100 jaar SCU
De Solinger messen
Bert Kieboom
Bert Kieboom, rechts in beeld, haalt herinneringen op van internationale gebeurtenissen waar SC Utrecht bij betrokken is geweest.
Als schaakstad is Utrecht altijd bescheiden geweest. Een enkel internationaal toernooi in 1961, in de beginjaren vier Bondswedstrijden, af en toe een verdwaalde grootmeester, die simultaan kwam spelen. Tja, de hoofdstad ligt natuurlijk dichtbij; laten die Utrechters maar naar Amsterdam komen! Ook in de vorige eeuw kwamen de schaakactiviteiten traag op gang. Voordat 'Utrecht' zich in 1886 aandiende en na enige tijd ging mee tellen als één van de toonaangevende verenigingen in den lande, was er eigenlijk niets. Clubs kwamen en gingen. Een reünie in 1864. Twintig mensen, daarna twintig jaar stilte. De dissidente bond in het begin van de twintigste eeuw is misschien nog het meest opmerkelijk geweest in de schaakgeschiedenis van de Domstad. Een reuze eer. De enige keer dat het officiële kampioenschap van Nederland in Utrecht werd gespeeld, was in 1926, het Euwe-tijdperk.
Utrecht en Euwe-Aljechin

Toch wel de moeite waard waren de matchpartijen van Euwe tegen Aljechin (boven een foto van hen, met rechts Euwe en links Aljechin), waarvan er enkele in Utrecht of omgeving werden gespeeld. Op 17 oktober 1935 staat het 4 - 2 voor Aljechin als de zevende partij van de wedstrijd om de wereldtitel in het Utrechtse Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen wordt gespeeld. Niemand gelooft dan nog in zijn kansen. In de zaal volgt onder de vele toeschouwers een drietal oudere heren intensief de strijd. Het zijn Mieses (70), Lasker (67) en Maroczy (65). Het gaat niet best met Euwe. In een Franse opening komt Aljechin hondsbrutaal op deze zevende zet met g2-g4 en Euwe, te timide, trapt in deze bluf: 5 - 2 voor Aljechin. Een koffiehuispartijtje, oordeelt Flohr, maar Jhr. Arnold van Foreest, die de zetten bijhoudt voor het demonstratiebord, geniet er toch van.
Na deze partij in Utrecht haalt Euwe echter elders in Nederland vreselijk uit; met 4 uit 5 brengt hij de stand in evenwicht. De negentiende partij wordt 14 november in Zeist gespeeld, in Figi. Aljechin is weer een punt voorgekomen; de stand is nu 9,5 - 8,5. Het wordt een ingewikkelde partij, met een mooi schijnoffer van de loper, door Aljechin op het bord gebracht. Tartakower zal deze partij kenschetsen als 'het mirakel van de Zeister bossen'. Deze naam zijn we natuurlijk vergeten; we herinneren ons wel 'de parel van Zandvoort', door Euwe magistraal gewonnen. De Stichtse boslucht bekomt Euwe slecht; Aljechin vergroot zijn voorsprong tot twee punten. Maar na Zeist komt de omslag. Euwe stoomt door naar de eindzege. Je zou kunnen veronderstellen dat zijn nederlagen in het centrum des lands hem hebben opgezweept tot het succes.
Eerder al, in 1928, had Euwe in Utrecht een matchpartij gespeeld tegen Bogoljubow, in het clublokaal van 'Utrecht'. Er was met de pet rondgegaan om geld op te halen. Meer dan honderd belangstellenden zagen Euwe deze zesde matchpartij snel winnen.
Kort voor de tweede wereldoorlog heeft Euwe ook nog een matchpartij tegen Keres in Utrecht gespeeld, hun derde. Winst voor Euwe, die evenwel de match met 5,5 - 7,5 zou verliezen, zoals hij ook de match tegen Bogoljubow met gering verschil, 4,5 - 5,5 had verloren. Kijken we nog even naar al die matchpartijen, dan zien we dat Euwes score in Utrecht een omgekeerd evenredig beeld vertoont met de uiteindelijke uitkomst.
