Beekman
Steinitz en God
Robert Beekman
Aan het eind van zijn leven gaat het fysiek steeds slechter met Wilhelm Steinitz. Hij liep nog maar moeizaam en je kon aan hem zien dat hij een gebroken man was. Tot het allerlaatst toe bleef hij aan toernooien meedoen waar hij ook de wereldtop tegenkwam. Tot het allerlaatst toe bleef hij tot de laatste pion doorvechten.

Want dat was Steinitz: een knokker met eerste klas vechtersmentaliteit. En dat is nog het meest duidelijk te zien in het gambiet dat zijn naam draagt: 1.e4 e5 2.Pc3 Pc6 3.f4 exf4 4.d4 Dh4 5.Ke2. Zie links. Steinitz hierover in 1883: "Het belangrijkste doel van dit gambiet is de koning voor twee vleugels beschikbaar houden. Er is nauwelijks gevaar voor wit in de huidige positie, en hij zou voordeel moeten kunen bereiken van de positie van zijn witte koning, als hij erin slaagt de dames te ruilen." Tenminste, áls ...
Ook al staat Steinitz bekend als de man die het positionele spel introduceerde, zoals de macht van het loperpaar, dan nog was hij een kind van zijn tijd. Oftewel: met het hart van een ware romanticus.
In zijn allerlaatste partij, tegen de schaakclub Liverpool, haalde hij toch nog één keer, de allerlaatste keer, zijn Steinitz-gambiet van stal. Hij verloor. Maar ja, schaakclub Liverpool speelde dan ook onwaarschijnlijk sterk.
Dat was toen al minder dan een jaar voor het einde van zijn leven. Niet dat hij toen slecht speelde. Een paar maanden daarvoor had hij nog in het toernooi van Londen (1899) gewonnen van grootheden als Janowski en Maroczy. Echter, hij was 64 jaar oud. En het einde van zijn leven naderde ...
Zo'n paar maanden voor het eind van zijn leven gebeurt het dan. Hij krijgt last van waanbeelden. Hij meent dat er elektische stromen uit hem kunnen gaan en dat hij daarmee de stukken op het schaakbord kan laten bewegen. Omdat hij op straat meerdere passanten tegenhoudt om zijn theorie uit te leggen, wordt hij uiteindelijk op 11 februari 1900 opgenomen in een psychiatrische inrichting.
En ergens in die laatste periode heeft Steinitz geclaimd dat hij met God gespeeld heeft. Hij gaf God wit en een pion voor en won tóch. De partij was gespeeld met draadloze telefoon. Steinitz beweerde namelijk al in 1897 de psychische kracht te hebben om met anderen te kunnen communiceren via draadloze telefoon. Ook met elektrische impulsen. In Moskou had hij een doosje gekregen dat, zoals hem verteld werd, een nieuwe ontdekking zou zijn. Het was een klein zilver doosje. Hij had het altijd bij zich.

In 1876 had Alexander Graham Bell de telefoon ontdekt die rond die tijd nog maar net gangbaar was geworden rechts een telefoon uit 1898. Een magische ontdekking. Veel mensen konden maar niet geloven dat het mogelijk was daarmee te praten op afstand.
En dan nu al magisch doosjes waarmee je draadloos kunt communiceren! Steinitz was er in 1897 al mee aan de slag gegaan. Over heel Europa beweerde hij al veel mensen aan de lijn te hebben gehad. Op zich in die tijd helemaal niet vreemd. We praten over het fin de siècle van 1900, een tijd waarin veel mediums opstonden om met de geesten van gestorven mensen te praten en paranormale communicatie een hot item was.
In datzelfde jaar 1897 is een artikel gepubliceerd waarin Steinitz beweerde niet gek te zijn. Waarom zou daaraan getwijfeld moeten worden? In datzelfde jaar speelde Steinitz een revanchematch tegen Lasker in Moskou. In datzelfde jaar won hij een sterk toernooi te New York. Een jaar later werd hij vierde in een schaaktoernooi van wereldklasse te Wenen.
