Beekman
Hij zag het even niet.

Dat kan de besten overkomen. Neem bijvoorbeeld de Amerikaanse president. Waarom zou hij, zoals hierboven duidelijk zichtbaar is, uitgebreid door deze verrekijker kijken, waar de beschermingsdoppen nog opzitten, om vervolgens met zijn buurman een gesprek te beginnen over wat hij zonet gezien heeft? We kunnen er lang en breed over praten, maar het antwoord ligt uiteraard voor de hand: George Bush denkt gewoon dat hij een nachtkijker in handen heeft.

Zou het erfelijk zijn? Zijn vader, rechts in beeld, was iets slimmer, maar had ook van die onhandige momenten. De Nederlandse jeugd heeft het allemaal niet zo bewust meegemaakt, en daarom zullen we toch nog even in herinnering roepen hoe Bush sr. bij zijn eerste strijd om het presidentschap, die hij won, door de pers geïnterviewd werd en het met zijn stuntelend gestotter niet makkelijk had. Overduidelijk had de pers medelijden met hem, want er werd op een gegeven moment gevraagd: "You have a good relationship with Ronald Reagan, don't you?" Een weggevertje, ongetwijfeld gesteld door een Republikeinse journalist. Je kon zien dat Bush zichtbaar opgelucht reageerde, en Bush zei enthousiast: "Yes! Yes! Eueueuhhh ... Yes! And we also shared a lot of sex together!"
Prompt werd het doodstil in de zaal. Wat? De Amerikaanse vice-president komt hier met een bekentenis dat hij homoseksuele relatie gehad heeft? Een homoseksuele relatie met de president?? Maar toen verbeterde Bush zichzelf: "I mean: and we also shared a lot of setbacks together!"

Nee, neem dan Ronald Reagan (rechts een foto uit zijn jonge jaren). De man wiens erfenis door Bush sr. en jr. voortgezet werd. Vorige week overleed hij, en de laatste dagen heb ik menige rapportage over hem gevolgd. Ronald Reagan leek dom, maar was het niet! Hij was wel vergeetachtig. Volgens een documentaire op Discovery Channel begon de dementie zich reeds in 1982, halverwege voor zijn eerste presidentschap, op te bouwen. Op een receptie introduceerde hij zichzelf met : "My name is Ronald Reagan. What's yours?" Zijn gesprekspartner antwoordde: "I'm your son, Mike." Waarop Reagan zei: "Oh, I didn't recognize you."
Of was Reagan een onverbeterlijke grapjas? Humor en charme had de man absoluut. Toen hij bij een aanslag neergeschoten werd, zei hij tegen zijn vrouw: "Schat, ik ben helemaal vergeten te duiken!" En even later, in het ziekenhuis tegen de chirurgen die hem gingen opereren: "Ik hoop dat jullie allemaal Republikeins zijn!"
De man van teflon werd hij genoemd, omdat alle schandalen en ellende van hem af leek te glijden. Onder zijn leiding heeft het Amerikaanse begrotingstekort zich vermenigvuldigd bij de konijnen af. Of hij dat niet vervelend vond? Nee. "I am not worried about the deficit at all. It is so big now, it can take care of itself."
Ronald Reagan hoefde het niet allemaal gezien te hebben.
Immanuel Kant

Maar wat is illusie en wat is werkelijkheid? Kunnen we een schaakopening objectief beoordelen? We proberen het wel, maar worden bij tijd en wijle geconfronteerd met één van de thema's die in de filosofie door de eeuwen heen hoog op de agenda is blijven staan: het vraagstuk van Zijn en Schijn. Het gedachtengoed van Immanuel Kant, rechts in beeld, is hierbij het meest illustratief. In zijn Kritiek der zuivere rede voltrekt hij naar eigen zeggen de Copernicaanse revolutie in de filosofie. Waar Copernicus liet zien dat niet de zon om de aarde draait, en niet omgekeerd, stelt Kant dat de menselijke rede zich niet op de werkelijkheid richt, maar omgekeerd. Anders gezegd: de menselijke rede schept zelf de werkelijkheid. Nog scherper geformuleerd: Kant betwijfelt (vandaar zijn kritiek) het bestaan van de zuivere rede. De werkelijkheid is afhankelijk van de wijze waarop we het waarnemen.
Tegenwoordig gesneden koek voor de doorsnee burger, getuige bijvoorbeeld het bekende concept van de roze bril. Net zoals we weten dat de appel van de boom valt door de zwaartekracht, sinds Newton dat opgeschreven heeft. Maar Kant was, net zoals Newton, wel degene die dit onder woorden bracht. Helaas (of gelukkig) is de grootste kwaliteit van de menselijke rede dat zij haar eigen werkelijkheid kan scheppen. Illustratief is bijvoorbeeld dat Kant meerdere malen de tekst op een grafsteen van een man citeert, die gestorven was aan overmatig gebruik van medicijnen: "N.N. was gezond, maar omdat hij gezonder wilde zijn dan gezond, ligt hij nu hier."
Willem Drees
Geluk is in de geschiedenis ook van doorslaggevende betekenis geweest. Rechts ziet u Willem Drees, na de Tweede Wereldoorlog 10 jaar premier geweest. Ergens in de vijftiger jaren twijfelden de Amerikanen of ze hun Marshall-hulp wel moesten voortzetten. Ze stuurden vervolgens een afgezant naar Nederland, en wat zou u doen? Ongetwijfeld hetzelfde als iedere andere politicus heden ten dage: laten we deze man maar eens goed in de watten leggen; het is belangrijk dat hij een positieve indruk van ons krijgt.
De Amerikaanse afgezant, Harriman, een zeer hoge diplomaat en keiharde onderhandelaar, werd naar het huis van Willem Drees zelf gereden. Aldaar zouden de politieke gedachtenwisselingen gestalte gegeven worden. In dat huis brandden slechts twee van de vijf staafjes in de kachel. Harriman merkte op dat hij het best wel frisjes vond, waarop Drees repliceerde dat hij anders nergens last van had. Vervolgens kreeg Harriman één kopje thee. Eén kopje thee. Laten we hopen dat hij ervan genoten heeft, want meer kreeg hij niet. En, o ja, we waren bijna vergeten gastvrij te zijn. De koektrommel ging open, en onze hooggeëerde buitenlandse gast mocht daar één Maria-kaakje uit nemen. Eén droog Maria-kaakje. Geheel volgens Oud-Hollands calvinistisch gebruik. Uiteraard ging de koektrommel gelijk weer dicht en werd zij ergens hoog in de keukenkastjes snel weer opgeborgen. Teruggekomen in Amerika, rapporteerde Harriman: "Een land waarvan de premier zo zuinig leeft, is ons geld dubbel en dwars waard."
En de toekomst van Nederland was weer even verzekerd.
Churchill
Toch meer denken aan Carl-Gustaf Jung: "De twijfel is de poort naar het onbewuste."
Twijfels kunnen soms onnodig blokkeren. En de mens kent al zoveel zelfbeperkingen.
Hierboven zo'n landingsboot uit de Tweede Wereldoorlog. We kennen ze wel. In films of documentaires over de Tweede Wereldoorlogen zien we een veelvoud van deze bootjes het strand van Normandië bestormen.

Maar wat minder bekend is, is hoe ze tot stand gekomen zijn. Winston Churchill, rechts in beeld, zat ooit, peinzend op Downingstreet 10, voor zich uit te mijmeren over een lastig probleem. Hij riep vervolgens zijn militaire deskundigen bij zich. "Wat ik nodig heb", zei de onverzettelijke staatsheld, "is een soort van drijvend vlot dat in staat is grote hoeveelheden soldaten en tanks in korte tijd van een schip op het strand te brengen." Gelijk zag hij ongelovige uitdrukkingen op de gezichten van zijn militaire deskundigen. Protesterende monden gingen open en wilden hun weerwoord laten spreken. Maar Winston was hen voor. Hij stak zijn vinger op, waarop de open monden weer dichtvielen, en zei: "En vertel me niet dat het niet kan. Want dat weet ik al!"
Zo veraf, en toch zo dichtbij ...

De telescoop Hubble, die ergens in de ruimte zweeft, maakt prachtige foto's van het heelal, en hierboven een foto uit het diepe universum. Dit is dus één van de foto's waarvan een paar weken geleden aangekondigd werd dat het de vroegste sterrenstelsels in beeld zou brengen, slechts 400 tot 800 miljoen jaar na de 'big bang'. Kennis van deze vroege sterrenstelsels wordt belangwekkend geacht, want het brengt ons dichter bij de oorsprong van het heelal, en daarmee misschien wel dichter bij het mysterie van de Onbewogen Beweger, dichter bij God!