Het Foreest-toernooi en teamwedstrijden
Na de tweede wereldoorlog heeft de Schaakclub Utrecht nog jarenlang de traditie gekend van het Van Foreest-toernooi. Landelijk bekend, jawel. In de jaren zestig, toen met veel tradities de vloer werd aangeveegd, doofde het toernooi langzaam uit. Natuurlijk had de club ook meer concurrentie gekregen van andere clubs, zoals De Dom/Tuindorp, Oud-Zuylen, Moira en de studentenclub Utstud, het latere Paul Keres.
Af en toe zijn in Utrecht teamwedstrijden gehouden tegen buitenlanders. Een merkwaardige wedstrijd, waaraan enkele schakers van 'Utrecht' mee doen, is (bij de eerste pogingen om tot een denksportenfederatie te komen) de ontmoeting Utrecht - Parijs, voor schakers, dammers, bridgers en een go-speler. Voor deze wedstrijd is een delegatie van de diverse denksporten een weekend naar de Franse hoofdstad getogen, om, in café De la Paix, voorbereidingen te treffen. Aan Utrechtse zijde strijdt Lodewijk Prins mee, dezelfde die in het jaar 1971 de Schaakclub Utrecht naar haar tweede landskampioenschap leidt.
Jan Prins op de Olympiade te Leipzig van 1960.
Utrecht - Wenen
In juni 1950 verslaat de Schaakclub Utrecht als enig Nederlands team een sterk Weens team, met onder anderen Reni en Hans Müller, met 4,5 - 3,5. Vooraf werd gevreesd dat de wedstrijd tegen het Weense team een loodzware opgave zou worden. De Oostenrijkers hadden recentelijk drie overwinningen op sterke clubteams behaald. Het verslag in Het Utrechts Dagblad:
Utrecht verslaat weense schakers
Het feit dat de sterkste Oostenrijkse schaakclub "Hietzing" een toernee door ons land maakt was aanleiding voor de S.C. "Utrecht" deze club voor een wedstrijd in onze stad uit te dagen. De Weners, onder wie zich verschillende spelers van het nationale Oostenrijkse tiental bevinden, kunnen terugzien op een prachtige overwinningenserie in ons land.
Van een sterk Amsterdams achttal wisten ze in een dubbelrondige wedstrijd met 8˝-7˝ te zegevieren, in Leeuwarden en Eindhoven werd het zelfs een slachtpartij: Leeuwarden verloor met 12˝-3˝ en Eindhoven met 11˝-4˝. Men kan zich dus voorstellen dat onze stadgenoten zich geen enkele illusie maakten van de wedstrijd tegen de Weense meesters. Desondanks is het ongelooflijke een feit geworden: in de laatste wedstrijd in Nederland moest Wenen met een nederlaag genoegen nemen!
En dat terwijl Utrecht zijn crack v. Oosterwijk Bruyn miste! Het begin was weinig hoopvol: Aarts moest al snel het loodje leggen voor een zeer knappe aanval van Gragger (0-1). Maar na nog een nederlaag van Van Steenis was het met de nederlagen afgelopen. Mr. Spanjaard, van Vloten en Visser zorgden in fraaie partijen voor drie winstpunten, en daar de andere partijen remise werden, zegevierden onze stadgenoten, die hiermee weer eens bewezen tot de sterkste schakers van ons land te behoren.
Vermelding verdient nog de aanbieding van een fraai vaantje door de Weense wedstrijdleider aan de voorzitter van S.C. "Utrecht".
De persoonlijke resultaten waren:
Utrecht - Wenen 4˝ - 3˝
Mr. Ed Spanjaard - A. Beni 1 - 0
Ir. H.J. v. Steenis - H. Muller 0 - 1
G.W. v. Vloten - K. Kopetzky 1 - 0
J. Visser - Ing. E. Stokl 1 - 0
D.J.S. de Lange - A. Lounek ˝ - ˝
W.A.A. Aarts - F. Grager 0 - 1
A. den Hertog - dr. J. Toniser ˝ - ˝
F. Stegeman - Dr. W. Dorazil ˝ - ˝
Eén van de Utrechtse overwinningen werd behaald door Jan Visser. Jan Visser had altijd beweerd dat het witte stukoffer in de Philidor verdedigbaar was voor zwart. Nu mocht mocht hij dat achter het bord ook bewijzen. De Weense schakers wuifden hem veel lof toe. Druk op de eclips om deze partij na te spelen!