Maar rond 1900 is hij psychisch en fysiek in elkaar gestort. Het was te treurig om aan te zien. De grote sterke meester was in eengeschrompeld tot een oude man, die de hele dag wanhopig een klein schaakbordje vasthield en onbegrijpelijke woordjes uitsprak tegen een onbekende gespreksgenoot. Diverse inzinkingen volgden er nog. In augustus van datzelfde jaar overleed hij. Helemaal berooid, straatarm liet hij een vrouw en twee kinderen na. Lasker zou na zijn dood de volgende woorden uitspreken: "Ik, die hem overwonnen heb, moet erop toezien dat zijn geweldige prestaties en theorieën recht gedaan wordt; ik moet het onrecht wreken dat hem is aangedaan."
Steinitz tegen Lasker, om de wereldtitel.
De visie van Steinitz
In 1896 gaf Steinitz een interview aan Tijdschrift, de voorloper van het huidige Schaakmagazine van de Schaakbond. Dat was vier jaar voor zijn dood. Die laatste jaren waren een kwelling voor hem. Hij wordt dan nog opgenomen in diverse psychiatrische instellingen en zal uiteindelijk volkomen afgetakeld en volstrekt berooid sterven. Steinitz kan gezien worden als de eerste professionele schaker; de eerste schaker die van geld leefde. Dat deed hij door voor een dollar of een pond partijtjes te spelen in cafés.
Ook in 1896, toen hij nog in Sint-Petersburg een geweldig toernooi speelde, was hij er niet al te best aan toe. Het Tijdschrift doet verslag van een simultaan tegen 25 spelers die maar liefst zeven uur duurde, tot drie uur in de nacht.
't Is een hoogst eigenaardig gezicht die invalide te zien voortstrompelen van bord tot bord. Leunend op zijn linker elleboog ziet hij de positie nauwkeurig aan en doet daarna zijn zet. Dan ziet hij zijn tegenstander even aan, alsof hij op diens zet wil wachten. De meesten geven hem een teken dat hij door kan gaan, sommigen laten zich verleiden en worden het slachtoffer van hun overijling. Is de positie zeer interessant of de tegenpartij zeer sterk dan duurt Steinitz' tegenzet langer. Zo nu en dan gaat hij even op een stoel zitten om spuitwater en citroen te drinken en een nieuwe sigaar aan te steken, maar nooit langer dan een minuut. Het is volstrekt geen kwelling voor een der tegenstanders zijn partij te moeten opgeven, want een vriendelijke lach en en kalmerenend 'ah' stelt een ieder op zijn gemak.
Maar de meest opvallende uitspraak betreft die van wereldkampioen zijn. Twee jaar vóór 1896 was hij zijn wereldtitel kwijtgeraakt. Aan Lasker. Hoe lang was hij nu wereldkampioen geweest? Volgens de statistieken is dat vanaf 1886. Een aantal redenen daarvoor. Allereerst is dat de eerste match die met klok gespeeld werd. Voorheen mochten schakers zo lang denken als ze maar wilden en dat deden de schakers dan ook. Partijen duurden probleemloos meerdere dagen. Matches onpeilbaar langer. Gelukkig bestreden ze elkaar op leven in dood in messcherpe koningsgambieten, anders zou het meer een uitputtingsslag zijn dan een schaakwedstrijd.
Steinitz tegen Zukertort, 1886. De eerste officiële match om het wereldkampioenschap.
Maar de tweede reden is dat Morphy in 1984 overleden was. Morphy had sinds 1858 niet meer geschaakt, maar dat deed er niet toe. In dat ene jaar, 1858, was hij eenentwintig jaar oud, was hij de oceaan overgestoken, had hij minder dan een jaar gespeeld en had hij iedereen in Europa verslagen. Daarna had hij zich teruggetrokken uit het schaakleven. De dood van Morphy maakte de weg vrij om een nieuwe wereldkampioen te erkennen.
Steinitz had daarop een eigen visie. In 1866 had hij Anderssen verslagen. Volgens Steinitz was Anderssen sterker dan hij, maar had hij hem tóch verslagen. Omdat Morphy niet gespeeld had sinds 1858, is het volgens hem vreemd pas te tellen ná de dood van Morphy.
