Partij vd week
In Memoriam Dick van Geet
Vorige week bereikte mij het droevige nieuws dat Dick van Geet overleden is. Dick van Geet is begin jaren zestig samen met Hans Bouwmeester en Jan van de Pol door Eduard Spanjaard naar Schaakclub Utrecht gehaald - de periode waarin hij op z'n best schaakte en de meestertitel behaalde. Het duurde dan ook niet lang voor Utrecht weer terug naar de hoofdklasse promoveerde.
Het eerste team van Schaakclub Utrecht in 1965. Rechtsonder zit Dick van Geet. Voor wie geïnteresseerd is in allen: boven, van links naar rechts Brouwer, teamleider Boorman, Tom de Ruiter, Frits Stegeman, Bert Kieboom, Jan van de Pol, (nog) onbekend. Beneden, van links naar rechts: Eduard Spanjaard, J. B. Polee, Hans Bouwmeester, Dick van Geet.
Dick van Geet was een hele zachtaardige, vriendelijke man. Een zeer prettig gezelschap. Hij had een hartelijk glimlach en bracht daarmee warmte over wie maar bij hem in de buurt was.
Dick van Geet heeft de bijzondere eer dat een schaakopening naar hem vernoemd is: de Van Geet-Opening: 1.Pc3. Niemand was er zeker van wat op het bord zou komen, want hij had een voorliefde voor vele incourante openingen, zoals 1.e4 Pa6 2.d4 c6 waarmee hij bijvoorbeeld van Stellwagen won, maar 1.Pc3 had toch wel een speciaal plekje in zijn hart. Hij was zeker niet de eerste speler die 1.Pc3 op het bord zette (dat is volgens de database Napoleon in het jaar 1804), maar is wel de speler die de vele nieuwe ideeën en concepten in deze variant uitwerkte en ook op het bord liet zien. Hij won ermee van grootmeesters zoals Timman en Robatsch.
Die partij tegen Robatsch bevat een prachtige aanval met loperoffer en is gespeeld in het PAM-grootmeestertoenooi van 1961. Het PAM-toernooi was het jubileumtoernooi ter ere van op dat moment 75 jaar Schaakclub Utrecht. Zijn geliefde 1.Pc3 had overduidelijk succes. Robatsch was er niet in thuis en had voor de eerste zes zetten een uur nodig. Spanjaard was lyrisch over deze overwinning: "Onmogelijkheden handel ik direct af, wonderen duren iets langer, aldus een ingewikkelde lijfspreuk, die we gisteren in de wandelgangen noteerden. Hóé het toepasselijk zou kunnen zijn, hebben we niet begrepen, maar iets daagde in ons gemoed toen we Van Geet volgden op diens avontuurlijke tocht tegen of met grootmeester Bisguier (doorhalen wat niet wordt verlangd). Het is zonder meer 'onmogelijk' met 1.Pc3 een drager van de hoogste FIDE-titel om het leven te brengen, maar toch presteerde de onvervaarde Van Geet het."
Daags na deze partij - een aantal ronden verder inmiddels - werd hij geïnterviewd. Ik kan niet meer achterhalen welke krant, noch welke auteur (ik vermoed Eduard Spanjaard in het UN omdat ik bepaalde woorden terug zie keren in het door Spanjaard geschreven toernooiboek). Maar de antwoorden van Dick vond ik wel kenmerkend en illustratief:
"Ik hou er een guerilla-taktiek op na. Van schaaktheorie weet ik droevig weinig. Wil ik resultaten boeken dan moet ik systematisch proberen mijn tegenstander uit zijn spel te halen. Een onverwachte en ongebruikelijke zet doet soms wonderen."
Tussen twee happen gloeiend-hete crocquet door vertelt de 30-jarige Utrechtenaar drs. D.D. van Geet over zijn grootste hobby, het schaken. Het was hem aan te zien dat de inspannende strijd die hij kort tevoren in het kader van het PAM-schaaktoernooi tegen stadsgenoot ir. J.H. van de Pol had moeten leveren, niet zonder meer aan hem was voorbijgegaan. "Ik heb mijn partij door mijn eigen stommiteit verloren. Van de Pol heeft met zijn verdiende overwinning zijn halve punt tot anderhalf op kunnen voeren, terwijl ik nu mijn kans op een meestertitel vergooid heb. Ik moet nog twee partijen spelen. Tegen wie? Tegen O'Kelly de Galway, een niet te overwinnen tegenstander zou ik zeggen, en de sterke Nederlander Langeweg. Nee, ik geloof niet dat er voor mij nog een meestertitel in zit."
