweest om de Argentijnse Guimard wel toe te laten." Hans Bouwmeester heeft Euwe nog vlak voor zijn dood gevraagd of dit waar was, maar Euwe reageert verbaasd en zegt: "Met mijn hand op mijn hart, ik weet er niets van."

Meer dan dertig jaar later, als Euwe in 1982 zo ongeveer hoogstpersoonlijk regelt dat Prins de titel van grootmeester toegewezen krijgt vanwege prestaties in de vijftiger jaren, kan Prins het dan toch nog over zijn hart verkrijgen: hij vergeeft Max Euwe.

De Nederlandse equipe van het Clare Benedict toernooi van 1955: Kramer, Prins, Van Steenis, Euwe, Bouwmeester.

Lang leve het volk

Gelukkig Nieuwjaar? Nederland gaat in 2012 weer een recessie in! Reden om nog eens terug te blikken naar het wonder van vroeger tijden.

Donderdag 24 oktober 1929. Dit is de dag waarop de crisis van de dertiger jaren ingeleid werd. Hij wordt Zwarte Donderdag genoemd. Direct na Zwarte Donderdag komt Zwarte Vrijdag. Iedereen raakt op deze twee dagen in paniek en probeert al z'n aandelen te verkopen. Vooral veel kleine beleggers hadden hun geld op de beurs uitstaan en raakten in twee dagen al hun bezittingen kwijt. Maar ook de banken en rijke beleggers konden in een paar dagen tijd aan de bedelstaf geraken. De jaren die erna volgden waren één lange terugkerende vicieuze spiraal neerwaarts. De burgers hadden geen geld en dus geen koopkracht, dus gingen bedrijven over de kop en ontstond werkeloosheid, dus nog minder koopkracht, enzovoorts, enzovoorts.

Het is de geschiedenis ingegaan onder de naam "De Grote Depressie". Wie werkeloos was, had echt geen geld - sociale voorzieningen werden pas in de vijftiger jaren opgebouwd. Enorme verpaupering en armoede vormden de voedingsbasis voor de opkomst van het fascisme - ook in Nederland. Het hoogtepunt van deze depressie was in 1935, toen bijna een half miljoen werkloos was.

En midden in deze Grote Depressie, precies op haar hoogtepunt in 1935, wordt Euwe - Aljechin georganiseerd! Euwe moest 10.000 gulden ophoesten om tegen Aljechin te mogen spelen en dit geld is in centen en stuivers verzameld door de Man van de Straat. Namens Schaakclub Utrecht was Eduard Spanjaard de grote voortrekker van het geld verzamelen. Iedereen die meedeed aan een schaakopgave, betaalde één cent aan de match Euwe - Aljechin. Wekelijks leefde schakend Utrecht mee met de spaarzucht onder leiding van Spanjaard.

Heel Nederland lag aan de voeten van deze grootse gebeurtenis. De media stortte zich er voltallig op en het was net alsof Euwe - Aljechin het lichtpuntje was dat het Nederlandse volk in die bange dagen hoop gaf. Het is onwaarschijnlijk hoeveel mensen na 1935 zijn gaan schaken, een golf aan schaakclubs is daarna opgericht. Het is onwaarschijnlijk hoeveel niet-schakers deze match bezocht hebben. Ze snapten er niets van - en daardoor fascineerde het des te meer.

In karavaan ging de match heel Nederland door. Dertig partijen lang. Van de ene naar de andere uithoek in Nederland. Overal liep de goegemeente leeg richting de toernooizaal. Voor velen van hen was geen ruimte meer in de toernooizaal, zoals op de foto hierboven zichtbaar is. Die wachtten buiten in de kou, luisterend naar de staccato berichten die hen af en toe bereikten.

En Euwe won! Het wonder van 1935!

Euwe - Aljechin in het Rijksmuseum te Amsterdam. Kijk eens naar die menigte toeschouwers op de achtergrond!

