100 jaar SCU
Honderd jaar eenzaamheid
Lucas Bunge
Lucas Bunge, uitgever van het boek Eeuwig schaak en reeds lange tijd schaker bij Schaakclub Utrecht. Hier boven in beeld, anno april 2003. In dit stukje proza geeft Lucas Bunge een aardig beeld van de kwellingen die de gemiddelde schaker zo ongeveer meemaakt achter het bord!
De knoeier, tiende bord, zesde tiental, uitwedstrijd: 'hij ziet er uit als een slimme wiskundestudent, o jé, en wat schrijft hij precies in z'n notatieboekje. Van dat soort psychastene schakers verlies ik meestal ... ja, prettige wedstrijd. Wat zet-ie vastberaden en geroutineerd die e-pion naar voren, echt dat goede-schakersgreepje. Kwam de koffie maar. Enfin, ik speel maar Siciliaans, daar weet ik tenminste nog een paar zetten van. Wat een eng schaaklokaal is dat hier, met die schoongewassen muren, en die plastic tafels. Wat denkt-ie kort, zou hij de weg weten in al die varianten? Rustig aan maar. Netjes m'n tijd verdelen. Tiende zet, niet meer dan een half uur verbruikt, is toch netjes? En ik sta nog niet verloren, sterker nog, het lijkt wel of ik beter sta. O God, nou speelt-ie ineens h4, dat overkomt me nu altijd in die Siciliaan, dat ze m'n koningsstelling omver lopen. Wat moet ik doen? Wat moet ik doen? Kalm, kalm. Staat in de boekjes niet dat je in het centrum een tegenstoot moet doen? Vooruit, kan d5? Doe ik d5, doet-ie dat ... doe ik dit ... doet hij dat ... o jezus nee, hij slaat er tussendoor met schaak, of zie ik het verkeerd ... nog eens, doe ik dit ... doet hij dat ... doe ik dit ... doet hij dat ... wat heb ik dan? Twee stukken en wat heeft hij? Een toren met twee pionnen, wat is nou meer, zal ik het durven? Hoewel, hij ziet er zo goed uit, die jongen, ik laat het er maar niet op aan komen. Maar wat moet ik dan doen? Kan h5 eigenlijk kwaad? Moet ik me druk maken? Als ik nou gewoon verder ontwikkel, of zou ik b6 aandurven, o gut nee, dan komt die lange diagonaal open, wat moet ik dan doen? Vooruit maar, Dc7, geeft druk op e5 staat in de boekjes, het ziet er nogal echt uit ... nee, dank u, geen koffie meer, ik moet toch altijd al zo pissen van dat schaken. Hè, hè, even rustig terugleunen, ik sta eigenlijk erg solide. Maar nu moet ik toch een plan maken, dat lees je ook altijd. Kom, laat ik daar eens over denken, in zijn tijd, dat is altijd mooi. Waar liggen mijn kansen eigenlijk? Wist ik maar iets van strategie, misschien moet ik toch eens echt les nemen of serieus zo'n Euwe-boek gaan bestuderen, maar dan met het schaakbord op tafel in plaats van dat bekijken van de diagrammen en de paar zetten lezen tot je het niet meer ziet ... Mijn hemel, daar komt-ie, op de koningsvleugel, steeds verder, moet ik nu verzwakken of niet? Soms is zo'n pionzet nodig en dan weer hoor je dat het juist niet moet. Laat ik nu eerst eens ergens anders kijken, er dreigt toch niks? Even een blik op het negende bord, dat geeft hem ook een indruk dat ik de situatie beheers. Ja, die jongen is toch eigenlijk beter dan ik, terecht dat hij daar zit. O, o, wat ziet dat er harmonisch uit, als ik maar niet het eerste van alle tien een nul scoor, verliezen doe ik toch wel, maar zo gauw al, dat liever niet. Terug maar naar m'n eigen bord. Even dat paard met z'n neus naar voren zetten, j'adoube. Ja, ik ben zo neurotisch met de plaatsing van die stukken, ze moeten precies in het midden van het veld staan, hè, nou weer kriebel op m'n hoofd, en ijzig kouwe voeten gekregen. Nou jongen, concentreer eens even. Hé, als ik nu eens Pe4 speel, dreigend ... dan moet hij wel nemen, ik neem terug, dan dit, dan dat ... kan dat echt, nog eens serieus kijken, heel kalm nu, dit, dat, dit, hij moet wel dat, verdomd, het is echt goed, geloof ik, laatste keer. Dit, dat, dit, dat, en dan win ik toch die pion? Nou, vooruit maar, je kunt ook te wankelmoedig zijn. En nu niet triomfantelijk die klok indrukken, juist heel kalm. Dat staat zo mooi. Kijk hem, hij is aan het ja ja knikken, stilletjes, hij ziet het, maar z'n gezicht staat niet vrolijk. Het is toch goed, wat ik deed? Nog eens kijken? Dat, dit, dat, ja hoor, kan niet missen, wat is het toch een lekker gevoel die macht van het betere spel te hebben ... Wilt u wat drinken? Nee? Nou, dan haal ik maar een pilsje. Hoewel, even afwachten wat hij doet. Daar komt-ie. Wat nou? Wat krijgen we nou? Dat is toch niks, hij neemt niet eens? Wat bezielt die kerel? Geeft hij het nou helemaal cadeau? O, God, nou zie ik het, wat een klotezet, ogutogutogut, wat hen ik toch een lul dat ik dat niet zag aan komen, kalm, kalm blijven nu. Er is nog vast wel een verdediging. Even systematisch blijven. Hij dreigt dit, doe ik dat, pakt-ie daar, ik neem terug, maar dan doet-ie dat, nou, so what? Dondert toch niet? Hoewel ... ander idee, ik offer daar, hij slaat terug, maar dan doe ik dat, ja, dat ziet er goed uit, typisch zo'n zet die je op intuïtie doet, niet te lang nadenken, pats, wat dacht je daar van? Loper achter, maar wat een gouden stelling, open c-lijn voor mij, z'n paard helemaal buiten spel, en een echte klassieke doorbraak in het centrum. ... O, o, wat een ellende toch, dat schaken, ik moet nu wel door ... wat zegt u? Of ik remise wil? Ja, even aan de captain vragen, dat hoort toch zo? Nou, dat halve punt heb ik in ieder geval, ook leuk om nu gewoonweg op winst te spelen en als antwoord een zet te doen, dat doen die echte grootmeesters toch ook? Maar wat voor zet? O, is remise goed? Nou, vooruit dan maar, wat een slap handje geeft die kerel, had ik maar doorgespeeld, tegen zo'n karakter moet je toch eigenlijk kunnen winnen ...'
Nogmaals Lucas Bunge.