Karpov - Kasparov (2010)

Robert Beekman

Een paar weken terug speelden Karpov en Kasparov twee matches tegen elkaar. Eén rapid en één blitz. Beide overtuigend gewonnen door Kasparov omdat deze beter met tijd omging dan zijn tegenstander. Op zich niet zo interessant, wel dat ze sinds 1990 voor het eerst tegen elkaar speelden. De twee kemphanen vochten in de tachtiger jaren grootse en politiek geladen tweekampen uit. Karpov als representant van het Sovjet-imperium; Kasparov als rebel die ertegen fulmineerde. Het einde van die tweekampen markeerde het einde van een era vol politieke spanningen op het schaakbord. Een tijdperk dat begon met Spasski - Fischer, verder ging met Kortsjnoi - Karpov en de voltooiing kreeg met Karpov - Kasparov. Schaken kreeg jaarlijks veel aandacht in de media, omdat op dat bord de strijd tegen de communistische repressie werd uitgevochten. Met de val van de Berlijnse muur en het Sovjet-imperium werd schaken weer die doodgewone sport die niemand begreep.

Eén van de grootste wetmatigheden in de politiek: met de val van een dictatuur denkt iedereen dat het land eindelijk vrij is, maar de bevrijding blijkt even later een illusie zijn. Een andere (vorm van) dictatuur komt ervoor in de plaats. Democratie is iets dat moet groeien. Dat ontdekte Europa ook na de democratiseringsgolf direct na de Eerste Wereldoorlog. Overal kregen vrouwen en arbeiders stemrecht, maar in de 15 jaar die volgden kozen vele landen voor dictators. Met als dieptepunt Adolf Hitler.

Dat ontdekte ook Afrika na het vertrek van de Europese landen rond 1950. En dat ontdekte ook Rusland. Corruptie en dictatoriale neigingen vieren hoogtij. Kasparov protesteerde met zijn politieke partij Another Russia, maar werd gevangen gezet.

 

 

 

Kasparov gevangen gezet.

Vijf dagen hongerstaking volgden.

En toen gebeurde er iets bijzonders. Anatoli Karpov kwam op bezoek. Gewoon voor de gezelligheid. Gewoon uit medemenselijkheid. Hij had een schaakblaadje meegenomen - dan had Kasparov nog eens wat te lezen. Karpov: "Generally speaking, I don't share his political views, but that's something different. I didn't come here to support him politically."

Het was een gebaar. En het feit dat het gebaar niet eens gemaakt mocht worden (Karpov werd de toegang tot Kasparov ontzegd), maakte het gebaar alleen maar grootser. Zichtbaar ontroerd verklaarde Kasparov later: "Tussen mij en Karpov is alles weer oké."

Het gebaar deed denken aan de brief die Spasski stuurde aan president Bush, toen deze Fischer gevangen had gezet. In die brief schreef Spassky: "Arrest me. And put me in the same cell with Bobby Fischer. And give us a chess set." Hoe verbeten de politieke schaakstrijd ook was geweest, er was ondertussen ongemerkt toch iets bijzonders gebeurd. Er was vriendschap ontstaan.

Een reden te meer om een paar weken geleden die vriendschap toch weer eens op te pakken. Net zoals Fischer na zijn terugtrekken uit de schaakwereld alleen nog tegen Spasski gespeeld heeft.

Kasparov en Karpov: in 1985 begon hun vriendschap al.

De dag der schande

De eerste keer dat Kasparov en Karpov tegen elkaar speelden: een simultaan 1975. Karpov is wereldkampioen en Kasparov 12 jaar oud. Karpov won, maar Kasparov stond op een gegeven moment heel goed.

In 1984 werd een wereldkampioenschap gespeeld waar vele schakers halsreikend naar uitkeken. Karpov - Kasparov. De eerste was onbetwist wereldkampioen van het afgelopen decennium en de laatste was een onwaarschijnlijk jong talent van 22 jaar die met wervelend combinatiespel de toeschouwers op de banken kreeg. Dat moest nog eens wat worden!

Hoe anders was de werkelijkheid.