De parel van Zandvoort

Als wereldkampioen heeft Max Euwe nooit veel waardering gekregen. "Een eendagsvlieg" werd hij genoemd. Won in 1935 de wereldtitel met één schamel punt voorsprong omdat de grote Aljechin meerdere malen dronken achter het bord verscheen. In 1937 zou Aljechin alcohol afgezworen hebben, waarna hij simpel met zes punten voorsprong won. Zó groot zou het reële verschil tussen beide spelers geweest zijn.

Een paar jaar geleden maakte Schaakclub De Rode Loper (direct na de wereldtitel van Euwe opgericht) een leuk filmpje over de match. Aljechin zien we daar lallend achter het schaakbord, terwijl hij de een na de andere glas wijn wegpimpelt. Het was een heel leuk filmpje en we hebben er hartelijk om gelachen. Slechts één kanttekening: het vertoonde was onjuist. Gedurende de hele match heeft Aljechin altijd een kop koffie of een glas vruchtensap naast zijn bord gehad.

Reflecties van de hoofdgetuigen in deze match (Euwe, Kmoch en Flohr) maken duidelijk dat Aljechin gedurende de eerste helft van de match geen druppel alcohol aangeraakt heeft en in de tweede helft van de match af en toe of misschien zelfs regelmatig voorafgaand aan de wedstrijd één glas cognac innam om zichzelf moed in te schenken. Flohr (secondant van Euwe in deze match) zei dat Aljechin hem zelf verteld had dat hij daarbij telkens twijfelde: moet ik nu wel of niet een glas cognac nemen om mezelf moed in te schenken? Euwe zelf heeft altijd ontkend dat Aljechin op enig moment in de match dronken is geweest. Euwe: "Aljechin weigerde, ondanks zijn slechte ogen, met bril te spelen en deed zijn zetten met onvaste hand, wat bij het publiek de indruk gaf dat Aljechin dronken was, maar in feite was hij zo nuchter als een rechter." Euwe is altijd goudeerlijk geweest maar werd niet geloofd omdat spelen tegen een dronken tegenstander af zou doen aan de waarde van de wereldtitel. Dat het absoluut niet bij de integere persoonlijkheid van Max Euwe past om de waarheid te verdraaien ter meerdere eer en glorie van zichzelf, wordt voor het gemak aan voorbijgegaan. Ook Kmoch (wedstrijdleider in de bewuste match in daarvóór secondant van Aljechin - hij kende hem dus goed) beweert dat Aljechin in de periode 1935 tot 1940 juist amper alcohol dronk.

Het was praten tegen dovemansoren!

Pas in 2003 is het wereldkampioenschap van Euwe gerehabiliteerd toen niemand minder dan Gary Kasparov in My great predecessors (II) alle partijen en alle verhalen nog eens nauwkeurig onderzocht en tot de conclusie kwam dat Euwe volledig verdiend in 1935 de wereldtitel veroverde en daarna een "waardig wereldkampioen" was.

Hoe is dit beeld dan toch ontstaan? Welnu, voor dat antwoord moeten we terugkeren naar het relaas van Hans Kmoch. Hans Kmoch was jarenlang Aljechins secondant en heeft hem van heel nabij meegemaakt. Vanaf 1931 begint Aljechin volgens hem stevig te drinken en in de match om de wereldtitel tegen Bogoljubow (1934) was hij nagenoeg elke partij dronken. De media schreven er in kleuren en geuren over en dit betekent dat het Nederlandse publiek en journaille door de volgende bril naar Aljechin keken: "Dit is de man die in de strijd om het wereldkampioenschap stomdronken achter het bord verschijnt en evengoed achteloos zijn tegenstander van het bord vaagt." De match tegen Bogoljubow was één jaar eerder dan tegen Euwe - vers in het geheugen. Nagenoeg niemand wist dat Aljechin inmiddels tot bezinning gekomen was.

