Rusland en schaken

Robert Beekman

Afgelopen voorjaar verveelde ik me en zapte ik mezelf in een of andere televisieserie zonder te weten waar het over ging. Het bleek te gaan over een man die aangespoeld was in Engeland – ik vermoed zo rond 1900 (auto's en fietsen waren er nog niet; de kleding geleek mij negentiende eeuws). Zijn schip was overduidelijk vergaan. Maar uit welk land kwam hij? Niemand was in staat om met deze man te communiceren. Ze probeerden van alles: Frans, Spaans, Duits, andere Europese talen. Zonder resultaat. De man bleef stoïcijns onder al het vreemde gebrabbel, totdat hij twee mensen ziet schaken. Hij loopt naar het bord toe, ziet de witspeler een zet doen, en neemt deze zet hoogstpersoonlijk terug. Bliksemsnel laat hij vervolgens een variant zien, waarbij, afgaand op wat ik op televisie gezien heb, zwart in acht zetten matgezet wordt.

"Het is een Rus!!!", roept de helft van het gezelschap enthousiast uit. En één van hen legt het nog eens omstandig uit aan een verbaasd kijkende heer: "Kijk, deze man kan goed schaken, dus hij is een Rus."

Historisch gezien klopt hier natuurlijk geen ene fluit van. De Russische schaakheerschappij is pas na de Tweede Wereldoorlog goed op gang gekomen. Niet dat schaken rond 1900 in Rusland onbekend was. Sint Petersburg 1895/1896 was bijvoorbeeld een wereldberoemd schaaktoernooi, waarin de vier sterkste schakers uit die tijd deelnamen. Eén van hen was de Rus Chigorin, voor de Russen een belangrijke wegbereider in het schaken. Maar hij stond eenzaam, daar aan de Russische top.

Feitelijk domineerden rond 1900 de Duitsers. De Duitsers Steinitz en Lasker waren wereldkampioen over een lange periode: 1886 – 1921. En vóór Steinitz hadden we Adolf Anderssen, ook al een Duitser. Om niet te vergeten Tarrasch en Bogoljubow, die eveneens om de wereldtitel streden. Een team uit Duitsland zou hoge ogen gegooid hebben in geval van een schaakolympiade ten tijde van 1900.

Correct was het aldus geweest als er in die televisieserie uitgeroepen werd: "Het is een Duitser!!!" (Met als toelichting: "Kijk, deze man kan goed schaken, dus hij is een Duitser.") Maar ja, daar had de televisiekijker van de 21ste eeuw al helemáál niets van begrepen.

Maar waaròm kunnen Russen dan zo goed schaken? Waarom is het een volkssport geworden? Schakers uit de oude Sovjet-Unie overspoelen heden ten dage nog steeds de wereldbol. Het valt alleen niet meer zo op, omdat de Sovjet-Unie uiteengevallen is en veel schakers geëmigreerd zijn naar landen over de hele wereld. Pas de laatste paar jaar begint de wereldtop uit meer verschillende nationaliteiten te bestaan. Het effect van de door de staat gesubsidieerde schaakschool begint langzamerhand weg te ebben. Toch vond Hans Ree nog de volgende passage op internet. Het ging over de laatste Olympiade: "We American Russians will beat the Russian Russians, the Oekranian Russians, the Turkish Russians and the Israeli Russians. We are the best because we are Americans!!"

Waarom Russen zo goed kunnen schaken? Cultuurhistorische oogpunten buiten beschouwing latend, komen we eigenlijk uit bij de politieke trix: Stalin, Lenin, Marx.

Het moge duidelijk zijn dat met de heerschappij van Stalin ook de schaakheerschappij goed opgestart werd. Stalin heeft daar een persoonlijke stimulans in gegeven. En ook een persoonlijke opdracht: we zullen en moeten de wereldtop bereiken! Met dat gegeven is het complotdenken goed op gang gekomen. En in een land waarin de dictatuur heerste is het lastig om fictie en werkelijkheid van elkaar te scheiden.

