Bouwmeester
De zoon van "William Shakespeare"
Hans Bouwmeester

In de geschiedenis heeft Howard Staunton (rechts in beeld) het beeld achtergelaten van een zuur verliezer. In 1844 ontsnapte hij aan de revanche-match tegen St. Amant, 1851 gunde hij in Londen Adolf Anderssen zijn triomf niet en in 1857 maakte zich met allerlei uitvluchten van de tweekamp met Paul Morphy af.
Hij kwam eigenlijk pas honderd jaar na zijn dood positief in de publiciteit, toen Bobby Fischer hem onder de tien grootste schakers aller tijden rangschikte. Fischer roemde Stauntons diepe openingsanalyse en noemde diens partijen "compleet modern".
Staunton had twee grote hobby's: schaken en Shakespeare. Over de vraag wie zijn vader was hebben de historici nooit een antwoord kunnen geven. Sommigen beweren dat hij de onwettige zoon zou zijn van Frederick Howard, de vijfde graaf van Carlisle (1748-1825). Het zou kunnen zijn dat Staunton, toen hij meerderjarig werd, een paar duizend pond van hem erfde. Een uitzonderlijk groot bedrag in die tijd. Of vergissen de historici zich, en verkijkt men zich om achternaam en de gezamenlijk gedeelde interesse in toneel van vader en zoon? Het testament is nooit achterhaald.
Bij zijn huwelijk vulde Staunton als zijn vader in: "William Staunton, gentleman". Is dat zijn echte vader? Of is dat een verzonnen vader, en heeft hij William van Shakespeare overgenomen? We zullen het nooit zeker weten.
Met schaken is Staunton laat begonnen. In 1836 tekent hij in op een schaakboek, in 1841 vinden we zijn naam als secretaris van de Westminster Chess Club. Hij neemt snel in speelsterkte toe: in 1840 verslaat hij H.W. Popert, in 1842 John Cochrane. Maar het echte werk begint in 1843. Eerst verliest hij in Londen een informele tweekamp tegen Fransman Pierre Charles Fournier de Saint-Amant met 2,5 tegen 3,5. Later in dat jaar wordt Staunton de informele wereldkampioen wanneer hij in Parijs de beroemde Fransman alsnog verslaat in een onvervalste titanenkamp. De omstandigheden doen ons barbaars aan. Er werd gespeeld in de Cercle des échecs. De toeschouwers verdrongen zich om het kleine speeltafeltje, applaudisseerden bij een goede zet en gromden bij een blunder. Stil was het ook verder allesbehalve. Tijdcontrole was er evenmin: geen klokken, zelfs geen zandlopers. Afbreken was er niet bij en tijdens de partij werd niet gegeten! Er was alleen thee voor de Brit. Koffie en af en toe een snuifje voor de Fransman. Remises telden niet mee. Staunton bouwde een 7 - 0 voorsprong op, maar kwam daarna in moeilijkheden. De voorsprong slonk tot 8 - 6. Maar op 19 en 20 september 1843 wist Staunton te winnen en de 21e matchpartij – die als enige werd afgebroken – werd na 66 zetten gewonnen, waarmee de eindstand in de tweekamp een feit was: 11 – 6.
Staunton tegen Amant, Parijs 1843.
De revanchematch in 1844 mislukte doordat Staunton tijdens de reis een zware longontsteking opliep, die hem op het randje van de dood bracht. Hij hield er een blijvend hartletsel aan over, wat z'n humeur niet verbeterde en hem eigenlijk ongeschikt maakte voor topschaak. Toch heeft hij tussen 1843 en 1851 onnoemelijk veel voor het schaken gedaan. Hij reisde er per stoomtrein heel Engeland voor af. Uit die tijd stammen ook zijn schaakboeken.
In 1849, Stauntons trouwjaar, ontwierp zijn vriend Nathaniel Cook een nieuwe vorm schaakstukken. Zijn vriend zag een goede reclame in de naam Staunton: diens handtekening moest op de doos, het model kreeg zijn naam en elke koper kreeg Stauntons Chess Player's Textbook erbij cadeau. Staunton deed dit om zijn vriend te helpen en omdat hij de nieuwe stukken zo mooi vond.
In 1851 kreeg Staunton het voor elkaar dat de moderne toernooigeschiedenis in Londen kon beginnen. Als secretaris van het toernooicomité moet hij daar een heidens werk aan hebben gehad. Toch speelde hij mee: het werd de teleurstelling van zijn leven. De toernooi opzet was een soort van Knock Out competitie met minimatches. In de eerste ronde won Staunton met 2 - 0 van Brodie, in de tweede ronde met 4,5 tegen 2,5 van Horwitz, maar in de derde ronde verloor hij kansloos van Anderssen met 4 tegen 1. Vervolgens zou hij de strijd om de derde plaats ook nog verliezen van Williams (4,5 - 3,5). Glorieus winnaar werd Adolf Anderssen, die Wyvell versloeg met 4,5 - 2,5.
In het toernooiboek kon Staunton zijn teleurstelling amper verbergen. Hij toont zich een slecht verliezer. De Duitse schakers hebben het idee gekregen dat hun nationale held Adolf Andersen gekleineerd werd.
Dan stort Staunton zich van 1857 tot 1860 op zijn andere grote liefde: Sahakespeare. Toen Paul Morphy hem uitdaagde, kwam dit dus voor Staunton zeer ongelegen. Hij had dat ronduit moeten zeggen. Gewoon: "Ik speel niet meer, ik ben nu met Shakespeare bezig." Maar Staunton ontweek de strijd met vage toezeggingen en argumenten. Morphy was teleurgesteld, later verbitterd. Zijn secretaris, Frederick Edge, was razend.

Deze affaire heeft Staunton geen goed gedaan. Tot die andere geniale Amerikaan, Robert Fischer, ruim honderd jaar zijn waardering voor hem uitsprak. Ineens werd de schaker Staunton door andere ogen bekeken. En terecht, want dat hij zijn tijd ver vooruit was, staat vast.