De grootste prestatie werd echter geleverd door Eduard Spanjaard. Hij versloeg immers de Oostenrijker Alfred Beni (rechts in beeld), die als Internationaal Meester vele malen Oostenrijk op de olympiades vertegenwoordigd heeft. Helaas is zijn partij verloren gegaan. Zijn gehele archief met partijen is na de dood van Spanjaard naar Jan Visser gegaan, die het nog wel opgeduikeld heeft, maar de zetten niet meer kon reconstrueren. Het was net alsof het notatiebiljet door de muizen opgevreten was. Dat zou overigens ook heel goed gekund hebben, want Spanjaard bewaarde zijn archief in een tuinhuisje waar de muizen vrij toegang toe hadden.
Utrecht - Argentinië
Op 1 oktober van hetzelfde jaar speelt een met Euwe versterkt Utrechts team tegen het Argentijnse team, met Najdorf, Guimard, Rossetto, Pilnik en Bolbochan. Of althans, de legendarisch Najdorf was wel van plan te komen, maar kwam uiteindelijk niet. Ook grootmeester Herman Pilnik ontbrak. Het Argentijnse team was net op negende schaakolympiade, gehouden in Dubrovnik in het voormalige Joegoslavië, tweede geworden (Joegoslavië haalde goud; Rusland zou pas twee jaar later voor het eerst meedoen). Argentinië was mede zo sterk omdat een aantal Europese schakers vlak voor de Tweede Wereldoorlog in Argentinië gestrand waren. Miguel Najdorf, die zijn gehele Poolse familie verloor in de holocaust, was daar één van. De Argentijnen waren nog even in Europa gebleven en uitgenodigd door Utrecht. Uit de lokale pers (Het Utrechts Dagblad) het volgende verslag:
"Argentijnen winnen van versterkt Utrecht."
In een spannende wedstrijd is het de Argentijnse nationale schaakploeg gelukt een zege te behalen op een met Dr. Euwe versterkt "Utrecht". De einduitslag, 3˝-1˝, mag zeker niet oneervol genoemd worden voor onze stadgenoten, in aanmerking genomen dat Argentinië zich in het landentoernooi in Joegoslavië het op een na sterkste land had getoond.
Het was jammer, dat het oorspronkelijke plan verschillende wijzigingen moest ondergaan. Zo waren grootmeesters Najdorf en meester Pilnik verhinderd (door deelname aan een toernooi in Joegoslavië) en waren de Argentijnen te elfder ure niet bereid enkele simultaanspelers af te staan.
Na hartelijke speeches van Mr. Spanjaard, voorzitter van schaakclub "Utrecht", en Ir. van Steenis, voorzitter van de Nederlandse Schaakbond, kon het festijn voor een kleine 200 schakers een aanvang nemen. Dat zo laat begonnen werd (half acht) vond zijn verklaring in het feit, dat men in Argentinië gewend is 's avonds laat en 's nachts te spelen. Het bleek al spoedig, dat de Zuid-Amerikanen allerminst een walkover zouden behalen. De Utrechters boden verwoede tegenstand: v. Steenis en v. Vloten stonden wat beter, Spanjaard en Visser moesten verdedigen, maar hun kansen stonden goed. Het eerst was de partij Bolbochan-Euwe beëindigd. De heren maakten het elkaar niet erg lastig en reeds vrij spoedig werd de vrede getekend (˝-˝). Vrij snel daarna scoorden de Argentijnen een winstpunt. v. Vloten vergaloppeerde zich in goede stelling en kon meteen opgeven, daar hij de kwaliteit verloor (˝-1˝).
Marini-Spanjaard werd daarop eveneens remise. De Utrechter had wat gedrukt spel, maar wist zich op fraaie wijze te handhaven (1-2). De overige twee partijen moesten na 45 zetten gearbitreerd worden door Euwe en Bolbochan. Daarbij bood de partij v. Steenis-Guimard geen moeilijkheden: remise was het verdiende succes voor van Steenis, die een kranige partij speelde. De partij Luckis-Visser bood enige problemen. De Utrechter had een ongeveer gelijkstaand eindspel met alleen zware stukken weten te bereiken, maar blunderde in remisestelling wat hem een pion koste. Het toreneindspel met een pion meer was juist gewonnen voor de Argentijn. Zo kwam het einde met een 3˝-1˝ zege voor de Zuid-Amerikanen.