Karpov had na negen partijen een voorsprong verkregen van 4-0. Met dank aan zijn positioneel talent. Vervolgens groef Kasparov zich in met wit. Elf witpartijen deed hij hoegenaamd geen winstpoging. Met uitzondering van de zestiende partij die nog bijna verkeerd voor hem afliep ook. Karpov probeerde het met wit uiteraard wel, maar als Kasparov zijn focus op gelijkspel zet, blijkt hij een lastige speler te zijn om te verslaan. Ook Karpovs witpartijen werden korter en korter naarmate de tijd verder verstreek. Het publiek betaalde grof geld om toeschouwer te mogen zijn en beantwoordde de bloedeloze remises met gejoel en gejouw.

Kasparov en Karpov.

Dergelijk antischaak van Kasparov bleek echter ook voor hem niet zonder risico te zijn en de 27ste partij werd door Karpov gewonnen. 5-0 voorsprong inmiddels! En dat in een match die om 6 gewonnen partijen ging!

De match gaat verder en verder en de langste match tot dat moment (in 1927 duurde Aljechin - Capablanca 34 partijen) zou overschreden worden. In de 31ste partij gebeurt er dan iets. Kasparov zag het als een signaal. Zijn Tarrasch werd wederom gekraakt en links ziet u hoe Karpov, met wit spelend, net met Dxd4 een gezonde pion gewonnen heeft. Maar in plaats van zijn genadeloze techniek toe te passen, begon Karpov te haperen. De winst van de match met 6-0 (een echte Fischer-uitslag) lag voor het grijpen maar Karpov had niet de mentale kracht om de buit binnen te halen. Kasparov slaagde er in zijn stukken te laten samenwerken en rechts ziet u de eindstelling van diezelfde partij na de 34ste zet van zwart. Nog altijd staat Karpov een pion voor maar zwart gaat veld f2 aanvallen en ondertussen staan de witte paarden op c4 en b6 elkaar in de weg. Kasparov bood remise aan en Karpov nam het aan. Zijn handen bibberden zichtbaar en Karpov zat trillend achter het bord.

De volgende partij ging Kasparov voor het eerst sinds maanden voluit op de winst en boekte hij zijn eerste overwinning op Karpov ooit.

Kasparov en Karpov.

Nu waren het de witpartijen van Kasparov die lang duurden en werden de witpartijen van Karpov regelmatig snel remise gegeven. Het publiek en de media voelden dat er iets in de lucht hing, ook al stond Karpov nog steeds 5-1 voor. Eén fout van Kasparov en het was afgelopen.

Tot de 47ste partij arriveerde. Links bood Kasparov na 15 zetten remise aan. Hij verwachtte dat Karpov het wederom gezapig zou aannemen; met wit ondernam deze immers toch geen winstpogingen meer. Maar Karpov wees het af! Objectief gezien was daar geen enkele reden toe, maar het ging hier om de mentale stap! Karpov had zijn laatste restjes energie bij elkaar geschraapt en zijn wil om te winnen weer hervonden! Ondertussen was Karpov gedurende de match wel 10 kilo afgevallen; hij was al een iel mannetje, maar nu helemaal fysiek verzwakt.

Vijftien zetten later hadden we de rechterdiagram bereikt. Karpov stond inmiddels een stuk slechter, ook na de beste zet in deze stelling, namelijk Ta1. Karpov beging nu de blunder 31.Pb1 en gaf na 31... d3 32.Kb2 d2 op.

En toen hadden we de poppen aan het dansen! De gebeurtenissen volgden elkaar in hoog tempo op. Wat er nu precies gebeurde, is niet meer te achterhalen. Dáárover is iedereen het met elkaar eens! Het probleem is dat Karpov in zijn autobiografie tot grote verbazing van iedereen hier niets over gezegd heeft, dat Gligoric (toen hoofdscheidsrechter) er niet over wil praten omdat het volgens hem alleen maar tot moddergooien leidt, dat we dus feitelijk alleen maar een boek van Kasparov hebben die er uitgebreid over vertelt (maar overduidelijk vanuit een subjectief perspectief), en dat de FIDE alleen maar zegt gedaan te hebben waar Kasparov om vroeg. Sic!

