Jhr. Arnold (1863-1954) van Foreest

De broers Van Foreest zijn een begrip geweest in het Nederlandse schaakleven. In ons jubileumboek wordt enige - te bescheiden - ruimte gegeven aan ons oud-lid èn ere-lid Arnold van Foreest, drievoudig Nederlands kampioen (1889, 1893 en 1896). Voor Schaakclub Utrecht zijn zijn verdiensten onmetelijk geweest, te beginnen met een voorzitterschap van 1911 tot 1916. Te zijner ere is jarenlang het Van Foreest-toernooi door de club georganiseerd, ook al in het jubileumboek sterk onderbelicht. Hieronder bijdragen van Erik Olof, Eduard Spanjaard, Max Euwe, Jan Visser en van Oosterwijk Bruyn.

Een klassieke en unieke foto. Links aan tafel zit Arnold van Foreest, rechts Dirk van Foreest, beide tegen de negentig jaar. Staande aan tafel zien we links Jan Hein Donner en rechts ons eigen Hans Bouwmeester! De foto kreeg als bijschrift: "de oude garde schaakt - de jonge garde ziet toe".

In de nagalm van Euwemars en Ollandklanken

Erik Olof

Uit het jubileumboek 100 jaar Schaakclub Utrecht.

Eind vorige eeuw behoorden de gebroeders Van Foreest tot de vaderlandse top. Arnold van Foreest (1863-1954) zou een fractie minder sterk zijn geweest dan Dirk, die driemaal in successie het toen nog officieuze kampioenschap van Nederland won, in 1885, 1886 en 1887 en daarna terug trad vanwege zijn drukke dokterspraktijk.

Boven een foto van het NK 1887. Het kampioenschap dat Dirk van Foreest aldus voor de derde keer op rij kampioen werd. Rechts, zittend aan de tafel achter de zwarte stukken, zien we Dirk van Foreest. Rechtsachter hem Arnold van Foreest, links daarnaast: Olland. De volledige lijst van aanwezigen: (staand van links naar rechts) Benima, Süsholtz, Veraart, Tresling, Olland, Arnold van Foreest; (zittend van links naar rechts) Pinedo, Loman, Tinholt, Rothe, Dirk van Foreest.

Maar Arnold was aan hem gewaagd. Hij boekte vele successen in de Bondswedstrijden en is zijn leven lang een actief en vooraanstaand schaker, schaakbestuurder, organisator en propagandist gebleven. En wat in dit kader belangrijk is: hij was lange tijd lid van de Schaakclub Utrecht, meer dan vijftig jaar. Arnold was een beminnelijk man, die in Nederland waarschijnlijk de meeste erelidmaatschappen van schaakclubs en -organisaties in ontvangst heeft mogen nemen, ten minste twaalf, waarbij ook een erelidmaatschap van de Schaakclub Utrecht. In de woelige jaren 1906-1907 was hij voorzitter van de landelijke schaakbond, van 1911 tot 1916 voorzitter van Schaakclub Utrecht. Vele malen was hij bovendien clubkampioen.

Een foto van het NK 1898. Twee jaar nadat Arnold voor de derde keer Nederlands Kampioen werd. Arnold is vijfde van links. Olland helemaal rechts. Iedereen vermeldend: (staande van links naar rechts) Moquette, Bleijkmans, Heemskerk, van den Berg; (zittend van links naar rechts) Loman, Benima, Te Kolsté, Arnold van Foreest, Tresling, Meiners, Olland.

Als schaker is zijn grootste succes wel de gedeelde eerste plaats geweest in een vierkamp met Marshall, Olland en Esser, begin deze eeuw. (Van Foreest maakte remise tegen Marshall en versloeg de beide anderen.) In de clubcompetitie verdedigde Arnold steeds een van de eerste drie borden van 'Utrecht', tot in de jaren van de Tweede Wereldoorlog.