De gedetailleerde resultaten waren:
Utrecht -Argentinie 1˝ - 3˝
1. Dr. M. Euwe - J. Bolbochan ˝ - ˝
2. Ir. H. J. v. Steenis - C. Guimard ˝ - ˝
3. Mr. Ed Spanjaard - L. Marini ˝ - ˝
4. G.W. van Vloten - H. Rossetto 0 - 1
5. J. Visser - M. Luckis 0 - 1
Utrecht - Argentinië, 1950. Euwe speelt tegen Bolbochan. Links Spanjaard - Marini.
Uiteraard zijn wij het Duits geheel meester...
Zijn er ook verrichtingen van Utrechters in den vreemde? Uiteraard legio, zoveel dat ze niet in dit boekje zijn te vatten. Ook als collectief kan de club echter terugzien op enkele gedenkwaardige ontmoetingen. Allereerst de wedstrijden tegen een club uit het Duitse Limburg an der Lahn. Weinig technisch schaak, veel bier en evenveel plezier. Clublid Henk Losscher, befaamd om zijn Duits, die in een onbewaakt ogenblik echter een 'Schach-glocke' aanbiedt. (Bijna zo erg als KNSB-voorzitter Van Steenis, die een ober een keer nors toevoegde dat hij nog steeds geen eten had gekregen, ofschoon hij al twee keer had 'gebellt'. Tja, bij Van Steenis is ook eens tijdens een congres 'die Affe aus der Mau gekommen'. Geen Spanjaard, die moeiteloos desnoods in het Swahili zijn gasten welkom heette.)
De terugweg uit Limburg voerde het Utrecht-team langs Siegen, waar, in deze volgorde, een seksbioskoop en de schaakolympiade (met de partij Fischer - Spassky) bezocht werden.
Memorabel zijn ook de wedstrijden tegen de Gentse club Jean Jaurès, uit en thuis, gevolgd door nog een sterk bezet toernooi in het Vlaamse, waar het niet zo goed afliep met de Utrechtse delegatie. Het tegenbezoek van de Belgen aan Utrecht werd een groot succes, met een ontvangst in een door Spanjaard bemachtigd grachtekeldertje en een historische rondwandeling onder leiding van Kieboom, die in die jaren iets in 'oud-Utrecht' deed.
Utrecht overwint de Solinger messen!
Dit alles zinkt echter in het niet hij de expeditie in 1976 van een Utrechts viertal naar La Calamine, een gat ergens achter het drielandenpunt, waar de Belgen Duits spreken. Een wedstrijd volgens de Hutton-methode, waarbij van iedere ploeg de spelers uitkomen tegen één van de vier andere teams. Deelnemers: Aken, Antwerpen, Eindhoven (met Kuypers) en ... Solingen, met O'Kelly en Hübner. Solingen uiteraard huizenhoog favoriet, maar Utrecht wint, dankzij remises van Etmans en Verholt, een fraaie overwinning van Driedonks op de invaller in de Solingenploeg, Dr. Jahr (altijd nog een geducht schaker, maar Driedonks kan er in zijn betere momenten ook wat van!), en de merkwaardigste overwinning van Kieboom uit zijn hele schaakloopbaan.
Utrecht overwint de Solinger messen, juicht Spanjaard in zijn schaakrubriek en hij beschrijft de vier wonderen die naar zijn mening aan dit wapenfeit ten grondslag liggen. Eén van deze 'wonderen' is mijn overwinning op Cremer. Druk op de eclips om dit wonder nog een keer mee te maken!

Rechts in beeld Bert Kieboom, jarenlang voorzitter geweest van Schaakclub Utrecht, lid vanaf 1950, tevens erelid, en ook de man die achter het bord wonderen kon laten geschieden!
De correspondentie-match tegen Praag
Bij de min of meer curieuze clubontmoetingen met buitenlandse schakers moet tenslotte vermeld worden de correspondentie-match tegen een Tsjechisch team uit Praag, door onze clubgenoten gewonnen, met 6,5 - 3,5. In een rustig tempo werd deze match afgehandeld, tussen 1979 en 1985... Het leek wel op eeuwig schaak!