Beekman
Gelfand wint finale van Grischuk
Was het toch een beetje rechtvaardigheid?
In de halve finales had Grischuk de lastige hobbel Kramnik te nemen. Vier rapidpartijen werden er gespeeld. Kramnik probeerde het nog wel. Lang stelde hij Grischuk op proef en probeerde hij er doorheen te komen. Maar Grischuk bood met wit na 14 en 8 zetten gelijk remise aan. Remise met zwart op hoog niveau is niet slecht; dus Kramnik nam het aan.
Het geroezemoes onder de meekijkende criticasters laaide natuurlijk aan alle kanten op. Kasparov belde naar www.chessbase.com en vroeg of ze ook nog gingen kijken naar de match Nakamura - Ponomariov in St. Louis. De redactie hoorde de verveling in zijn stem en zei: "Jij wil graag waarschijnlijk kijken naar echt vechtschaak op hoog niveau!" Kasparov antwoordde: "Ja. En ook naar partijen die langer duren dan acht zetten!"
Gelfand speelt de andere halve finale tegen Kamsky en kijkt verbaasd naar wat daar zo snel gebeurd kan zijn...
... en hij schudt zijn hoofd als hij ziet dat die partij na acht zetten remise gegeven wordt.
Later bleek de reden waarom Grischuk snel met wit remise gaf. Hij bleek te gokken op de twee snelschaakpartijen en inderdaad, dat was een goede gok. Hij was handiger in snelschaken dan Kramnik. Maar op zoiets gokken kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn van een halve finale match om de uitdager van de wereldkampioen.
Omdat de reguliere match relatief kort is (eerst om vier partijen en in de finale om zes), durfde ofwel niemand risico te nemen ofwel verkeerden sommige schakers beter in korter speeltempo te zijn dan de ander. Van de 29 gespeelde partijen eindigden 27 in remise, vele in 12, 15 of 18 zetten. Grischuk was dus niet de enige boosdoener. Radjabov probeerde tegen Kramnik hetzelfde, maar de oude vos bleek in het snelschaken toch sluwer dan gedacht. Nogmaals dezelfde vraag: meerdere schakers gokten met remises op het rapid en snelschaken, maar moet snelschaken beslissend zijn in het wereldkampioenschap klassiek schaken? Op dit moment wordt er een discussie binnen de FIDE gevoerd over de wijze waarop de huidige cyclus vormgegeven is.
Angst regeerde. Het leek op de golden goal-regel in het voetballer. Een tijdje bedacht men dat in de verlenging een doelpunt gelijk beslissend zou moeten zijn. Gelijk stelden ze zich defensief op. Vooral geen doelpunt tegen krijgen, want dat is gelijk einde partij.
Aan de andere kant is het voor de schakers heel erg zwaar om drie matches achter elkaar te spelen terwijl er zoveel op het spel staat. Een korte remise betekent even rust in de tent.
|
|
Resteert de opmerking dat Gelfand de mooiste partij van het toernooi gespeeld heeft. Tegen Mamedjarov kreeg hij een pionoffer voorgeschoteld in de Najdorf Siciliaan. Links offert hij een kwaliteit terug: 20... Txc3! Mamedjarov ging verder met de aanval, maar die sloeg niet door. Rechts offert Gelfand nog een stuk: 32... Lxf5!. Een toren achter dus. Alhoewel, misschien zouden we ook kunnen zeggen dat het met vijf pionnen voor een toren gelijk staat. In deze stelling echter niet. Zwart staat huizenhoog gewonnen en won dan ook snel. Een prachtige partij.
Boris Gelfand