Saillant detail (en dat besefte Steinitz toen uiteraard niet), is dat 1866 - 1894 in totaal 28 jaar is. Eén jaar langer dan de 27 jaar van zijn opvolger Lasker: 1984 - 1921. Overigens is op die 27 jaar van Lasker wel een en ander aan te merken. Hoewel hij veel toernooien speelde, speelde Lasker de eerste tien jaar niet om het wereldkampioenschap en duurde het elf jaar voordat de match tegen Capablanca georganiseerd werd. De Eerste Wereldoorlog zat ertussen. Dezelfde leemte van 20 jaar kan evenwel ook Steinitz verweten worden. Tussen 1866 en 1886 had hij geen enkele keer om het wereldkampioenschap gespeeld. Hij telt dus zomaar 20 "lege" jaren bij zijn erfenis op. Voor mij is er dus maar één echte winnaar in deze competitie: Kasparov heeft 15 jaar lang zwaar bevochten wereldkampioenschapsjaren achter de rug.
Eén jaar voor de dood van Morphy heeft Steinitz hem bezocht. Morphy had slechts één voorwaarde: er mocht niet over schaken gesproken worden. De terugblik van Steinitz:
'Hij was toen reeds lang in een toestand, waarin ik slechts het diepste medelijden met hem kon hebben. Het blijft toch altijd een treurig gezicht een man, in de kracht van zijn leven, die eens als een schitterende ster aan de schaakhemel verscheen, nu zo totaal gebroken voor zich te zien. Men heeft vaak de dwaasheid gehad Morphy met mij te vergelijken. Maar hoe is dat nu mogelijk? Morphy treedt één jaar op en overwint alles wat hem tegemoet waagt te treden en gaat bewierookt naar zijn vaderland terug, waarna hij niets meer van zich laat horen.'
Hoe sterk lijkt deze beschrijving van Morphy niet op de beschrijving die aan het begin over Steinitz zelf gegeven is. Het Tijdschrift voegt hieraan toe:
Hij heeft reumatiek aan beide benen, zijn rechterknie is kapot getrapt door een paard, een zonnesteek doodde hem eens bijna en bracht hem aan de rand van de waanzin, zijn vrouw, dochter en broer stierven, er werd een moordaanslag op hem gepleegd, twee beroerten verlamden hem half, hij raakte schaakrubrieken kwijt en werd bedrogen door uitgevers.
En toch blijft hij vriendelijk lachen, valt het Tijdschrift op.
Steinitz tegen Lasker in 1894, als hij de titel van wereldkampioen weer verliest.
De eerste wereldkampioen
De eerste wereldkampioen is Wilhelm Steinitz. Alom bekend. Maar de reden waarom hij de eerste wereldkampioen is, is minder bekend. Want waarom is dat niet de legendarische La Bourdonnais, die zes keer overtuigend een match van McDonnell won? Waarom is het niet Philidor of Andersen of Morphy? Het antwoord is simpel: Steinitz is de eerste die een match won waarbij met een schaakklok gespeeld werd - één van de vele innovaties uit die tijd. Dat was tegen Zukertort, in 1886. De match ging om 10 gewonnen partijen. Dat lijkt heden ten dage erg lang. De match tussen Karpov en Kasparov uit 1984 ging om zes gewonnen partijen en werd na 48 partijen afbroken bij een voorsprong van 5-3 voor Karpov die echter de laatste twee verloren had. Het was een ware uitputtingslag. Steinitz had daar geen last van. Zijn match duurde slechts 20 partijen. Tien keer gewonnen, vijf keer verloren, vijf keer remise.
Zukertort tegen Steinitz in 1886.
Een andere, oudere foto. Steinitz speelt, Zukertort noteert.
Steinitz zou achteraf claimen dat hij feitelijk de wereldtitel al verwierf in 1866, toen hij tegen Andersen won. Omdat hij in 1894 de titel verloor aan Lasker, zou dat betekenen dat hij 28 jaar wereldkampioen is geweest. Net een jaartje langer dan zijn opvolger Lasker.
De historici geven hem ongelijk. Allereerst leefde Morphy nog - het onverslagen genie. Zolang Morphy nog leefde had niemand het recht de wereldtitel te claimen. Morphy overleed in 1884. Maar boven alles was schaken vóór 1886 heel anders. Echt heel anders. Want realiseren we ons wel dat er zonder schaakklok net zolang gedacht kan worden als men maar wil?
Neem Louis Paulsen. De legende wil dat hij ooit over een zet 11 uur nagedacht heeft. Helemaal juist is dat niet. Er is wel een partij bekend waarvan een toeschouwer de moeite heeft genomen om de tijdsduur van de beide spelers bij te houden. De partij duurde 55 zetten en 11 uur. Morphy had 25 minuten verbruikt, Paulsen de rest. NIet dat Paulsen daardoor een grotere kans om te winnen had. Net als MacDonnell verloor hij kansloos.
