Ronde 5

De draak

In de vijfde ronde kwam wederom een stelling uit de draak in het Siciliaans op het bord. Het gaat om de stelling na de zetten 1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 g6 6.Le3 Lg7 7.f3 0-0 8.Dd2 Pc6 9.g4, links in beeld.

Deze stelling wordt door de theorie anno 2000 als onduidelijk beoordeeld, en wellicht verbaast u dat. Hadden we niet in ronde 3 ook een stelling van de draak op het bord waarvan Fischer even uitlegde hoe dat aangepakt moest worden? Sac, sac, sac ... and mate!

De zet 9.g4 is toch een mooie voorbereiding op de furieuze koningsaanval langs de h-lijn?

Dat klopt, maar een belangrijke counterstrategie in de draak is het centrum openbreken met ... d5.

Het duidelijkst zien we dat in de partij John van der Wiel tegen Anthony Miles, die verder ging met 9... Le6 10.h4 d5, zie de linkerdiagram. Van der Wiel deed een snelle coup-poging door met de h-pion naar voren te scheuren. Hij liet lange rochade achterwege en toen zijn eigen koning op de tocht kwam te staan, bood hij toch maar remise aan.

Zwart kwam al met al beter uit de opening. Druk op de eclips om de instructieve partij van der Wiel - Miles na te spelen.


Links Anthony Miles, rechts John van der Wiel.

Om die reden betracht wit zich eerst de nodige prophylaxis, ten einde optimaal geprepareerd zijn op het openbreken van het centrum. Daarom gaan de hoofdvarianten verder met 9.Lc4 en 10.Lb3, of anders 9.0-0-0 en 10.Kb1. 10.Kb1 verhindert Da5 wegens Pd5, wat na ... Da5 Kb1 Tfc8 weinig oplevert. Zodra wit alle nuttige prophylactische zetten gedaan heeft, en daarmee min of meer ... d5 en het openen van het centrum ontmoedigd heeft, kan de aanval over de h-lijn beginnen.

Herinnert u zich deze linkerstelling nog uit ronde 3? Wit ging verder met 14.f4, maar bereikt daar geen voordeel mee. Vreemd genoeg doet 14.g4 dat evenmin, terwijl 14.Kb1 wel kritiek is voor zwart (volgens de theorie anno 2000). Natuurlijk hebben zowel wit als zwart haast, maar het prophylactische Kb1 ontneemt zwart wel een aantal cruciale mogelijkheden.

Een ander voorbeeld van ditzelfde principe is dat zwart na 9.g4 kan voortzetten met het actieve 9... Le6, terwijl 9.0-0-0 Le6 10.Pxe6 fxe6 11.g3 (een mogelijk vervolg) wit een klein, maar substantieel voordeeltje oplevert. In de hoofdvarianten na 9.0-0-0 of 9.Lc4 belandt de zwarte loper op het minder actieve veld d7.

In deze laatste ronde speelden de cracks tegen elkaar en een scherpe strijd werd wel verwacht. Helaas, vermoedelijk vond men dat de themastelling zich niet leende voor een hete strijd, waardoor maar liefst zeven partijen onbeslist eindigden.

Het belette Hans Bouwmeester, de commentator van deze dag en links in beeld, niet om er toch een interessante dag van te maken.

 

Het antipositionele e5

Waar de hoofdvariant verder gaat met 9... Le6, is er in het thematoernooi drie keer 9... e5 gespeeld, die de stelling links in beeld doet ontstaan. De zet ziet er dermate antipositioneel uit dat, opmerkelijk genoeg, de commentator in de toeschouwersruimte deze zet niet wilde behandelen. Een zwakte op d5, verzwakking van d6, blokkering van de loper op g7, dat kan toch niet goed zijn? 9... e5 kan toch moeilijk als voldoende voor gelijk spel beschouwd worden? In de Najdorf staat in vergelijkbare stelling de loper op e7 in plaats van g7; die stelling is wel positioneel gezond.

Toch is het allemaal nog niet zo duidelijk. Als zwart tot ... d5 kan komen, verdwijnen de meeste nadelen, en als wit zelf Pd5 speelt, volgt ... Lxd5 of ... Pxd5 en de zwaktes zijn eveneens opgelost als wit gedwongen wordt tot exd5, en anders kan zwart na Txd5 met Pe7 de toren weer terugdrijven en alsnog d5 spelen. Verder kan het veroveren van d6 niet altijd geschieden, omdat dat de toren op d8 komt of anders een loper op f8 die langs de diagonaal f8-b4 weer in de strijd gebracht kan worden. Een ander onderdeel van het zwarte plan is het witte paard na 10.Pb3 met Le6xb3 onschadelijk maken en Pd4 spelen.

De partijen met 9... e5 waren in elk geval wel interessant! Jaap van der Tuuk kwam met een waargaloos stukoffer tegen Tom de Jong en maakte er een boeiende aanvalspartij van.