Fischer klaagde er al over dat de Russen elkaar op het kandidatentoernooi van Curacao 1961 spaarden en tegen hem voluit gingen. How the Russians fixed world chess, publiceerde hij na het toernooi, en de trend was gezet. Maar was de combine tegen Fischer gericht? Kortsnoj schreef later dat hij Geller vroeg: Jullie spelen telkens korte remises. Wie denken jullie daarmee te verslaan? Waarop Geller bot antwoordde: Jou! Eenvoudiger is daarom de verklaring dat Geller, Petrosian en Keres drie vrienden waren geen zin hadden om elkaar in dit uitzonderlijk lange toernooi met 28 ronden in de broeiende hitte af te slachten. Vier keer speelden de acht spelers (waarvan vijf Russen) tegen elkaar. De kanttekening dat het weinig rechtvaardig is om vijf van de acht spelers uit één land te laten komen, is natuurlijk wel correct.

Petrosian, Fischer en Geller. Vriendschap op het schaakbord.

Minder bekend is evenwel dat Capablanca zich over hetzelfde beklaagde in 1936, tijdens het schaaktoernooi van Moskou. Stalin verzekerde hem hoogstpersoonlijk dat het niet meer zou gebeuren. Maar of hij zijn woord gehouden heeft?

Botwinnik - Keres

Heeft Stalin nu wel of niet de lijst wereldkampioenen min of meer zelf samengesteld? We gaan daarvoor terug in de tijd. Het is 1948. Wereldkampioen Aljechin is net overleden en de FIDE organiseert een toernooi met de allerbeste schakers van dat moment, die gezamenlijk om de wereldtitel gaan strijden. Botwinnik wint. Maar was dat niet vooraf bekokstoofd? Was het niet zo dat modelburger Botwinnik van de Sovjet-elite moest winnen, en dat de Est Keres niet mocht winnen. Een aantal burgers uit Estland (en meer van Letland) hadden gecollaboreerd met de Duitsers; de aversie jegens bezettend Rusland was daarvoor erg groot. Schaker Petrov werd bijvoorbeeld verbannen naar Siberië en keerde nooit meer terug. Keres was een te groot schaker om zo maar te laten verdwijnen. Maar wereldkampioen worden? Dat mocht dus niet.

De complottheorie zit nu als volgt in elkaar: Stalin bewonderde Keres en Keres hoefde dus niet zoals Petrov dood. Uiteraad was dit een geste van de allerhoogste orde. Zeker uit de hand van de Verschrikkelijke Usurpator die regelmatig een lijstje met meer dan honderd namen opstelde en dit aan het hoofd van de KGB doorspeelde, met daaronder de boodschap: "allemaal dood". Keres mocht leven, maar zou daarbij wel de toezegging gedaan hebben dat er per se een Rus wereldkampioen zou worden.

Botwinnik, hierboven zien we hoe hij interviews weggeeft aan bewonderaars, in een interview uit 1991 (na de val van de Muur) met Sosonko: "Ik heb zelf wel eens meegemaakt dat er opdrachten werden verstrekt. In 1948 speelde ik met Keres, Smyslov, Reshevsky en Euwe om de wereldtitel. Na de eerste helft van het toernooi, dat in Nederland werd gespeeld, werd het duidelijk dat ik de nieuwe wereldkampioen zou worden. Tijdens de tweede helft in Moskou gebeurde er iets onaangenaams. Op heel hoog niveau werd voorgesteld dat de andere Russische spelers expres tegen mij zouden verliezen, om er zeker van te zijn dat er een Sovjet-wereldkampioen zou komen. Stalin heeft dat persoonlijk voorgesteld. Maar ik heb dat natuurlijk geweigerd! Het was een intrige tegenover mij om mij te kleineren. In sommige kringen wilde men liever dat Keres wereldkampioen zou worden. Het was oneerbaar, want ik had al lang bewezen dat ik op dat moment sterker was dan Keres en Smyslov." Maar de complottheorieën laaiden weer in alle hevigheid op. Had Keres niet in dat toernooi vier keer kinderlijk verloren van Botwinnik?

