Bouwmeester
Remise?
Hans Bouwmeester
Korte remisepartijen worden door het schaakpubliek en sponsors niet op prijs gesteld. Het is een oud probleem en er is niets aan te doen. Als twee spelers tevreden zijn met remise, dan gebeurt dat, op welke manier dan ook. Organisatoren zullen zich ermee moeten verzoenen.

Onlangs speelden in Linares zes wereldtoppers en een Spaanse coming-man een dubbelronding toernooi. Tachtig procent van alle partijen werd remise. Sommige waren nauwelijks meer dan theoretische schermutselingen. Kramnik (rechts in beeld) werd winnaar met twee mooie overwinningen en tien remises, waarvan er zeven in weinig zetten tot stand kwamen. Er is inmiddels veel over geschreven en Kramnik heeft zelfs openlijk spijt betuigd.
In oude toernooien is er wel een bepaling geweest dat een partij pas na toestemming van de wedstrijdleider voor de 30e zet remise mochten worden gegeven. De FIDE heeft deze regel in 1962 opnieuw ingevoerd, dit op aandringen van onze eigen hoogmogende voorzitter van toen, Henk van Steenis. Hij zette zijn betoog kracht bij met het volgende verhaal. Bij een Fins kampioenschap moesten beide kanshebbers kort voor het einde tegen elkaar. De heren speelden in tien zetten remise. Daarna had het publiek de kassa bestormd!

De regel was van kracht tijdens de Olympiade van Varna (Bulgarije) 1962. Hoofdarbiter Salo Flohr (rechts in beeld) was verantwoordelijk voor de gang van zaken. Aanvankelijk waren er geen problemen. Spelers en teams die op een puntendeling uit waren, raffelden 30 zetten af of construeerden een herhaling van zetten. Afspraken daaromtrent waren niet van de lucht. Ik herinner me een paar partijen van Euwe, die snel en met toestemming van Flohr in remise eindigden. Geen vuiltje aan de lucht dus, totdat ... Fischer een remise-aanbod accepteert van Padevsky na twintig zetten. Flohr weigert toestemming. Fischer loopt weg! Journalisten hebben de dag van hun leven. Maar wat te doen? Iedereen weet dat Fischer naar huis gaat als hij zijn zin niet krijgt en dat is het laatste wat de Bulgaren willen. De Amerikaanse captain Hearst vindt een oplossing: Padevski doet, na toestemming van zijn aanvoerder Neikirch, aan Hearst een elegant aanbod. Dit wordt door Hearst even elegant geaccepteerd! Partij is remise, iedereen tevreden en men gaat over tot de orde van de dag. Regel ontkracht. Voorgoed?
Terug naar St. Petersburg 1895/1896. Na de eerste vierkamp is het duidelijk dat de strijd om de eerste prijs tussen Lasker en Pillsbury zal gaan. Na vijf ronden staan ze gelijk aan de kop en in de zesde ronde moeten ze opnieuw de degens kruisen, ditmaal met de Amerikaan aan de witte stukken. De spelers hebben net het kerstverlof achter de rug en het schijnt dat vooral Pillsbury alle heerlijkheden van de Russische metropool heeft genoten. Later zal blijken dat hij bij deze feesten een lelijke infectie heeft opgelopen, waarmee men in die jaren nog niet goed raad wist. Maar enfin, dat wist Harry Nelson toen nog niet en in deze partij levert hij een prachtige prestatie. Weliswaar ontstaat na twintig zetten een ongeveer gelijkstaand eindspel, maar dan laait de strijd opnieuw op. Een voorbeeld voor de grote heren van nu?
Het artikel van Hans Bouwmeester gaat verder met een verslag van de partij tussen Pillsbury en Lasker, gespeeld in Sint Petersburg 1896.
Om een wereldkampioen in een dergelijk eindspel te verslaan, dat is een prestatie van grote allure. Het is merkwaardig dat de partij nooit algemeen bekend is geworden en dat er volgens mijn gegevens vrijwel geen uitgebreide analyses van bestaan. Misschien dat onbekende Russische bronnen en ook de computer meer licht op de zaak kunnen werpen.
![]() |
![]() |
Links Pillsbury, rechts Lasker.