Legendarisch is de verslaglegging van de 21ste partij in Ermelo. Aljechin zou zo dronken zijn geweest dat hij amper het podium op kon komen. De media wist het wel zeker - deze man verscheen (wederom) straalbezopen achter het schaakbord. De werkelijkheid was anders. Aljechin zou uit Amsterdam opgehaald worden met de auto, maar deze auto kwam drie kwartier te laat - voor de nerveuze en bijgelovige Aljechin moeilijk te verwerken. Vervolgens kruiste tot twee keer toe een zwarte kat Aljechins pad (bijgelovig voorteken van naderend onheil) en wilde hij niet meer met de auto. Hij liet de auto naar het station rijden maar de beoogde trein bleek al vertrokken te zijn. Hij kwam dus veel te laat en helemaal overstuur de speelzaal binnen, hoorde daar dat gelukkig de partij uitgesteld was, maar vroeg evengoed om uitstel van een dag. Zoveel slechte voortekenen zouden volgens de bijgelovige Aljechin onvermijdelijk tot verlies leiden, meende hij. Wedstrijdleider Hans Kmoch zei echter: "Er wachten tweeduizend toeschouwers in de hal; zij zullen dit niet begrijpen!" Aljechin stelde daarop onder deze morele druk te zullen spelen. Kmoch repliceerde dat een arts zou kunnen vaststellen of hij al dan niet in staat was te schaken, maar Aljechin wuifde dit weg - dat was immers het probleem niet.

Lees nu het relaas uit het Utrechts Nieuwsblad daags na deze partij (21 november 1935):

Algemeen is bekend, dat de wereldkampioen in de laatste jaren gewend is veel sterken drank tot zich te nemen. Niet alleen ondervindt Aljechin hiervan geen hinder, doch in kringen van schaakdeskundigen staat men op het standpunt, dat hij mede daardoor vaak tot topprestaties komt. In dien toestand is hij schaaktechnisch gesproken het gevaarlijkst voor zijn tegenstanders, dus ook voor Euwe, hetgeen natuurlijk vóór de match voldoende bekend was. Voor velen mogen deze feiten ietwat vreemd klinken, niettemin staan zij onomstootelijk vast. (...)
De 21ste partij te Ermelo is wellicht een van de beste, mogelijk wel de allerbeste van de tot nu toe gespeelde partijen geweest. De krachten die in de Ermelosche partij tot uitdrukking kwamen, kwamen niet alleen van Euwe's kant, maar waren niet minder sterk bij Aljechin aanwezig. Grootmeesters als Flohr, Tartakower, Maroczy - in de bijeenkomst van gisteren aanwezig - verklaarden unaniem, dat zij ondanks uitvoerige analyses de wezenlijke fout van Aljechin in deze partij nog niet hebben kunnen ontdekken, zoo fraai heeft de verliezer gespeeld. (...)
In aansluiting op het bovenstaande laten wij hieronder het commentaar volgen dat "Het Volk" hedenochtend over deze kwestie schrijft en waarmede wij ons volkomen kunnen vereenigen. (...) Het blad erkent zich in één opzicht vergist te hebben, namelijk in het feit dat Aljechin als hij stomdronken is, niet goed zou spelen. "Dronken - en, hoe mal het ook moge klinken, hoe dronkener hoe beter - speelt hij het best! Dat bewijst trouwens de partij van gisteravond in Ermelo, waarin hij, ondanks zijn vèrgaande dronkeschap zóó subliem speelde, dat zelfs thans de experts als Flohr, Tartakower, Mieses en andere schaakgrootheden, die deze match bijwonen, het er nog niet over eens zijn welke fout hij in deze partij gemaakt heeft, ja, óf hij wel een fout gemaakt heeft".
Na bovenstaande geeft "Het Volk" als volgt zijn meening weer over Aljechin's optreden. "Deze 'strijdwijze' van Aljechin komt ons niet alleen zeer bedenkelijk voor, doch moet zelfs uitermate unfair genoemd worden. Eerstens is 'dooping' - want anders kan deze alcoholistische stimulans toch moeilijk genoemd worden - 'n algemeen erkend unfair middel in de sport, doch daarbij komt, dat deze Aljechinsche dronkenschap bovendien een tweesnijdend zwaard is, tweesnijdend in deze zin, dat het zijn eigen prestatie verhoogt, doch tevens den tegenstander in een nadeelige positie brengt.
Het is waarlijk geen pretje tegenover iemand te zitten, die als een beest in zijn stoel zit en zelfs de eenvoudigste vormen van burgelijke beleefdheid niet meer betracht. Euwe, fijn en gevoelig als hij is - ook al was hij erop bedacht - was er te Ermelo geheel ontdaan van. Hij kon het potlood, waarmede hij de zetten moest noteeren niet meer hanteeren en moest in de koele avondlucht de rust en herstel van zijn zenuwen zoeken.
Ziet, ware het zóó, dat Aljechin door zich beschonken te drinken, alleen zijn eigen prestatie beïnvloedde, wij zouden er, hoewel met tegenzin, vrede mee kunnen hebben. Doch nu hij er tevens zijn tegenstander mede beïnfluenceert, komt 't ons voor, niet slechts bedenkelijk, doch zelfs ontoelaatbaar te zijn.
Dit heeft het Euwe-Aljechin Comité thans begrepen, dat vastgesteld heeft, dat, indien Aljechin zich bij een der volgende partijen weer op deze wijze zou gedragen, ten strengste zal worden ingegrepen.