Links één van de bewijzen. Keres speelt hier 1.Td3. Ik was verbaasd toen ik deze stelling zag. Ik had precies dezelfde stelling op het bord gehad, tegen Zeist 2, toen we om een plaats in de KNSB streden. Maar dan zonder a-pionnen. En ook ik deed 1.Td3. Natuurlijk kende ik het adagium van Philidor: op de vierde rij blijven tot zwart de pion vooruitspeelt, en dan naar de achterste rij om schaakjes te geven. Overigens, ook Td8 is mogelijk, en na Tc6-c3 Kg2 Kh4 houdt Tg8 remise. Maar Td3 is het simpelst; wit hoeft dan helemaal niets te doen om remise te houden. Deze zet kan overigens niet als zwart een centrumpion heeft; dan volgt ... Th4 en ... Th3 dreigt de toren op te halen.

Maar hoe zit het als er a-pionnen wel op het bord staan? Na het gespeelde Td3 volgde 1 ... Tf4 2.Ta3 a5 en liep de zwarte koning simpel naar de a-pion toe. Echter, volgens mij wint zwart na 1.Tc4 Tb6 2.Td4 Tb3 3.Kg2 Ta3 4.Tc4 g4 net zo eenvoudig. Tb8, volgens Philidor-principe, verliest de a-pion. Wit heeft nog wel 5.Tc5 Kh4 6.Ta5 Ta2 7.Kf1 Kh3 8.Txa6 Ta1 9.Ke2 g3, en het is close, dat geef ik toe, maar ook dit wordt door zwart gewonnen. De bewijsvoering is dus minder sluitend dan gedacht.

Botwinnik - Bronstein

Maar dit was nog niet alles. Een paar jaar later, 1951, speelt Botwinnik tegen Bronstein om het wereldkampioenschap. Hij weet die te behouden door nog maar net gelijk te spelen. En dan gaat het om de 23ste partij, die Botwinnik won.

Recentelijk, in 2003 verscheen er een artikel in de Moscow Times (ja, ja, de Russische archieven gaan open), dat Bronstein de opdracht had gekregen om te verliezen. Fameus is het incident bij Fischer - Spassky, 1960, toen Fischer verloor en bijna in tranen was na afloop van de partij. "Luister", zei Bronstein tegen hem, "ze dwongen me de match om het WK te verliezen tegen Botwinnik, en ik heb geen traan gelaten".

Bronstein, Keres en Botwinnik.

Met nog maar twee van de 24 partijen te gaan staat David Bronstein een vol punt voor op Botwinnik. Dan wordt hij door het hoofd van de KGB (Abakoemov) naar de privé-loge van de KGB geroepen. Zogenaamd om hem te feliciteren voor zijn overwinning in de 22ste partij. Maar wij weten wel beter...

Bronstein mocht geen wereldkampioen worden omdat hij een neef was van Leon Trotsky. Je weet wel, degene die naast Lenin en Stalin stond toen ze de Bolsjewiki aan de macht hielpen. De vader van Leon Trotsky heette ook David Bronstein. Trotsky werd in Mexico vermoord (1940) op bevel van Stalin en al zijn (vele) kinderen werden ook opgejaagd en vermoord. Om die reden was grootmeester David Bronstein volstrekt onacceptabel voor de Sovjets als wereldkampioen.

De schokkende foto die de hele wereld overging. Na lange tijd opgejaagd te zijn wordt Trotsky uiteindelijk in 1940 vermoord. Al zijn (vele) kinderen werden ook opgejaagd en vermoord. In opdracht van Stalin. Dat was de werkelijkheid waarin Bronstein leefde anno 1950. Een leven in angst.

Links hebben we dan de slotstelling van die beroemde 23ste partij. Waarom geeft zwart hier op? Ziet de sukkel niet dat hij een pion voor staat? Waarom geeft zwart hier op? Omdat hij opdracht had gekregen de match te verliezen? Nee, omdat hij verloren staat, natuurlijk. Zwart staat in zetdwang, en wie de partij naspeelt, ziet hoe Botwinnik zijn fameuze techniek op Bronstein heeft losgelaten en hem met het loperpaar helemaal murw heeft gebeukt. Uit de partij zelf kan ik niet destilleren dat sprake is van een complot. Botwinnik speelt gewoon een mooie partij.