Laten we de gebeurtenissen eens op een rij zetten:

  1. De Russische schaakbond besloot de toernooilocatie te verplaatsen naar een ander gebouw. Dat leverde een week vertraging op. Zal Karpov blij mee geweest zijn.
  2. De Russische schaakbond stuurde tegelijkertijd een brief naar de FIDE waarin zij voorstelde de match met een pauze te onderbreken. Zij verwezen hierbij naar afspraken gemaakt in de onderhandelingen tussen Karpov en Fischer in 1974! De match die niet door zou gaan! In die afspraken was opgenomen dat er na vier maanden (mocht de match nog steeds gaande zijn) een rustpauze zou komen in de partijen zodat de spelers zouden kunnen bijkomen. En dan te bedenken dat Karpov - Kasparov al vijf maanden bezig was ...
  3. Allemaal leuk en aardig, maar die clausule was niet in de match tussen Karpov en Kasparov opgenomen. Kasparov wees het dan ook van de hand. Wel liet hij zich ontvallen dat er alleen opnieuw begonnen kan worden bij een 0-0 stand (wat de Campomanes later tegen hem zou gebruiken).
  4. Voor Karpov was het laatste voorstel onacceptabel; hij stond immers drie punten voor.
  5. De 48ste partij werd gespeeld en strak gewonnen door Kasparov. Het stond nu 5-3.
  6. Gligoric belde Campomanes en zei tegen hem: "Karpov kan niet meer".
  7. Campomanes vloog naar Moskou en belegde een persconferentie waarin hij de match beëindigde en tot 'onbeslist' verklaarde.
  8. Zowel Kasparov als Karpov gaven op die persconferentie aan dóór te willen spelen, en tòch beëindigde Campomanes de match.
  9. Karpov zei in die persconferentie tegen Campomanes: "U heeft het niet goed begrepen." Wellicht verwees hij naar de brief van de Russische schaakbond die om een pauze vroeg, niet om het afbreken van de match. Campomanes antwoordde hem ten overstaan van de draaiende camera's van de wereldpers: "I just told them exactly what you told me to."

Eén feit werd wel duidelijk voor de wereldopinie. De Russische schaakbond stond helemaal achter Karpov. Voor Kasparov was dit al langer duidelijk. Het naar buitenlandse toernooien deelnemen werd hem bijna onmogelijk gemaakt. Toen Kasparov op de man af aan de Russische topofficial Krogius vroeg waarom, antwoordde deze: "We hebben al een wereldkampioen." En toen Kasparov tegen Kortsjnoi moest spelen, blokkeerde de Russische schaakbond de Amerikaanse locatie Pasadena, waarna de FIDE Kortsjnoi tot winnaar van de halve finale uitriep (wat tot een volgende match tussen Karpov en Kortsjnoi zou hebben geleid). Als Kasparov niet al zijn diplomatieke inspanningen ingezet had, was hij in 1984 überhaupt niet tegen Karpov aangetreden.

Dat Karpov wèl wilde doorspelen, had niet alleen te maken met zijn 5-3 voorsprong op dat moment. Zijn carrière was al besmet door de overwinning by default doordat Fischer weigerde te spelen. Altijd zou aan zijn naam de twijfel knagen of hij wel een terechte wereldkampioen was. Als zijn kostje nu opnieuw gered zou worden door een deus ex machina terwijl hij net twee partijen op rij verloren had, zou dat opnieuw een smet op zijn naam zijn. Wat dus overigens ook gebeurd is.

Kasparov was objectief gezien waarschijnlijk terecht diep verontwaardigd. De dag der schande noemde hij het. Een heel boek schreef hij erover om die verontwaardiging uit te spreken. Op dat boek kwamen veel kritische opmerkingen die betrekking hadden op de weergave van de feiten. Kasparov schreef daarop een twééde boek, dat wat hem betreft nu het laatste woord is. Het probleem is alleen dat hij zichzelf regelmatig tegenspreekt. Op het ene moment zegt hij per se te willen doorspelen, op het andere moment zegt hij dat het hem eigenlijk wel goed uitkwam, want 0-0 is beter dan 5-3 achter staan.