Echter, een week later werd een andere ontdekking bekend gemaakt. Na Pluto zou er in de melkweg nog een planeet zijn, zo klein dat het meer een planetoïde is dan planeet. Links een artistieke impressie van Sedna, de planeet die ons al die tijd aan de aandacht ontsnapt is. Sedna, gevonden door de Spitzer telescoop van NASA, is drie keer verder weg dan Pluto, en daarmee de verst verwijderde planeet in ons zonnestelsel, heeft waarschijnlijk een eigen maantje, en draait in 10.500 jaar om de zon. Overigens was er in 2002 nog een planetoïde ontdekt in onze melkweg: Quaoar.
Zaten we inmiddels al te mijmeren over het mysterie achter de oorsprong der oorsprongen, blijkt dat we in ons eigen melkweg nog steeds ontdekkingen kunnen doen.

Het gelijkt een beetje op de perikelen van Thales, de man die bekend staat als de eerste filosoof. Rechts ziet u hem. Woonachtig in Griekenland, was Thales in de zevende eeuw voor Christus wetenschapper in een tijd dat er nog geen specialisatie bestond. Net zoals vele andere Griekse filosofen was hij gek op de sterren. Zo ook bijvoorbeeld Aristoteles, die het concept van de Onbewogen Beweger uitdacht.
Op een dag liep Thales dus al wandelend gezellig naar de sterren te staren, tot hij, een kuil in de grond begrijpelijkerwijs over het hoofd ziend, languit op de grond viel. Een oude vrouw zag het gebeuren, en zei: "Tsja, dat krijg je ervan: als je naar de hemel staart, mis je de dagelijkse hobbels op aarde." Welnu, die vrouw, wier naam onbekend is en ook altijd onbekend zal blijven, die vrouw is dus wereldberoemd geworden. Dát was nog eens een filosofische opmerking!
We hoeven ook niet alles te begrijpen
Het mooie van schaken is dat we niet alles hoeven te begrijpen. Ook al snappen we er helemaal niets van, we kunnen nog steeds onverstoorbaar onze zetjes doen, net alsof we het allemaal heel goed doorhebben. En dat is maar goed ook, want sommige varianten, zoals in het open Siciliaans, zijn gewoon te moeilijk om geheel en al te doorgronden.
In het dagelijks leven is dat geheel anders. Als we iets niet begrijpen worden de gevolgen van onze ondeskundigheid meestal vroeg of laat duidelijk. En zo dit niet het geval is, behoren we gelijk tot de Groten der Aarde.
Neem nu Ruud Lubbers, rechts in beeld. Toen Ruud Lubbers geen minister-president meer was, zijn er een aantal pogingen gedaan de man toch nog een beetje aan het werk te helpen. Inmiddels werkt de man bij een organisatie die opkomt voor de belangen van vluchtelingen, maar daarvoor was er sprake van dat hij misschien in Europa of bij de Verenigde Naties nog nuttig werk zou kunnen verrichten.
Respectievelijk Duitsland en de Verenigde Staten hebben dat geblokkeerd. De Duitsers blokkeerden volgens ons vanwege een persoonlijk conflict tussen Kohl en Lubbers, en de Amerikanen blokkeerden omdat zij alleen maar iemand met one-liners op de post willen hebben.
Wat onsportief!
Ruud Lubbers is toch één van de grootste denkers van de vorige eeuw, die menig conflict op superieure en vooral zeer poldermodel-achtige wijze wist te beheersen? Een uitermate beminnelijk mens, een Vader des Vaderlands. Die man is in staat om de Palestijnen en Israeliërs met elkaar te verzoenen. Begrijpen die Duitsers en Amerikanen dat dan niet? Heel Nederland was in rep en roer. Heel Nederland? Nee, er was hier en daar toch nog een klein kritisch stemmetje te beluisteren, dat een kleine kanttekening plaatste bij het ondoorgrondelijk hoge peil van diplomatie dat Lubbers doorgaans hanteert.
Hiertoe werd een citaat van Lubbers zelf er bijgehaald, toen hem als minister-president gevraagd was om te bemiddelen in een hoog opgelopen conflict tussen de minister van Financiën en de minister van Volksgezondheid. Uiteraard dreigde de begroting van VWS weer eens uit de hand te lopen. Wij citeren de heer Drs. R. Lubbers:
"Voor de voet weg moet dit probleemveld worden neergetunneld in een motie, om langs deze weg in lijn met de afspraken binnen het kabinet al zwaluwstaartend de pijnpunten sneltens en bestens af te concluderen. Daarom moet het tekort op Volksgezondheid eerstens worden versleuteld en verspijkerd, waarvoor een tijdpad dient te worden uitgezet. Langs deze weg moet de problematiek geleidelijk aan worden afgekocht en verschmertzt."
Uiteraard waren de problemen na dit ingrijpen van de heer Lubbers snel opgelost, maar laten we ook even op een rij zetten wat dus niet eens in de Nederlandse Van Dale staat:
- Probleemveld
- Neertunnelen, het werkwoord tunnelen bestaat overigens evenmin
- Afconcluderen
- Sneltens en/of bestens
- Verschmerzen (wel in het Duits woordenboek: te boven komen)
Dan hebben we ook woorden die wel in de Van Dale staan, maar die een geheel andere betekenis hebben dan bedoeld:
- Voor de voet weg betekent zonder iets uit te zoeken, of zonder voorbereiding; zou de heer Lubbers dat bedoelen?
- Zwaluwstaarten betekent een zwaluwstaart met hout verbinden; zou de heer Lubbers dat bedoelen?
- Een tekort versleutelen en verspijkeren komt neer op creatief boekhouden buiten de grens van wat toelaatbaar is.
- De problematiek afkopen impliceert dat er op de een of andere manier iets anders voor teruggegeven wordt, maar volgens mij gebeurt dat niet.
In elk geval zijn er meerdere combinaties van woorden die nog nooit eerder gecombineerd zijn:
- problematiek afkopen en verschmerzen
- een probleemveld neertunnelen
- een tekort versleutelen en verspijkeren
- pijnpunten afconcluderen
Maar wat een muggezifterij! De heer Lubbers is Schepper der Nieuw-Nederlands taalgebruik en hij heeft toch mooi zijn doel bereikt, of niet soms? Hoe langer ik naar dat citaat kijk, hoe indrukwekkender het op mij overkomt. Ruud Lubbers hoeft ook niet alles te begrijpen, hij moet alleen maar het probleem oplossen. Uiteindelijk is hij toch nog goed terechtgekomen in zijn functie van United Nations High Commisioner for Refugees. In die positie moet hij groepen met onverenigbare karakters en volkeren op voet van (burger)oorlog begrip voor elkaar laten krijgen. En daar is hij gewoon beestachtig goed in! We stellen ons al helemaal voor hoe hij met hen in gesprek gaat: "For the foot way we have to downtunnel this problemfield in a motion ..."
De paradoxale interventie
Wat wij schakers allang weten, is in de ondoorgrondelijkheid van de menselijke psyche een stuk minder bekend.

Natuurlijk kennen wij de naam Aristoteles, rechts in beeld. Een groot filosoof. Maar weten wij ook dat 400 jaar voor Christus de specialisatie zich dusdanig weinig voltrokken had dat een wetenschapper voor zo ongeveer elke denk-klus gevraagd werd? Zo kreeg Aristoteles ooit het bericht van een boer, waarin gemeld werd dat diens knecht van mening was dat hij (de knecht zelf, wel te verstaan, niet de boer) een koe was die hoognodig geslacht moest worden. Alles was al geprobeerd, maar de knecht at niet, en koerste zo regelrecht op een hongerdood af.
Aristoteles liet het bericht terugsturen dat tegen de knecht gezegd moest worden dat over een paar weken de slager langs zou komen om hem te slachten. Dit wekte enige bevreemding bij de boer, maar hij deed wat hem gezegd werd. En het bericht van de spoedige komst van de slager werd door de knecht met instemmend koeiengeloei ontvangen.
Toen kwam na een paar weken Aristoteles langs. "Waar is de koe die geslacht moet worden?", riep hij luidkeels over de binnenplaats. "Boeoeoeoe!!", loeide de knecht vanuit de woonkamer. Aristoteles liep naar binnen en vond daar een magere man, ineengekronkeld op de grond. "Ben jij de koe die op slachting wacht?", vroeg Aristoteles. "Boe! Boe! Boe!", zei de knecht driftig knikkend. "Goed zo! Kom hier dan maar op de tafel liggen, dan maak ik je gelijk dood!" De knecht sprong overeind en ging snel op de tafel liggen. Aristoteles betastte hem vervolgens eens hier en daar, en zei toen tegen de boer: "Tsja, maar hier heb ik niets aan! Deze koe heeft veel te weinig vet! Hij moet eerst flink eten en als hij goed aangekomen is, kom ik nog eens langs."
Een paar maanden later kwam hij inderdaad wederom, maar hij kon gelijk weer gaan. Het probleem had zich inmiddels al opgelost, de man was gaan eten, herstelde zich en het denkbeeld dat hij een koe was, was de knecht allang vergeten.