Bronstein heeft zelf aan alle kanten de geruchtenmachine vooral levend gehouden. Maar niet door het te bevestigen. Wel door te suggereren. In zijn autobiografie zou hij schrijven: "Ik ben vele, vele keren gevraagd of ik gedwongen was de 23ste partij te verliezen. Er is veel onzin hierover geschreven. Het enige dat ik wil zeggen dat ik onderworpen stond aan sterke psychologische druk vanuit verschillende bronnen en dat het aan mij was of ik daar wel of niet tegenin ging." Deze tekst is gepubliceerd in 2000, dus lang na het vallen van het Sovjet-imperium.

Wat zegt Bronstein hier nu? Nou, dat lijkt me duidelijk. Bronstein werd inderdaad vanuit meerdere kanten onder druk gezet om te verliezen. Hij had uiteraard de keuze om er al dan niet tegen in te gaan, maar god mag weten wat er dan gebeurd was.

En dat incident dan bij Fischer - Spassky, in 1960, toen Fischer verloor en bijna in tranen was na afloop van de partij en Bronstein hem troostte met de woorden dat hij gedwongen was de match om het WK te verliezen tegen Botwinnik?Later zou Bronstein niet bevestigen, maar ook niet ontkennen dat hij dit gezegd had.

Wat gebeurde er nu achter de schermen? Gedurende de koude oorlog overheerste de complottheorie, maar nu, anno 2006, nu de muur gevallen is en Bronstein overlijdt, is het frappant te constateren dat de criticasters geen politieke uitspraak meer durven te doen. Of zelfs het tegenovergestelde beweren. Bronstein heeft zelf altijd ontkend gedwongen te zijn om de wereldtitel op te geven, lees ik op Teletekst. O ja? Is dat zo? Deze leugen zou niet misstaan hebben in het vroegere Sovjet-staatsblad "De Waarheid".

De achtergrondartikelen wijzen op een andere passage in diezelfe autobiografie: Ik had redenen om geen wereldkampioen te worden. In die tijd bracht de wereldtitel vele formele verplichtingen met zich mee. Daar had ik geen zin in. Wie dit leest, denkt gelijk dat de psychologische druk vooral in Bronsteins hoofd plaatsvond, en niet vanuit zijn omgeving. Maar het een hoeft het ander niet uit te sluiten. En bovendien, al zou inderdaad alleen maar sprake zijn van een innerlijk psychisch conflict (waar het overigens niet op lijkt), dan is dat psychische conflict nog altijd geboren uit diezelfde politieke werkelijkheid. Het feit dat net je halve familie uitgemoord is laat je, terwijl je om de wereldtitel strijd, echt niet in koude kleren zitten.

Links de match tussen Botwinnik en Bronstein.

 

Tien jaar later organiseert Schaakclub Utrecht een grootmeestertoernooi. In 1961. En we hebben zowaar Botwinnik en Flohr gestrikt! Ze zouden komen, en wilden ook komen, maar kregen op het allerlaatste moment geen visum van de Russische regering. De waarheid kregen wij ook te horen. Botwinnik was namelijk geen lid van de Communistische Partij in Rusland. Precies de reden waarom hij weinig mee kon doen aan buitenlandse toernooien. Een andere reden waarom Botwinnik nooit echt in de gratie van de Sovjet-autoriteiten was, was het feit dat hij joods was. Het antisemitisme vierde zeker in die tijd hoogtijdagen. Gedurende de Botvinnik - Smyslov matches was het publiek groot fan van Smyslov en werd er zelfs geroepen: "Vasily, schop die jood van het bord af." Vandaar ook de boosheid van Botwinnik in het interview hierboven. Hij meende dat Stalin liever Keres had dan de jood Botwinnik.

Stalin, één van de meest wrede heersers die in dertig jaar staatsterreur miljoenen Sovjetburgers geslachtofferd heeft, zou in 1953 overlijden. De incidenten rond 1948 en 1951 behoorden dus tot de allerlaatste periode. In die dertig stalinistische jaren werd het Russische schaakimperium geleidelijk aan uitgebouwd. Dat schaken onderdeel was van de Russische propagandamachine, moet en kan niet anders dan in Stalins opdracht zijn geweest.