Tussen Kasparov en Campomanes zou het nooit meer goedkomen, wat er uiteindelijk toe leidde dat Kasparov zich in 1993 met een eigen bond afsplitste van de FIDE. Maar was werkelijk sprake van "Karpomanes", zoals Kasparov beweert? Waren Karpov en Campomanes twee handen op één buik? Volgens mij niet. Campomanes had inderdaad een goed contact met de Russische schaakbond en Karpov, maar als ik alle verslagen zo doorlees, krijg ik eerder de indruk van een impulsief en ongeleid projectiel.

Ondertussen verbaasde de Westerse pers zich uitgebreid over het feit dat een Rus (Kasparov) zich zo kritisch kon uitlaten over de Russische schaakbond zonder dat er disciplinaire maatregelen volgden, zoals immers al decennia gebruikelijk was. Toentertijd meende ik zelf dat dit kwam door het trauma Kortsjnoi. Als de Russische schaakbond Kasparov zou buitensluiten of disciplinaire maatregelen zou treffen en als Kasparov vervolgens zou overlopen, dan zou er een wederom een niet-Russische wereldkampioen schaken zijn. En dat angstbeeld was sterker dan hun wil te willen disciplineren.

Maar waarschijnlijk lag dat anders! Al had de Russische schaakbond en de Communistische partij dat gewild, dan hadden ze nooit dekking gehad van de politieke top! Ten tijde van de match Karpov-Kasparov was partijleider Tsjernenko doodziek. Feitelijk was er nu een ander persoon in leiding van de Russische partij. Iemand die niet veel later zou pleiten voor openheid en verandering. Iemand die op 11 maart 1985 (een maand na het beëindigen van de match) zou aantreden, maar gedurende de match dus al aan de touwtjes van de Communistische partij trok. Zijn naam? Michael Gorbatsjov!

Michael Gorbatsjov.

Anand - Karpov

Eén van de grootste controverses in de schaakgeschiedenis is de strijd om de wereldtitel in het jaar 1998. Nooit eerder waren schakers zo verenigd in hun afkeur van de FIDE. Kirsan Ilyumzhinov was nog niet zo lang de nieuwe president van de FIDE en had een compleet nieuw concept bedacht. Al langer vonden een aantal critici dat de driejaarlijkse cyclus met zonetoernooien, interzonale toernooien en vervolgens diverse matches veel te lang duren. Maar Ilyumzhinov kwam nu wel met een hele radicale oplossing voor dat probleem.

De voltallige cyclus werd gereduceerd tot één maand!

Het werd een knock-out cyclus waarbij elke ontmoeting uit twee partijen bestond, gevolgd door rapid en snelschaak als de stand nog steeds gelijk stond. Een matchcyclus duurde drie dagen. Had de schaker in de match om twee partijen gewonnen, was er dus één rustdag. Was er een tiebreak, dan kon de schaker de volgende dag gelijk naar de volgende ronde.

Groot protest uit de schaakwereld. De invloed van het lot werd veel te groot geacht. Veel schakers waren in het verleden wereldkampioen geworden nadat ze een vroege achterstand waren opgelopen. Bij een match om twee partijen was deze optie vrijwel te verwaarlozen. Daarnaast vond men rapid en snelschaken toch echt een andere discipline en de kans dat een match langs deze weg beslist zou worden, was wel heel groot. Goede rapidschakers hadden een grote voorsprong en konden bij de partijen met volledig speeltempo op remise aansturen.

Het was de bedoeling dat de bond van Kasparov zich in deze cyclus zou verzoenen met de FIDE, maar die plannen konden weer in de ijskast gezet worden. Kasparov vond dit concept te veel afwijken van het reguliere schaken en weigerde. Voortaan zou hij zijn eigen cyclus benoemen als "klassiek schaak".

Nu waren de korte matches nog tot daaraan toe. Een beetje meegaan met de moderne tijd - ach, dat is op zich niet onredelijk, hoewel het idee wel erg radicaal uitgevoerd werd. Nog veel kritscher was men over het voordeel dat wereldkampioen Karpov toegekend werd. Die hoefde alleen maar aan te treden in de finale tegen een speler die net volkomen afgemat was door een maand lang zenuwslopend schaak. Nu is de wereldkampioen in het schaken altijd al bevoordeeld geweest doordat hij alleen maar zijn titel hoeft te verdedigen. Maar mag zijn tegenstander slechts drie dagen rust gegund worden?? Daar kwam nog boven op dat één van deze rustdagen oud en nieuw was en dat Anand één van deze rustdagen kwijt was omdat hij van Nederland naar Zwitserland moest verkassen.