Bijna 2500 honderd jaar later zou Milton Erikson, rechts in beeld, de grondbeginselen van de paradoxale interventie op papier zetten. Want dat was precies wat de Aristoteles op werkelijke magistrale en briljante wijze deed: hij ging mee in een ongewenst gedachtenpatroon om vervolgens toch het juiste en gewenste gedrag te realiseren. Ongetwijfeld waren er voor Aristoteles heel wat mensen geweest die tegen de knecht gingen uitleggen dat hij toch echt geen koe was (een voorbeeld van congruente interventie), maar die strategie had in dit geval geen effect.
Ook Milton Erikson heeft schitterende paradoxale interventies op zijn naam, maar het mooist vindt ik wel het moment waarop het principe van de paradoxale interventie hem duidelijk werd: als zevenjarig jongetje op de boerderij van zijn vader. (Kennelijk is het boerenleven een grote inspiratiebron daartoe).
Milton vroeg zijn vader of hij die avond de koeien (inderdaad, ook koeien zijn waarschijnlijk onlosmakelijk verbonden aan de paradoxale interventie) naar de stal mocht brengen. Zijn vader moest hartelijk lachen. Ha, ha, ha! Elke avond had hij zo ongeveer al zijn kracht nodig om na een uur lang sleepwerk de koeien op hun plaats te zetten. Ha, ha, ha! Ja, hoor, ga jij de koeien maar binnenzetten. Maar het repliek was: Dank je, pa! Milton ging vervolgens naar buiten, en kwam een kwartier later fluitend weer naar binnen. Zijn vader had inmiddels een kopje koffie gezet en zei nors: Ja, dat viel tegen, hè? Maar zijn zoon liep weer fluitend verder. Even later ging de vader naar buiten om de koeien naar de stal te brengen, maar ... wat is dat nou? ... De koeien zijn verdwenen! De hele wei staat leeg! Toen hoorde hij geloei achter zich. Hij rende naar de stallen toe ... en warempel ... alle koeien stonden keurig op hun plaats!
De volgende vroeg Milton opnieuw aan zijn vader of hij de koeien mocht binnenzetten. Dit keer werd er niet gelachen. De vader ging even verder met zijn werk, en prompt kwam een kwartier later de zoon weer naar binnen. Fluitend en wel. De vader rende naar het raam ... en ja, geen koeien in de wei. Hij rende naar de stallen ... en ja, daar stonden ze. Maar hoe kan dat nou???? Hoe kan, zo vroeg de boer zich af, een zevenjarige jongen ogenschijnlijk zonder enige inspanning een klus klaren terwijl hij al zijn spierkracht voor nodig had om elke koe één meter vooruit te slepen?
De derde dag kondigde zoonlief wederom aan de koeien in de stal te zetten. Dit keer was pa echter alert. Hij sloop achter zijn zoon aan om te kijken hoe deze het deed. En zijn mond viel open op de grond van verbazing ... Milton trok de koeien keihard aan hun staart! En de koeien vlogen naar binnen!
Het mirakel van Den Briel
1568. Nederland gaat gebukt onder de Spaanse overheersing. In Duitsland waren de protestanten al opgekomen (Luther kwam in 1522 met zijn proclamaties) en in Nederland rukte het 'protest tegen de weelde van de katholieke kerk en gebrek aan christelijke soberheid' evenzeer op. Repressie vanuit het katholieke Spanje was het antwoord. Heksen werden verbrand, protestanten werden gemarteld en vermoord. Willem van Oranje komt met de dappere stap om afstand te nemen van de Spaanse Inquisitie. Filips de Tweede stuurt daarop Alva ten einde de orde wreed te laten herstellen. De tachtigjarige oorlog is begonnen! Willem van Oranje vlucht naar Duitsland en organiseert van daaruit een leger dat smadelijk door het grote, goed geoefende Spaanse leger verslagen wordt.
Maar dan gebeurt er iets bijzonders. Het Nederlandse volk komt in opstand! Edelen en de mensen van de straat verenigen zich tot een Verbond. Door de katholieken worden ze beschimpend 'geuzen' (bedelaars) genoemd, waarop geuzen vervolgens hun erenaam wordt. Hoogstpersoonlijk en eigenhandig zal het Nederlandse volk uiteindelijk het Spaanse leger verslaan! In de eerste helft van de tachtigjarige oorlog worden de bovenste zeven provinciën van Nederland bevrijd, in de tweede helft, na het twaalfjarig bestand, Zuid-Nederland en België. Nederland, dat voorheen altijd uit losse provincies had bestaan, is geboren!
En dat begint allemaal op 1 april 1572, als de watergeuzen Den Briel op de Spanjaarden veroveren. Die overwinning was de vonk die de Nederlandse zelfbevrijding op gang bracht. "Op 1 april verloor Alva zijn bril", zei men toen. En alle 1 april moppen vinden hierin hun oorsprong. Rechts ziet u Lumey, de toenmalige leider van de watergeuzen, staande voor Den Briel dat zonet onder zijn leiding bevrijd is. Lumey heette eigenlijk graaf van der Marcke, en onthield zich evenmin aan wreedheden (jegens de katholieken, aldus). Op zijn grafsteen stond: Hier ligt graaf van der Marcke. Hij leefde als een hond en stierf als een varcke.
Het mirakel van Den Briel is sedertdien nog maar weinig voorgekomen. Behalve in het schaken, zou je beter kunnen zeggen.
Muhammed Saeed al-Sahaf

Eén van mijn Grote Helden is Muhammed Saeed al-Sahaf (links in beeld), de Iraakse minister van informatie gedurende de tweede golf-oorlog. Terwijl de Amerikanen onversaagd oprukten naar Bagdad, genoot de hele wereld van zijn weergaloze presentaties, waarbij hij met een heerlijke grijns op zijn gezicht korte metten maakte met de Amerikaans-Engelse aspiraties.
Enkele citaten uit zijn betoog:
"There are no American infidels in Baghdad. Never!"
"God will roast their stomachs in hell at the hands of Iraqis."
"No I am not scared, and neither should you be!"
"Who are in control, they are not in control of anything - they don't even control themselves!"
"We are not afraid of the Americans. Allah has condemned them. They are stupid. They are stupid" (dramatic pause) "and they are condemned."
"The American press is all about lies! All they tell is lies, lies and more lies!"
"Now even the American command is under siege. We are hitting it from the north, east, south and west. We chase them here and they chase us there. But at the end we are the people who are laying siege to them. And it is not them who are besieging us."
"The situation is excellent, they are going to try to approach Baghdad...and I believe their grave will be there."
"NO", snapped Mr al-Sahaf, "We have retaken the airport. There are NO Americans there. I will take you there and show you. IN ONE HOUR!"
"We went into the airport and crushed them, we cleaned the WHOOOLE place out, they were slaughtered"
"... the insane little dwarf Bush ..."
"We have shot down 2 Apache helicopters. Have the Americans said yet that they were shot down by their - what do they call it - friendly fire? No? Well... [dramatic pause, then smiles] ...not yet!"
"We managed to chop off their rotten heads"
"There are only two American tanks in the city."
"We are winning!"
En zo ging hij maar door en door. De wereld vond het prachtig. Het zou me niets verbazen als hij de volgende presidentsverkiezingen gewonnen zou hebben. In welk land ter wereld ook. Zou dat nu kiezersbedrog geweest zijn? Na de oorlog verdween hij van het wereldtoneel, maar wat schetst onze verbazing? Afgelopen zomer keerde hij weer terug! Overduidelijk ouder geworden door de stress, maar als rasechte politicus onaangedaan: "The information was correct, but the interpretations were not," he said. "I did my duty up to the last minute."
True lies