Stalin

Was Stalin een liefhebber van het schaken? Er is slechts één partij van hem bekend. Deze zou door de Russen geconstrueerd zijn. Tenminste, dat denkt men.


Is deze partij gereconstrueerd of niet? Op zich speelt wit de opening niet overdreven goed. Ook valt op dat zwart met een dame achterstand gewoon door blijft spelen. Echt iets voor een gezellig amateur-potje. Aan de andere kant is het loperoffer heel knap gespeeld. Maar misschien had Stalin wel na veel mislukt gepruts op het schaakbord eindelijk eens een beetje redelijke prestatie neergezet. En misschien dacht hij toen: "Hier moet de wereld meer van weten."

Het belangrijkste bewijs lijkt mij evenwel dat het openingsspel van zowel wit als zwart niet echt in de tijd van 1926 past. Als deze partij inderdaad gespeeld is, zouden we het nog niet eerder gespeelde plan g4 in de Le2-variant van Scheveningen / Najdorf moeten herdopen in de "Stalin-aanval". En dat gaat inderdaad ook mij te ver.

Overigens wil het gerucht dat Jeschow top van de KGB was, die Stalin een paar jaar na deze partij heeft laten executeren.

Een foto van Stalin als 23-jarige, nog vóór de Russische revolutie.

 

Lenin

Verder terug in de geschiedenis: Lenin.

Hierboven een foto uit 1908 van een schakende Lenin op het eiland Capri. Lenin is hier op bezoek bij Gorky, die op de achtergrond toekijkt, en speelt tegen Bogdanov. De duivelse lach van Lenin valt nog het meeste op, maar laten we er niet teveel achter zoeken; misschien heeft hij gewoon plezier.

Hoe moeilijk het is om fictie van werkelijkheid te onderscheiden in een Sovjet-Unie waar de propagandamachine op volle toeren draaide, blijkt uit de foto hierboven. Opnieuw Lenin (nu links) tegen Bogdanov. Wederom op Capri, 1908. Maar rechts de oorspronkelijke foto, en links zien we hoe uit de gratie geraakte personen weggetoucheerd zijn.

Vladimir Ilyich Ulyanov, oftewel Lenin, was een fanatiek schaker en van hem zijn er dus meerdere foto's bekend (behalve de foto's hierboven) waarop hij aan het schaken is. Van hem zijn ook uitspraken bekend als: Schaken is het gymnasium van de geest. Sosonko schreef overigens later in New in Chess dat die uitspraak eigenlijk nooit door hem gemaakt is. Ene Rokhlin heeft dit in zijn schoenen geschoven uit propagandamotieven. En zelfs hij heeft het niet verzonnen, want er is een tekst bekend uit 1803 waarin hetzelfde staat. Wél realistisch klinkt een ándere uitspraak van Lenin: 'Schaken neemt je teveel in beslag, en hindert je werk'. Hij zou dat gezegd hebben tegen Trotsky, die dus later door Stalin vermoord is.

Lenin is een mythe. Dat geldt voor alle sterren die maar kort aan het firmament gevlamd hebben. Uit datzelfde Capri is er iemand die kennelijk toch nog een partij tegen deze Bogdanov bewaard heeft. Tenminste, volgens internet. Of is ook deze partij fake? Wie erbij was mag het zeggen.


Lenin wordt dus gewoon geplet. Op zichzelf is dat al overtuigend bewijs van waarheid dezer partij, zou je zeggen. Ook zou Bogdanov een veel beter schaker zijn geweest dan Lenin, dus dat hij won zou dus in elk geval historisch gezien kloppen. Wel valt op dat deze partij in de Russische pers nooit breed (of smal) uitgemeten is. Voor dat laatste kan evenwel de verklaring hetzelfde zijn als voor de partij van Stalin, maar dan omgekeerd: verlies past nu eenmaal niet in de Russische propagandamachine.