In die duistere tijd, 1943, werd hij tachtig jaar. Onder uiterst moeilijke omstandigheden zette zijn club hem in de bloemetjes. Van heinde en verre kwamen de schakers hem feliciteren; Waling Dijkstra reisde helemaal uit het hoge noorden. Euwe was er ook, die juist in die tijd was aangezocht om het bestuursvacuüm in de schaakbond op te vullen. Er bestond een bestuurscrisis, doordat Zittersteyn met anderen uit protest tegen vergaande, dictatoriale maatregelen van de Duitse bezetter als voorzitter was opgestapt. (Het bestuur zou voortaan niet meer gekozen worden, maar benoemd door de bezetter.) Euwe bleek een aanvaardbaar compromis voor alle partijen, maar hij was nog niet officieel geïnstalleerd. Hij begon daarom zijn feestrede ongeveer zo: 'Ik sta hier als voorzitter van de Nederlandse Schaakbond, maar onder voorbehoud. Alles wat ik hier ter huldiging ga zeggen, zeg ik dus onder voorbehoud!' Zo'n grapje was aan Van Foreest wel besteed. Na de oorlog verhuisde Van Foreest naar Apeldoorn.

Een kleintje onversneden!

Eduard Spanjaard

Uit het gedenkboek Jhr. A.E. van Foreest, dat door SCU in 1948 uitgegeven is ter ere van de 85-ste verjaardag van Arnold van Foreest.

"Een kleintje onversneden!" Dat was de term, waarmede Jhr. Van Foreest in zijn Utrechtse tijd schaak placht te geven ter inleiding van een winstcombinatie.

Wie was en is een charmanter man in de Nederlandse schaakwereld dan deze schaakedelman? Wie paarde aan een zo voortreffelijke sportiviteit een zo grote schaakkracht en een zo duidelijke afkeer van puntjes-jagerij? Wie trok in den lande méér "Kiebitze", méér bewonderaars en méér vrienden? Unaniem zal het antwoord luiden: "Niemand!" Van Foreest is de ideale schaak-mens, de perfecte mens-schaker. Zijn ridderlijkheid, zijn humor, zijn liefde voor het schaakspel, zijn warme hartelijkheid, ziedaar enige van de zuilen welke het gebouw van zijn persoonlijkheid blijvend verhieven en verheffen.

Het geheim van Jhr. van Foreest

Wat is toch het geheim van Jhr. van Foreest, dat hij, ondanks zijn 85 jaren, blijft behoren tot de prominenten der Nederlandse schaakwereld? Stellig niet meer zijn speelsterkte; de tijd dat hij kampioen van ons land was, is lang voorbij. In het tijdschrift van de laatste tien tot twintig jaren zult ge gemengde resultaten van de Nestor vinden.

Neen, het zwaartepunt ligt ons inziens elders. Het merendeel der schaakspelers immers is egocentrisch en men zou haast tot de overtuiging komen, dat deze - technisch productieve, maar menselijk vaak steriele - eigenschap een conditio sine qua non, een noodzakelijk kwaad is, ware het niet dat een figuur als Jhr. van Foreest ons toont, dat het ook anders kan. Om het tot een flinke schaakhoogte te brengen, schijnt egocentriciteit, de drang om ons in onszelf terug te trekken, uitsluitend aan onszelf werken en te schaven, onvermijdelijk. "Schaakmeesters moeten hyena's zijn", pleegt meester Sämisch te zeggen. "Zij moeten niets en niemand ontzien en voor geen middel terugdeinzen, om hun doel te bereiken".

Maar onze schaakedelman leert ons dat dit een misvatting is. Hoe weinigen van ons gunnen zich de tijd, om een zwakke speler eens de gelegenheid te geven zich door tegen ons te schaken, omhoog te werken? We hebben het immers te druk om aan deze voor ons oninteressante taak onze beperkte schaakuren op te offeren!?

Anders van Foreest. Steeds stond hij voor ieder klaar, op elke vrije clubavond en zonder aanzien der zwakke krachten van de tegenpartij. Hoevelen van ons, hebben niet hun schaakhart kunnen ophalen aan de offerpartijtjes tegen den excellenten aanvalsspeler en hun kennis en ervaring kunnen vergroten? Men denke slechts aan de "Toren", waarin de verliezer een dubbeltje moest storten voor het 40-jarig jubileum. Stellig was de jubilaris de beste en meest gewaardeerde collectant!

Slechts een kostelijke beuzelarij

Van Foreest hij ontziet alles en iedereen en vergeet nooit, dat het schaakspel slechts een kostelijke beuzelarij is. Wanneer andere spelers na een belangrijke competitie-zondag door draaien en alles om zich heen vergeten bij hun analyses, dan zei Van Foreest: "De Zondagavond is voor mijn vrouw", en hij ging naar huis.