Voor Kramnik was dit een reden om te weigeren deel te nemen aan deze cyclus.

Anand won het zenuwslopende schaakfestijn en mocht uiteindelijk aantreden tegen Karpov. De eerste partij was gelijk een hersenkraker. Karpov confronteerde hem met een voorbereid offer en lang vocht Anand met de rug tegen de muur. Links het eindspel dat ontstond en dat meer dan 100 zetten duurde. Karpov won.

Maar Anand sloeg terug. Rechts misrekent Karpov zich in de fase vlak voor de tijdnood: 36... d4 37.Txe5 d3 38.Ld4 Tg8 39.Te6 d2 40.Txc6 dxc1D 41.Kh2 Dd2 43.Tc8 en zwart geeft op.

De match om het reguliere speeltempo eindigde in een gelijk spel: 3 - 3.

Het rechtvaardigheidsgevoel in de harten van de schakers bloeide weer op! Zou er dan toch nog een vorm van gerechtigheid bestaan? Anand stond erom bekend een fabelachtig rapidspeler te zijn (dat voordeel had hij in de knockout-cyclus al bewezen) en tegen Karpov had hij in rapid een goede score, die in de loop van de tijd alleen maar groter geworden is.

Helaas, Karpov won beide rapid-partijen. Juist in de rapid bleek vermoeidheid zwaarder te tellen dan in gewone partijen. Anand zou later zeggen dat hij het gevoel had in een grafkist naar de finale tegen Karpov gedragen te zijn. Voor Karpov was dit een nieuwe smet op zijn blazoen. Zelf vindt hij dat hem onrecht aangedaan wordt als gediscussieerd wordt over de vraag: "wie is de beste schaker aller tijden?" Maar bij zo'n beoordeling speelt ook heldenverering een grote rol. Fischer is een held omdat hij in z'n eentje de schaakmachine van de Sovjets plette. Kasparov is een held vanwege zijn speelstijl en omdat hij in opstand kwam tegen het verstikkende Rusland. En Karpov, tsja, Karpov is het braafste jongetje van de klas die ook nog eens door schoolmeester FIDE meervoudig voorgetrokken wordt.

Anatoli Karpov en Vishi Anand in hun strijd om het wereldkampioenschap van 1998.

Uit één van de rapidpartijen tussen Anand en Karpov een opvallend moment. Links doet Anand, met wit spelend, 1.d7. Karpov ziet geen oplossing en geeft op. Komen er schakers aan het bord staan met de vraag "Waarom geef je op? Je staat gewonnen!" Die bleken verveeld naar de computer gestaard te hebben die de volgende variant gaf: 1.d7 Th1 2.Kxh1 Dh5 3.Kg1 Dxd1 4.Kh2 Dxd7.

Een leerzaam moment. Zoiets zie je als mens niet. En het is leerzaam om stil te staan bij de vraag waarom niet. Allereerst dreigt wit snel mat. De schaker denkt: "hier moet wat aan gedaan worden". Een tegenaanval komt veel te laat. Zelfs als de zwarte dame naar h2 mag vliegen staat wit gewonnen. En Th4 gevolgd door Dh5 en Th1 mat is veel en veel te traag. Ten tweede is het voor de mens lastig deze combinatie te zien omdat er een toren op h5 staat, waardoor de dame niet naar h5 kan. De mens ziet dame maal witte toren op h5 heel makkelijk, maar ziet het vrijmaken van veld h5 na Th5-h1 veel moeilijker. Ten derde denkt de mens dat de dame vooral op a5 moet blijven staan omdat deze het cruciale veld d8 dekt. Ten vierde is het lastiger om een diagonale zet tussen twee gedekte velden te zien. Nu er een toren op e3 en een pion op f2 staan, lijkt het net alsof er geen doorgang is omdat aaneensluitende velden bezet zijn.

En tot slot is het een ongewoon patroon. Deze combinatie is weinig voorgekomen, en dan wordt het patroon nu eenmaal niet herkend.