Zelden heb ik zoveel bij elkaar gefantaseerde lariekoek gelezen. Hilarisch! Hoe kunnen ze verzinnen dat alcohol een geavanceerde vorm van doping is? Van de vermeende dronkenschap was overigens geen sprake. Had Aljechin werkelijk een alcoholdamp om zich heen toen hij de speelzaal binnenliep of verzonnen de hersenen van de omstanders een fata morgana? Euwe zelf, terugblikkend op Ermelo: "Dat hij dronken zou zijn geweest is compleet onzin, het spijt me dat ik het zo zeggen moet, maar het is niet anders." Euwe heeft evenmin iets gemerkt van het 'beestachtige' gedrag van Aljechin. Maar het kwaad was al geschied. Want wie eenmaal door een gekleurde bril kijkt, ziet overal het bewijs van vermeend "dronkenschap". Alexander Münninghof (biograaf van Euwe) citerend: "En omdat Aljechin enigszins bijziende was maar uit ijdelheid geen bril droeg en dus geregeld een onzekere gang had, bleef het fabeltje van zijn onbekwaamheid na de gebeurtenissen in Ermelo de match tot en met de laatste zet begeleiden. Je kon het toch zeker iedere avond met je eigen ogen zien."

Overigens, het Euwe-Aljechin Comité kwam inderdaad in allerijl met een verklaring, maar die luidde in werkelijkheid: "Een incident in het openbaar heeft zich te Ermelo, en ook bij de vorige partijen, niet voorgedaan. Het comité stelt zich op het standpunt dat, mocht Aljechin zich tengevolge van bovengenoemde neigingen (RB: bedoeld wordt het drinken) tijdens zijn aanwezigheid in het wedstrijdlokaal voor, gedurende of na de partij onjuist gedragen, ten strengste zal worden ingegrepen." Hier wordt dus gezegd dat er niets gebeurd is en dat er ingegrepen wordt als er wel wat gebeurt. Maar het UN leest dit persbericht verkeerd en maakt ervan dat Aljechin "als een beest in zijn stoel zit".

Tot slot. Elke schaker herkent het moment na de partij, waarin deze verloren heeft maar niet kan navertellen waarom. Het is de gewoonste zaak van de wereld (zeker als er nog geen computers zijn) dat omstanders na afloop van een partij om het wereldkampioenschap niet direct weten wat de gemaakte fout is. Dat de journalisten vervolgens bedenken dat dit het bewijs is dat Aljechin door de 'doping' alcohol als een genie heeft gespeeld terwijl hij deze partij nota bene verloren heeft ... nogmaals, het is werkelijk hilarisch!

Het "incident" Ermelo was overigens niet het enige. Daarover volgende week of de week erna meer.

Euwe - Aljechin.