Het is zoals het voortreffelijke boekje van de na-oorlogslitteratuur 'Amor Fati' zegt: "Elk mens heeft de keus tussen twee wegen, om het even wat hij is, arbeider, kunstenaar, koopman of politicus. Hij kan zich zelve zoeken, dat is een weg, hij kan ook de zaak zoeken, die hij dienen wil."

Het zij zo, dat de meeste schakers, om sterke spelers te kunnen worden, zich zelve zoeken moeten. Maar van Foreest verstond en verstaat de kunst, de zaak te zoeken, die hij dienen wil, in casu het schaakspel. Hem interesseert slechts de schoonheid van het spel, niet zijn eigen winstpunt. Hij denkt aan de verlangens van de derdeklassers, het belang van de club, de wensen van zijn partners, pas daarna komt hij zelf. Ziedaar het geheim van Jhr. van Foreest, ziedaar waarom zijn schaakzon niet ondergaat, waarom hij de gevierde en onvergetelijke persoonlijkheid blijft in de zo merkwaardige schaaksamenleving. Hij wàs onze halfgod uit onze jonge jaren en blééf de superieure, bewonderde, intens menselijke figuur, decennia lang.

Dáárom vergeten wij ook niet, wat hij bracht, wat hij zei en wat hij deed. Intuïtief voelden en voelen wij in hem de krachtige en goede mens, wiens uitingen ons bij blijven.

Olijk verslagen en ook revanche

O, die eerste simultaanpartij tegen van Foreest, toen wij op de drempel der eerste groep stonden. Van Foreest moest zijn aandacht over een 25 borden verdelen en kwam in het nauw. Een leuning stoel werd aangerukt en de simultaanspeler ging er op z'n gemak bij zitten. Het baatte hem niet, voor het eerst moest hij zijn koning tegen ons neerleggen en we dachten dat ons hart stilstond van vreugde. Een brede grijns, een olijke opmerking, toonde zijn innerlijke pret, hoe dat aankomende broekje hem deed sneven. En hoe zoet was de revanche!

Enkele weken later kwam de eerste heuse wedstrijdpartij tegen de gevreesde crack. Dagen tevoren leefden we als in trance. Openingsvarianten werden herkauwd en uit het hoofd geleerd. In onze angst en radeloosheid zochten we, een uur voor de wedstrijd, onze toevlucht bij de allround speler en schaakjournalist Goud, hopende op de reddingbrengende tip, de schaaksteen der wijzen, die ons althans, met wit, veilig door de opening zou lozen. Helaas, een Goudsche domper was het resultaat. "U verliest van van Foreest", dat waren de woorden die hij zei, toen hij ons uitliet, woorden die als mokerslagen dreunden, omdat wij wisten dat het waar was.

Vlijmscherp hanteerde van Foreest het schaakmes en op mijn 16e zet speelde ik het slechte Pf3-d2? en ontstond de linkerdiagram. De veteraan kwam dan ook hoorbaar in zijn element. Inderdaad hoorbaar, want als tegenstander kon men, althans in vroeger jaren, duidelijk een zacht gesnuif waarnemen, als de wolf die mensenvlees ruikt, zodra Van Foreest een offer aan het doorrekenen was. Na mijn paardzet hoorde ik dat gesnuif en toen wist ik dat ik mijn testament wel kon opmaken. 16... Ld6xh2! Binnen 30 zetten eindigde onze eerste officiële ontmoeting met de veteraan en zijn klap was raak! Later ging het wel anders maar nimmer verminderde de kracht, die van hem als mens uitstraalde.

Het geruststellende gebaar

Vreemd, hoe wij sommige details kunnen onthouden, terwijl belangrijke gebeurtenissen worden vergeten. Het gebeurde in Bussum en wij speelden een opwindende partij tegen Van Doesburgh, zenuwslopend &eagrave;n door het verloop èn omdat de wedstrijd ervan kon afhangen. Het was beslist niet te zien, wiens aanval het eerst zou doorslaan. Ineens rustte even de hand van Foreest op onze schouder "Goed zo", zei hij, meer niet. Dit kleine gebaar was de steun die we behoefden, en daarmee zegenvierde het eerste tiental.

