100 jaar SCU
Musketier uit de jaren vijftig
Bert Kieboom
In Laren is zondag 17 augustus op 79-jarige leeftijd drs. J.J. van Oosterwijk Bruyn overleden. In de jaren vijftig was Jaap één van de "Vijf Musketiers" van de Schaakclub Utrecht, zoals medestrijder Jan Visser het noemde. De andere drie waren Henk van Steenis, Eduard Spanjaard en George van Vloten, de harde kern dus van het eerste tiental. Dit vijftal hoorde tot de top van het eerste tiental van Schaakclub Utrecht, dat in 1946 het eerste kampioenschap in de hoofdklasse (tegenwoordig meesterklasse) zou binnenhalen. Jaap van Oosterwijk Bruyn is ook drie keer clubkampioen geweest van Schaakclub Utrecht: 1948-1949, 1949-1950 en 1951-1951. Van Oosterwijk Bruyn kwam van HSG en zou later vertrekken naar BSG. Maar tussentijds bepaalde hij jarenlang mede het gezicht van de Utrechtse vereniging.

Een foto uit het Soester-toernooi van 1944, van de 'aspirant-meesters', groep A. Dit was de groep talentvolle jeugdspelers van wie in die tijd het een en ander verwacht werd. Helemaal links staan Jan Visser en J.J. van Oosterwijk Bruyn, twee van de vijf musketiers van Schaakclub Utrecht. De overige spelers (v.l.n.r.): J. Barendregt, C.B. van den Berg, H. de Graaf (wedstrijdleider), E. Henneberke, A. Oostrijck, J. van den Zanden. J.C. Apking ontbrak.
Direct na de oorlog behoorde Jaap tot de aanstormende jonge generatie. Het eerste grote toernooi na het Hoogovenstoernooi van 1946 werd gespeeld in Maastricht (nog vóór Zaandam en Groningen). Van Oosterwijk Bruyn won het reservetoernooi.
Bijna alle belangrijke titels in de Stichts-Gooise Schaakbond en in eigen vereniging, schrijft Visser in het herdenkingsboek Eeuwig schaak (1986, honderd jaar 'Utrecht'), gingen in die naoorlogse jaren, zo tot 1957, naar een van de vijf genoemde toernooirotten. Ook hem was de vriendelijke spot opgevallen die Jaap eigen was. In 1952 verliest Spanjaard een partij. Visser: "Op dit moment schreed captain Jaap, du haut de sa grandeur en steeds minzaam sarcastisch bij eens andermans ongeluk, naar Jan Visser en sprak de gevleugelde woorden: 'Spanjaard verliest een toren, niet meer, doch ook niet minder.'"
Bij zijn externe resultaten glanzen Van Oosterwijk Bruyns winstpunt op Euwe in het internationale toernooi Hilversum 1947 en zijn overwinning in het Noteboomtoernooi, vijf jaar later. Ook was hij begeleider van de Nederlandse ploeg voor Dubrovnik 1950, de eerste Schaakolympiade.
Een legendarische partij verloor Jaap van de al 88-jarige jhr. Arnold van Foreest, toen deze nog een keer zijn oude club Utrecht bezocht en eerste-tientalspeler Van Oosterwijk Bruyn kreeg toegewezen als sparring partner. In een stokoude variant van het Schots speelde de veteraan hem regelrecht van de sokken. De clubleden stonden letterlijk op banken en stoelen om het spektakel gade te slaan. Hieronder is de rode knop waarop u kunt drukken om de partij na te spelen.
Het laconieke commentaar van het slachtoffer bij het verpletterende slot: "Nauwelijks had ik de toren losgelaten of mijn tegenstander schoot naar voren, hief de hand dreigend boven het bord en verklaarde met stentorstem (hetgeen de voorzitter, die in een zeer ernstige partij gewikkeld was, een verstoord SSST ontlokte): 'Nu zal ik U eens laten zien, mijnheer, hoe wij vroeger combineerden.'" En hij speelde ... Ld6! wat de partij gelijk besliste.
Van Oosterwijk Bruyn speelde in de hoofdklasse in 1950 een partij tegen VVGA uit Amsterdam, waarover hij in het clubblad een artikel schreef, getiteld: Opgeven kan ook nog op de volgende zet!