Beekman
Regels
De FIDE heeft recentelijk nieuwe regels ingevoerd. Je moet precies op tijd achter het bord zitten. Eén seconde te laat? Jammer, de partij is inmiddels verloren verklaard.
Bij een eerste test heeft dit erin geresulteerd dat iemand op tijd was, achter zijn bord ging zitten en na enige tijd achter zijn stoel ging staan, kijkend naar zijn bord. Omdat hij niet áchter zijn bord zat, kreeg ook hij een reglementaire nul. Weer een ander was eveneens op tijd, maar bedacht achter het bord dat hij geen pen had. Hij stond op, ging naar de wedstrijdtafel om een pen, keerde terug naar zijn bord, waarop de gong ging en ook zijn partij verloren werd verklaard. Hij zat immers niet achter zijn bord op het moment dat de gong ging.
Per 1 juni 2009 zijn de nieuwe regels werkelijkheid, heb ik begrepen. Ik ben benieuwd of de KNSB deze regels zal overnemen. De partijen van de Meesterklasse en Eerste Klasse worden doorgegeven aan de FIDE en ik vermoed dat deze twee klassen zich dan te houden hebben aan de FIDE-regels.
Dat was vroeger toch anders. In 1977 was er de kwartfinale om het wereldkampioenschap tussen Kortsjnoi en Petrosian. Kortsjnoi protesteerde toen tegen het gehoorapparaat van Petrosian, omdat daar wellicht een zendertje in kon zitten. Smalend werd het protest afgewezen. Verontwaardiging in de schaakpers. Mag die arme slechthorende Petrosian dan niet eens meer een gehoorapparaatje aan hebben?
Ik kan me niet voorstellen dat iemand tegenwoordig vreemd op zou kijken van zo'n protest. Er zijn al meerdere valsspelers gepakt omdat ze een oordopje gebruikt hebben om schaaktechnische informatie doorgespeeld te krijgen. Zeker als het dan gaat om een partij in het kader van het wereldkampioenschap, zijn de regels behoorlijk streng.
Overigens was de match tussen Petrosian en Kortsjnoi er eentje tussen twee onvervalste kemphanen die een behoorlijke hekel aan elkaar hadden. Het verzoek om het gehoorapparaat van Petrosian te controleren op een zendertje werd gezien als een onderdeel van psychologische oorlogsvoering. De match werd gespeeld achter kogelvrij glas en dit incident was een van de vele botsingen.
Reeds in 1974 botsten ze in een match die leidde tot de wereldtitel. Onder andere ergerde Kortsjnoi zich aan het gewiebel van Petrosians benen en stelde hij voor om op aparte tafels te spelen. Bij een 3 - 1 achterstand trok Petrosian zich terug, naar hij aangaf om "gezondheidsredenen". Petrosian keerde zich toen tegen Kortsjnoi en steunde Karpov op alle mogelijk manieren. Met name Petrosians campagne tegen Kortsjnoi in de pers telde zwaar. Dit was mede de aanleiding voor Kortsjnoi om in 1976 uit te wijken naar het westen.
Kortsjnoi kon overigens beter met deze spanningen omgaan dan Petrosian. Zowel in 1974 als in 1977 won hij de match. Petrosian had er last van en voelde zich bezwaard. Toen hij wist dat hij dood zou gaan in 1984, heeft hij via een vriend van Kortsjoi zijn excuses aangeboden.
Tigran Petrosian.
Subtiliteiten in de openingsvolgorde
Robert Beekman
Nog altijd kan ik binnenpret niet onderdrukken als ik denk aan het verhaal van Kortsnoj, rechts in beeld, toen hij zich voorbereidde op zijn match om het wereldkampioenschap tegen Karpov. Met zwart zou hij ongetwijfeld geconfronteerd worden met de Tarrasch in het Frans. Dat wil zeggen: 1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pd2. Kortsnoj, hoewel alom geroemd als een groot kenner van het Frans, had daar toch wel een hard hoofd in. Zelf speelde hij 3… c5, waarop hij vervolgens ongetwijfeld opgezadeld zou blijven met een geïsoleerde pion. En aangezien Karpov bekend stond als iemand met groot manoeuvreervermogen en gevoel voor kleine details, zou dit betekenen dat hij het tot in het verre eindspel moeilijk zou krijgen. En dat is geen prettig vooruitzicht.