Steeds stond hij zijn mannetje op de 64 velden. Geen meester verbeterde ooit zijn koningsaanvallen en zijn eindspeltechniek. Maar hij werd geen wereldkampioen, omdat hij nimmer vergat, dat het schaken slechts een spel is. Hij was steeds de perfecte natuurspeler, die zich niet wenste te begraven onder stapels huiskamervarianten; die weigerde om avond aan avond aan theoriestudie te wijden. Van Foreest's opvattingen van het schaakspel zijn die van den Ridder uit de Middeleeuwen, recht op het doel af, met open vizier. Zijn motto luidt kortweg: "Waar staat de vijandelijke koning??" Hij heeft een afkeer van de moderne loopgravenoorlog, een afkeer, welke hem meermalen deed doodlopen tegen de afwachtende positiestrategie der jongere schaakgeneratie.

Meent niet, dat hierdoor zijn goede humeur ooit werd beïnvloed. Het gebeurde eens, dat Van Foreest in een tweedaagse wedstrijd van onze club was ingedeeld in een groep van vier, met o.a. Dr. Euwe. Tegen het einde kwamen we binnen. "Hoe hebt U gespeeld?" was onze vraag. "Ik heb lang gerocheerd", luidde het duistere antwoord. ???????? "Ja, ik scoorde drie nullen!" Zo is Van Foreest, blijmoedig, een goede grap op het juiste moment, steeds sportief.

Verzoening zonder concessie

Is er wel iemand onder de Nederlandse schakers, van wie we met recht kunnen zeggen dat hij geen vijanden heeft. En toch verlaagt hij zich nimmer tot strooplikkerij of gehuichel. Men denke slechts aan die donkere dagen onzer club, dat klachten van een grote groep leden de Vereniging haast in twee aparte clubs dreigde te splijten. In een uiterst geladen buitengewone vergadering nam hij vanzelfsprekend de leiding in handen. Zonder de minste concessie, recht door zee, met ernstige blik en vol waardigheid wist hij het conflict te overbruggen. Het fluïdum zijner tactvolle persoonlijkheid werkte als olie op de golven. De rust keerde weer, de club blééf één. Zonder zijn krachtige optreden toen ware het kampioensjaar 1946 nooit gekomen!

Ieder menselijk wezen wordt ééns door den groten Levensschaker mat gezet. Wanneer wij de 85-ste verjaardag van iemand vieren, dan is het zeker niet verwonderlijk of cru, een "memento mori", een "gedenk te sterven", uit te spreken. Maar bij het 85-jarige levensjubileum van ons geliefd erelid van Foreest schijnt het haast onnodig aan het onafwendbare einde te denken. Wanneer er schaakpartijen zijn van over de honderd zetten waarom zou de vitale en gezonde van Foreest nu ook niet eens een levenspartij van honderd of meer jaren spelen? Als er iemand is, die het kan, dan is hij het! En wien zouden wij het méér gunnen?

Jhr. van Foreest, schaakedelman onzer club, mogen wij op deze dag een onvervulbare, maar toch zo goed gemeende verjaarswens uitroepen? Wat wij U toewensen op het, grote Schaakbord des Levens, Jhr. van Foreest is ... eeuwig schaak!

Olland - van Foreest

Uit de vele mooie partijen die Arnold van Foreest gespeeld heeft, staan wij hier stil bij een echte vechtpartij tegen Olland, gespeeld in 1907. Als Olland, ook al zo'n combinatorisch begaafde speler, tegen Arnold van Foreest speelde, dan was dat voor veel clubspelers aanleiding eens bij hun bord te komen kijken! Groot spektakel kon immers verwacht worden, en de spelers stelden de toeschouwers doorgaans niet teleur. De partij maakt ook duidelijk was een echte vechtersbaas van Foreest was; op een gegeven moment kan hij maar beter de remise binnenhalen, maar hij blijft de strijd zoeken!


Links een foto van Arnold Foreest toen hij nog jonger was. Zo rond de eeuwwisseling, schat ik. Rechts een bekendere foto van hem, zo aan het eind van zijn leven.

 

Een waaghals van top tot teen

Dr. M. Euwe

Uit het gedenkboek Jhr. A.E. van Foreest, dat door SCU in 1948 uitgegeven is ter ere van de 85-ste verjaardag van Arnold van Foreest.

