Informatie
De oorsprong van Den Hommel
Heden ten dage genieten we van het uitzicht over het Amsterdam-Rijnkanaal, dat in 1952 geopend is als grote doorvaart die de professionele scheepvaart tussen Amsterdam en Utrecht met elkaar verbond.
Maar vroeger was het uitzicht nóg idyllischer. Op amper 50 meter van onze huidige speellokatie lag de 'uitspanning' Den Hommel (waarnaar Denksportcentrum Den Hommel vernoemd is). Een uitspanning was vroeger de naam voor een buitenherberg, een café dat buiten de stad lag en doorgaans ook stallen in zich opgenomen had.
De uitspanning Den Hommel lag aan de Leidsche Rijn. Het kleine watertje valt niet echt op, maar ligt er nog steeds. Ze kruist het Amsterdam-Rijnkanaal (vlakbij het denksportcentrum) en verbindt nog steeds Utrecht met Oudenrijn (tegenwoordig gemeente Vleuten - de Meern). De Leidsche Rijn, Kromme Rijn en de Vecht vormden eeuwenlang een belangrijk waternetwerk rond de stand Utrecht.
Hierboven een ansichtkaart, een foto uit 1890 van hotel-café-restaurant Den Hommel. Het water is dus de Leidsche Rijn. Linksonder ziet u: "Ouden Rijn - Den Hommel". Dat komt omdat Den Hommel vroeger onderdeel van gemeente Oudenrijn was. We kijken hier in de richting van de stad Utrecht, en ongetwijfeld valt u hetzelfde op als mij: de stad Utrecht is in geen velden of wegen te bekennen.
Iets verder op heb ik anno 2005 opnieuw een foto gemaakt van hetzelfde water. N.B.: dit huis, ongetwijfeld uit de dertiger jaren, staat op een andere plek dan 't Hommeltje. Er zijn hier sluizen neergezet, ongetwijfeld om de binnenstad te beschermen tegen het wassende water van het Amsterdam-Rijnkanaal. Het belangrijkste dat echter opvalt is dat het water een stuk smaller is. En ook een stuk lager ligt dan 100 jaar geleden. Zou het gezakt zijn? Of willen ze voorkomen dat mensen op de terrasjes aan de Oude Gracht verzuipen?
Voor het lagere water zal ongetwijfeld een verklaring zijn, maar hoe kan het water zoveel smaller geworden zijn? Ook verder op wordt het water niet veel breder.
Terug nu naar het gebouw van 1890. Hoe oud is dit gebouw? Niemand weet het, maar reeds in de zeventiende eeuw was 't Hommeltje al een bekende herberg langs de Leidsche Rijn. Wellicht is het later verbouwd en zien we hierboven niet het gebouw uit de zeventiende eeuw (in oorspronkelijke staat). Desondanks is de functie van herberg in al die eeuwen niet veranderd.
Achter 't Hommeltje lag een prachtige tuin (hierboven een ansichtkaart uit 1890), dat zomers omgebouwd werd tot groots terras.
Op de volgende foto is zichtbaar hoe vanaf 1900 de verstedelijking in Utrecht zich met rasse schreden voortzet. Deze foto is amper vijf tot tien jaar later genomen dan de vorige twee, en we zien links van de uitspanning een brug verschenen, de "Hommel-brug", die naar twee huizen aan de andere kant van het water leidt. Ook aan de rechterkant van het water is een extra gebouw herrezen. De "Hommel-brug" bestaat overigens nog steeds - dat is de brug over de brede Pijperlaan waarover je vanuit het 24 oktober plein naar het westen van Utrecht rijdt.
Café-restaurant Den Hommel lag in het landgoed Welgelegen, zoals het Denksportcentrum heden ten dage in de wijk Welgelegen ligt. Op het landgoed Welgelegen was ook een tolhek, zoals op een kaart hierboven zichtbaar is. Deze kaart is van 1865. U ziet hierop het water dat Utrecht en Oudenrijn met elkaar verbindt (de Leidsche Rijn). U ziet ook de naam van de streek: "Catharijne Polder". Maar u ziet ook links van de stad Utrecht de spoorlijn die noord en zuid met elkaar verbindt. Deze is slechts 20 tot 30 jaar vóór 1865 aangelegd.
Maar terug naar dat tolhek. Op de kaart hierboven staat: "Tolhek Welgelegen Den Hommel". Onder elkaar. Horen ze nu wel of niet bij elkaar?
Tolhekken waren voor 1900 schering en inslag. Dat begon al in de Middeleeuwen. De landheer was niet alleen eigenaar van het landgoed, maar ook van alle elementen der natuur. Zelfs de wind. Bijna onvoorstelbaar is het voorbeeld van de molenaar die voor elke zak meel een paar stuiver moest neertellen omdat hij gebruikt maakte van het 'windrecht'. Uiteraard waren ook wegen en water eigendom van de landheer. Maakte je gebruik van de Leidsche Rijn die door landgoed Welgelegen liep, kon je gelijk dokken. Op zich was dit geen vreemd verschijnsel. Nederland lag vol met tolhekken. Reizigers konden zich amper bewegen of ze struikelden alweer over nog een tolhek.