Bij zulke woorden komt men onder de indruk en is meteen geneigd zijn medeleven op overtuigende wijze te tonen. De nuchtere Van Geet stelt echter geen prijs op gelegenheidsgezichten. "Voor mij is schaken een hobby, en wel een zeer boeiende. Ik heb echter aldoor het gevoel gehad dat het in dit toernooi niet al te best zou gaan. Vooral ook omdat mijn vrouw ziek thuis ligt. Het is me een opgaaf om het huishouden te doen èn het dagelijks werk en dan dit toernooi."
De beginselen van de schaaksport leerde de heer Van Geet van zijn vader. Op 15-jarige leeftijd nam hij voor het eerst plaats achter het bord en sindsdien hebben de koningen, paarden, toren en dergelijke hem niet meer met rust gelaten. Niet de stukken en de speelwijze van de tegenstanders alleen interesseren Van Geet, het psychologische aspect boeit hem het meest. "Ik analyseerde mijn tegenspeler. Niet dat dat altijd lukt, maar het is het proberen meer dan waard. Ik heb tegen schakers gespeeld die - ook al zet je ze midden in de nacht een zelfbedachte val voor de neus - je aanval vernietigen."
De heer Van Geet, van geboorte een Rotterdammer en sinds verleden jaar in Utrecht woonachtig, werkt bij de sectie Maatschappelijk werk van de hervormde diaconale raad. Dat de veelzijdigheid van het schaken zijn belangstelling heeft, blijkt uit zijn gezonde kijk op het beroepsspelen.
"Ik vind het bepaald onjuist om een studie (economie) te laten schieten als blijkt dat men als schaker iets kan bereiken. Het is leuk tot een jaar of 30, maar dan moet je ermee uitscheiden. Het is té improductief. In 1952 werd ik jeugdkampioen van Nederland bij een toernooi in Breda. Het zag er dus wel naar uit dat ik in de schaakwereld iets zou bereiken. Ik vond mijn studie in de economie echter belangrijker. Er zit ongelooflijk veel in dit spel met zijn ontelbare facetten, maar je kunt er niet op vertrouwen, ook al is de verleiding om er je beroep van te maken bijzonder groot."
Enige nostalgie is hem ook niet vreemd. "Een grootmeester van vroeger wàs iets. Hij werd gefêteerd en kwam met de grootste beroemdheden in aanraking. Deze Schach-Novelle figuren bestaan niet meer. Vroeger werd het spel bepaald door de persoon. Er bestond een intermenselijk contact. Schaken was een manier om elkaar te leren kennen. Dat is er tegenwoordig niet meer bij. Het gaat om het bord en de zetten."
Om een meesterresultaat te halen in het PAM-toernooi had Dick van Geet slechts 3,5 punt nodig en hij was na de overwinning op Robatsch met 1,5 uit 2 dus een aardig eind op weg - nog maar 2 uit 7 nodig. Maar wat hij hierboven al verwachtte, werd later toch werkelijkheid: hij zou het dus toch niet halen. Als de persoonlijke omstandigheden niet optimaal zijn, is dat ook erg lastig. Een paar jaar later haalde hij die meestertitel alsnog binnen. Want ook al vond hij dat je na 30 jaar moest stoppen met schaken (hij was ten tijde van het PAM-toernooi overigens niet 30 jaar maar 29 en slechts drie maanden verwijderd van z'n dertigste), hij ging toch door. En z'n beste tijd zou in die zestiger jaren nog komen.
Kick Langeweg tegen Dick van Geet, PAM-toernooi 1961.
Uit datzelfde toernooi. Links Dick van Geet tegen Matanovic. Op de achtergrond het publiek.
De eerste avond dat ik zelf op de club kwam (september 1998) was de laatste avond dat Dick van Geet bij ons intern speelde - hij verhuisde naar Driebergen. Hij veegde die avond Hans Bartels kansloos van het bord. Ik heb zelf ook een aantal keren tegen hem geschaakt en hop, daar kwam het al: 1.Pc3, zijn meest geliefde geesteskind. De laatste keer dat ik hem zag was een paar maanden geleden bij Hans Bouwmeester thuis. Gedurende het schaken kreeg hij een telefoontje van zijn vrouw. Slecht nieuws over zijn gezondheid. Hij vertrok gelijk naar huis, lichtelijk met tegenzin. Achteraf was het te veel voor zijn lichaam om te verwerken. Heel, heel jammer. Dick van Geet. We zullen hem missen. 1 maart 1932 - 29 april 2012. Net tachtig jaar oud geworden.
Foto tweede helft vijftiger jaren. Helemaal links Dick van Geet. In het midden Hans Bouwmeester, helemaal rechts Jan Hein Donner.
Hierboven week 38