100 jaar SCU
De geest van de club
Erik Olof
De jaren zeventig geven voor het clubschaak een wezenlijke verandering te zien, voornamelijk als gevolg van de opkomst van het professionalisme in de externe clubcompetitie en het ratingsysteem. Voor talentvolle jonge schakers komt het accent steeds meer te liggen op de talrijke toernooien en snelschaakwedstrijden, waar niet meer als vroeger twee huishoudelijke artikelen per vierkamp, maar slechts enkele grote geldprijzen voor het hele toernooi te bemachtigen vallen. De prestatiedrang is daardoor enorm gestimuleerd.
Wat merk je daarvan op de club? De Schaakclub Utrecht neemt hier ter stede een bijzondere plaats in, omdat van oudsher de schaaktop van de provincie zich hier toch wel verzameld heeft. Een andere sterke kern zit traditioneel in het Gooi. Vooral de laatste jaren voor het eeuwfeest is de interne in trek geraakt bij jongere, sterke schakers, die in 'Utrecht' ervaring opdoen en in een aantal gevallen hun rating opvijzelen. De echte 'jeugd' blijft weg; die zet de eerste stappen bij verenigingen als De Dom/Tuindorp en Oud-Zuylen.
Het zou onjuist zijn in nostalgisch pessimisme de tranen de vrije loop te geven, omdat de 'clubliefde' van vroeger verdwenen zou zijn. In de eerste plaats: clubliefde, wat is dat? En vervolgens: herinnert u zich de malaise niet meer van bijvoorbeeld het eind van de jaren vijftig nee, natuurlijk, toen was u nog niet bij Utrecht, maar onze nestors in anciënniteit, Van Raalte en Stegeman om er een paar te noemen, al wel toen in het clubblad litanieën werden aangeheven over de verdwenen 'clubgeest'? Aarts schreef ze trouwens al eerder; die was daar streng in, en terecht.
Huurlingen en verdwenen clubliefde
Met die clubliefde valt het nogal mee. Terwijl alom de 'huurlingen' ervoor zorgen dat schaakverenigingen zich in de hoofdklasse handhaven, moet 'Utrecht' dat nu alweer een heel poosje met amateurs doen. Dat betekent pendelen van een te sterke hoofdklasse naar een eveneens met amateurs gevulde eerste klasse, maar je ziet toch telkens weer bruisende activiteit om het verloren terrein te heroveren. Veel is te danken aan een gelukkig niet al te zeer vergrijzende groep jongere schakers, die om des keizers baard zich nu al weer vele jaren inzetten voor de 'eer' van het eerste. De club is deze Gideons bende dank verschuldigd, nu zij kans heeft gezien in het jubileumjaar toch weer in de hoogste klasse mee te spelen. En niet te figureren, want er is in het seizoen 1985/'86 werkelijk geschaakt dat de stukken eraf vlogen! Bijzonder jammer voor hun inzet dat zij net een bordpunt te kort kwamen voor handhaving in de hoofdklasse.

Een mooi voorbeeld van de strijdlust is de partij Etmans - Kox uit de wedstrijd tegen Strijdt met Beleid (Nijmegen). Een achterstand van 5 - 4 en de afgebroken stelling van het diagram, links in beeld.
Zoiets moet je winnen en daar heb je dan Bor voor. De rustige, onopvallende, sterk schakende en 'Utrecht' zeer trouwe Bor, die als geen ander in onze vereniging het geduld heeft om alle varianten in zo'n stelling uit te pluizen. Trouwens, als redacteur van het clubblad is hij ook niet mis. Over het blad straks meer.
In deze partij volgt: 71.Pe4 Lh6 72.Ke2 b4 73.Kf3 Kb5 74.Kg4 Kc4 75.d6 Lf8 76.Kf5 Lxd6 (op 76... Kd5 volgt 77.Kf6) 77.Pxd6 Kc3 78.Kg4 Kb2 79.Pe4 Kxa2 80.Pc5 Kb2 81.Pd3 en 1-0.
Een door Maarten Etmans, boven in beeld anno 1977, gewonnen stelling, dat wel, maar eer je het hebt uitgezocht. Menigeen achtte het op dat ogenblik niet uitgesloten dat dit puntje en daarmee het gelijke spel in een wedstrijd die aanvankelijk hopeloos verloren dreigde te gaan, wel eens beslissend zou kunnen zijn voor het behoud van het tiental in de hoofdklasse! Utrecht vloog er tenslotte uit door een nederlaag tegen Rotterdam.
Heroïsch was echter de overwinning van Meindert van der Linde, links in beeld in een foto uit 1977, op Victor Kortsjnoi. U kunt deze heroïsche partij naspelen door op de eclips te drukken!
Sponsoring
Het is genoegzaam bekend dat ook 'Utrecht' zich een tijd heeft laten sponsoren, door het Centrum voor Informatieverwerking (CVI), dat ook andere activiteiten, zoals de simultaanséance van Karpov gesteund heeft. Grootheden als Sosonko, Ligterink, Langeweg, Van Wijgerden en Hofland hebben voor 'Utrecht' gestreden, met redelijk resultaat weliswaar, maar niet overtuigend genoeg om de landstitel nog een keer te veroveren. Andere clubs kregen meer geld van hun sponsors en konden dus nog sterkere teams op de been brengen.
Het sponsoren van het hoofdklasseschaak heeft zijn negatieve kanten, maar toch ook vooral weer uit een weemoedig omzien naar andere tijden, toen de club nog alles was. Heel wat schakers vinden het leuk als gevolg van die sponsoring eens tegen een echte meester of grootmeester te kunnen spelen, waaraan ze door het uitnodigingsbeleid op de grote toernooien niet altijd toe komen. Alleen heel lang geleden, voor de oorlog, kwam je die cracks eveneens tegen in het competitieschaak, zoals ook Lodewijk Prins opmerkt.
Dat het opstellen van 'huurlingen' tot uitwassen kan leiden, is intussen voldoende bewezen door de opmars van de Koningsclub uit Bergen, eerst op lachwekkende wijze alles in de Noordhollandse klei stampend wat deze club tegen kwam, later, wat moeizamer, oprukkend in de KNSB-competitie.
In het seizoen 1984-'85 komt Koningsclub in de eerste klasse ook Utrecht 2 tegen, dat er eindelijk weer eens in geslaagd is voor een enkel seizoen de op één na hoogste klasse te bereiken. Er wordt heroïsch gestreden, maar natuurlijk blijven de successen beperkt, zodat Koningsclub met 7,5 - 2,5 wint. Veerman maakt aan het eerste bord een zeer verdienstelijke plusremise tegen Sosonko, Prins verslaat Marcus en Olof zegeviert over grootmeester (nou ja, maar toch) Kuligowski.