En terwijl hij zich in zijn studeerkamer voorbereidde op het Tarrasch en zich afvroeg wat hij moest doen, ging daar ineens de telefoon. Het was één van zijn twee vaste secondanten.
"Victor Lvovich! Uw problemen zijn opgelost! Ik heb het Frans aan een diepgravende studie onderworpen, met name de zo gevreesde Tarrasch variant die uw tegenstander Karpov speelt, en de geheimen daarvan onherroepelijk doorgrond. Een klein loperzetje op de derde zet, 3… Le7, is voldoende om zonder problemen gelijk spel binnen te halen."
Kortsnoj luisterde naar de toelichting, zette de stelling zelf ook op het bord en begon er zelf maar eens zijn licht op te schijnen. Amper was hij daaraan begonnen, of de telefoon ging nog een keer. Het was zijn andere secondant.
"Victor Lvovich! Uw problemen zijn opgelost! Ik heb het Frans aan een diepgravende studie onderworpen, met name de zo gevreesde Tarrasch variant die uw tegenstander Karpov speelt, en de geheimen daarvan onherroepelijk doorgrond. Een klein loperzetje op de derde zet ..."
"Ja, ja, ja, ja", onderbrak Kortsnoj hem, "ik heb het hele verhaal net gehoord, man. Gewoon 3… Le7 spelen en ik heb geen problemen meer."
Toen was het even stil aan de andere kant van de telefoon.
"3… Le7????! Dat is zo ongeveer de slechtste zet van het hele bord!", was het wederantwoord van de secondant. "3… Ld7! Dat is de briljante zet die alle problemen oplost!"
Er kwam nog een heel verhaal, maar op Korstnoj had dit geen effect meer. Hij besloot toch maar zijn lijfvariant te spelen: 3… c5. En vreemd genoeg bleek het in de match om het wereldkampioenschap van 1978 de meest betrouwbare sluitpost te zijn.
Als Kortsnoj verloor met zwart, dat kwam het omdat hij iets anders dan Frans speelde. Zoals de Pirc in de allerlaatste partij, toen hij de stand net gelijk had gebracht met vijf overwinningen ieder. Ineens iets nieuws, maar Karpov was daar beter op voorbereid dan hij. Of anders het Open Spaans in de achtste partij, de eerste die Karpov zou winnen. Op prachtige wijze; dat moet gezegd worden.
Links Viktor Kortsjnoi, rechts Karpov.
Afgezien van die ene frisse overwinning van Karpov waren de partijen op het bord niet zo boeiend. Interessant, dat wel. Maar weinig spektaculair. Maar buiten het bord ging het om een dissident versus de modelburger van de Sovjet-Unie, ging het om yoghurt bakjes die al dan niet een boodschap zouden bevatten en een parapsycholoog die de Russen ingehuurd zouden hebben om middels magische krachten Kortsjnoi uit balans te brengen.
De onmenselijke comeback
1972. Spassky wordt verpletterd door Fischer. Nog nooit had Fischer van hem gewonnen. Spassky had een duidelijke plusscore tegen hem. En dan begint hij ook nog met twee punten voorsprong. Twee punten die hem zo in de schoot geworpen worden.
Fischer antwoordt echter met een ongelooflijke comeback. Punt na punt wordt binnengehaald en uiteindelijk wordt de match met vier punten voorsprong gewonnen. Daarvoor was wel een klein beetje onbetamelijk bedrag voor nodig. Onbetamelijk gedrag dat Spassky van slag bracht. Tal achteraf: "Dat Spassky van Fischer verloor is geen schande. Maar de wijze waarop hij verloor was niet om aan te zien. Spassky liet zich als een kind naar de slachtbank leiden."