Als politicoloog zat ik vorige week uiteraard te kijken naar de Republikeinse conventie (de verborgen boodschappen tot mij nemend), toen Arnold Schwarzenegger ineens begon te vertellen dat hij in zijn vroege jeugd Russische tanks door de straten zag rijden:
When I was a boy, the Soviets occupied part of Austria. I saw their tanks in the streets. I saw communism with my own eyes. I remember the fear we had when we had to cross into the Soviet sector. Growing up, we were told, "Don't look the soldiers in the eye. Look straight ahead." It was a common belief that Soviet soldiers could take a man out of his own car and ship him off to the Soviet Union as slave labor. My family didn't have a car -- but one day we were in my uncle's car. I remember it was near dark as we came to a Soviet checkpoint. I was a little boy, I wasn't an action hero back then, and I remember how scared I was that the soldiers would pull my father or my uncle out of the car, and I'd never see him again.
Ik moet bekennen dat ik volstrekt in verwarring raakte. Hè?? Maar Rusland heeft toch nooit Oostenrijk bezet?? De volgende dag werd ik uit mijn lijden verlost, toen ik las dat Rusland inderdaad nimmer een deel van Oostenrijk bezet heeft. Sterker nog: van 1947 (toen Schwarzenegger geboren werd) tot 1968 (toen hij 'vluchtte' naar de Verenigde Staten), waren er alleen maar conservatieve regeringen waar zelfs geen enkele sociaal democraat aan deelgenomen heeft. Inmiddels is er in Oostenrijk al heel wat tumult ontstaan: Oostenrijkse historici hebben Schwarzenegger uitgedaagd meer details te noemen.
Maar daar gaat het mij niet om. Zo'n conventie wordt van het begin tot het einde geheel geregisseerd door een vaste commissie, waar uiteraard het campagneteam goed in vertegenwoordigd is. Elk woord wordt gewikt en gewogen, en dat proef je soms ook wel een beetje aan de lezingen. De zinnen zijn soms te gekunsteld; teveel mensen hebben zich met de tekst bemoeid. Men regisseert dus doelbewust een verhaal dat niet klopt. Waarom?
Er zijn nu twee scenario's:
1.
Arnold: Zeg, jullie laten me hier zeggen dat ik allerlei Russische tanks gezien heb in mijn jeugd, maar ik heb dat nog nooit meegemaakt, hoor.
Voorbereidingscommissie: Ja, dat klopt, maar we proberen een beeld te schetsen van een wereld niet veilig is en nooit veilig geweest is.
Arnold: Maar is het dan wel handig dat ik eerst de Democratische Conventie 'True lies' noem, en dan een kletsverhaal ophang over mijn jeugd. De hele wereld kijkt toe, vergeet dat niet!
Voorbereidingscommissie: Ach joh, jij bent toch een acteur: van zo iemand begrijpen de mensen dat wel!
2.
Voorbereidingscommissie: Zeg Arnold, je schrijft hier dat je Russische tanks in Oostenrijk herinnert, maar dan kan toch helemaal niet?
Arnold: Nee, dat klopt, maar ik vond het wel een leuk voorbeeld.
Voorbereidingscommissie: En vlak daarvoor beschuldig je de democraten van 'true lies'??
Arnold: Ja, goed hè? En wie zal dat door hebben? De meeste Amerikanen denken toch dat Oostenrijk in Tsjechoslowakije ligt!
Opvallend hoeveel taktische en strategische fouten op zo'n conventie gemaakt worden. Een schaker kan zich dat echt niet permitteren.
De onverwachte wending
Ooit, het zal rond 1980 geweest zijn, reed ik met drie vrienden naar Berlijn. Dat was nog vóór het einde van de Koude Oorlog. West-Berlijn was in die tijd een waar pandemonium van alle denkbare alternatieve stromingen en Oost-Berlijn was vooral de plek waar je goedkoop boeken kon halen. Nietzsche, Kant of Hegel: hen werd allen een anti-kapitalistisch sentiment toegedicht (al begrepen we niet helemaal waarom), en voor een paar mark kon je al een prachtig standaardwerk kopen.
We zijn een paar keer geweest, en u begrijpt, dat was een spannende aangelegenheid. We hadden drie zorgen. Allereerst: zou ons voertuig, een aftandse eend vol met deuken en roestplekken, de eindstreep wel halen? Het meegenomen gereedschap in de achterbak woog echter zwaarder dan onze verzameling onderbroeken (ook al stelde dat evenmin veel voor), en aldus maakten we ons daar niet echt zorgen over.
De tweede drempel was de grens tussen Oost-Duitsland en West-Duitsland. De West-Duitsers lieten je zo door, maar de Oost-Duitsers zaten altijd onnodig moeilijk te doen. Verschrikkelijk lange files en tergende verveling waren onze reisgenoten, maar op zichzelf kwam je er altijd langs. Als je maar betaalde.
De derde drempel was de grens tussen Nederland en West-Duitsland. En daar maakten we ons het meest zorgen over. Eén van vrienden had meegemaakt dat z'n hele auto zowat gestript werd bij de douane, toen de Duitsers op zoek waren naar drugs, en kondigde luidkeels aan dat ons geheid hetzelfde lot beschoren zou zijn. Immers. A. We hadden lang haar. B. We reden in een lelijke eend. C. We waren Nederlanders. De vriend naast hem beaamde zijn voorspelling; vooral bewijsstuk C was volgens hem heel overtuigend. Maar onze bestuurder beweerde wel een oplossing te weten. We hoefden ons volgens hem geen zorgen te maken. Ondertussen kwam het gesprek op een ander onderwerp en zo kwam het dat we al kwebbelend ongemerkt bij de Duitse grens kwamen.
Onze auto verminderde vaart en kachelde met z'n motortje. Ik keek nog even bezwerend naar de motorkap, net alsof ik tegen de motor wilde zeggen: "Nu moet je wel even je kop houden, sufferd." De spanning was in de auto ineens voelbaar, het gesprek viel dood, en we wachten stilzwijgend, strak voor ons uitkijkend de gebeurtenissen af. Alleen de bestuurder was relaxed. Hij bracht de auto tot stilstand, zwaaide met z'n elleboog het raampje open en schreeuwde zowat naar buiten: Wir gehen zurück in der Heimat!!.
Ons hart kwam tot stilstand. God stuurde alvast engelen naar beneden om onze wonden te zalven, want zeker was dat, nadat alle schroeven uit onze eend losgedraaid waren, zelfs paperclips onder het röntgenapparaat gescreend zouden worden op de aanwezigheid van verboden verdovende middelen. Daarnaast zou ongetwijfeld de CIA ingeschakeld worden om ons vijf dagen aan de strengste ondervragensmethoden te onderwerpen en lag het eveneens in de lijn der verwachting dat we drie weken in een werkkamp tewerkgesteld zouden worden. We sloegen onze ogen ten hemel en dankten God alvast voor zijn hulp. Amen.
Maar het resultaat was verbluffend. De Duitse douanier sloeg zijn hakken tegen elkaar, salueerde en schreeuwde minstens even hard terug: Jawohl!! Geh weiter!
Danke schön, mompelde de bestuurder achteloos en hij reed tergend langzaam weer verder, terwijl de motor wederom luidruchtig kuchte, alsof ie de douanier nariep: "Weet je wel zeker dat we door mogen rijden?!"
Een paar minuten was het doodstil, maar toen we eenmaal buiten bereik waren, ontplofte de auto zowat uit z'n voegen. Wil je dat in godsnaam nooit meer doen?!?! Maar de bestuurder bleef tot het einde van de rit heel rustig en zei zoiets als: wat zitten jullie toch te zeuren. Er is toch niets gebeurd?? Maar de auto heeft een Nederlands nummerbord, verweten we hem. Hoe kunnen wij dan terug naar ons vaderland gaan?! Overtuigen deden we hem niet, maar hij beloofde wel de volgende keer stilzwijgend zijn paspoort te laten zien.
I am the greatest!
Jan Hein Donner schreef al vroeg in zijn carrière over een wetmatigheid die hij lange tijd herhaald heeft. Niet de meest talentvolle schaker wint, maar de schaker met de meeste wilskracht, de sterkste mentaliteit en de hardste 'Ausdauer'. Meer dan welke andere sport dan ook heeft schaken inderdaad een onvoorstelbaar sterk psychologisch component. Het effect van geloven in je eigen kunnen, - het psychisch switchen van beter naar slechter staan, - de tegenstander onderschatten, - het omgaan met een zet die je niet gezien hebt, - de angst voor verliezen, - de wil om te winnen als je lange tijd slechter stond, - het zelfbedrog achter de blunder, - ... Het is niet voor niets dat de schaakgeschiedenis veel wonderkinderen gekend heeft, maar dat de grote meerderheid van wereldkampioenen misschien wel een goed jeugdschaker maar nooit wonderkind geweest is. Capablanca, Fischer, Kasparov zijn uitzonderingen - en daar houdt het mee op.