Echter, bovenal is de partij moeilijk in de geschiedenis der schaaktheorie te plaatsen. Hoe kan Lenin weten welke variant zo ongeveer twintig jaar later populair zou worden? Potentieel visionair inzicht maar even buiten beschouwing latend, lijkt het waarschijnlijker dat deze partij, net als die van Stalin, onzin is.

Lenin prijkt op de voorkant van het schaaktijdschrift 64

Marx

Karl Marx tot slot. Wilhelm Liebknecht vertelt dat Karl Marx altijd woest was wanneer hij een schaakpartij verloren had. In hun onderlinge schaakdeliberaties zocht Marx continu naar verbeteringen in hun theoretische openingsdiscussie, waarna hij, met wisselend succes, revanche eiste. Op een gegeven moment (we praten over Londen, 1850, waar Marx politiek vluchteling is), kondigde Marx triomfantelijk aan dat hij een verbetering heeft gevonden. En inderdaad. Liebknecht wordt een aantal keren verslagen. Maar dan vindt Liebknecht een verbetering en wordt Marx verslagen. En nog een keer. En nog een keer. En nog een keer. Het geweldige nieuwtje van Marx blijkt dus helemaal niet zo geweldig te zijn. Overbodig hieraan toe te voegen: Marx was weer hartstikke chagrijnig. Zoals altijd als hij verloor.

Karl Marx.

 

Ook van Karl Marx is een partij bekend.


Een door wit goed gespeelde partij. Van heel redelijk niveau in elk geval. En heeft deze partij dan echt plaatsgevonden? Was dit Karl Marx? Het zou wel degelijk kunnen. Van de drie 'bekende' partijen door Lenin, Stalin en Marx is dit veruit het meest waarschijnlijk. Karl Marx was in 1867 overgekomen uit Londen naar Duitsland, en speelde daar tegen Hans Meyer, die wel degelijk in de schaakboeken teruggevonden kan worden. Toch is er ook een historicus die beweert dat het om een zekere Edward dan wel Mark Marks gaat. Maar ook van de onbekende Mark Marks kan niet bewezen worden dat hij de partij wél gespeeld heeft. De Russen hebben deze partij in elk geval veelvuldig gebruikt in hun propaganda dat schaken en communisme een twee-eenheid zijn.

De waarheid zal misschien wel nooit boven tafel komen, maar het bewijs dat ideologie de werkelijkheid creëert – één van de belangrijkste stellingnames van Marx -, is nog immer alive and kicking. In navolging van de "mythe" dat Marx, Lenin en Stalin goede schakers waren, en dat dus alle 'goede' communisten / Russen goede schakers zijn, zien we anno 2006 op televisie dat een drenkeling spontaan mat in 8 vindt, waarop het publiek eenstemmig uitroept: "Het is een Rus!!!" (Met als toelichting: "Kijk, deze man kan goed schaken, dus hij is een rus.")

De decembristen, Tolstoj en Lenin

Op 20 november 2010 overleed Leo Tolstoj. Die viering van de honderdjarige geboortedag volgt dus binnenkort. Tolstoj verenigt een aantal essentiële elementen in de Russische geschiedenis: oorlog, opstand, adel, literatuur en schaken.

Terug naar 1825! Terug naar de revolutie van de decembristen!

De oorsprong van de revolutie van de decembristen ligt volgens Tolstoj in de inval van Napoleon, zoals beschreven in Oorlog en vrede. Napoleon stormde met een onwaarschijnlijk groot aantal man Rusland binnen (de schattingen variëren van 600.000 tot 1 miljoen). De Russische soldaten werden volledig onder de voeten gelopen, verloren een aantal cruciale veldslagen en moesten zich ijlings terugtrekken. Ze pasten de taktiek van de verschroeide aarde toe maar moesten evengoed lijdzaam toezien hoe Moskou ingenomen werd. Dat leidde tot een enorme exodus uit Moskou. Tienduizenden vluchtelingen trokken uit de stad weg.

Moskou was leeg.
En Napoleon trok een lege stad binnen.