Zou Spassky er nog iets van geleerd hebben? Behalve dat Fischer een waanzinnig sterke speler is? Zou hij er werkelijk nog iets van geleerd hebben?
Ja!!
Vijf jaar later speelt Spassky tegen Kortsjnoi in de kandidatenmatch ter voorbereiding op de strijd tegen titelverdediger Karpov. In Belgado staat Spassky na tien partijen vijf punten achter. Weinigen geven nog een stuiver om zijn kansen. Maar dan keren de kansen.
En die kansen worden ingeleid door het volgende. Spassky verschijnt alleen nog aan het bord om een zet te doen om daarna spoorslags te verdwijnen van het toneel. Kortsjnoi raakt volledig van slag. Hij zegt dat hij tegen een geest speelt. Brieven van protesten, klachten en beschuldigingen ondersteunen zijn ongenoegen. Spassky beantwoordt de brieven met dezelfde teneur. Kortsjnoi verliest vier partijen op rij. Het is werkelijk niet om aan te zien. Het lijkt net alsof hij alleen maar verschrikkelijk slechte zetten kan doen.
Het hoogtepunt wordt bereikt in de veertiende partij. Geen van beide spelers zit dan nog achter het bord. De zetten worden bedacht in de gescheiden rustdomeinen van de spelers en ze komen alleen nog maar achter het bord om al staande een zet te doen en vervolgens schielijk te verdwijnen. Spassky heeft daarbij een zilverkleurige zonneklep met spiegelglazen op. De toeschouwers kijken verbijsterd naar een schaakpartij waarbij het podium nagenoeg de hele tijd geheel leeg is.
Uiteindelijk hervindt Kortsnoi zich en wint de match.
Wat was er overgebleven van de 'gentleman' onder schakers? Achteraf was Spassky trillend van woede over de match. Hij verwees naar iets dat gebeurd zou zijn. Hij zou er nog een boek over schrijven! Maar of dit een verzinsel was zou niemand te komen; het boek is nooit geschreven. Ook verwees Spassky naar "het morele failliet van Kortsjnoi" nu hij overgelopen was. De stem van Macchiavelli (1469 - 1527) klonk weer: "alles was toegestaan" volgens Spassky. Net zoals Macchiavelli het in zijn boek Il Principe verwoordde: het doel heiligt de middelen.
Spassky in 1966.
De kracht van de underdog
Ooit, ik was zo ongeveer zeven jaar oud, rende ik wild door de achtertuin. Mijn moeder riep nog: "Pas op, straks val je." Twee seconden later viel ik languit in het gras. Verbaasd keek ik op. Hoe kon zij weten dat ik zou vallen?!? Ik was diep onder de indruk.
De bovenste, dat ben ik. Onder mijn broer. Foto uit 1967, toen ik dus zeven jaar oud was.
Jaren later moest ik daaraan terugdenken bij de match tussen Karpov en Kortsjnoi. Die van 1978. Kortsjnoi stond ver achter maar kwam op een gegeven terug van 5 – 2 naar 5 – 5. In die comeback periode vroeg iemand aan Donner: heeft Kortsjnoi nog kansen? Donner antwoordde daarop: Nee. Kortsjnoi is iemand die uit de positie van underdog al zijn kracht haalt. Met één pink aan de richel hangt hij boven de afgrond en zal hij verbeten terugvechten, maar eenmaal boven valt hij er gelijk weer in. Tot 5 – 5 zal Kortsjnoi nog terugkomen, maar Karpov zal winnen.
En inderdaad, Kortsjnoi kwam tot 5 – 5 terug, maar verloor direct daarna van Karpov. Hij verdedigde zich met de Pirc terwijl het Frans en Open Spaans zijn specialiteiten zijn! In een beslissende partij om het wereldkampioenschap! Absoluut een grote verrassing voor Karpov, maar Kortsjnoi was er overduidelijk niet vertrouwd mee, speelde de Pirc slecht en Karpov won eenvoudig.
Hoe kon Donner weten dat dit zou gebeuren?!?
Hierboven en hieronder Karpov - Kortsjnoi. Boven uit 1974, onder uit 1978.