Beekman
The holy chessboard
Robert Beekman
In het verleden hebben topschakers de aandacht op zich gevestigd door te claimen dat ze 'misschien wel' God zouden kunnen verslaan. Met zwart, zei d'r eentje, zou ik het niet zeker weten. Maar met wit? Bekeken zaak! De gewaagde uitspraak begon met Wilhelm Steinitz, de eerste wereldkampioen. Aan het eind van zijn leven was de strijder helemaal de draad kwijt. Regelmatig stond hij bij zijn onzichtbare telefoon, te wachten op het antwoord van God. Uiteindelijk kwam hij in een psychiatrische instelling terecht en stierf volkomen berooid. Lasker, zijn opvolger: "Ik zal het onrecht wreken dat deze machtige matador is aangedaan!"

Het is de inspiratie geweest voor de film Schwarz und Weiß wie Tage und Nächte. In 1978 uitgebracht, met Bruno Ganz in de hoofdrol. Prachtige film. Eerst wil Bruno Ganz de wereldkampioen verslaan met een computer (!!) De computer doet echter belachelijke zetten, die de wereldkampioen in lachen doen uitbarsten. Ganz besluit daarop zelf de wereldkampioen te verslaan, wat hem na bezeten fanatisme inderdaad lukt.

Helemaal aan het eind zien we de nieuwe wereldkampioen in een psychiatrische instelling. Hij krijgt bezoek. En aan zijn oude vriend, waarbij niet duidelijk is of hij hem herkent, vraagt hij of deze een brief met zijn eerste zet wil versturen. "Maar aan wie dan", is de wedervraag. "Aan God! Met zwart weet ik niet zeker of ik het red, maar met wit móét ik hem kunnen verslaan!"
Een droevige film. Ik kan me herinneren dat de film gezamenlijk bekeken werd door een aantal topgrootmeesters uit die tijd, te weten wereldkampioen Karpov en Timman. Aan het einde was het doodstil in de zaal. Zij wísten hoe dicht schaken bij de waanzin ligt!
De vraag of de wereldkampioen God kan verslaan is echter allang beantwoord. En wel duizend jaar geleden. En het antwoord luidt: de mens heeft geen schijn van kans!
Duizend jaar geleden. We keren komen dan uit in het jaar 1078. De Turken veroveren Jeruzalem! De katholieke kerk roept op tot een kruistocht omdat christenen niet in Jeruzalem mochten bidden en het graf van Jezus beschermd moest worden. In 1096 begint de eerste kruistocht. 80.000 veelal gewone burgers gingen na een lange en onherbergzame tocht hun wisse dood tegemoet. Ruim 150 jaar duurde de kruistochten en daarmee een veldslag tussen islam en christendom. En het onderling wantrouwen duurt voort tot op de dag van vandaag. Frappant is ook dat de christenen toentertijd hetzelfde beloofd werd als islamitische fundamentalisten heden ten dage: bestrijdt de heidenen en je zult bevrijd worden van al je zonden, in de hemel terecht komen, bla bla bla, etcetera.
Precies in diezelfde tijd werden de Tempeliers opgericht en de graalverhalen geschreven. De graalverhalen brachten de Keltische traditie rond koning Arthur en de christelijke traditie samen. Een aantal afstammelingen van het verbond rond koning Arthur waren uit Engeland weggevlucht toen de barbaren de overhand kregen en kwamen zo terecht in Frankrijk. De legende rond koning Arthur (zesde eeuw na Christus) leefde voort en daarbij werd de Heilige Graal onder andere geïnterpreteerd als de bokaal waarmee Jozef van Arimathea het bloed opving van Jezus en / of de beker waaruit Jezus in het laatste avondmaal dronk.
Maar dan begint het mysterie. Het mysterie of Jezus mens dan wel god is. San Graal zou namelijk oorspronkelijk geschreven zijn als sangraal of sangreal. Als je anders afbreekt krijg je Sang Real, oftewel koninklijk bloed. De interpretatie die hieruit voortvloeit is dat de Heilige Graal mogelijkerwijs voor het nageslacht van Jezus Christus staat, waarbij zijn vrouw met dochter of zoon vanuit Palestina naar Zuid-Frankrijk gevlucht is. Maar de graalverhalen komen toch (mede) uit Zuid-Engeland en Wales? Ja, klopt, maar dat is op zichzelf geen enkel probleem voor deze hypothese. Volgens andere verhalen zou de vrouw van Jezus namelijk met Jozes van Arimathea naar Zuid-Engeland gevlucht zijn.
