Degraderen en toch handhaven

Robert Beekman

Tegenwoordig heet het de Meesterklasse. Vroeger de Hoofdklasse. En echt heel, heel lang geleden (vóór 1947) wordt er gesproken van "De Eerste Klasse Competitie".

Tot aan 1931 - 1932 doen vijf tientallen hieraan mee: VAS (Amsterdam), ASC (Amsterdam), DD (Den Haag), NRSV (Rotterdam) en ook Schaakclub Utrecht. De eerste vier teams spelen dan steevast om het landskampioenschap. Utrecht is eind twintiger jaren verzwakt en hekkensluiter. Maar Utrecht degradeert nooit!

Pas in het seizoen 1930 -1931 wordt er namelijk besloten degradatiewedstrijden in te stellen. Wederom staat Utrecht dat seizoen onderaan. Heden ten dage betekent dit degradatie, maar in die tijd volgt dan een beslissingsmatch om twee ronden (uit en thuis) tegen de kampioen van de tweede klasse: Bussum (BSG). BSG verslaat Utrecht twee keer op rij. Nu dan toch echt gedegradeerd, zou je zeggen. Maar nee, de Eerste Klas Competitie wordt uitgebreid tot zes teams, en dus handhaven wij ons alsnog!

Vervolgens het seizoen 1931-1932. Opnieuw eindigt Utrecht onderaan. Dit keer een beslissingsmatch tegen Staunton uit Groningen (de nieuwe kampioen van de tweede klasse). En nu wordt twee keer overtuigend van Groningen gewonnen en handhaven wij ons op eigen kracht.

Uit deze match een partij van Eduard Spanjaard tegen C. Scholtens. Spanjaard is dan 23 jaar oud en heeft net z'n eerste rubriek. 20 mei 1932 is zijn eerste publicatie. Tot aan zijn dood in 1981, 49 jaar lang dus, is hij columnist gebleven, soms zelfs van meerdere kranten.


Discendo Discimus – Utrecht, seizoen 1930-1931. Staande v.l.n.r.: Zittersteyn, Wertheim, Spanjaard (U), Selman Jr (U), Jhr. Strick van Linschoten, Speerstra (U), Te Kolsté. Zittend: Boer (U), De Brie (U), Robijns (U), Meijlink (U), Nieukerke, Drognat Doeve.

Utrecht verliest in Den Haag in dat seizoen van 1930 - 1931 met 7 – 3. Aan Utrechtse kant ontbreken Olland, Goud, Brester en Oudegeest. Ze overvleugelen ons links. Ze overvleugelen ons rechts. En ja, na het uitputten van de excuses rest er weinig meer dan de waarheid onder ogen te zien. Het is niet meer zoals in het begin van de twintiger jaren. Dan spelen immers Pannekoek, Van den Bosch en Piccardt nog mee. Sterke studenten die tot de Nederlandse subtop behoren en aan de topborden punt na punt scoren.

Het is nog tien jaar wachten. Dan breekt een nieuwe lichting door. Muilwijk! Van Vloten! Visser! Oosterwijk-Bruijn! Samen met Spanjaard en Van Steenis zullen ze voor het eerst het Nederlands kampioenschap naar Utrecht brengen.