Morphy wachtte ondertussen geduldig. Hij bleef zijn tegenstander en de partij serieus nemen en dacht net zo diep na als zijn tegenstander. Wel keek hij vreemd op toen Paulsen, na een half uur denken, hardop vroeg of het nu wel of niet zijn zet was.
Rechts Morphy tegen Paulsen; hun match uit 1857.
Later zou lang nadenken metafoor voor sterke zenuwen worden. De spelers zet zich onder druk door zichzelf op te zadelen met een tekort aan bedenktijd voor de resterende zetten. Bronstein dacht ooit over de eerste zet 50 minuten na. Serieus dacht hij diep na. Toen hij uiteindelijk de eerste zet deed, drong de diepgang van die eerste zet (1.d4) gelijk tot zijn tegenstander door. De partij ging geruisloos voor hem verloren.
Diep geschokt
Het niet zien van bepaalde zetten kan als een schok overkomen op de schaker. Zeker in diepe concentratie. Ineens wordt er dan een zet gespeeld die totaal niet voorzien was. De schaker schrikt zich dan een hoedje. Iemand die van schaken een beroep heeft gemaakt nog meer.
![]() | ![]() |
Boven een wereldberoemd voorbeeld. Wilhelm Steinitz speelt zijn Onsterfelijke Partij. Hij doet tegen Curt von Bardeleben 21.Pg5. Die zet was nog wel te voorzien, maar na 21... Ke8 volgde verrassend 22.Txe7. Omdat 22... Kxe7 na 23.Db4 mis gaat, dacht zwart nog een verdediging te hebben met 22.. Kf8 omdat de toren op c1 hangt en wit gelijk mat gaat. Er volgt nu 23.Tf7 Kg8 24.Tg7 en de rechterdiagram ontstaat. Eeuwige achtervolging door de toren! Van Bardeleben dacht eerst dat het remise was, maar realiseert zich nu met een schok dat wit na Kh8 Txh7 Kg8 Tg7 Kh8 Dh4 kan spelen.

Helemaal van slag staat hij op en loopt de toernooizaal uit. Totaal verdwaasd loopt hij door de stad, niet wetend wat hij doet. Later, als hij in het hotel aangekomen is, realiseert hij zich dat hij helemaal niet opgegeven heeft en zomaar weggelopen is. Onmiddellijk stuurt hij een bode waarin hij opgeeft en zijn excuses aanbiedt, maar zijn collega's spreken er inmiddels schande van. Zomaar weglopen zonder opgeven is niet comme il faut. De tweede helft van het toernooi stort von Bardeleben helemaal in elkaar. Uiteindelijk eindigt hij met Teichmann op de zevende plaats.
In 1924 pleegt Curt von Bardeleben (rechts in beeld) zelfmoord door uit het raam van de tweede verdieping van zijn huis te springen. Vladimir Nabokov heeft hem persoonlijk gekend en het boek "The Defense" is op hem gebaseerd. Ook daar vinden we een scene waarin de schakende hoofdrolspeler verdwaasd door de stad loopt, nadat hij van schrik weggelopen is.
Lasker vs Steinitz

Eén van hen was Emanuel Lasker (1868 - 1941), de tweede wereldkampioen. Zevenentwintig jaar lang was hij wereldkampioen; de langste periode tot op heden. Zijn voorganger, Wilhem Steinitz heeft lang geclaimd dat hij in 1866 al tegen Andersson had gewonnen, en dat zijn match om de wereldtitel tegen Zukertort in 1886 dus niet de eerste was. In dat geval zou Steinitz achtentwintig jaar lang wereldkampioen geweest zijn. Maar die claim is nooit erkend. Allereerst had die claim weinig waarde zolang Morphy (rechts in beeld) nog leefde. Door zijn briljante combinatietalent werd Morphy algemeen gezien als de onofficiële wereldkampioen. Morphy veegde de Europese topschakers rond 1860 van het bord, maar weigerde vervolgens nog tegen iemand te spelen, ook al ging Steinitz helemaal naar Amerika in een poging nog iets te regelen. Morphy stierf in 1884, wat de weg vrijmaakte voor een serieus te nemen strijd om de wereldtitel. Maar een ander argument telt minstens even zwaar: de match tussen Steinitz en Zukertort is de eerste waarbij met een schaakklok gespeeld werd.