Deze laatste partij is van historische betekenis. Onze clubgenoot overspeelt zijn tegenstander volkomen, die daardoor zo van de kook raakt dat hij op de negentiende zet een onregelmatige koningszet doet. Olof, links in beeld, verlangt terecht dat Kuligowski een andere zet met de koning doet en wint de dame.
Overigens zou hij de partij ook met normale zetten hebben gewonnen, zoals hij de analyse blijkt, die u kunt volgen door op de eclips te drukken.
Triomf maar degradatie
De triomf kan niet verhinderen dat Utrecht 2 dat seizoen degradeert naar de tweede klasse door een soort noodlot dat dit op papier sterke tiental al jaren teistert. Het ergste is het echter geweest een aantal jaren terug, toen het team weer eens kampioenskansen had, maar in de laatste ronde afhankelijk was van een ander tiental uit de stad Utrecht, dat moest verliezen. Zelf moest Utrecht 2 met een monsterzege Moerwijk van zich af houden. Dat deed het ook; de mensen vochten als leeuwen. Des te teleurstellender was dat het concurrerende tiental gemene zaak met zijn tegenstander maakte om een uitslag te bewerkstelligen. Onbegrijpelijk dat hiervoor slechts een berisping werd uitgedeeld, terwijl dat tiental gewoon promoveerde naar de eerste klasse. Geen 'Utrecht' heeft er de volgende jaren een traan om gelaten toen de stadgenoten twee keer achter elkaar degradeerden.
Ook in het jaar 1984, als Utrecht 1 degradeert, wordt de plaats in de hoofdklasse niet zonder verweer ingeleverd. Een goede demonstratie van de vechtlust-al-is-het-tegen-de-bierkaai toont Pieter Nieuwenhuis in de nu volgende partij tegen Paul van der Sterren, gespeeld tijdens de wedstrijd Utrecht - De Variant.

Pieter Nieuwenhuis, links in beeld, is één van die jongere leden, die zich als wedstrijdleider voor de interne competitie meer dan verdienstelijk heeft gemaakt. Een recent clubkampioenschap bewijst dat hij ook kan schaken, evenals trouwens deze partij, waarin een scherpe, bij Pieter geliefde variant van het Frans op het bord komt.
Druk op de eclips om deze partij, waarin Pieter voor het gemak maar even met meervoudige stukoffers grootmeester Paul van der Sterren overtuigend verslaat.
Teveel boeiende partijen!
Het spreekt vanzelf dat uit de externe competitie van de laatste vijftien jaar tal van boeiende, hoogstaande en verschrikkelijke partijen zouden zijn te memoreren. Ook in de onderlinge competitie zijn natuurlijk legio partijen aan te wijzen die in een gewoon schaakboek niet zouden misstaan. Om de historie van de Schaakclub Utrecht te schrijven, moet de oogst beperkt blijven tot de gegeven voorbeelden, die naar te hopen valt representatief zijn voor de 'geest van de club'. Een geest die trouwens niet alleen spreekt uit de prestaties van de topspelers, maar ook uit het enthousiasme van de senioren en van wat minder met talent gezegende schakers, die toch het merendeel van onze vereniging uitmaken en die trouw naar de clubavond komen, waaraan zij blijkbaar genoegen beleven. Aan die goede sfeer draagt tegenwoordig weer in hoge mate het clubblad bij, volgeschreven door een team van niet slechts geestdriftige, maar vooral ook deskundige medewerkers. Zij kijken, met oog voor de tijd waarin wij leven, meer dan vroeger het geval was over de grenzen van de eigen vereniging heen, om verrichtingen van clubgenoten ook buiten de clubsfeer te volgen. Zoals het clubblad er tegen het einde van 'Utrechts' eerste eeuw uit zag, mag het nog jaren blijven!
En dan, helemaal tenslotte, het jubileum van 1986. Als de dead-line voor dit gedenkboek valt, zijn de plannen vrijwel uitgekristalliseerd. De sponsoring door 'Cap Gemini' van een thematoernooi, waarin zes (groot)meesters: Timman, Van der Wiel, Miles, Nunn, Hort en Polgar, de strijd zullen aanbinden met de besten van 'Utrecht', is rond. Een massakamp tegen de rest van Utrecht is in organisatie. We zullen zeker recipiëren en nog meer dolle dingen bedenken voor het jubileumjaar. Oude vrienden zullen elkaar weer ontmoeten en wellicht nieuwe plannen maken.
Hoe het allemaal ook afloopt, op 5 oktober 1986 begint voor de Schaakclub Utrecht het 'eeuwig schaak'.