Diezelfde nacht nog werd Moskou, dat voor ruim 80 procent uit houten gebouwen bestand, in brand gestoken. In opdracht van graaf Fjodor Rostoptsjin, goeverneur van die stad. Althans, dat denken we omdat Tolstoj dat zo beschreven heeft. Anderen denken dat de nasmeulende vuren in de lege, onbeheerde huizen uit zichzelf in brand gegaan zijn. Na drie dagen brand was ook het Kremlin omgeven door vlammen en moest Napoleon, zich door de vlammen een weg banend, de stad verlaten. Hij vloekte en tierde, zoals iedereen van hem gewend was, maar toonde ook bewondering voor de Russen: "Wat een karakter tonen die barbaren."

Napoleon trekt zich terug uit brandend Moskou.

Uiteindelijk keerde Napoleon met slechts 1 procent van zijn leger terug in Frankrijk.

Deze oorlog uit 1812 wordt in de Russische geschiedenisboeken de Vaderlandse Oorlog genoemd. Eén van de hoofdrolspelers uit Oorlog en Vrede heet Andrej Bolskonsky, geïnspireerd op Sergei Volkonsky, een verre oom van Tolstoj. Volkonsky was een Russisch vorst en generaal. Hij behoorde tot de decembristen, die dertien jaar later (december 1825; vandaar hun naam) een revolutie begonnen tegen de tsaar.

Toen in 1825 Tsaar Nicholaas I aantrad, met wie Volkonsky als kind nog gespeeld had, wilde een groep adelen slavernij afschaffen en meer democratie. Ze waren onder de indruk geraakt van de inzet en het lijden van de boerenbevolking ten tijde van de Vaderlandse Oorlog en wilden iets voor hen terugdoen.

Drieduizend opstandige soldaten, onder leiding van vooraanstaande adellijke families, stonden december 1925 tegenover 9000 soldaten die Tsaar Nicholaas I trouw bleven. Nicholaas probeerde eerst overleg, omdat de meeste opstandelingen bekenden of zelfs vrienden van hem waren. Toen dit niet hielp, gaf hij opdracht tot een bloedige slachting.

Hierboven de opstand van de decembristen. De meesten zijn vermoord. De vijf leiders werden opgehangen. Zelfs dat was een drama. De galg bezweek namelijk tot grote opluchting van de familie. Volgens oude Russische traditie gaat de ophanging niet door als dit gebeurt. Maar Nicholaas gaf gewoon opdracht de galg te repareren en de executie alsnog uit te voeren.

Andere decembristen, waaronder Sergej Volkonsky, werden verbannen naar Siberië. Het was de bedoeling dat ze vergeten werden, maar ze werden een symbool van de vrijheid. In Siberië vermengden de bannelingen zich onder het volk. Ze droegen boerenkleren, lieten hun baard groeien en brachten de meeste tijd door onder de boeren, stichtten scholen, ziekenhuizen, theaters en zelfs een landbouwinstituut dat kennis van met name landbouw verzamelde en verspreidde.

In 1855 overleed Nicholaas I en niet veel later werd het ballingschap opgeheven. Van de 121 bannelingen waren er nog maar 50 in leven. Volkonsky keerde terug naar Moskou, waar hij bewonderd werd door onder andere Leo Tolstoj.

Hierboven een foto uit 1809: Leo Tolstoj zoals we hem kennen. Hij was graaf maar ging gekleed als decembrist oftewel als boer, droeg een lange witte baard (een afwijzing van de gedragscode van Tsaar Peter de Grote), vertoefde onder de boeren en schaakte! Net zoals Alexander Poesjkin, de beroemde dichter die leefde ten tijde van de decembristen en vriend van hen was. Poesjkin schaakte ook en van hem is de volgende uitspraak bekend: "Schaken is essentieel voor elk gelukkige gezin." Schaken was in de negentiende eeuw voorbehouden aan de rijke klasse, maar de decembristen en hun sympathisanten hebben het verspreid onder het gewone volk. De meeste Westerse schakers in de negentiende eeuw waren arts of advocaat, maar de eerste grote Russische speler, Mikhail Tsjigorin (1850 - 1908), was zoon van een fabrieksarbeider.

Toen Lenin schaakte, speeld hij dus het spel van de opstand, het spel van het volk.