Als het gaat om de psychologie van de sport is het kroonvoorbeeld Cassius Clay. Of Mohammed Ali, waarmee hij afstand deed van zijn 'slavennaam' Cassius Clay, de dag nadat hij de onverslaanbaar geachte Sonny Liston in de strijd om de wereldtitel versloeg. Wat op 25 februari 1964 gebeurde, was onvoorstelbaar. Sonny Liston was 7 tegen 1 favoriet, en speelde toentertijd als een Mike Tyson. Oud-wereldkampioen Floyd Patterson had hij in twee titelmatches verslagen, allebei met een knock-out in de eerste ronde. Sonny Liston was simpelweg veel te sterk, en toch bleef hij in ronde 7 gewoon in zijn stoel zitten. Hij claimde een schouderblessure - waar weinig van zichtbaar was -, maar iedereen kon het met eigen ogen aanschouwen: hij was psychologisch volkomen geknakt.
Waarom? Hoe is zoiets mogelijk? Welnu, om dat te begrijpen zullen we nóg verder terug in de tijd moeten. Toen Cassius Clay na zijn winst om van de Olympische titel in 1960 (op 18-jarige leeftijd) zijn professionele carrière begon, won hij een serie van 19 wedstrijden achter elkaar. Elke keer weer kondigde hij aan in welke ronde zijn tegenstander verslagen zou worden. They'll all fall in the round I call. En nagenoeg allemaal klopte zijn voorspellingen, die meestal in rijm verkondigd werden. This ain't no jive, Cooper will fall in five, voordat hij Cooper knock-out sloeg in de vijfde ronde. When you come to the fight, don't block the halls and don't block the doors, for y'all may go home after round four, voordat hij Archie Moore in ronde vier knock-out sloeg. Niet al zijn voorspellingen kwamen uit, maar voldoende vaak om te denken dat ze wél allemaal uitkwamen, en daarmee ontstond een stuk magie. Het is heel simpel onder woorden te brengen. De schaker weet er alles van: de self-fulfilling prophecy.
Nog meer bekend werd Clay om zijn grootspraak I am the greatest! En anders was het wel zijn meest geliefde gespreksonderwerp: I was born to be great. I am great and I will be greater - the greatest - the greatest!! Had Sonny Liston te weinig zelfvertrouwen? Nee, absoluut niet. Net als Mike Tyson kwam hij regelmatig in de gevangenis wegens het in elkaar trimmen van willekeurig wie. Maar vanaf het moment dat bekend werd dat hij tegen Cassius Clay moest spelen, was een nieuw fenomeen geboren: de psychologische oorlogsvoering. Het begon al op de persconferentie waarop de beide heren met hun afvaardiging de titelmatch bekend maakten. Ineens stond daar de 22-jarige Clay op, die de mensen rond hem heen opzij duwde en schreeuwde: Ja, kom maar op, motherfucker! Laten we er nu gelijk maar om gaan vechten! Hij werd zogenaamd tegengehouden door zijn eigen crew en de fotocamera's flitsten in veelvoud. Wat? Durf je niet? Eikel!
Vervolgens bestookte Cassius Clay zijn tegenstander veelvuldig via de media, wat tot dat moment eveneens nimmer eerder vertoond was. Hij noemde zijn tegenstander een ugly, brown bear en droeg daarbij een wit T-shirt met het opschrift "Bear Hunting". Onzinnige uitspraken kreeg Liston over zijn hoofd gegooid, niet zelden in zijn favoriete spreekstijl: de rijm. Ook al was hij 7 tegen 1 underdog: If you wanna lose your money, bet on Sonny! En er werd aangekondigd dat 'loser' Sonny in de achtste ronde tegen de vlakte zou gaan.
Daarnaast zocht hij regelmatig zijn tegenstander op, bij voorkeur op momenten dat deze het niet verwachtte. Zoals om 3 uur 's nachts, toen hij met zijn auto de tuin van Sonny Liston binnenreed om hem luidkeels uit te dagen: Zit je weer te slapen?? Kom maar op, ik lust je rauw! Wat? Durf je niet? Slappeling!! Liston kwam naar buiten en ramde toen een bushokje in elkaar. De politie dreef hem terug naar huis.
Bij de weegprocedure voorafgaand aan de match begon Cassius Clay te zingen: I wanna rumble ... I wanna rumble! Maar niet lang daarna gilde hij: You're a tramp! I'm gonna eat you up! Somebody's going to die at the ringside tonight! Are you scared?!

En toen kwam de match. De eerste drie ronden danste Clay alleen maar achteruit, op de onnavolgbare wijze zoals we van hem gewend zijn (zie rechts). Maar Liston wilde nu eindelijk eens zijn vuisten laten spreken. Met de mond zwijgzaam, maar met de hand klinkende mokerslagen. Maandenlang was hij aan alle kanten zwaar gefrustreerd door zijn tegenstander, eindelijk kon hij er wat aan doen! Alleen ... hij kón hem niet slaan. Iedere keer sloeg hij mis. Toen, eind vierde ronde kreeg Liston hem dan toch nog te pakken. Ik ben blind! Ik ben blind!!, gilde Clay. De vijfde ronde wilde hij niet meer ingaan. Cassius Clay beweerde niets meer te kunnen zien. Cut the gloves off. We're going home! In de hoek van Liston vroeg men zich vertwijfeld af wat er gebeuren zou. Wilde Clay opgeven of niet? Maar Clay's trainer duwde hem (ogenschijnlijk tegen zijn wil) de ring in en wederom wist de 'blinde' Cassius Clay op onnavolgbare wijze de mokerslagen van Sonny Liston te ontwijken. Tot aan het begin van ronde zes. Een wonder! Een wonder! Ik kan weer zien!! En vanaf dat moment domineerde hij Liston de gehele zesde ronde. Ineens waren de rollen volkomen omgedraaid.

Begin zevende ronde gaf Sonny Liston daarom de moed maar op. Fysiek onaangetast, maar psychologisch gebroken. Hier valt niets tegen te beginnen...
I am the greatest!! galmde het door het stadion.
Rechts overigens een foto uit hun tweede match, waarin Mohammed Ali hem overigens wel knock-out sloeg.
De almacht van de dame
Hoe werken leerprocessen? De cyclus van bedenken, uitproberen en leren van je fouten is een cruciaal antwoord op deze vraag. Leerprocessen werken in elk geval niet zoals men lange tijd dacht dat ze werken. Vroeger, op de middelbare school van mijn tijd (zeventiger jaren), kreeg ik complete hoorcolleges voor de kiezen die het ene oor in en het andere oor weer uitgingen.
Wat kan ik daarvan nog reproduceren? Eén van de weinig verhalen die ik me nog kan herinneren was die van mijn geschiedenislerares. Zij beweerde dat ooit, ergens, naar mij vagelijk bijstaat ongeveer rond 1500 of 1600 aan het Franse hof, het de gewoonte was dat, als de koning en koningin zich aan seksuele activiteit te buiten gingen, de complete hofhouding daarbij aanwezig was om het vleselijke genot van koninklijk bloot met eigen ogen te aanschouwen. Volgens mijn geschiedenislerares was dit onderdeel van de genealogische bewijsvoering. Indien namelijk later een koningskind - wonder boven wonder - uit de moederbuik van de koningin zou verschijnen, kon dit vervolgens moeilijk anders zijn dan een kind van de koning. Die daarmee dus rechtmatig aanspraak kon doen op de troon.
Quod erat demonstrandum.
Uiteraard zeer begrijpelijk. Van Amalia von Solms is bekend dat ze bloedgeil was. Hoe kan het volk er dan zeker van zijn dat Willem X de zoon is van Willem X - 1?
Recentelijk is nu, in het kader van de Wet op de Openbaarheid, de inhoud van het koninklijk archief, gezeteld in paleis het Loo, van vóór 1700 vrijgegeven. Wij citeren hieruit de volgende rapportage.
... en daar kwam de stoet, met Amalia von Solms en Wilhelm X - 1 voorop, de slaapkamer binnen. Als eerste liet de koning zijn slaapmantel van zijn ontnaakte lichaam afglijden; zijn Phallus stond reeds in volle glorie overeind. De aanwezige hofhouding applaudiseerde in ingetogen opwinding. Braveu, Køning Wilhelm! Braveu! De Køning ontdeed met een elegant gebaar zijn gemaal het doorzichtige gewaad en niet nader te omschrijven activiteiten namen een aanvang. Twee uur lang was de koninklijke slaapkamer vervuld van het gehijg en gekrijs van de koningin, gelijkend op het gekraai van een pas geboren speenvarken. Hem hoorden we alleen aan het eind. Maar dan wel twee minuten lang en keihard.
Aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaahh!!
Wederom volgde tot slot een bescheiden en beschaafd applaus van de koninklijke hofhouding. Braveu, Køning Wilhelm! Braveu!
Aldus de Koninklijke Rapporteur.
Gaat dit eigenlijk nog wel over schaken? Jawel, beste lezer c.q. lezeres, jawel. Want wat hebben wij hiervan geleerd? Dat alleen Europese mannen de schoonheid en waarde van de vrouw appreciëren.

