De bibliotheek van het Max Euwe-centrum

Hans Bouwmeester

Wie van het Rijksmuseum naar het Max Euweplein wandelt komt onvermijdelijk over de Hein Donnerbrug. Die naamgeving heeft voor mij iets paradoxaals, want nergens heeft Donner, als voorganger in de eredienst van De Professionele Schaakkunstenaars, zo geschitterd als in de omgeving van dit plein. Die club van de jaren zeventig is helaas nooit goed van de grond gekomen. En juist Euwe was de man die, zoals dat heet, vaak over de brug moest komen, want in zijn tijd waren ook de grote schaakmeesters arm.

Om het MEC te bereiken moet je een paar trappen op, maar dan vind je ook een schitterende ruimte die elke geaarde liefhebber de adem doet inhouden. Voor mij is de prachtige bibliotheek een onuitputtelijke bron van schoonheid en ik wil hierbij vermelden dat Fred Verbeek, geheel belangeloos, al duizenden uren heeft besteed om alles in kaart te brengen.

Mijn oog valt op het toernooiboek van Bad Kissingen 1928. Op Aljechin na spelen daar alle grote meesters van die tijd. Op de eerste bladzijde vind ik de groepsfoto. Links bovenaan staat Euwe, met zijn 27 jaar veruit de jongste van het gezelschap en hij is de langste van allen. Het toernooi vindt in augustus plaats en Euwe heeft dus vakantie als leraar wiskunde van het meisjeslyceum in Amsterdam. Hij is op zijn 22e afgestudeerd, op zijn 25e gepromoveerd, getrouwd en inmiddels vader van twee kleine meisjes. Het beroepsschaak trekt hem niet, maar vrijwel al zijn vrije tijd besteedt hij aan het schaakspel. Het toernooi zal bewijzen dat hij tot de absolute wereldtop behoort.

Op de foto staan tien andere deelnemers, allen keurig in het pak. Réti en Bogoljubow zijn twaalf jaar ouder dan Euwe en horen nog tot de jongeren. Tarrasch is 66, Mieses 63, Marshall 61 en dan komen de zogenaamde "hypermodernen" Tartakower, Spielmann, Nimzowitsch, Capablanca en Yates, die allen in de veertig zijn, evenals Rubinstein, die op de foto ontbreekt. Behalve Euwe hebben alle deelnemers reeds een min of meer grote staat van dienst. Favoriet is Capa, die zich na zijn match met Aljechin hoopt te rehabiliteren. Ongetwijfeld hoopt hij tevens op een revanchematch met deze gehate rivaal, maar deze hoop zal ijdel blijken. Wie geïnteresseerd is in deze zaken moet het boek van Edward Winter maar lezen. Tartakower heeft van het toernooiboek een meesterwerk gemaakt en het is eigenlijk merkwaardig dat dit zo weinig bekend is geworden.

Bogoljubow neemt van het begin af aan de leiding en staat deze niet meer af. Met 8 uit 11 wint hij de eerste prijs. Capablanca en Euwe volgen hem lange tijd, Capa verslaat de leider zelfs in de 9e ronde vanuit een gelijkstaand eindspel, (dit inspireerde Lodewijk Prins destijds tot een diepgravende analyse; zie zijn C-boek) maar daarmee kan hij zijn nederlaag tegen Spielmann niet goedmaken. De Cubaan wint met 7 uit 11 de tweede prijs en met 6,5 moeten Euwe en Rubinstein de derde en vierde prijs delen. Nimzowitsch wordt vijfde en Réti zesde.

Het boek vermeldt als eerste prijs een bedrag van twaalfhonderd Rijksmark. Naar onze tijd verplaatst zou dat twaalfduizend Euro kunnen zijn. Wie het beter weet mag het zeggen.

Max Euwe, 1901-1981.

De partijen van Max Euwe in dit toernooi mogen gezien worden. Max Euwe wint op voortreffelijke wijze van Réti, Marshall en Mieses. Hij weerlegt een domme openingsfout van Rubinstein en wikkelt keurig af. Op studienhafte wijze redt hij een moeilijk eindspel tegen Capablanca. Het respect van zijn collega's is groot. Daar doet ook zijn ongelukkige nederlaag tegen Yates door een concentratiefout in de hoogste tijdnood niets aan af.

Bijna veertig jaar later schrijft Euwe over deze partij het volgende:

"In de voorlaatste ronde moest ik spelen met Yates, die bijna onderaan stond. Met een overwinning zou ik een eerste of tweede prijs kunnen behalen voor Capablanca, een voor mij vooral in die tijd ongekend succes. Ik had wit en was vol goede hoop. Ongelukkigerwijs had ik voor het begin van die partij opgemerkt dat mijn tegenstander enkele glaasjes ophad. Dit was voor mij aanleidng hem te onderschatten. Ik speelde wat onverschillig in de verwachting dat mijn tegenstander toch wel de een of andere grove fout zou maken. Het tegendeel geschiedde; Yates speelde sterk en vindingrijk. Ik verloor en werd gedeelde derde in het toernooi."

Euwes overwinning op Réti is ten onrechte weinig bekend geworden. Het boek van Münninghof geeft slechts summiere informatie. Ik benut de aantekeningen van Tartakower in het toernooiboek.

Richard Réti, hier links in beeld, was geboren op 1889, en stierf in 1929 op veertigjarige leeftijd. De wedstrijd tussen Euwe en Réti werd aldus een jaar voor de dood van Réti gespeeld.


De deelnemers aan Bad Kissingen 1928. Zittend van links naar rechts: Nimzowitsch, Capablanca, Tarrasch, Marshall. Staand van links naar rechts: Euwe, Yates, Tartakower, Spielmann, Réti, Mieses, Bogoljubow.