Een wezenlijk onderzoek dienaangaande ontbreekt en het is de vraag of dit interessante uitkomsten zou opleveren. Kan men een schaakmeester niet het best beoordelen op grond van zijn partijen?
Zo bezien zou ik in Kasparov zeker een even groot artiest onderkennen als in Tsjigorin; Karpov is in creatief opzicht zeker niet de mindere van mensen als Lasker of Capablanca.

Hoe men ook over deze zaken mag denken, het is duidelijk dat de 'schaak-bohémiens' in brede lagen plaats hebben moeten maken voor de systematisch werkende professionals. Nicolas Rossolimo, links en rechtsonder een foto van hem, kan wellicht worden gezien als de laatste der Mohikanen. Hij werd in Kiev geboren (1910) en bracht zijn jeugd in Moskou door. Zijn vader was Griek en zijn moeder een Russische. Rond zijn twintigste jaar emigreerde hij naar Frankrijk en werd Frans staatsburger. Met een taxi verdiende hij zijn brood in Parijs, hetzelfde deed hij na 1953 in New York, waar hij ook een schaakstudio opende.

Wie Rossolimo niet gekend heeft, heeft veel gemist, want hij was in menig opzicht een boeiende man. Hij sprak veel, meestal over Rossolimo. Op het schaakbond kon hij soms op grootmeesterniveau de wonderlijkste staaltjes uithalen en zijn commentaren daarop getuigden van een rijke fantasie. Op het gebied van judo was hij eveneens een expert; hij droeg de zogenaamde 'bruine band'.
Dit alles kwam mij in herinnering toen ik, bladerend in een oud tijdschrift een eindspelcompositie van Rossolimo's hand tegenkwam, die hij mij lang geleden eens had laten zien.
Het artikel van Hans Bouwmeester gaat verder met een bespreking van deze fameuze studie. U kunt dit naspelen door op de rode knop te drukken!