Schakers en hun uitspraken

Hans Bouwmeester

Het leven van de schaakmeester is een voortdurende strijd met andere schaakmeesters, en vooral ook met zichzelf; dit laatste geldt bij uitstek voor hem die aan de spits staat". Dit schrijft Aljechin in zijn beroemde boek My best games II, waarvan in 1940 een Nederlandse vertaling verscheen. Deze woorden kwamen mij in gedachte toen ik op 1 mei 1989 in De Volkskrant las, dat Kasparov zich weer eens kritisch over zijn grote rivaal Karpov had uitgelaten. In Oostenrijk, zo luidde het artikel, zou Kasparov hebben gesuggereerd dat Karpov, die hij vroeger al eens een fascist genoemd had, zijn successen aan doping te danken zou hebben. Nu betekenen deze uitspraken niet dat Karpov ook een fascist zou zijn of dat hij zich van doping zou hebben bediend. Daarom hoeft de laatste zich de genoemde uitspraken ook niet aan te trekken, maar zoiets klinkt altijd gemakkelijker zolang je dit aan een ander mag vertellen. De vraagt blijft of een FIDE en een GMA dergelijke beledigingen mag blijven accepteren.

Kasparov, rechts in beeld, zou zich over de woorden van Aljechin eens kunnen beraden. Nu was Aljechin ook geen lieve of timide broeder. "Maar heren", zo zei hij eens tijdens een ruzie tussen Fine en Reshevsky bij het AVRO-toernooi van 1938, "gedraagt u zich nu niet als Capablanca!" Uiteraard was deze opmerking in de eerste plaats voor de Cubaan bestemd, die zich in de onmiddellijke nabijheid bevond.

Het is bekend dat Aljechin en Capablanca sinds hun match in 1927 vrijwel geen woord meer met elkaar gewisseld hebben. In de jaren dertig ging het zelfs zover, dat Aljechin zijn rivaal uit de toernooien trachtte te weren; soms met succes.

Ook Capablanca en Lasker hebben diverse malen verschil van mening gehad, maar, voor zover men in de geschriften lezen kan, bewaarden zij uiteindelijk wel de grote stijl.

Lasker en Steinitz vochten aan het eind van de vorige eeuw twee harde matches uit. Zij scheelden ruim 32 jaar in leeftijd en dan is er fundamenteel minder druk op de ketel. Lasker heeft zich over Steinitz altijd lovend uitgelaten; "Steinitz legde het fundament voor de schaakstrategie, het resultaat van fantasie en inspiratie. (…) Ik, die zijn overwinnaar was, moet het onrecht wreken, dat hem is aangedaan."

Laskers grootste rivaal uit de eerste periode van zijn wereldkampioenschap was Siegbert Tarrasch. Gedurende vele jaren stonden zijn elkaar op het schaakbord en in de krant naar het leven. Vooral Tarrasch heeft zich meermalen geblameerd door denigrerende uitspraken, maar de 'stijl Kasparov' heeft hij zich toch nimmer aangemeten. Trouwens, in zijn latere jaren heeft Tarrasch zich zonder meer gerehabiliteerd door in het toernooiboek van St. Petersburg 1914 Lasker alle eer te geven die hem toekwam. Maar zover was het nog niet tijdens de match in 1908, die door de gehele schaakwereld met ingehouden adem werd gevolgd. Op zijn oude dag kon Euwe er nog lyrisch over praten; als jongetje van zeven jaar had hij dagelijks met spanning de komst van de krant afgewacht. "De schaakmeesters van nu zouden die partijen nog eens moeten zien. Zijn we in de loop van vele decennia nu zo verschrikkelijk vooruitgegaan, aangenomen dat we de ontwikkeling van de openingstheorie even buiten beschouwing laten?"

Over deze vraag is het interessant filosoferen, maar nog belangwekkender vind ik persoonlijk het volgende duel. Ik denk dat mensen als Korchnoi of Kasparov zich voor een dergelijke overwinning niet zouden hebben geschaamd.

Tarrasch – Lasker, vierde partij, Düsseldorf 1908

Toen de 25-jarige Lasker in 1894 de wereldtitel ontnam aan Wilhelm Steinitz werd hij door velen niet of nauwelijks erkend als wereldkampioen. Steinitz, de oude Titaan die zich op krukken voortsleepte en wiens gezichtsvermogen beperkt was, had zich als 58-ajrige als een leeuw tegen zijn jonge tegenstander geweerd, maar uiteindelijk moest hij het wegens tekort aan fysieke krachten afleggen, zo meende men.

Omstreeks de eeuwwisseling stond Tarrasch, links in beeld, op het hoogtepunt van zijn roem en hij had voortdurend de neiging om zich als tegenpaus uit te roepen. Na zijn overwinning in Oostende 1907 verklaarde hij: "Ik ben bereid om met Lasker te spelen, maar uitdagen doen ik hem niet. Dat moet degene doen die de mindere successen heeft. Onlangs heb ik nog Marshall in een match met 8-1 verslagen. Dat was heel wat moeilijker dat het verslaan van een oude man als Steinitz."

Lasker gaf geen commentaar. Ook hij speelde een match met Marshall en won met 8-0, remises niet meegerekend.

Uiteraard waren Lasker en Tarrasch geen vrienden en zo was een tweekamp moeilijk te organiseren. Toch kwam de match in 1908 tot stand, maar een poging van het comité om de heren met elkaar te verzoenen voor de strijd begon, leed schipbreuk op de halsstarrigheid van Tarrasch: "Tegen u, Herr Doktor, heb ik slechts twee woorden te spreken, schaak en mat!"

Links ziet u een foto uit de match. Lasker loot in de eerste partij wit. In een rustige Spaanse ruilvariant schuift hij schijnbaar emotieloos naar een gunstig eindspel en wint dat op zijn gemak. Tarrasch begrijpt er niets van.

De tweede partij eindigt voor Tarrasch in een catastrofe. Hij komt geweldig te staan, maar in de complicaties, door Lasker op het juiste moment ontketend, raakt hij het spoor bijster: 2-0 voor Lasker.

Pas in de derde partij toont Tarrasch zijn grote kwaliteiten. In de opening is het duidelijk superieur en ditmaal laat hij zijn voordeel niet glippen.

Onder grote spanning begint het vierde duel. Door zijn betere kennis van de openingen krijgt Tarrasch het initiatief duidelijk in handen, maar wederom wordt hij overmoedig. Lasker heeft iets wat Tarrasch in zijn carrière nog maar zelden is tegenkomen: de gave van optimale oplettendheid gepaard aan een geweldig tactisch vermogen.

De kritieke stelling kunt u bereiken door op de eclips te drukken en de partij na te spelen, samen met het commentaar van Hans Bouwmeester.


Na deze partij was Tarrasch enige tijd een geslagen man. Hij bracht het slechts tot onverkwikkelijke commentaren in de krant. Lasker liep uit tot 5-1. In een later stadium kwam Tarrasch weer wat terug en won nog twee uitstekende partijen, maar uiteindelijk won Lasker, rechts in beeld, met 8-3. Een schitterende match was daarmee ten einde; helaas zijn de meeste partijen in de vergetelheid geraakt, want schakers leven nu eenmaal sterk bij de actualiteit. Dat is jammer want in kwaliteit doen deze gevechten niet onder voor vele grote hedendaagse topduels.