Op het moment dat de bewuste kaart van 1865 gemaakt werd, was het tolhek zeker nog operationeel. In de negentiende eeuw zijn er zelfs nog meer tollen bijgekomen, omdat de overheid burgers wilde aansporen om uit eigen zak nieuwe wegen aan te leggen. Dat was commercieel interessant: in ruil voor de aanleg mochten ze tol heffen. Pas in de twintigste eeuw zijn de tolhekken afgeschaft.
Bestond Den Hommel al in de Middeleeuwen? Indien ja, sluit ik niet uit dat de eigenaren van Den Hommel dit tolrecht huurde van de landheer, die meestal niet zelf inde, maar het tolrecht verpachtte aan derden. Is Den Hommel in de zeventiende eeuw ontstaan? In dat geval was het tolrecht inmiddels eigendom geworden van de steden, en was het een onafhankelijk tolhek. Dan was de herberg een verpozing die aangelegd was bij het tolhek. Dan kon de reiziger gelijk even bijkomen van deze gelegaliseerde straatroof en een pintje tappen; aan de bar kreeg je tenminste waar voor je geld.
Hierboven een foto uit 1925. Boven op het motorbootje is de route die deze veerdienst telkens aflegde zichtbaar: "De Hommel - Utrecht - De Hommel."
Eeuwenlang is de trekschuit het belangrijkste vervoermiddel geweest. Vandaar ook dat Den Hommel ook zo'n belangrijke pleisterplaats was. Utrecht - Amsterdam duurde wel zo'n zes tot zeven uur, maar dat duurde de tocht per paard ook. Waarom gaat een paard dat een koets trekt niet sneller dan een paard dat een trekschuit voortsleept? Tsja, de wegen waren natuurlijk in niet al te beste staat, maar belangrijker was dat het landverkeer telkens vervelende obstakels tegenkwam: water. Bruggen waren er nog niet; ze bleken tot diep in de negentiende eeuw niet van die kwaliteit te zijn dat ze het kruiende winter-ijs konden weerstaan. Om aan de andere kant van het riviertje te komen, moest men gebruik maken van veerponten. En bij een aantal drukke punten werden vlotbruggen aangelegd. Maar met het invallen van de winterse vorst werden de vlotbruggen weggehaald, zodat het landverkeer in wintertijd nagenoeg stil lag, terwijl de trekschuit nog vrolijk doorvoer tot de ijsschotsen het water geheel dichtgevroren had. En dat was overigens sneller dan tegenwoordig, met al dat warme afvalwater van fabrieken in onze rivieren.
Aangezien Nederland vol met watervertakkingen ligt, kan met de komst van de trekschuit dus ook het volgende gezegd worden: we hebben van de nood een deugd gemaakt. Het buitenland kende dit waternetwerk niet, en daarmee hadden we met de trekschuit een belangrijke voorsprong, die zelfs bijgedragen heeft aan de voorspoed in de Gouden Eeuw.
Toch is die foto uit 1925 wel opvallend. Kennelijk was het watervervoer nog steeds een belangrijk alternatief voor wegverkeer, ondanks het feit dat het landverkeer rond 1900 steeds belangrijker werd en Den Hommel ergens begin twintigste eeuw zijn paardenstallen verruild had voor een autogarage.
De volgende foto is uit 1935, zie hierboven. Het gebouw is net gerestaureerd en de allure heeft zich aanzienlijk vermeerderd. Tegelijkertijd is er de tuin bij Den Hommel gerenoveerd.
Maar dan stokt het met de foto's uit het Utrechts Archief. De laatste foto dateert uit 1946; in de oorlog zal het dus niet platgebombardeerd zijn. Ik lees dat de gemeente Utrecht landgoed Welgelegen van gemeente Oudenrijn kocht in 1954. Gemeente Utrecht wilde de stad graag uitbreiden. Het adres van uitspanning Den Hommel veranderde toen van Rijksstraatweg 46 in Leidseweg 134.

Maar wat is er met "Uitspanning Den Hommel" gebeurd? Ik heb lang gezocht naar de oorzaak en de datum van het verdwijnen van het mooie gebouw hierboven, maar kon niets vinden.
De komst van het Amsterdam-Rijnkanaal heeft grote invloed op het gebied en verandert de Leidse Rijn in een onbelangrijk watertje. In 1934 was al begonnen met de 'levensader' die Amsterdam met de Rijn moest verbinden, maar pas in 1952 werd ze geopend. (Rechts een poster van Eppo Doeve.) En dan, niet veel later, wordt in 1963 Zwembad Den Hommel geopend.
Maar het mysterie van de verdwenen Uitspanning Den Hommel is daarmee nog niet opgelost. Tot ik een mail krijg van een buurtbewoner. Hem was dit artikel opgevallen en hij zegt nog steeds warme herinneringen te hebben aan 't Hommeltje. Hij vertelt me dat in 1984 het idyllische 't Hommeltje is gesloopt om plaats te maken voor Hotel Ibis. Veel protesten van de buurtbewoners, maar dat mocht allemaal niet baten. 't Hommeltje is niet meer.