Bas van Gaalen liet ook zien wat de zwarte mogelijkheden van 9... e5 waren en Maarten Etmans wist maar ternauwernood remise te maken.


In de post mortem analyse: links Maarten Etmans en rechts Bas van Gaalen.

André Schenk speelde een sterke positionele partij tegen Pieter Nieuwenhuis en liet zien hoe het witte spel tegen 9... e5 gespeeld moet worden.


Links André Schenk, rechts Pieter Nieuwenhuis.

Remisevaarwater

Was er een gebrek aan strijdlust, was men moegestreden aan het einde van het toernooi, kwam het omdat grootmeesters tegen elkaar speelden of vreesde men teveel de zwarte tegenkansen? In elk geval kwamen alle andere partijen in eindspelen terecht waarin zwart weinig te vrezen had. Toch waren er wel degelijk kansen om de strijd aan te gaan.

Links ziet u de stelling na 9... Le6 10.0-0-0 Pe5. 10... Pe5 is minder goed dan 10... Pxd4. De theorie anno 2000 deelt mede dat wit na 10... Pe5 met 11.g5 Ph5 12.f4 Pc4 13.Lxc4 Lxc4 14.f5 een voordelige stelling bereikt. Er had dan een spannende strijd kunnen ontstaan, maar in het thematoernooi werd twee keer naar een eindspel afgewikkeld dat in remise eindigde.

In Du Chattel - Duistermaat werd nog wel gestreden. Aanvankelijk had zwart overwicht. Dat verzandde en in de slotstelling staat wit iets beter. 9.g4 Le6 10.0-0-0 Pe5 11.g5 Ph5 12.b3 Da5 13.Pa4 Dxd2+ 14.Txd2 Ld7 15.Pb2 Pc6 16.Pe2 f5 17.gxf6 Txf6 18.Lg2 Taf8 19.Pd3 Wit speelt volgens de beste Du Chattel-traditie: krom maar massief. Inslaan op f3 levert zwart na 19... Txf3 20.Lxf3 Txf3 21.Lg5 niet genoeg op, bv 21... h6 22.Lh4 Te3 23.Pf2 g5 24.Lg3 Pf6 25.e5 Pxe5 26.Pd1 Te4 27.Pf2 en als zwart op winst wil spelen krijgt hij met 27... Tb4 28.Lxe5 dxe5 29.Pd3 de kous op de kop. 19... T6f7 20.Pg3 Pf6 21. c3 Pe8 22.Tc2 Pc7 23.Kd2 Tc8 24.h4 h6 25.f4 e5 26.f5 gxf5 27.Pxf5 Lxf5 28.exf5 d5 29.Lh3 Te8 30.Kd1 b6 30... d4 31.cxd4 exd4 32.Lf4 Pd5 ziet er niet slecht uit. 31.Tg1 Kh7 32.Lg4 Tef8 33.Lh5 Td7 34. Tcg2 Tf6 35.Lg6+ Het alternatief 35.Tg6 levert mooie varianten op maar niet meer dan dat: 35... Txf5 36.Txh6 Lxh6 37.Lg6 Kh8 38.Lxf5 Tf7 of 35... Txg6 36.Txg6 Pe7 37.Lg4 Td8. 35... Kh8 36.Pf2 d4 37.Lc1 Met de c-pion op d4 slaan levert na 37... Pxd4 aftrekvorken op. 37... dxc3+ 38.Ke1 Pd4 39.Tg3 Pxf5 40.Txc3 Een pionoffer om het loperpaar en de spanning te bewaren. 40... Pxh4 41.Le4 Tdf7 42.Pg4 Pf3+ 43.Lxf3 Txf3 44.Tc6 h5 45.Th1 Pd5 46. Txh5+ Kg8 47.Tg5 Tf1+ Wit heeft steeds voldoende compensatie gehad, maar nu biedt zwart hem zelfs een kwaliteit aan. Beter was 47... Pe7 48.Tc7 Pf5 49.Pxe5 Txc7 50.Pxf3 en remise. 48.Ke2 Th1 Ook 48... Kf8 49.La3 Ke8 (49... Pe7 50.Tc8 mat) 50.Te6 Pe7 51.Pxe5 Lxe5 52.Tgxe5 en óf de witte koning loopt over b5 weg óf wit slaat met schaak op e7. Beter was echter 48... Kh7 en wit heeft niet anders dan Th5 met remise. 49.Ph6+ Txh6 50.Txh6 Pc3+ 51.Ke1 Pe4 52. Tg2 Pf2 Onzin - tijdnood. 53.Td6 Idem. 53... Pe4 54.Te6 Pc5 55.Te8+ Kh7 56.Ke2 Td7 57.Le3 Pe4 58.Tc8 En remise overeengekomen. Wits voordeel is minimaal en hij had nog veel minder tijd voor het uitvluggeren dan zwart. Een rechtvaardige uitslag.

Links Philip du Chattel, rechts Hans Duistermaat, met toernooidirecteur N. van der Stoep.