Want realiseren wij ons wel dat er iets heel essentieels gebeurd is toen het schaken overwaaide vanuit Azië naar Europa? Tot dat moment was de koningin weinig anders dan een machteloos stuk. Zij mocht slechts twee stapjes schuin doen en had aldus op het midden van het bord vier velden tot haar beschikking; in de hoek zelfs één. De koningin was daarmee minder waard dan een paard.
Realiseren we ons wel wat de consequenties hiervan zijn? We komen dan vanuit de opening eigenlijk direct in het eindspel terecht. De tijd van offers is nagenoeg voorbij, omdat de compensatie heel vaak een aanval is, maar die is zonder de almacht van de dame niet zelden krachteloos.
Ooit, ergens eind middeleeuwen, naar mij vagelijk bijstaat ongeveer rond 1500 - 1600, is de koningin het almachtige stuk geworden dat ze heden ten dage is. Antieke psychologen hebben heel wat Freudiaanse analyses op deze omslag losgelaten, maar de werkelijk zal ongetwijfeld heel simpel zijn. Men begreep dat de werkelijke heerser de vrouw áchter de koning moest zijn en maakte van haar een Deus Ex Machina.
En hé, wat frappant! Het spel is ineens een stuk interessanter geworden.
Het mysterie
De weg naar Verlichting is zo oud als de geschiedenis. Geschiedenis in de zin van history, oftewel his story, zijn verhaal, het geschrevene. In het oude Griekenland hadden we de Eleusinische mysterieën. Vele pelgrims trokken naar de plaats Eleusis, waar zij godsdienstige inwijdingsrituelen konden ondergaan ter ere van Demeter, godin van de aarde. Ze moesten dan een grot ingaan, waar de goden hen hoogstpersoonlijk zouden komen bevrijden, louteren van al het menselijke en een goed leven na de dood zouden schenken. Wat wil je nog meer?
Eleusis, bakermat van de Eleusinische mysterieën.
Het lijkt een eenvoudige opgave, maar in werkelijkheid had de priester handlangers in de grot gezet, die op trommels roffelden, de bezoekers aan hun haren trokken, tegen de vlakte wierpen en anders wel gewoon tegen ze aan schopten, onder het plezierige genot van tromgeroffel, vals sopraangezang en het aanhoren van priesterlijke decreten. Eenmaal buiten gekomen klaagden de bezoekers over de pijnlijke plekken op hun lichaam, waarop de Griekse hogepriester hen verzekerde dat de toorn van de goden niet mals is.
De knoop doorgehakt

De film Apollo 13, met onder andere Ton Hanks in de hoofdrollen, gaat over een waargebeurd bijna-ongeluk van de dertiende vlucht naar de maan. In die film is een hele mooie scène zichtbaar. Op een gegeven moment komt de shuttle, die, zoals rechts zichtbaar, inmiddels zwaar beschadigd is, op de terugreis naar de aarde ook nog in ademnood. Letterlijk en figuurlijk. Er blijkt een fout te zijn in één van de filters en binnen een paar uur tijd zal er teveel kooldioxide in de cabine zijn, waardoor alle maanreizigers zullen stikken.
Op aarde wordt een groep mensen in één ruimte gezet. Er komt iemand binnen. Deze zegt: Jullie moeten van een cirkel een vierkant maken. Dit is wat jullie hebben. En hij laat vervolgens een heleboel losse onderdelen, die kennelijk ook aan boord van Apollo 13 aanwezig zijn, op tafel kletteren. Jullie hebben twee uur om een oplossing te vinden. En dan beent hij de kamer uit.
Kijk, die man wist nu hoe je creatief denken op gang moest brengen. Simpelweg de probleemstelling scherp formuleren, alle instrumenten in handen geven, en vervolgens mensen onder druk zetten om, letterlijk op leven en dood, een oplossing te vinden die een cirkelvormige luchtinlaat om te leiden naar een luchtuitlaat die vierkant is.
Eigenlijk is dat net als schaken. Hier heb je stukken! Het doosje wordt kletterend ondersteboven gekeerd op het bord. Daar is de koning van je tegenstander! Zet hem mat! Je hebt 1.45 uur de tijd om 40 zetten te doen! En dan een kwartier voor de rest van de partij!

Bij de opstart van het Apollo-project was er iets vergelijkbaars gebeurd. John F. Kennedy, links in beeld en legendarisch president van de Verenigde Staten, riep toen een aantal deskundigen en medewerkers bij elkaar. Hij zei het volgende: Ik wil graag weten wat jullie vinden van het idee om een mens op de maan te zetten. En vervolgens liet hij de reacties over zich heenkomen. Een aantal mensen reageerden met ongeloof. Get real!, riep er eentje. Maar anderen konden zich wel erdoor laten prikkelen. Goed, zei Kennedy, de discussie afsluitend. En zich richtend tot de sceptici: Van jullie nemen we afscheid. Van de anderen verwacht ik over een half jaar een uitgewerkt voorstel. En vervolgens liep hij de kamer uit.
Kijk, Kennedy wist óók hoe je creatief denken op gang moest brengen.
Op 25 mei 1961 beloofde hij het Amerikaanse congres dat de VS een mens op de maan zouden zetten. Vóór 1970."I believe this nation should commit itself to achieving the goal, before this decade is out, of landing a man on the Moon and returning him safely to the Earth. No single space project in this period will be more impressive to mankind, or more important for the long-range exploration of space, and none will be so difficult or expensive to accomplish."
Op 20 juli 1969 vervult Apollo 11 deze missie.
Soms zien we het niet
Op teletekst, pagina 401, zijn altijd leuke korte berichten te lezen. Op die pagina las ik de afgelopen week het volgende gebeurtenis uit real life.
Stel, je hebt zin om ergens uit eten te gaan. Waar ga je naar toe? Uiteraard naar Gerringong, Australië. Een beetje uit de route, maar ja, daar krijg je dan ook een prachtig uitzicht voor terug. En terwijl je samen met andere restaurantgenoten een hamburger richting mond brengt, geniet je heerlijk van de uitgestrekte prairie en de wind die het wilde stof over grote einden vervoert. En kijk, daar komt een auto aanrijden. Wat leuk! Een bezoeker! Je besluit om toch maar eens je tanden in de hamburger te zetten, maar daar stappen ineens drie gemaskerde, geheel in het zwart geklede gangsters uit de auto. Gewapend met pistolen rennen ze naar de voordeur en terwijl je naar je hamburger kijkt, dringt het langzaam tot je door: ze komen hier vast niet om de smaak van deze hamburger te proeven. De eerste boef is al bij de voordeur aangekomen, maar hé, wat is dat nu? De deur blijft steken. En die ander komt er ook niet in. Met z'n drieën proberen ze vervolgens keihard de deur in te trappen. Een heleboel kabaal en gekraak, maar de deur geeft geen krimp. Dan rennen ze maar, over elkaar heen struikelend, terug naar de auto om vervolgens plankgas weg te rijden. En terwijl het stof nog hoger opwaait dan gewoonlijk, denk je, nog steeds met je mond half open en je hamburger daar vlak onder: Opvallend. Vooral omdat jij, net zoals alle andere bezoekers, door diezelfde deur naar binnen gekomen bent, en toch heel duidelijk de woorden hebt gelezen die rechts van de deur in grote koeienletters zichtbaar is: schuifdeur. En voor degenen die het nog niet begrepen hebben staat er een toelichting bij: En dat betekent dus: niet duwen, maar schuiven!
Soms zien we het niet.
Mythbusters
Wat is het geliefde televisieprogramma van 13-jarige jongens? Voor u misschien een vraag, voor mij inmiddels een weet: Mythbusters. Menige door-de-weekse avond moet om 20.00 uur Discovery Channel aangezet worden, want dan is het favoriete programma van mijn zoon zichtbaar. Het programma waar zijn medeklasgenoten op zijn school uitgebreid over delibereren. Mythbusters.

We zien dan vervolgens twee lichtelijk gestoorde magkezen, rechts ziet u hoe ze een zeilschip van de bodem van de oceaan halen met behulp van pingpongballen - 27.000 pingpongballen waren hiervoor nodig, die quasi serieus geen middel onbetuigd laten in hun poging om allerlei mythes definitief naar het rijk der fabelen te verwijzen. Vorige week schoof ik maar eens aan, en de volgende mythe werd in deze aflevering aan de orde gesteld: Als er een lijk in een auto heeft gelegen, dan krijg je die lucht er nooit meer uit. Nooit!
Welnu, daar geloven ze natuurlijk helemaal niets van. Vervolgens kopen ze eerst een Chevrolet Corvette uit 1987, in uitstekende staat overigens, waar ze twee - een natuurlijke dood gestorven - varkens in doen, die twee maanden in de hermetisch afgesloten auto blijven liggen. In witte maanlandingspakken, gewapend met zuurstofmaskers en schoonmaakmiddel, doen ze dan de auto eerst maar eens open. Beueueueueeueuehhhhh!!!! Wat een stank! Recht in de camera sprekend, verzekeren ze ons dat dit de smerigste klus is die ze ooit voor Mythbusters uitgevoerd hebben.
De stoelen worden uit de auto gehaald, de bekleding wordt gestript, en boenen maar. Wekenlang achter elkaar. Na drie weken hebben ze, zittend in deze auto, nog het idee dat ze met blote voeten door de mestvaalt van een boerenerf strompelen. Maar goed, volgens hen is de stank nu dusdanig verminderd dat dit het hoogst haalbare is.
Onderdeel van de deal was echter dat ze de auto ook weer zouden moeten verkopen. Wat zullen ze in de advertentie zetten? Bij elkaar zittend zegt de ene presentator: Laten we positief beginnen. Hij is in elk geval goed schoon. En hij glanst ook. Oké. "Clean, shiny Chevrolet Corvette ... "
Op de advertentie dat voor een habbekrats zo'n mooie auto te koop is komen velen af. Gretig kwijlend lopen ze om de fel blinkende auto heen. Tot ze achter het stuur gaan zitten. &%^(#@&$&%!!!
Moraal van het verhaal? Mythbusters say: this myth is true!
En Cato sprak
Tegen het einde van de Tweede Punische Oorlog (tussen Rome en Cartago) stak Hannibal zomaar brutaal de Alpen over met zijn olifanten om Rome hoogstpersoonlijk te belagen. Datgene wat voor Rome heilig was - de eigen veiligheid - werd geschonden.