Hieronder de mooiste van Euwe tegen Aljechin. "De parel van Zandvoort", zo bekroonde commentator Tartakower deze partij. De partij laat zien hoe goed Euwe bestand was tegen de complicaties die Aljechin zelf opriep. Aljechin meende immers dat hij tactisch de meerdere was en deed dus zetten waarvan grootmeesters niet konden geloven dat het speelbaar was. Tegen Bogoljubow werkte deze strategie - tegen Euwe niet.


Er is zelfs een postzegel uitgegeven naar aanleiding van deze partij. Zie hierboven. Ze bevat een afbeelding van de stelling na de zet 32.Pg5!

De vermeende dronkenschap van Aljechin

Vorige week schreef ik over de match Aljechin - Euwe uit 1935. Euwe won, maar heeft zijn hele leven lang de schijn van onwaardig wereldkampioen tegen zich gehad. Het was dat Aljechin - zwaar overmoedig - elke dag dronken achter het bord verscheen, anders had Euwe niet gewonnen. Twee jaar later was Aljechin wel nuchter en won hij gelijk met zes punten voorsprong.

In werkelijkheid was Aljechin helemaal niet dronken. In de strijd om het wereldkampioenschap tegen Bogoljubow een jaar eerder wel, maar daarna zwoor hij alcohol af. De eerste helft van de match tegen Euwe had hij sowieso niet gedronken en in de tweede helft nam hij af en toe voorafgaand aan de partij één glas alcohol - waarschijnlijk om zichzelf moed in te drinken. Of hij daar goed aan deed wist hij niet. Tegen Flohr (die erbij was) zei hij dat hij iedere keer weer twijfelde of hij, voorafgaand aan een partij, nu wel of niet dat ene glas alcohol moest drinken.

Vorig week beschreef ik hoe het publiek en de media meenden dat hij in Ermelo stomdronken achter het bord zat, terwijl er feitelijk iets anders aan de hand was. Dit keer het tweede zogenaamde "bewijs" van dronkenschap van Aljechin: de analyse van Kotov. Alexander Kotov (voor de meesten bekend van zijn boek Think like a grandmaster) was ten tijde van de match 24 jaar oud en de secondant van Aljechin. Welnu, als je secondant van iemand bent gedurende de bewuste match, dan moet je toch weten of iemand dronken is geweest. Of niet?

Het gaat om de stelling links. Zwart (Aljechin) heeft net 7... a6 gedaan, Euwe antwoordt met 8.Lf4 en Aljechin doet vanuit de diagram links 8... b5. Kotov schrijft nu in zijn boek Wit en zwart:
"Wat verschrikkelijk! Het is net als bij Poeshkin: in plaats van de aas pakt hij de schoppen vrouw. Een wrede vergissing, zelfs geen vergissing, hij pakte gewoon de verkeerde pion op, hij was in de war... En nu blijft de pion van c7 ongedekt en is het verloren zonder enige compensatie. Om de verkeerde pion op te pakken! Dit is een delirium! ... Aljechins dronken roes verliet hem onmiddellijk toen hij zag wat een vergissing hij had gemaakt. Het was niet alleen een pion die verloren ging; zwarts positie werd gelijk hopeloos."

Ik vertaal hier deze passage uit het Engelstalige boek van Kasparov, maar weet dus niet wat er in het Russisch geschreven boek van Kotov stond. Kasparov heeft het over 'drunkenness', wat ik vertaald heb als 'dronken roes'. De algemene opinie heeft deze passage als volgt geïnterpreteerd: Aljechin was dus zo dronken, dat hij niet eens in staat was om de juiste pion (c7) beet te pakken. Maar in feite gaat het er in deze passage om dat Aljechin volgens Kotov een delirium of een waanbeeld had. Gelijk was hij weer 'nuchter', toen hij ontdekt had welke fata morgana zich van hem meester gemaakt had.

