Beekman
De practicus en de perfectionist
Robert Beekman
"Er is nog nooit een partij gewonnen door hem op te geven." Van wie is die uitspraak eigenlijk? Ik moest even zoeken maar op internet duurt dat nooit lang: Tartakower. En als je andere citaten leest begrijp je hem al heel wat beter. "De winnaar van een schaakpartij is degene die de vóórlaatste fout gemaakt heeft." Of: "De blunders liggen allemaal op het bord, klaar om gemaakt te worden." Tartakower behoorde daarmee tot de practici: fouten maken is onvermijdelijk en we kunnen er maar beter mee leren leven. Net zoals Donner: "Schaken is geluk." Aan de andere kant van het spectrum staan de perfectionisten: zij die ernaar streven een partij uit één stuk te spelen en die ook niets anders van zichzelf verwachten. De practicus houdt van lekker rommelen en sjoemelen op het bord; de tegenstander raakt vast de draad kwijt. Tartakower: "Tactiek is weten wat te doen als er iets te doen is. Strategie is weten wat te doen als er niets te doen is." Niets te doen?!? Voor een perfectionist is de superieure en winnende strategie het ware hoogtepunt van de partij. Niet dat onverdiend winnen met een tactisch trucje.
De practici halen hun schouders op, als er een fout gemaakt wordt. De perfectionisten Lijden Zwaar, als ze wederom tot de ontdekking moeten komen dat ze iets overzien hebben. Het is de perfectionist die opgeeft in een stelling waar nog best te rommelen valt. In de practicus leeft nog de hoop die door de teleurstelling van de perfectionist overstemd wordt. Het mooiste is de gulden middenweg: de perfectionist in ons jaagt de mens op naar een nog mooiere en perfectere schaakpartij. De practicus in ons kan beter de tegenstander inschatten en makkelijker met tegenslagen omgaan.
Kon Tartakower dat ook? Hij leefde in armoede; hij stierf in armoede. Hans Bouwmeester heeft hem nog gekend. Een paar keer memoreerde Hans dat hij Savielly Tartakower ontmoette in de Kalverstraat. Tartakower hief waarschuwend zijn vinger op: "Pas ervoor op dat je van schaken geen beroep maakt!"
Capablanca had een riante plusscore tegen Tartakower en na hun partij van Londen 1922 zei Capablanca: "Je speelt niet standvastig genoeg." Waarop Tartakower repliceerde met: "Dat is mijn reddende deugd." De perfectionist Capablanca zal hem waarschijnlijk niet begrepen hebben. En gelukkig hoefde hij het ook niet te begrijpen. Het waren de jaren waarin Capablanca bijna alles won. Als hij echter een klein beetje van Tartakower begrepen zou hebben, zou zijn hoogmoed niet tegen Aljechin voor de val gekomen zijn. Tijdens de beroemde match Capablanca - Aljechin (1927) zat eerstgenoemde tot diep in de nacht achter de bridgetafel, zelfs tijdens de match zelf. Uiteindelijk won Aljechin de uitputtingsslag om zes gewonnen partijen door de 32ste en 24ste partij te winnen, mede door Aljechins volgende analyse: "De tacticus Capablanca ligt ver achter op de strateeg Capablanca."
Precies wat Tartakower bedoelde: voldoende besef dat je altijd een fout kunt maken, voldoende alert zijn op tactische mogelijkheden.
Aljechin tegen Capablanca in hun strijd om de wereldtitel in 1927.
Van Tartakower is ook bekend dat hij in het schaaktoernooi van New York, 1924, naar de dierentuin ging. Hij bleef urenlang hangen bij een oerang oetan, Suzanne genaamd, en liet zich er hoegenaamd door inspireren. De volgende dag speeld hij 1.b4 tegen Maroczy. Het werd remise. Twee jaar later won hij er wel mee, tegen Colle. Het is overigens vreemd hoe openingen vernoemd worden. Want Capablanca speelde het al eerder. Maar die had zich waarschijnlijk niet laten inspireren door een oerang oetan. Er zijn nog veel meer partijen die vóór Tartakower met 1.b4 begonnen. Steinitz kreeg het al in 1896 voorgeschoteld.
De deelnemers aan het toernooi van New York, 1924. Derde van links Tartakower. Rechts naast hem Maroczy. Weer rechts daarvan: Aljechin. Rechtsonder Tartakower: Capablanca. Capablanca zou 2,5 punt meer behalen dan Aljechin. Een formidabele prestatie. Echter, dit is toch één van die toernooien die Capablanca niet won. Winnaar werd Lasker - helemaal rechtsonder in beeld -, die een paar jaar daarvoor nog roemloos zijn wereldtitel verloor tegen Capablanca, maar nu, 56 jaar oud, toch nog het toernooi met anderhalf voorsprong op Capablanca wist te winnen!