Dat was 201 voor Christus. Marcus Cato was toen 33 jaar oud. Er werd vrede gesloten maar Cato de Oudere kon dit kennelijk niet vergeten. Hij was nog jong en had op dat moment weinig te zeggen. Maar later werd hij lid van de senaat en begenadigd spreker.
Rechts ziet u hem. Het gebrek aan vergevensgezindheid straalt van hem af.
Iedere keer als hij een redevoering in de Senaat hield, sloot hij af met de bekende woorden: Overigens ben ik van mening dat Cartago vernietigd dient te worden. Of hij nu sprake over de bruggen dan wel landbouw of wat dan ook. Het maakte niets uit. Telkens weer dezelfde afsluiting: Overigens ben ik van mening dat Cartago vernietigd dient te worden.
Nu zou je verwachten dat op een gegeven moment zijn woorden devalueren. 'Daar heb je hem weer met z'n stokpaardje.' En misschien dachten de Romeinen dat ook wel. 'Die ouwe dwaas!'
In 149 voor Christus overleed Cato. In datzelfde jaar stak Rome ten strijde tegen Cartago. Vijftig jaar na de tweede Punische Oorlog. Een aanleiding was er niet. Drie jaar werd Cartago belegerd. En toen het eindelijk bezweek, werd iedereen vermoord of als slaaf verkocht. De gehele stad werd platgebrand en vernietigd. Drie jaar na de dood van Cato.
De woorden van Cato hebben meer dan 2000 jaar geschiedenis overleefd. Als voorbeeld. Als de macht van het gesproken woord. De zaden worden gezaaid. En onvermijdelijk zal het graan geoogst worden. De vrucht wordt in de grond begraven. En onvermijdelijk zal de boom uit de grond schieten.
Snel afgehandeld
Nog minder dan twee maanden geleden werd hij ter dood veroordeeld. Nog voor het eind van het jaar is hij opgehangen. Saddam Hoessein Abdu al-Majid al-Tikriti. Ze hadden haast, daar in Irak. Het hoger beroep was nog maar net afgelopen of de Amerikanen hadden Saddam Hoessein al overgedragen en de ophanging was diezelfde nacht al een feit. Ondertussen lees ik dat Zalm namens Balkenende deze daad barbaars noemt. De Europese Unie is dezelfde mening toegedaan.
Maar Irak is nog altijd in burgeroorlog en dan heeft het staatsrecht een andere impact. Zeker in het land waar bijna vierduizend jaar geleden koning Hammurabi nog regeerde. De man die de Codex Hammurabi ontwikkelde, oftewel 'oog om oog, tand om tand'. In veel Arabische landen is de Codex Hammurabi (deels) basis van de contemporaine wetgeving. Steel je een autoradio? Dan wordt je hand afgehakt. In Saoedie-Arabië kun je dan ook rustig je luxe BMW met open raampje in de buitenwijken laten staan.
Rechts Hammurabi, de man die het Babylonische Rijk stichtte en 1750 voor Christus één van de eerste beschavingen creëerde - met eigen wetten en regelgeving. De wetten van Codex Hammurabi werden in het steen geslagen; symbool voor een wetgeving die letterlijk onveranderlijk is. Eén van deze wetten luidde: "Heeft een bouwmeester een huis gebouwd dat instort, en de bewoner wordt daarbij gedood, dan zal die bouwmeester gedood worden; wordt de zoon van de bewoner gedood, dan zal de zoon van de bouwmeester gedood worden."
Hammurabi startte daarmee ongewild een discussie die duizenden jaren reeds begon en tot op de dag van vandaag nog steeds voortduurt. En de essentie van dit schisma der ethiek luidt: intolerantie is slecht - daar zijn we het allemaal over eens -, maar is intolerantie tegenover de intolerantie net zo verderfelijk? Intolerantie tegenover intolerantie is van een andere orde dan intolerantie, maar waar ligt de grens? Hoessein was een slecht dictator; gaf dit Bush het recht om Irak binnen te vallen? Hoessien heeft vele moorden (laten) plegen, is het doden van een dictator nu wel of niet even slecht? Of moeten we verdraagzaam zijn en in de stijl van Ghandi leren vergeven?
Inderdaad, het klopt: de doodstraf is in Europa afgeschaft. Maar de doodstraf is nog niet eens zo heel lang geleden afgeschaft. Er wordt voor het gemak maar even aan voorbijgegaan dat ook Europa anno 1945 veel Duitsers ter dood veroordeeld heeft - voor mindere misdaden dan Saddam Hoessein begaan heeft. Zalm speelt nu de rol van de nobele Chamberlain, maar in de veertiger jaren van de vorige eeuw waren de Europeanen maar al te blij dat de keiharde Churchill het roer spoedig overnam. Was het onrechtmatig om, nadat de bezette landen bevrijd waren, Duitsland binnen te vallen en de integriteit van de Duitse grenzen te schenden? Zou Zalm de terdoodveroordeling van Duitsers in Nederland anno 1945 ook barbaars durven te noemen?
Ik vermoed van niet.
Grootse visioenen
Ons derde was de dood nabij. Nederlaag na nederlaag werd geleden en de onheilsboodschap werd al uitgesproken. Degradatie naar duistere regionen zou het lot zijn. Onontkoombaar. Onweerlegbaar.
Maar toen stond er een Ziener in ons midden op! Eerst werd hij natuurlijk niet geloofd. De Wet van de Vicieuze Cirkel kon toch niet doorbroken worden? Maar de Ziener hield vol! Volgens hem was het wel degelijk mogelijk om langs de kliffen der duisternis de veilige haven in te varen. Mits we maar luisterden! Mits we bereid waren om, geleid door de wijzende vinger van de profeet, de duisternis blind tegemoet te treden!
Aangezien het alternatief weinig aanlokkelijk was, werd uiteindelijk berust in de waarheid der profetieën. En inderdaad. Ons derde stond weer op. Overwinning na overwinning werd geboekt. Iedere keer met de kleinst mogelijke marge. En alle voorspellingen kwamen uit. Geleidelijk aan werd duidelijk dat we hier te maken hebben met grootse visioenen, slechts te vergelijken met de grootste ziener aller tijden: Nostradamus.
Nostradamus! In 1555 voorspelde hij al het leed dat Europa sindsdien overkomen is. De Wereldoorlogen, de opkomst van het communisme, Hitler, Napoleon, het hedendaagse terrorisme, je kunt het zo gek niet bedenken of het is al geregistreerd in Les Prophéties. Nostradamus!
Hij was een arts die jarenlang van de ene naar de andere pesthaard trok. Kortom: hij was een held. In een tijd waar het meest verstrekte devies was om vooral heel diep en intens naar God te bidden, een tijd waarin de pest de fundamenten van de Katholieke kerk ondergroef (het bidden hielp immers niet), in een tijd waar de meesten van goede huize wegvluchtten naar de veiligheid (zoals de adel in Boccaccio's Decamarone), een tijd waarin de pest regelmatig een derde van de Europese bevolking uitmoordde, in die tijd stapte hij onverschrokken op de Zwarte Dood af. Hij hielp en genas de zieken; hij ontsmette de dorpen en organiseerde hygiëne. Inderdaad, ongekend moderne methoden voor een tijd waarin nog niet eens het bestaan van bacteriën bekend was. Onmiskenbaar een visionaire blik.
In 1534 overleden zijn vrouw en twee kinderen aan een nieuwe pestepidemie. Duizenden mensen had hij het leven gered. Maar zijn eigen vrouw en kinderen stierven in zijn armen. Langzaam gleed de ziel uit hun lichamen weg, terwijl Nostradamus met de moed der wanhoop probeerde het tij te keren. Al zijn kennis kon hem niet helpen. Het lot keerde zich tegen hem en zijn hart brak.
Inmiddels was zijn naam legendarisch geworden. Iedereen kende zijn faam en kunde. Overal werd hij uitgenodigd en bestreed hij de pest. Met muilezel, boeken en instrumenten zwierf hij door heel Europa. Met een tas vol met kruiden, parfums en vooral rozenbladpillen - zijn handelsmerk. Voor velen was de rondreizende arts hun enige hoop. In weerwil van de Inquisitie die hem wilde vervolgen voor ketterij - vanwege die kruiden. In weerwil van de Zwarte Dood die wild om zich heen greep.
En dan, aan het eind van zijn leven, gebeurt het. Hij schrijft 'De profetieën'. Het onvoorstelbaar mystieke werk dat hem definitief wereldberoemd maakte.
's Nachts komen door het woud van Rennes
Twee echtgenoten langs slingerende wegen.
Hene de witte steen.
De zwarte monnik in het grijs binnen Varennes
Gekozen de kap. De oorzaak van de storm.
Vuur, het bloed snijdt.
Hier beschrijft hij de arrestatie van Lodewijk XVI en Marie-Antoinette in 1791, vlak voordat de guillotine het laatste oordeel over hen velt. En Lodewijk XVI had dat kunnen weten, want alle Franse koningen hadden 'De profetieën' op het nachtkastje naast hun bed liggen en lieten hun adviseurs aan de hand van dat boek vertellen wat de toekomst hen brengen zou.
Het bloed der rechtvaardigen zal te kort komen in Londen
Verbrand door vuur van drie en twintig de zes
De dame antique valt van haar hoge plaats
Van deze sekte zullen nog velen omkomen
'Drie en twintig de zes' is vertaald als 'drie keer twintig en zes' (= 66), oftewel de voorspelling van de grote brand van Londen van 1666. De dame antique is dan de oude, door het vuur verwoeste kathedraal van St. Paul.
Dan zal er komen uit verre landen
Een Germaans vorst op de gouden troon,
Gevonden in de slavernij en in de wateren.
De vrouw wordt slavin; haar tijd wordt niet meer aanbeden.
Eerst werd gedacht dat hier de Zweedse koning Gustaaf Adolf bedoeld werd, maar sinds 1933 is Hitler uiteraard favoriet. Was het niet Hitler die vanuit Oostenrijk de Donau overstak om te koersen richting zijn gouden troon te Berlijn?
Zeven maal zal het volk uit het noorden veranderen,
gekleurd in bloed der 290 jaren.
Het Laatste Oordeel
In 1531 vroeg Paus Paulus III de grote Michelangelo nog één keer een topprestatie te leveren. 25 jaar daarvoor had hij onder andere in de Sixtijnse kapel de Schepping geschilderd. Je weet wel, dat beroemde schilderij waarbij God met zijn vinger Adam aanraakt en hem het leven schenkt. Maar Michelangelo sputterde tegen. Hij was al 59 jaar oud, toch ook niet de jongste meer, en had andere zaken aan zijn hoofd.
Rechts ziet u hem, geschilderd door zijn meesterleerling Volterra.
De ene na de andere hooggeplaatste van het Vaticaan, kardinalen en bisschoppen, werd op Michelangelo afgestuurd om te vragen, nee te smeken, nee te bidden of hij toch asjeblieft nog één keertje zijn meesterhand aan het werk wilde zetten.
En uiteindelijk gaf Michelangelo toch toe. De Paus was uiteraard zeer in zijn nopjes. Het Vaticaan was dolenthousiast. Nog een schitterende schepping in hun kerk!
En Michelangelo ging aan de slag. Het schilderen van dit laatste meesterwerk, Het Laatste Oordeel, zou zeven jaar duren. Zeven lange jaren voordat hij het voltooid had. Het zou het hoogtepunt van de Renaissance worden. Zeer gespannen en vol verwachting was het Vaticaan dan ook, toen Michelangelo hen uitnodigde om het product van de legendarische godenzoon te aanschouwen. Het duurde niet lang meer of de dag des oordeels was gekomen.
Het gevierde gezelschap liep vrolijk keuvelend naar binnen, maar viel al snel stil. Doodstil. Iedereen keek om zich heen maar niemand durfde wat te zeggen. Uiteindelijk doorbrak de paus zelf de stilte: "Interessant. Heel interessant." En de kardinalen knikten driftig mee. Nou! Zeker!
Maar ondertussen was het Vaticaan getroffen door een diepe schok. Een verlammend diepe schok. Want wat wilde het geval? Iedereen was naakt. Jezus, de heiligen en zelfs de maagd Maria. Iedereen! En zo had Michelangelo het zich voorgesteld. Bij Het Laatste Oordeel staan we allemaal naakt tegenover God.
Ondertussen roerde het volk op straat. Naakt was best populair in de Renaissance, maar hoe ver kun je gaan? De dichter Pietro Aretino, wiens eigen gedichten tegenwoordig onder de categorie softporno geschaard zouden worden, schreef aan Michelangelo: "Uw kunst gaat zó ver, dat men zelfs in het bordeel het oog ervoor zou sluiten. Misschien zou uw kunst niet misstaan in een zedeloos badhuis, maar het past niet in zo'n verheven kapel."
Ondertussen hield Paus Paulus III zijn mond. Maar de volgende Paus (Paulus IV) gaf opdracht om Maria en de engelen in een gewaad te steken en Christus en de heiligen van een lendedoek te voorzien. Michelangelo zag knarsetandend toe hoe Daniela da Volterra (een leerling van de grote meester) zich van deze delicate opdracht kweet. Latere pauselijke opvolgers vonden Het Laatste Oordeel nog steeds te onzedig. Tweehonderd jaar is er over het kunstwerk van Michelangelo heen geschilderd. Tweehonderd lange jaren. Dat betekent zo ongeveer veertig pausen. En allemaal vonden ze er wat van. Pas toen ook alle duivels uit de hel een lendelapje voor hadden, was iedereen eindelijk tevreden.
Detail van Het Laatste Oordeel. Jezus in het midden, links van hem zijn moeder, de heilige maagd Maria.
Cultuurshock