Kasparov in My great predecessors, part 2:
"This is how legends are born! In fact, according to the main eye-witness (Euwe) "Alekhine did not drink at all during the first half of the match", and besides, 8... b5!? is by no means a blunder, but a genuine revelation: in the 1970s this fully correct pawn sacrifice received the name of the 'Hungarian Variantion'. Intuitively Alekhine was right!"

Links opnieuw dezelfde diagram. Kotov suggereert dat Aljechin dus eigenlijk pion c7 had willen pakken, maar per abuis pion b7 in handen neemt en dan maar in arren moede b5 doet. Maar als hij pion c7 naar c6 had willen schuiven, waarom deed hij dat dan niet op zet 7, vóórdat hij a6 deed? Net zoals in een eerdere partij in deze match, welke partij Aljechin overigens won. De zetten a6 en c6 zijn misschien in het Slavisch een gewilde combinatie, maar in de Grünfeld onlogisch. Aljechin deed dus bewust 7... a6 om op de volgende zet een pion te offeren. En een volkomen correct pionoffer. Hoe goed dit pionoffer was, werd pas veertig jaar later duidelijk. In de huidige database scoort dit pionoffer 39 %, dus heel gunstig voor zwart - alleen heeft Aljechin er nog geen goed beeld van hoe hij hieraan vervolg moet geven.

In 1976 publiceerde Alexander Münninghof zijn biografie over Euwe. Nog steeds is men onkundig van het verkeerde oordeel dat over de zet 8... b5!? geveld is en in dat boek staat de volgende passage:

De twaalfde partij wordt de slechtste van de match. Als Aljechin rond de klok van zevenen de Amsterdamse effectenbeurs betreedt is hij vol optimisme: "Vandaag zal ik zo energiek mogelijk spelen, want ik wil winnen. Ik voel me weer zeer goed", laat hij de verslaggevers weten. Nauwelijks vier uur later, uren waarvan Euwe er slechts anderhalf als bedenktijd heeft gebruikt, verlaat hij het Beursgebouw door de zijdeur. Op verzoek van Euwe werd er niet geapplaudiseerd toen Aljechin na de 36e zet van wit opgaf. De Nederlander demonstreert na afloop nog even de partij voor de honderden die het gevecht hebben meebeleefd deze avond. Hij weet, net als de aanwezige grootmeesters, geen verklaring te vinden voor het pionoffer dat Aljechin op de achtste zet heeft gebracht. Het was de zet 8... b7-b5. Toen Aljechin deze opmars, alweer vol overtuiging, uitvoerde, viel een van de grote borden met de beursnoteringen met een harde klop om, waardoor de rumoerige zaal op slag stil werd. Een stilte die geruime tijd aan de honderden vraagtekens in de zaal bleef hangen omdat deze achtste zet om een oordeel over Aljechin vroeg. Die volstrekt onbegrijpelijke manoeuvre van de wereldkampioen kon namelijk twee dingen betekenen: ofwel een geniaal plan dat niemand doorzag, ofwel een blunder die hem de kop zou kosten. Aan Euwe de taak om waarheid en verzinsel van elkaar te onderscheiden. De landskampioen koos, na ampele overwegingen, voor de blunder-theorie en nam de pion op c7 gewoon, waarna Aljechin met een vaak stukoffer onduidelijkheid op het bord trachtte te brengen en tenslotte nog ruim tien zetten doorspeelde in een volkomen verloren stand.

Een paar zinnen verderop schrijft Münninghof: "Aljechin had wel degelijk de gespeelde variant van te voren geanalyseerd." Aljechin wist dus wat hij deed. Uiteindelijk blijft daarmee alleen de eindconclusie van Kasparov overeind staan: Euwe speelde deze match gewoon beter en heeft verdiend gewonnen. De interpretatie dat Aljechin dermate dronken was dat hij per abuis pion b7 beetpakte in plaats van pion c7, hoort bij de mythevorming die zich over deze match meester heeft gemaakt.

Hierboven enkele foto's uit de match Euwe - Aljechin, 1935. Op de onderste foto zien we rechts Aljechin en zijn vrouw; in het midden Euwe en zijn vrouw.