Subtiliteiten in de openingsvolgorde

Robert Beekman

Nog altijd kan ik binnenpret niet onderdrukken als ik denk aan het verhaal van Kortsnoj, rechts in beeld, toen hij zich voorbereidde op zijn match om het wereldkampioenschap tegen Karpov. Met zwart zou hij ongetwijfeld geconfronteerd worden met de Tarrasch in het Frans. Dat wil zeggen: 1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pd2. Kortsnoj, hoewel alom geroemd als een groot kenner van het Frans, had daar toch wel een hard hoofd in. Zelf speelde hij 3… c5, waarop hij vervolgens ongetwijfeld opgezadeld zou blijven met een geïsoleerde pion. En aangezien Karpov bekend stond als iemand met groot manoeuvreervermogen en gevoel voor kleine details, zou dit betekenen dat hij het tot in het verre eindspel moeilijk zou krijgen. En dat is geen prettig vooruitzicht.

En terwijl hij zich in zijn studeerkamer voorbereidde op het Tarrasch en zich afvroeg wat hij moest doen, ging daar ineens de telefoon. Het was één van zijn twee vaste secondanten.

"Victor Lvovich! Uw problemen zijn opgelost! Ik heb het Frans aan een diepgravende studie onderworpen, met name de zo gevreesde Tarrasch variant die uw tegenstander Karpov speelt, en de geheimen daarvan onherroepelijk doorgrond. Een klein loperzetje op de derde zet, 3… Le7, is voldoende om zonder problemen gelijk spel binnen te halen."

Kortsnoj luisterde naar de toelichting, zette de stelling zelf ook op het bord en begon er zelf maar eens zijn licht op te schijnen. Amper was hij daaraan begonnen, of de telefoon ging nog een keer. Het was zijn andere secondant.

"Victor Lvovich! Uw problemen zijn opgelost! Ik heb het Frans aan een diepgravende studie onderworpen, met name de zo gevreesde Tarrasch variant die uw tegenstander Karpov speelt, en de geheimen daarvan onherroepelijk doorgrond. Een klein loperzetje op de derde zet ..."

"Ja, ja, ja, ja", onderbrak Kortsnoj hem, "ik heb het hele verhaal net gehoord, man. Gewoon 3… Le7 spelen en ik heb geen problemen meer."

Toen was het even stil aan de andere kant van de telefoon.

"3… Le7????! Dat is zo ongeveer de slechtste zet van het hele bord!", was het wederantwoord van de secondant. "3… Ld7! Dat is de briljante zet die alle problemen oplost!"

Er kwam nog een heel verhaal, maar op Korstnoj had dit geen effect meer. Hij besloot toch maar zijn lijfvariant te spelen: 3… c5. En vreemd genoeg bleek het in de match om het wereldkampioenschap van 1978 de meest betrouwbare sluitpost te zijn.

Als Kortsnoj verloor met zwart, dat kwam het omdat hij iets anders dan Frans speelde. Zoals de Pirc in de allerlaatste partij, toen hij de stand net gelijk had gebracht met vijf overwinningen ieder. Ineens iets nieuws, maar Karpov was daar beter op voorbereid dan hij. Of anders het Open Spaans in de achtste partij, de eerste die Karpov zou winnen. Op prachtige wijze; dat moet gezegd worden.


Links Viktor Kortsjnoi, rechts Karpov.

Afgezien van die ene frisse overwinning van Karpov waren de partijen op het bord niet zo boeiend. Interessant, dat wel. Maar weinig spektaculair. Maar buiten het bord ging het om een dissident versus de modelburger van de Sovjet-Unie, ging het om yoghurt bakjes die al dan niet een boodschap zouden bevatten en een parapsycholoog die de Russen ingehuurd zouden hebben om middels magische krachten Kortsjnoi uit balans te brengen.

De kleine Karpov

Karpov is altijd al klein van stuk geweest, maar toen hij elf jaar oud was, was hij nog kleiner dan klein. Zo klein dat de ogen op de grond gericht moesten zijn om hem te ontdekken. Als elfjarige kreeg hij les van IM Alexander Roshal. De zaal was gevuld met leergierige jongens en Alexander gaf zo hier en daar instructie en uitleg. Hem viel gelijk al op dat dit ene kleine jongetje anders was dan de andere, veel grotere jongens. Het verschil was gelegen in de speelstijl. De oudere jongens offerden de hele tijd, links en rechts, overal waar maar kon. Karpov, daarentegen, gaf geen enkele pion weg - nee, zelfs geen enkel veld.