Als de Tempelieren het graf van Jezus beschermen en mogelijkerwijs beschermheer van de Heilige Graal zijn, bestendigen ze dan daarmee de stelling dat Jezus een mens is? Die getrouwd met een vrouw: Maria Magdalena? Tot op de dag van vandaag duurt deze discussie voort, die recentelijk weer opgelaaid is met het verschijnen van het boek en de film Da Vinci Code.

De verhouding mens - God / Jezus zien we terugkeren in de scènes uit de graalverhalen waarbij geschaakt wordt. Parceval / Parzival / Perlesvaus / Peredur (afhankelijk van de versie die je leest) komt bij een kasteel waar hij een schaakspel uit zichzelf zetten ziet doen. Het schaakspel is van zilver en de stukken zijn van ivoor. Goud en zilver wordt ook genoemd. Na enig verwonderd onderzoek gaat hij uiteindelijk zelf ook spelen. Drie keer wordt hij kansloos matgezet. En hij zegt: "By the faith that I owe to Our Lord, I see a marvelous thing, for I thought I knew so much of this game and it has mated me three times. And may I have ill fortune but never me nor any other knight will it mate or shame again."
Heel typisch. Duizend jaar geleden meende men dus ook een 'goed' schaker te zijn. En het verlies werd toegeschreven aan 'geluk' bij de ander. In elk geval wil hij de volgende schaker schande voorkomen door het spel in het meer te gooien. Er rijst dan een dame uit het meer op om te zeggen dat hij niet zoiets dwaas moet doen. En Parsival vervolgt zijn queeste.
Maar het moge duidelijk zijn: dit waren goddelijke krachten waar hij het tegenop nam!
Een schaakbord met beelden uit de Middeleeuwen. Schaken werd in de elfde eeuw geïntroduceerd door de Moren in Zuid-Europa en vanaf dat moment in de aristocratische ridder-kringen van met name Spanje en Frankrijk gespeeld.
Boven deze afbeelding is overigens een andere foto, die een detail van dit schaakbord vormt.
Maar wij gaan terug naar de man die God zou verslaan. Een legendarische partij van Wilhelm Steinitz tegen Curt von Bardeleben (gespeeld te Hastings in 1895), die zoveel indruk maakte dat de laatste geheel verdwaasd, zonder zijn tegenstander te feliciteren, uit de toernooizaal vertrok! Als was het tegen een mens: hij speelde goddelijk!
Hastings, 1895. Zittend, tweede van links: Wilhelm Steinitz. Staand van links naar rechts: Albin, Schlechter, Janowski, Marco, Blackburne, Maroczy, Schiffers, Gunsberg, Burn, Tinsley. Zittend van links naar rechts: Vergani, Steinitz, Chigorin, Lasker, Pillsbury, Tarrasch, Mieses, Teichmann. Niet op de foto aanwezig zijn: von Bardeleben, Walbrodt, Mason, Bird en Pollock.
Schaken tegen de dood
Robert Beekman
Een wereldberoemde film is die van Ingmar Bergman uit 1957: The Seventh Seal. Daarin keert een ridder terug van een missie die hem doet twijfelen aan het bestaan van God. Op een verlaten strand komt hij de Dood tegen, die hem vertelt dat zijn tijd gekomen is. Maar de witte ridder blijkt ontdekt te hebben dat de Dood verslaafd aan schaken is. En dus stelt de ridder een schaakpartij voor. Inzet: langer leven dan nu het geval is. De Dood stemt toe. Zeker als de ridder beweert béter te kunnen schaken dan hij. En de schaakpartij begint.
Hierboven tossen ze om de kleur. Uiteraard loot de Dood zwart. En hij laat direct merken dat hij daar blij mee is: "Dat past goed bij mij".
God zou liever wit gehad hebben. Zo eind negentiende eeuw geraakte Steinitz, de eerste wereldkampioen schaken, in een psychiatrische instelling. Hij probeerde een schaakpartij te arrangeren tegen God en stuurde daartoe vele brieven met uitnodiging de deur uit. Legendarisch is de volgende stellingname: met zwart zouden we het niet zeker weten, maar met wit lukt het vast wel om remise tegen God te bereiken.