Geluk
Jan Hein Donner verblijdde ons ooit met de opvatting dat schaken een gelukspel was. Een veelvoud aan anekdotes uit zijn leven moesten dit aantonen. Wie die anekdotes doorlas, liet zich door de humor van het verhaal overtuigen. Maar had hij echt gelijk? Is het geluk niet met de sterken? Of is het geluk met de dommen?
Juist in het schaken wordt het gokelement gemist dat bridge bijvoorbeeld nog wel kent. Toch is de ene dag de andere niet. Het kan tegenzitten of meezitten. De openingsvoorbereiding kan bijvoorbeeld goed uitpakken.
Maar Donner was een eenling in de schaakwereld. Het eergevoel is onder schakers nooit echt weggeweest. Lasker meende ooit tot de volgende stelling te kunnen komen: "In het schaakspel onder grootmeesters is het element geluk zo goed als geëlimineerd." Naarmate men dichter bij de top komt, wordt het zelfvertrouwen groter, het spel beter, en is er minder vaak reden om geërgerd te zijn over de eigen fouten. "Stijl? Ik heb geen stijl!", zei Anatoli Karpov. En toen Akiba Rubinstein gevraagd werd tegen wie hij vanavond speelde, antwoordde hij: "Vanavond speel ik tegen de zwarte stukken!"

Wordt de betere speler met het onmogelijke geconfronteerd, dan kan het onmogelijk alsnog omgekeerd worden. Aljechin verliet zich ooit op een riskante opening, waarop zijn tegenstander het vuur aan zijn schenen legde. Verloren stond hij. En met veel geluk wist hij nog het afbreken te bereiken. In die pauze liet zijn gelukkige tegenstander die afgebroken stelling aan Tartakower (rechts in beeld) zien. Trots als hij was op het bereikte resultaat, vroeg hij Tartakower naar diens mening: "En, wat denkt u? Wie gaat er winnen?" Tartakower antwoordde hem: "Aljechin!" Waarop de ander helemaal ontzet raakte. "Hoezo? Ik sta toch hartstikke goed!?" Ja, dat klopt, was het wederwoord van Tartakower. "Maar u vroeg mij wie er gaat winnen, niet wie er beter staat!" En inderdaad, Aljechin won.
Voor diezelfde Aljechin zou Tartakower het later opnemen. Aljechin stond al bekend om zijn anti-joodse houding, maar had in 1941 ook nog een paar antisemitistische artikelen gepubliceerd. Arisch en Joods Schaak, was één van de titels. De holocaust was op dat moment onbekend, edoch niet onvoorspelbaar, gelet op de nazistische retoriek. Hoewel er later nog diepgaand onderzoek naar verricht werd en de authenticiteit van deze artikelen nooit bewezen is, waren er na de tweede wereldoorlog al snel stemmen binnen de schaakwereld en de FIDE om hem zijn titels te ontnemen en zijn persoon van toernooien te weren.
Echter, de discussie hierover heeft nooit tot daden beleid. Aljechin overleed in duistere omstandigheden op 24 maart 1946 in een Portugese hotelkamer. Hij was inmiddels naar het fascistische Spanje gevlucht, waar hem een warm welkom geheten werd. Hij zou begraven worden in Montparnasse te Parijs, waar, vive la compassion, zijn begravenis door diezelfde FIDE betaald werd.
De ouders van Tartakower - zelf een jood - werden tijdens een antisemitische pogrom vermoord. Dat was in 1911. Toch nam hij het voor Aljechin op. "We wisten voor de oorlog allemaal dat Aljechin antisemiet was en we zeiden er niets van, waarom nu dan opeens wel?"
Alexander Aljechin.
Verflixt!
In het toernooi van Bled 1931, zeer overtuigend gewonnen door Aljechin, ontstaat in de partij Kostic - Kashdan een gecompliceerd eindspel. Kashdan heeft een kwaliteit meer. Op een gegeven moment blijft Kostic langdurig weg. (Zette hij ook de klok stil?) In elk geval bereikt de toernooizaal ineens het bericht dat Kostic op het toilet gevonden is, met een zakschaakspelletje in zijn hand. Kostic krijgt niet meer dan een waarschuwing. De partij wordt voortgezet en eindigt in remise.
Een paar dagen later gaat Tartakower naar het toilet, maar ontdekt hij dat alles bezet is. Hij rammelt boos aan de deuren en roept uit: "Verflixt, überall Kostic!"
Rechts Tartakower in Mannheim, 1914.