De Nederlandse Capablanca

Robert Beekman

Als een komeet schoot hij omhoog. Zomaar uit het niets. Eindelijk zou het vacuüm tussen Euwe en de rest van Nederland opgevuld worden. Eindelijk een tweede kanjer die de capaciteiten heeft om de wereldtop te bestormen. Maar alleen degenen die erbij waren weten het. Want gesproken en gejuicht mocht er niet in die dagen. En dan hebben we het over 1941, 1942.

Eén keer kwam hij naar het Foreest-toernooi van Schaakclub Utrecht. Of hij kwam, zag en overwon weet ik niet, want het is heel moeilijk te achterhalen wat er in de oorlogsjaren gebeurd is. Ook in Utrecht, waar onze schaakcompetitie regelmatig stopgezet is. Dat kwam omdat Utrecht het centrum van de nazi's in Nederland was.

Millitaire parade van de NSB op de Maliebaan te Utrecht. Utrecht was het centrum van de NSB en de Duitsers, omdat Mussert in Utrecht woonde. Al vanaf 1931 had de NSB op Maliebaan 35 haar hoofdkwartier, wat zich in de oorlogsjaren uitbreidde naar zo'n tien huizen op rij.

Terug naar de Nederlandse Capablanca nu. Zo rond zijn achttiende leerde hij schaken. Twee jaar later versloeg hij Max Euwe, die slechts een paar jaar daarvoor zijn titel van wereldkampioen verloren had. En als we noteren dat hij Max Euwe versloeg, dan bedoelen we ook echt versláán. Euwe heeft wit, maar wordt strategisch en taktisch helemaal overspeeld. Na 28 zetten geeft hij op en hij is diep onder de indruk. Hij begrijp maar nauwelijks wat hij verkeerd heeft gedaan.

Gedurende twee jaar houdt de Nederlandse Capablanca huis in Nederland. Zijn enige smet is dat hij een tweekamp tegen Euwe dit keer wel verloor. Maar Euwe erkent het grootse talent en zegt dat de tweekamp voor zijn tegenstander te vroeg komt.


Wie is deze Nederlandse Capablanca? Wie is deze meteoriet en hemelbestormer?

Arnoldus Johannes van den Hoek!

Nooit van gehoord, ongetwijfeld. En dat komt omdat hij om 21-jarige leeftijd weigert een loyaliteitsverklaring af te leggen tegenover de Duitsers. Hij wordt dan - 1943 - afgevoerd naar een werkkamp waar hij de laatste twee jaar van zijn leven slijt met het uitvoeren van stompzinnig werk. Hij mag daar stukjes metaal van de grond oprapen, dat op de grond valt als machtige machines ijzer en aluminium afsnijden. En zo gaat dat door. Tot aan zijn dood begin 1945. Een seconde te vroeg verlaat hij de schuilkelders en wordt getroffen door een luchtbom. Hij is nog maar net 23 jaar oud geworden. Een schok ging door schakend Nederland.

Rechts ziet u een van de spaarzame foto's die van hem overgebleven is. Uit het Gedenkboek Partij verloren..., dat in 1947 verschenen is.