In Memoriam Nico Cortlever

Hans Bouwmeester

Het was in de eerste dagen van april dat ik voorbereidingen trof voor een interview met Nico Cortlever, die in juni tachtig jaar zou worden. Een volkomen onverwacht bericht over zijn plotseling overlijden schokte mij en ik had enkele dagen nodig om mijn gedachten opnieuw te ordenen. Nico werd in alle stilte gecremeerd; zo zal hij het zelf gewild hebben.

Ik ontmoette Cortlever kort na de tweede wereldoorlog. Hij behoorde met Kramer, Prins en Van Scheltinga tot een groep schaakmeesters, die onmiddellijk na Euwe het Nederlandse schaak aanvoerde. In de jaren daarna leerde ik hem beter kennen. Vele malen kruisten we de degens aan het bord en vele malen speelden we samen in het Nederlandse team. Nico was voor mij een indrukwekkende man. Hij was gezegend met een kolossaal scherp verstand en bezat het vermogen om dit dienstbaar te maken aan de vele taken, waarvoor hij zich in het leven gesteld zag.

Behalve schaakmeester en eindspelcomponist was Cortlever ook schaakorganisator, jarenlang aanvoerder van het beroemde VAS, captain van meerdere Olympische equipes en diplomatiek onderhandelaar als lid van de Plaatsingscommissie. Veel tijd om te schaken had hij niet, want Nico was geoloog, steenhouwer, makelaar, econoom en bedrijfsdirecteur. In die laatste functie bracht hij zijn zaak tot grote bloei.

Ik heb het altijd als een voorrecht beschouwd dat ik zoveel kostbare uren met Cortlever heb kunnen doorbrengen. Wij deelden de liefde voor het schaakspel, voor de eindspelstudie, voor de muziek en voor het proza van Willem Elschot. Hij was een goed verteller; zijn taalgebruik was eenvoudig, smaakvol, geestig en zeer 'to the point'. Wat hebben we veel plezier met elkaar gehad!

Bij een zo grote veelzijdigheid ligt het voor de hand dat er weinig tijd was voor intensieve schaakstudie. Cortlever moest het hebben van zijn positioneel inzicht, zijn strijdlust en zijn mentale hardheid. Hij speelde in het algemeen bescheiden veilige varianten. Een beetje slechter staan was zo erg niet, als je maar volhield en oplettend bleef tot het bittere einde. Zijn stijl deed in menig opzicht aan Lasker denken; dat vind ik overigens het grootste compliment dat men een schaker kan geven.

Internationaal kon Cortlever goed meekomen; bijna dertig jaar kwam hij in Nederlandse teams zijn partij meeblazen. Zelfs voor Euwe was hij een gevreesde tegenstander. Het volgende duel staat me nog helder voor de geest. De Nederlandse kampioenswedstrijd werd in 1954 in het Amsterdamse Hoofdbureau van Politie gespeeld. Het strijdtoneel was een kleine pijpenla waar het blauw stond van de rook en waar het publiek op de stoelen stond om een glimp van de partijen op te vangen. Wie zou zoets tegenwoordig nog accepteren? Er is veel te klagen in de schaakwereld, maar toch is er ontzettend veel verbeterd.


Deze nederlaag kostte Euwe, voor het eerst na ruim dertig jaar, de kampioenstitel. Hij deelde met Cortlever de tweede plaats achter Donner.

Amsterdam 1954 was Cortlevers laatste olympiade. Hij kreeg het derde bord toegewezen achter Euwe en Donner. Aan deze wedstrijd is het volgend fragment ontleend.


Als eindspelcomponist laat Cortlever een rijke erfenis na. Vermoedelijk zal onze eindspelredacteur daar uitgebreid aan dacht aan besteden. Deze composities zijn meestal van een hoge moeilijkheidsgraad. Ik volsta met een voorbeeld dat ik ontleen aan De Schaakwereld van januari 1938.

Binnen een jaar tijd verloor het Nederlandse schaak in Van Scheltinga, Van den Bosch en Cortlever drie indrukwekkende persoonlijkheden. Ik bewaar aan hen de allerbeste herinneringen. Kramer, Mühring en Prins zijn als schaker niet meer actief. Topspelers van mijn generatie zoals Van den Hoek, Wijnans, Barendregt, Van den Berg, Henneberke en Donner zijn allen betrekkelijk jong gestorven. Het wordt wat stil om mij heen ...

Cortlever in 1939