Amsterdam, 16 mei 1948. De vlag uit op 20 juni a.s., wanneer Jhr. A.E. van Foreest zijn vijfentachtigste verjaardag gaat herdenken! Vijfentachtig jaar en nog altijd even vief, vooral als de aanstaande jubilaris achter het schaakbord zit. Dit is geen gewoon jubileum van een schaker, die jaar in jaar uit solider gaat spelen en nu op hoge leeftijd terug kan blikken op een 'Stürm und Drang'-periode van heel lang geleden, gerijpte middelmaat van een halve eeuw oud en geconsolideerde classificatie sindsdien.

Neen, bij Jhr. van Foreest liggen de zaken heel anders, hij heeft zijn schaakjeugd nog niet achter de rug! Hij speelt nog steeds even fris en ondernemend, tintelend van aanvalslust als zestig jaar geleden. Een waaghals van top tot teen, die geen respect toont voor welke reputatie dan ook en daardoor voor iedere schaakgrootheid gevaarlijk kan worden.

Iemand met zo'n stijl verveelt zich nooit en moet heel veel van het schaakspel houden, hij zal het spel trouw blijven, ook al schrijven geleerde geesten nog zo verstandig over remisedood en soortgelijke wanbegrippen. De jubilaris speelt goed schaak, hetgeen evenwel nog niet zijn grootste verdienste is. Er komt nog een tweede factor bij, die minstens zoveel gewicht in de schaal legt, namelijk de persoon van de jubilaris: geestig en sportief, een aangenaam causeur, die elke situatie van de - humoristische kant - beschouwt. Hij houdt van het schaken, hij speelt om het spel en niet om de knikkers en hij brengt zijn sportieve opvattingen in praktijk onder complete wegcijfering van zijn eigen ik.

Voor een schaker wil dat laatste heel wat zeggen. Want het moet mij van het hart hoeveel goede eigenschappen het schaakspel ook moge aankweken, veel schakers zijn toch wel erg doordrongen van hun eigen betekenis en de waarde van hun eigen schaakspelletje. En dit opgeschroefde gevoel van eigenwaarde missen wij bij Van Foreest ten enemale. Hij wint of verliest met hetzelfde plezier, als het maar leuk toegaat. Als hij zich maar heeft uitgeleefd in verwikkelingen, waaraan geen touw is vast te knopen, of als zijn tegenstander hem er fijntjes in heeft laten lopen. Neen, een uitvoerig overzicht te gaan schrijven van de schaakloopbaan van de jubilaris, daarmee wil ik mijn lezers niet ophouden. Het spreekt vanzelf, dat van Foreest veel wedstrijden heeft gespeeld, het de ene keer wat beter, de andere keer wat slechter heeft afgebracht, het erelidmaatschap draagt van een eindeloze reeks van verbintenissen, een charmant simultaanspeler is, enz. enz.

Twee hoogtepunten

Ik wil slechts een tweetal hoogtepunten aanstippen.

12 maart 1911. De wereldberoemde Amerikaanse grootmeester Marshall had in snel tempo alle bekende en ombekende Nederlandse grootheden aan zijn zegekar gebonden en kwam als slot van zijn tournee in de Paaswedstrijd van het V.A.S. - toen ook al traditie - tegenover Olland, Esser en Van Foreest. Zou Olland of Esser nu misschien eens een kansje krijgen? Neen, die twee eminente spelers zijn alleen maar gewoon sterk en plaatsen de Amerikaan niet voor bijzondere problemen.

Van Foreest doet dat wel: hij laat zich niet intimideren, offert de kwaliteit en als zijn grote tegenstander toen niet wijselijk op remise had aangestuurd, was hij er aangegaan. De einduitslag luidde: 1/2. Van Foreest en Marshall 2; 3. Olland 1, 4. Esser 0.


Achter ziet u Marshall. Hij speelt hier overigens tegen Olland (op de rug gezien), in dezelfde vierkamp van 1911.

Juni 1922. Een ploeg van twaalf Nederlandse schakers bindt de strijd aan tegen het grote Duitsland. Op de heenreis speelden Jhr. A. E. van Foreest, Mr. Dr. Fick en Jhr. Strick van Linschoten een driehoekswedstrijd in vluggertjes, die de uren deden omvliegen en die de jubilaris in ongewoon enthousiasme bracht, getuige diens herhaaldelijk opsommen van de drie deelnemers: "Strick, Fick en ik". Dat was de enige keer, dat van Foreest over "ik" sprak en zulks nog slechts ter wille van het rijm. De onzen gaven in Duitsland goed partij, en moeten de meerderheid van hun tegenstanders tenslotte erkennen. Wij verliezen met 14 - 9. Van Foreest evenwel staat zijn mannetje, hoewel hij aan het vierde bord speelt en dus de sterke Duitser Wagener tegenover zich heeft, behaalt hij in de twee door hem gespeelde partijen 1 punt. Hij is bijna de enige, die in deze wedstrijd voor Nederland een plus scoort.

