Spielmann in Karlsbad 1923

Hans Bouwmeester

Het schamele toernooiboekje ziet er oud en versleten uit. Vele jaren geleden kreeg ik het van Lothar Schmid en sindsdien heeft het, zoals bleek, ongeopend in mijn kast gestaan. Grote delen moesten eerst nog worden opengesneden. Toch was Karlsbad 1923 een belangrijk toernooi, want vrijwel alle groten van die tijd deden mee.

Wereldkampioen Capablanca ontbrak; hij zal wel te duur zijn bevonden. Lasker was wel aanwezig, maar speelde niet. Na zijn match met de grote Cubaan in 1921 was hij in retraite gegaan en hij had in Karlsbad zelfs een kuur gedaan om bij te komen van het barre Cubaanse klimaat.

Aljechin, Bogoljubow, Réti, Nimzowitsch, Spielmann, Tartakower en Grünfeld waren zo ongeveer midden dertig en behoorden tot de kanshebbers voor de eerste prijs. Tarrasch was de zestig voorbij, maar op zijn goede dagen was hij een gevreesd tegenstander, evenals Teichmann en Rubinstein, die hun grote successen kort voor de eerste wereldoorlog hadden behaald.

Het toernooi had een enigszins grillig verloop. Aljechin leed in de tweede ronde een verrassende nederlaag tegen de Tsjech Treybal en in de zevende ronde versloeg de Engelsman Yates hem in een Koningsindische aanvalspartij die later de schoonheidsprijs kreeg. Maar verder toonde Aljechin zijn grote kracht. Toen er vijftien van de zeventien ronden verstreken waren had hij er negen partijen gewonnen. Zeven ervan vindt men in zijn My best games I terug, en met 11 uit 15 stond hij aan de kop met een vol punt voorsprong op Bogoljubow en de 53-jarige Maroczy. In de voorlaatste ronde moest hij met Spielmann in de slag. Het was de laatste slecht gegaan in het toernooi.

Weliswaar had hij in de derde ronde een aardige aanvalspartij gewonnen van Réti (links in beeld), maar daar had de geniale Hongaar als het ware om gevraagd. Zie hier wat er gebeurde door op de eclips te drukken.

In de elf rondes die volgen wint Spielmann nog slechts één partij. Alle andere verliest hij en bij het ingaan van de vijftiende ronde staat hij met 3 uit 14 jammerlijk onderaan. Dan verslaat hij de jonge Sämisch in een Siciliaans gambiet, maar kansen op een prijs zijn natuurlijk allang verkeken. Wat zal hij zich verder nog moe maken ...

 

Hans Kmoch, een schaakmeester en vooral een schaakjournalist met een schitterende staat van dienst, schrijft in Die Kunst der Bauernführung over de avond die aan de voorlaatste ronde voorafgaat. Réti gaat met Spielmann (links in beeld), een ernstig gesprek aan en zegt zo ongeveer het volgende: "Waarde Rudolf, dierbare vriend, op één na grootste aanvalsspeler van alle tijd, man van eer die ge zijt, ik moet je in aller eerlijkheid vragen of het nu wel zo mooi van je is om mij in de derde ronde prachtig te verslaan en vervolgens mijn concurrenten de punten in de schoot te werpen."

Ontroerd moet Spielmann geantwoord hebben: "Goed, morgen zal ik winnen!" "Winnen?", vraagt Réti, "Morgen speel je tegen Aljechin." Spielmann zegt dat het niets uitmaakt. Réti merkt op dat Spielmann ook nog zwart heeft. "Des te beter", is diens laatste woord. Réti schudt het hoofd en denkt er vermoedelijk het zijne van. De volgende dag gaat de partij van start. Uiteraard staat het duel met de koploper in het brandpunt van de belangstelling.

Het artikel van Hans Bouwmeester gaat verder met een verslag van de partij tussen Aljechin en Spielmann, Karlsbad 1923.


Aljechin trok zich vervolgens op zijn hotelkamer terug en deed iets ter kalmering van zijn gemartelde zenuwen. Hij verwoestte het aanwezige meubilair.

Alexander Aljechin.

Intussen had Maroczy zijn partij gewonnen en zodoende had hij zijn jonge rivaal ingehaald. Bogoljubow was echter niet verder gekomen dan remise en lag dus een half punt achter. In de laatste ronde maakten beide koplopers remise en haalde Bogoljubow het duo in met een overwinning op Treybal. Spielmann verloor weer door een onverantwoorde winstpoging in zijn partij met Chajes. Samen met deze tegenstander belandde hij op de laatste plaats. Drie jaar later zou hij zich op de Semmering formidabel revancheren.

De deelnemers aan Carlsbad 1923.