Lasker is daarmee de langste wereldkampioen: zevenentwintig jaar! Het heeft altijd erg veel indruk op mij gemaakt. Maar als je de werkelijkheid onder ogen ziet, verliest deze 27 jaar toch iets van haar glans. Hij won in 1894 van Steinitz, die toen 58 jaar oud was. Dan is er een pauze waarbij Lasker zich op de wiskunde stort en vrij weinig speelt. Van 1907 tot 1910 speelt hij zes keer op de wereldtitel (Marshall, Tarrasch, 3 x Janowski en Schlechter), en dan is er weer een pauze tot hij in 1921 van Capablanca verliest, die Lasker overigens al in 1910 uitgedaagd had, maar 12 jaar moest wachten tot een en ander met de heersende wereldkampioen geregeld was. Oké, daar zit vier jaar wereldoorlog tussen. Maar dan nog. 23 van de 27 jaar speelde Lasker niet om de wereldtitel. Vóór de tweede wereldoorlog was de wereldtitel eigenaar van een persoon, die zelf zijn voorwaarden kon stellen en dat leidde geregeld tot langdurig gesteggel.
Rechts Lasker, links Steinitz, in hun strijd om het wereldkampioenschap van 1894.
Lasker heeft ons uitgebreid onderwezen over de relatieve waarde der stukken en pionnen. Bij het taxeren van een stelling speelt mee dat de zwarte toren op e8 actiever is, terwijl de witte koning op f1, die net schaak gezet is, de toren op h1 blokkeert. Bij het taxeren van een stelling dient een speler hier rekening mee te houden. Nú staat de toren op h1 passief, maar straks doet-ie misschien weer mee. De ontwikkelingsvoorsprong is in dat opzicht relatief: de speler met ontwikkelingsvoorsprong moet inschatten of hij wel of niet dit voordeel om kan zetten in een ander voordeel, dat tastbaarder is. Op zoek naar concreet meetbaarheid in dit thema kwam Lasker tot onmerkelijke uitspraken, zoals een pion die hetzelfde waard is als drie tot vier tempi.
De Amateur
Een anekdote uit die Goeie Ouwe Tijd.
Toen Steinitz wereldkampioen was, betekende dit nog niet dat het geld op de bankrekening binnenstroomde. Integendeel, Steinitz leefde in bittere armoede en stierf in bittere armoede. Steinitz was dus gedwongen om in schaakclubs te spelen om geld. En zo kwam hij in Londen terecht, waar hij tegen zwakke schakers een potje speelde om wat brood op de plank te krijgen. De einduitslag deed er niet toe; iedereen die tegen hem een keer wilde spelen moest één Engelse pond betalen.
Op een gegeven moment komt er een welgestelde Engelse Heer de schaaklokaal binnen. Vrienden van Steinitz wijzen hem er op dat hij er verstandig aan doet om deze man een keertje te laten winnen. Anders zou hij zijn interesse in schaken gelijk weer verliezen en levert dit Steinitz niet veel op.
Steinitz knikt veelbetekenend. En dus laat hij het extravagante openingsspel van zijn tegenstander rustig over zich heen komen. Al snel heeft hij een goed plan bedacht. Zijn dame kan met een combinatie van twee zetten diep veroverd worden. Helaas is dit niet aan zijn tegenstander besteed. Misschien een beetje te moeilijk, denkt Steinitz. Hij zet nu zijn dame op a8 tegenover de witte loper op g2. De dame staat daar drie zetten, maar wordt niet geslagen. Misschien staat de dame te ver weg, denkt Steinitz nu. En dus verplaatst hij hem naar f3. Nog duurt het vier zetten voordat de dame geslagen wordt. Met een diepe zucht geeft Steinitz op en begint de stukken weer in de beginstand terug te zetten.
Maar de Engelsman springt gelijk op en schreeuwt: "Ik heb van de wereldkampioen gewonnen!! Ik heb van de wereldkampioen gewonnen!!". Hij rent het schaakcafé uit en is nooit meer teruggezien.
Rechts Wilhelm Steinitz.