Witte stukken, omdat God licht is. Sinds Johannes in zijn Openbaringen beschreven heeft hoe na het Laatste Oordeel God in het Hemelse Jeruzalem neerdaalt op aarde, is licht één van de verschijningsvormen Gods. Niet voor niets begint The Seventh Seal met een citaat uit diezelfde Openbaringen.
"En toen de lam de Zevende Zegel opende
Was het stil in de hemel voor ongeveer een half uur
En de zeven engelen die zeven trompetten hadden
Bereidden zich voor om zich te laten horen."
Het openen van de Zevende Zegel leidt in het visioen van Johannes het Laatste Oordeel in, waarna God zal neerdalen op aarde, en waarna geen lijden, geen ziekte en geen dood meer zal zijn. Geen dood meer! Ziedaar de betekenis van de titel dezer film.
Zou Steinitz gehoopt hebben dat God zich niet helemaal vertrouwt voelt met de zwarte stukken? De Dood kan-ie anders maar beter wel wit geven. Die is juist blij met zwart. Steinitz overleed kort na het schrijven van de brieven aan God. Misschien heeft God zijn brief wel degelijk ontvangen en toen de Dood gestuurd. Steinitz claimde wit (een capitale fout!) en de Dood stemde glimlachend toe.
Hoe goed zou de Dood spelen, overigens? Héél sterk, waarschijnlijk. Er zijn niet veel schakers die hem overleefd hebben. Tal had een zeer beroerde gezondheid en toch leefde hij onvoorstelbaar ongezond. Hij rookte als een ketter en dronk zich helemaal bezopen. Hij overleed op 56-jarige leeftijd aan nierfalen en gelet op zijn gesteldheid en leefstijl was dat een wonder.
Zou hij tussentijds de Dood beschwindeld hebben? Wie weet. Vlak voor zijn dood versloeg hij Gary Kasparov in een snelschaaktoernooi - de enige verliespartij van Kasparov. Onoverwinnelijk was Tal dus.
Uiteindelijk stierf hij toch. De Dood was toch te sterk voor hem. En niet alleen voor hem, zoals uit het volgende lijstje van vroegtijdig overleden schakers blijkt:
- Adolf Georg Olland, hartaanval gedurende schaakpartij, 1933.
- Johann Zukertort, beroerte gedurende schaakpartij, 1919.
- Paul Leonhardt, hartaanval gedurende schaakpartij, 1934.
- Efim Bogoljubov stierf aan een hartaanval terwijl hij een schaaksimultaan gaf (1952).
- Gideon Stahlberg, stierf gedurende het 1967 Leningrad International tournament.
- Vladimir Simagin stierf aan een hartaanval achter het bord in een toernooi van Kislovodsk in 1968.
- De Roemeense schaakmeester Stefan Szabo kreeg een hartverlamming bij de analyse van een spannende partij, die vijf uur had geduurd (1975).
- Vladimar Bagirov had een hartaanval achter het bord in een schaaktoernooi in Finland (2000).
- Aivars Gipslis had een beroerte toen hij schaakte in Berlijn (2000).
- Howard Staunton stierf aan een hartaanval in een stoel terwijl hij een schaakboek schreef (1874).
- Capablanca stierf aan een hartaanval bij de Manhattan Chess Club terwijl hij een schaakpartij analyseerde (1942).
- Frank Marshall stierf aan een hartaanval toen hij net een schaaktoernooi verlaten had (1944).
- Alexander Aljechin is gestikt in een stuk vlees terwijl hij een schaak studeerde (1946).
- Leonid Stein, stierf aan een hartaanval op 38-jarige leeftijd - te jong - (1973).
- Paul Keres, stierf aan een hartaanval toen hij naar huis terugkeerde van een schaaktoernooi in Vancouver (1975).
- Alex Suetin, stierf aan een hartaanval na afloop van een schaaktoernooi (2001).
Schaken is een gevaarlijke bezigheid! Met name het aantal hartaanvallen in bovenstaande lijst zal u niet ontgaan zijn. En dan is het lijstje hierboven ook nog eens bezaaid met relatief bekende schakers. Onbekende schakers staan er niet eens op. Zoals Eduard Spanjaard, die bij ons op de club achter het schaakbord overleed.