Op een gegeven moment verandert de instructie van karakter. Een oefenvluggertje. En het toeval wil dat Anatoli Karpov tegenover Alexander Roshal aan het bord plaatsneemt. Ze gaan van start en Karpov wint. Breed om zich heen gebarend vraagt Roshal aan de omstanders wat hij verkeerd gedaan heeft. Bijna alsof hij, als goedwillende leraar, bewust een instructieve fout gemaakt heeft die de jeugdspelers te ontdekken hebben. Hier en daar komen er suggesties; sommige worden afgekeurd, andere worden goedgekeurd.

Tweede vluggertje. Karpov wint opnieuw. Wederom wordt de methode van didactiek toegepast. "En wat hebben we hiervan geleerd? Waarom verlies ik?", vraagt Roshal aan de jonge omstanders. "Wie heeft een idee?" Wederom suggesties ter verbetering, waarvan de meeste dit keer door Roshal afgekeurd worden. Je bent per slot leraar of niet.

En zo gaat het maar door en door. Telkens wint Karpov. Iedere keer de leerzame les van Roshal.

Hoe graag had Roshal zelf een keertje gewonnen! Dan had hij triomfantelijk kunnen brullen door de zaal: "En wat heeft mijn kleine tegenstander hier verkeerd gedaan??" Maar helaas, die kans kreeg hij niet.

En de tijd gaat verder. Karpov wint en dezelfde vraag wordt gesteld: "Waarom verlies ik?!?" Dit keer blijft het stil. Geen ideeën bij de omstanders. En dan, in die pijnlijke stilte, steekt er een heel klein vingertje de lucht in. Het is Karpov. Roshal is blij verrast. Heeft die kleine Karpov ook wat geleerd! Met omstandige gebaren geeft Roshal aan zijn iele tegenstander het woord. "Zeg het maar, Anatoli Jevgenevitsj, waarom verlies ik?" En een piepklein stemmetje uit een piepklein mondje geeft vertwijfeld antwoord: "Omdat ik beter schaak dan jij?"

In het midden de jeugdige Anatoli Karpov.

Anatoli Karpov en zijn trainer Furman.

Karpov vs Tal

Sommige mensen kunnen maar moeilijk tegen deze onzekerheid. Karpov, hier rechts in beeld, is daar één van. Zoals Tal speelde vond Karpov maar niets. Misschien dat je een enkele keer mooi wint, maar daar staan verliespartijen tegenover. Het schijnt dat Geller hem ooit een keer een pionoffer liet zien dat goede kansen op lange termijn bood. Maar Karpov antwoordde: "Ja, dat is prachtig, maar waar is het mat? Als er geen direct mat aan te wijzen is, dan speel ik het niet."

Karpov en Polu

Karpov hier rechts in beeld, in zijn autobiografie Wie ich Kämpfe und siege. Hij beschrijft daarin een moment dat hij tegen Poloegajevsky speelt en net een blunder begaan had waardoor hij verloren stond. Ik citeer Karpov:

"Toen gebeurde er iets dat op het eerste gezicht ongebruikelijk was, iets dat degenen die niet zijn ingewijd in de geheimen van het schaakspel onder geluk zullen ranschikken, of onder het hoofdstuk van de hypnose, of nog lachwekkender als "toverij" zullen beschouwen. Op dat ogenblik speelde het thema van een Russisch volkslied mij door het hoofd, waarvan de tekst is: "Alles is in rook opgegaan..." Waarschijnlijk dacht ik aan het punt voorsprong, dat ik met zo veel moeite had bereikt in de voorafgaande partij. Niettemin heeft deze steeds terugkerende zin mij bijna gehypnotiseerd. Ik deed alsof er niets was gebeurd en alsof mijn stelling zeer goed was. Ik bekeek vele varianten die evenwel alle zeer slecht voor mij waren. En toen bemerkte Poloegajevski waarschijnlijk, dat ik heel rustig was ..."