Verantwoordelijkheidsgevoel

En daarmee zijn we op een derde uitzonderlijke kwaliteit van de jubilaris gekomen: verantwoordelijkheidsgevoel bij belangrijke gelegenheden, ofschoon de luchtige stijl Van Foreest zich daartoe eigenlijk helemaal niet leent. Veel spelers zijn op hun best, wanneer het erom gaat een goed individueel resultaat te boeken, maar Van Foreest speelt het sterkst, wanneer de eer van zijn vereniging of zijn land op het spel staat. Alweer een wegcijferen van het eigen ik en deze karakteristiek, die al het doen en laten van de jubilaris op weldadige wijze kruidt. Het is dan ook de voornaamste reden, waarom onze van harte gemeende gelukwens op 20 juni a.s. alom in den lande weerklank zal vinden.

Bijzondere verjaardagen

Jan Visser

Uit het jubileumboek 100 jaar Schaakclub Utrecht.

Er zijn in de periode waarover ik schrijf, heel wat jubilea of bijzondere verjaardagen gememoreerd. In 1953 bijvoorbeeld werd Jhr. Arnold van Foreest (zijn broer Dirk was nog ouder en sterker!) 90 jaar en werden Dr. Schuckink Kool, Pijper en Van Wijngaarden 80 jaar. Nog weer later ook Bruins 80 jaar. Aan de eerste vier werd een geheel clubblad met foto gewijd. Van Wijngaarden, vaak een soort maecenas van onze club en een bijzonder geliefd mens, vierde in 1956 zelfs zijn zestigjarig clublidmaatschap.

Een foto uit 1953, toen vier SCU-spelers hun 80ste verjaardag vierden en één zijn 90ste. Van links naar rechts: G.H. Bruins (1873), Jhr. A.E. van Foreest (1863), W. Pijper (1873), Dr. A. Schuckink Kool (1873), A.H. van Wijngaarden (1873).

Maar van al deze jubilarissen enige tijd later ook de doodsberichten. De legendarische Van Foreest werd 91 jaar. De al even legendarische partij tegen Van Oosterwijk Bruyn, gespeeld toen Van Foreest 88 jaar was, volgt hierna, met het commentaar dat het slachtoffer Van Oosterwijk Bruyn in het clubblad schreef. Wij citeren van Oosterwijk Bruyn:

Begin december bezocht ons oudste Erelid voor het eerst weer sinds enige jaren de clubavond. Onze voorzitter vertolkte de gevoelens van alle aanwezigen, toen hij Jhr. Van Foreest een hartelijk welkom toeriep en de hoop uitsprak, dat hij nog dikwijls op de SC Utrecht zou komen om de jongeren een lesje te geven. Jhr. Van Foreest beloofde, dat hij binnen afzienbare tijd weer een geregeld bezoeker van onze club hoopte te worden, en wat dat lesjes geven betreft, och, daarvoor verwijs ik naar de hiervolgende partij. Aan ondergetekende was namelijk de eer te beurt gevallen, als tegenstander te fungeren op deze avond. Ik vestig speciaal de aandacht niet alleen op de fraaie combinatie aan het slot, maar ook op de onfeilbare techniek, steunend op een routine, die reeds aanving in de tijd, dat Steinitz zijn grootste triomfen vierde, waarmee de witspeler een eenmaal verkregen voordeel tot winst weet te voeren.

Vervolgens bespreekt Van Oosterwijk Bruyn een partij van hemzelf tegen Arnold van Foreest, op een moment dat Arnold reeds 88 jaar oud is! In het verslag van deze partij, waarbij Van Oosterwijk Bruyn, onder andere zelf een aantal jaren daarvoor door de KNSB uitgenodigd voor een toernooi van talentvolle aspirant-meesters leest u hoe zijn tegenstander de lof geeft die deze zo ten volle verdiende!