In het lijstje staat wel Adolf Georg Olland, viervoudig Nederlands kampioen, oprichter van onze club en vele jaren het boegbeeld van Schaakclub Utrecht. Ook hij stierf achter het schaakbord. Op het Nederlands kampioenschap van 1933. Max Euwe en Johannes van den Bosch gaven van de schrik gelijk remise. Sämisch was er ook bij, als toeschouwer. Hij zei: "Wat een geweldig mooie dood! Zo zou ik zelf ook graag willen sterven!"
Zou de witte ridder dat ook gedacht hebben? Wil hij op een mooie manier doodgaan? Of wil hij nóg eerder kan sterven dan met de komst van de Dood al waarschijnlijk is?!? Ik vrees van niet, want hij wil juist lánger leven.
Hoe spéélt de Dood eigenlijk? De film laat er weinig over uit. Hij gaat per slot vooral om de dialogen. Maar ik stel me zo voor dat God onberispelijk mooie positionele partijen op het bord zet. Met name achter de witte stukken. De Dood, daarentegen, speelt ongetwijfeld foeilelijk en antipositioneel, maar slaagt erin, met dank aan zijn taktisch vernuft, aan het einde toch nog zijn tegenstander te trucen. Onrechtvaardig - maar zo is de dood nu eenmaal.
En ondertussen gaat het gesprek tussen de witte ridder en de zwarte Dood verder.
De witte ridder: Ik wil graag met je praten, maar mijn hart is leeg.
De Dood antwoordt niet.
De witte ridder: De leegte is als een spiegel voor mijn gezicht. Ik kan mijzelf erin zien, vervuld van angst en walging.
De Dood antwoordt niet.
De witte ridder: Ik ben onverschillig geraakt, geïsoleerd van andere mensen. Ik ben gevangen in mijn dromen en fantasieën.
De Dood: En toch wil je niet sterven. Wat zoek je?
De witte ridder: Waarom kan ik de God in mij niet doden? Waarom kwelt hij mij met deze pijnlijke en vernederende wereld? Ik zoek antwoorden. Ik wil dat God mij antwoord geeft.
De Dood: Maar hij is stil.
De witte ridder: Ik roep hem, maar het lijkt alsof niemand er is.
De Dood: Misschien is er wel niemand.
De witte ridder: Dan is het leven een wrede verschrikking. Niemand kan leven en wachten op de dood, wetend dat er niets is.
De Dood: De meeste mensen denken anders helemaal niet na over de dood of de zinloosheid van het leven.
En uiteindelijk verliest de ridder. Niet alleen de dialoog; ook de schaakpartij. Hoe kan het ook anders. Alleen met PocketFritz in zijn broekzak en een WC om de hoek had hij het misschien nog gered. En zelfs dat valt nog te betwijfelen. De film eindigt met de Dans van de Dood, die bij alle stervelingen het tijdelijke voor het eeuwige verwisselt.
De dans van de dood aan het einde van de film.
Logica en chaos
Ik keek van de week naar Joan of Arcadia. Dat gaat over een meisje dat iedere keer tegen een verpersoonlijking van God praat, meestal in de vorm van een onbekende oudere man. Wint dat meisje een schaakpartij tegen een jongen, die volgens de televisieserie goed zou schaken. Gelijk is iedereen lyrisch over haar. Haar leraar ziet een grote toekomst in de techniek voor haar, terwijl zijzelf beweert helemaal niet te kunnen schaken. Evengoed wordt ze ingedeeld bij het team dat tegen andere scholen zal schaken.
Komt God natuurlijk langs en dan vraagt zij hoe het mogelijk is dat zij die schaakpartij won. Antwoordt God: "Dat komt omdat hij logisch speelt." Uiteraard spreken goddelijke krachten in raadselen en behoeft ook deze mysterieuze uitspraak toelichting. "Kijk," zegt God, "hij deed allemaal logische zetten en jij zette daar zoveel chaos tegenover, dat hij daar niet tegenop kon. Zoveel onlogica was gewoon teveel voor hem." Ikzelf zou op dat moment opnieuw om toelichting gevraagd hebben, maar helaas was het voor dat meisje heel logisch wat hij zei.
En dus gingen ze maar schaken. God had wit. 1.e4 g5 2.d4 Pf6. Dat God een paar zetten later niet huizenhoog gewonnen stond (3.Lxg5 Pxe4 werd gespeeld in plaats van 3.e5), bewees wederom dat de logica het inderdaad af moet leggen tegen de chaos.