Arie Schwartz - Meindert van der Linde kozen voor een andere remisevariant: 9... Le6 10.0-0-0 Pe5 11.g5 Ph5 12.f4 Pc4 13.Pxe6 Pxd2 14.Pxd8 Pxf1 15.Thxf1 Lxc3 16.Pxb7 Lxb2+ 17.Kxb2 Tab8 18.Td3 Txb7+ 19.Tb3 Tc7 20.Ld4 Pxf4 21.Txf4 e5 22.Tf2 exd4 23.Tb4 Te8 24.Txd4 ½ - ½

Een foto uit de post mortem analyse. Op de voorgrond mengt Hans Bouwmeester zich in de analyse van de partij tussen Arie Schwartz en Meindert van der Linde (op de rug gezien). Op de achtergrond ziet u links Miles en van der Wiel en rechts Nunn en Timman. Van der Wiel en Timman op de rug gezien.

De sterkste zetvolgorde voor zwart is 9... Le6 10.0-0-0 Pxd4 11.Lxd4 Da5 12.a3, resulterend in de linkerdiagram.

Wie naar deze stelling kijkt zal het allereerst opvallen dat wit zich heeft moeten compromitteren met a3, wat zwart natuurlijk een mooi aanknopingspunt voor de aanval biedt. Helaas moet wit wel, want na 12.Kb1 Tfc8 dreigt Txc3 en is wit alsnog gedwongen tot a3. Ongetwijfeld zal zwart nu tevreden in zijn handen wrijven mocht het tot een wederzijdse koningsaanval komen, maar even verbazingwekkend is dat de wederzijdse koningsaanval bij goed spel niet meer dan een onduidelijke stelling oplevert. Dat tekent toch de kracht van de witte stelling als wit niet gedwongen wordt tot a3 en als de zwarte loper minder actief staat op d7.

De hoofdvariant anno 2002 vanuit de diagram links na 12.a3 (ik volg hier wederom NCO): 12... Tfc8 13.h4 Tab8 14.h5 b5 15.hxg6 (ook 15.h6 b4 16.Pb5 Txb5 17.Lxb5 Dxb5 18.hxg7 bxa3 is onduidelijk, afwijken met 16.hxg7 bxa3 17.Dh6 axb2 18.Kd2 Lxg4! 19.Lxf6 Lh5 leidt tot voordeel voor zwart) 15... fxg6 (15... b4? 16.Pd5! Lxd5 17.g5, en 15... hxg6 16.Dg5! leveren duidelijk voordeel voor wit op) 16.g5 Ph5 17.Lxg7 Kxg7 en een onduidelijke stelling.

Er had dus wel degelijk een interessant spektakel op het bord kunnen verschijnen! Maar wellicht waren de witspelers bevreesd voor de eigen koningsstelling, zich zorgen makend over de verzwakking a3. In elk geval werd telkenmale Pd5 gespeeld, leidend tot afruil van de dames en een eindspel dat als gelijk beschouwd mag worden. De partijzetten van de drie resterende partijen:

Vlastimil Hort - Zsuzsa Polgar
1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 g6 6.Le3 Lg7 7.f3 0-0 8.Dd2 Pc6 9.g4 Le6 10.0-0-0 Pxd4 11.Lxd4 Da5 12.a3 Tab8 13.Kb1 Tfc8 14.h4 b5 15.Pd5 Dxd2 16.Txd2 Lxd5 17.exd5 ½ - ½

Rechts Vlastimil Hort, links Zsuzsa Polgar.

Willem Bor - Jan Veerman
1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 g6 6.Le3 Lg7 7.f3 0-0 8.Dd2 Pc6 9.g4 Le6 10.0-0-0 Pxd4 11.Lxd4 Da5 12.a3 Tfc8 13.h4 Tab8 14.Pd5 Dxd2+ 15.Txd2 Pxd5 16.Lxg7 Kxg7 17.exd5 Ld7 18.h5 h6 19.c3 g5 20.Td4 Tc5 21. Ld3 b5 22.Te1 Kf8 23.Kd2 ½ - ½

Jan Timman - John Nunn
1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 g6 6.Le3 Lg7 7.f3 0-0 8.Dd2 Pc6 9.g4 Le6 10.0-0-0 Pxd4 11.Lxd4 Da5 12.a3 Tab8 13.h4 b5 14.Pd5 Dxd2+ 15.Txd2 Lxd5 16.exd5 a5 17.Kb1 Pd7 18.Lxg7 Kxg7 19.f4 h6 20.Th3 b4 21.a4 g5 22.hxg5 hxg5 23.Lb5 Pf6 24.fxg5 Pxg4 25.c3 bxc3 26.Txc3 Tb7 27.Tdc2 Kg6 28.Tc7 Tfb8 29.La6 Txc7 30.Txc7 Tb4 31.Tc4 Tb6 32.Tc6 Tb4 33.Tc4 ½ - ½

In de post mortem analyse: links Jan Timman, die het toch nog even probeerde omdat de groepswinst op het spel stond; rechts John Nunn.