100 jaar SCU
Kampioen van Nederland!
Robert Beekman
Het grootste resultaat van de afgelopen zomer was natuurlijk het open Nederlands kampioenschap van Erwin l'Ami. Dit betekent dat we op dit moment de volgende stelling hard kunnen maken: het eerste en het laatste kampioenschap van Nederland zijn in bezit van Schaakclub Utrecht! Want in 1909 won Olland, medeoprichter van Schaakclub Utrecht en bijna 45 jaar het boegbeeld van onze club, het eerste officiële kampioenschap van Nederland.
Een beetje flauw natuurlijk, want hoewel Erwin nog wel lid is bij ons, speelt hij de facto voor HSG. Bovendien is Dieren niet hetzelfde als het gesloten kampioenschap. Maar toch leuk om mij hier heerlijk over te verkneukelen. Honderd jaar kampioenschappen van Nederland! Van 1909 tot 2009! En de eerste en de laatste in ons bezit! Dat klinkt een beetje als de Openbaringen van Johannes: "Ik ben de alfa en de omega". Een briljante zin overigens, die je eigenlijk met zware basstem door je hoofd moet laten galmen.

Het hoogtepunt van het toernooi was de hoogst fascinerende partij tussen Anish Giri en Erwin l'Ami. Fascinerend vanwege de vele transformaties in deze partij. Vroeg in de opening liet Erwin (zwart) een geïsoleerde pion toe. Links volgt er 11.dxc5 Lxc5. Ongetwijfeld vertrouwde zwart op de activiteit van de eigen stukken ter compensatie. En zelfs al heeft zwart die activiteit niet, dan nog is dat positionele voordeeltje tegen de geïsoleerde pion zeer, zeer moeilijk tot winst om te zetten. Maar het lastige voor zwart is dat hij zijn ontwikkeling niet goed kan voltooien. Waar gaat dat paard op b8 heen? Het mooiste zou een grote sprong in één keer naar f6 zijn, d5 en e4 goed dekkend. Maar na zowel Pd7 als Pc6 valt pion d5. Moet zwart dan gokken op Pa6? In dat geval zou Tc1 en a3 kunnen volgen en als wit tot b4 komt staat het paard op a6 buitenspel. Eerst a5 dan maar spelen om zo het paard via a6 naar c5 te dirigeren? Kost wel tijd.

Erwin koos daarom voor een drastische oplossing: 11.dxc5 Lxc5 12.e3 Pxc3 13.bxc3 en de diagram links ontstaat.
De simpele geest denk wellicht: zwart heeft zwakte op d5 en wit op c3 en a2. Gelijke stand dus. Maar zo simpel is dat niet. De geïsoleerde pion op d5 kan nu nooit meer doorbreken naar d4 en is als zwakte veel makkelijker aan te vallen dan de pion op c3. Wit blijft dus een structureel voordeeltje houden.
Dat blijkt ook uit het vervolg: 13.bxc3 Pd7 14.Pd4 Pf6 15.Lg5 Be7 16.Lxf6 Lxf6 17.Db3 Tc8 18.a4 Tc5 19.a5 Dc8 20.axb6 Txc3 21.Db2 De zwakten op a2 en c3 zijn inmiddels afgeruild en de diagram linksonder ontstaat

De zwakte op d5 blijft overeind staan en de eigen witte zwakten zijn opgeruimd. Mooi gedaan, maar het nadeel van deze afwikkeling is wel dat het bord een stuk leeggeruimd is. Lastiger te winnen dus. Stel dat wit de d-pion wint en er ook nog zware stukken afgeruild worden. Probeer dat eindspel nog maar eens te winnen. Zwart blijft het loperpaar behouden.
Zwart koos echter voor opnieuw een drastische oplossing: 21... Lxd4! Nu is er geen geïsoleerde pion meer, maar de pion op d5 is wel slechter dan d4, vanwege de kleur der overblijvende lopers. En áls pion d5 verloren gaat heeft wit een vrijpion op d4, wat die pion op e3 (nog) niet is. Ik zou zelf niet geslagen hebben, maar objectief zullen de alternatieven waarschijnlijk niet beter zijn. Want zwart krijgt wel nu een actieve dame en toren.
Er volgt 22.exd4 Tc2 23.Db1 axb6 24.Dxb6 Df5 25.Tf1 Lc6 26.Tac1 Txc1 27.Txc1 Ld7 28.Te1 Le6 en de diagram linksonder ontstaat.

Kan hier Te5? Zodra wit op d5 slaat kan er een zwarte loper naar h3 en de witte koning is wel eenzaam aan zijn lot overgelaten. Erwin zou zelf achteraf zeggen: "In deze fase moest er scherp gerekend worden, en dat deed Anish heel goed."
Hier werd het grote talent van Anish Giri - de jongste grootmeester ter wereld - voor alle aanwezigen heel duidelijk. Zwart blijkt zijn initiatief niet om te kunnen zetten in een ander tastbaar resultaat. En dan raakt die tegenaanval langzaamaan uitgeblust.
Er volgde 29.Te5 Dd3 30.Lxd5 Lh3 31.Te1 Dd2 32.Tb1 Te8 33.Lg2 Te1+ 34.Lf1 h6 35.Txe1 Dxe1 36.Db8+ Kh7 37.Db5 En de diagram linksonder ontstaat.

Zwart speelde nu 37... Kg6 38.De2 Dc1 39.g4. De koning op g6 staat ineens hoogst ongelukkig. Er dreigt nu Dd3 met loperwinst en het gespeelde 37... f5 helpt ook niet vanwege De6 en wit verovert pion f5 met schaak. Toch is de linkerdiagram nog steeds te keepen! Erwin gaf zelf achteraf aan dat hij 37... g6 had moeten spelen. Het punt is namelijk dat wit nog altijd vast staat en dat de pion op d4 veroverd wordt als deze naar voren gaat. Zie bijvoorbeeld: 38.d5 Kg7 39.d6 Lxf1 40.Dxf1 Dxf1 41.Kxf1 Kf6 en zwart haalt de d-pion op.
Maar toch ... toch nog bezweken. Het zou echter de enige verliespartij zijn en naast de remise in de slotronde tegen Timman werd de rest wel gewonnen!
De overwinning van Erwin op Yuri Vovk, een Oekraïnische grootmeester met rating 2567, maakte op mij de meeste indruk. Erwins legendarische eindspeltechniek wordt op hem losgelaten en zijn tegenstander gaat kansloos ten onder. Met name het einde van de partij is ronduit fabelachtig. Eerst wikkelt hij af naar een eindspel naar ongelijke lopers en dan is hij ook nog eens bereid te torens te ruilen zodat een zuiver eindspel van ongelijke lopes ontstaat. Het druist in tegen elk gevoel de winstkansen te willen behouden en ik speelde thuis met opengevallen mond en wijd opengesperde ogen deze partij na, maar Erwin heeft dieper gekeken!
Erwin l'Ami. Foto van Fred Lucas.