1510. Maarten Luther (rechts in beeld) gaat op reis naar Rome. Wat een unieke kans is dit! Een kans om de bakermat van de christelijke kerk te bezoeken! Hij voelt zich uitverkoren, want de reis naar Rome is één van de drie legendarische pelgrimstochten. De andere twee zijn Santiago de Compostella en Jeruzalem, maar de laatste is sinds de verloren kruistochten niet meer bereikbaar. Luther besluit eerst in afzondering langdurig te bidden tot God, in nederigheid en eerbied tegenover de Almachtige, alvorens deze reis te ondernemen. Want Luther is boven alles een vroom mens. Een diep en diep vroom mens. Als hij een mooie vrouw ziet en bevangen wordt door zondige gedachten, straft hij zichzelf onverbiddelijk middels langdurig bidden en vragen om vergiffenis.
Hij gaat op stap. Op blote voeten. Twaalfhonderd lange kilometers op blote voeten. Zonder geld of benodigdheden. Hij reist van klooster tot klooster en bedelt, conform de eed aan armoede en eenvoudigheid, om eten. Een collega kloosterling reist met hem mee. Niet dat het een gezellig reisje is. De kloosterorde schrijft hun voor dat er de hele reis niet gesproken mag worden.
Af en toe ziet hij een mooie vrouw. Gelijk wendt hij het gezicht af en slaat hij urenlang aan het bidden. Zou hij dan nooit die zondige gedachten kunnen uitbannen?
Na weken lopen en lopen is Rome in zicht. Huilend vallen ze op hun knieën en werpen ze in verrukking de armen omhoog. Dat ze dit nog mogen meemaken in hun leven! Opnieuw gaan ze eerst langdurig bidden voordat ze de stad binnenwandelen.
Maar wat wil het geval? Rome is helemaal in de ban van hoogtijd Renaissance. In de rest van Europa moest de Renaissance nog inburgeren. De Renaissance staat voor de wedergeboorte van de oudheid en dus staan er in Rome metershoge beelden naakte mannen en vrouwen, net zoals de oude Grieken en Romeinen ook hadden. Schilderijen van 4 meter breed met daarop één naakte vrouw hangen in openbare gebouwen. Zelfs de kerken zijn versierd en beschilderd in één groot eerbetoon aan de menselijke naaktheid.
Tegelijkertijd betekent de Renaissance een breuk met de middeleeuwen, waar het Memento Mori, oftewel het Gedenk te Sterven, overheerste. Daarvoor in de plaats komt het Carpe Diem van de Romeinse en Griekse oudheid, oftewel Pluk de Dag. En dus zijn er overal bordelen in de stad. Zelfs voor priesters zijn er aparte 'massagesalons' ingericht.
De rikketik van Maarten Luther kan deze overdaad aan menselijke naaktheid maar amper verwerken. Na drie dagen is het hem allemaal te veel geworden en roept hij uit: Rome is op de poorten van de hel gebouwd!!
In 1517 zet Luther een belangrijk stap om een eigen kerk op te richten. Het protestantisme is geboren.
Het laatste oordeel van Michelangelo in de Sint Pieterskerk te Rome. Oorspronkelijk had Michelangelo de hele kerk vol met naakte mannen en vrouwen geschilderd. De kerkelijke top durfde er niets van te zeggen en zei dat ze het prachtig vonden. In de tweehonderd jaar erna is geleidelijk aan elk naakt geslachtsdeel bedekt met een edel lendedoekje.