Ohrid

In Ohrid te Macedonië werd het 25ste Europese kampioenschap voor clubteams gespeeld. Utrecht was op rating 20ste geplaatst en eindigde keurig netjes op de gedeelde 17de tot 21ste plek tussen 54 clubteams. Helemaal niet slecht, omdat ook dit jaar de hele wereldtop weer meedeed.

Thomas mailde mij: "Van tevoren hadden we het idee dat we niet echt in een toeristische omgeving terecht zouden komen. Niets bleek minder waar. Ons appartement (traditiegetrouw buiten de boeven van de organisatie om geboekt) lag in het mooie centrum van Ohrid, met uitzicht over een zeer groot meer, dat Macedonie van Albanie scheidt. Het was daar zeer goed toeven en de sfeer in het team was uitstekend. Dit ondanks het feit dat de resultaten toch wel een beetje tegenvielen. Robin en Lorin hadden het zwaar aan de bovenste twee borden. Ikzelf was eigenlijk al de gehele zomer zwaar uit vorm en speelde zeer matig. Het was zelfs zo erg dat ik me zelf twee keer buiten de selectie zette. We waren met 7 man afgereisd, waardoor iedereen in principe 1 partij zou missen." Die zeven man waren: Robin Swinkels, Lorin d'Costa, Martijn Dambacher, Thomas Willemze, Florian Grafl, Joost Michielsen, Grisha Kodentsov.

Het team van Utrecht. Zichtbaar zijn Robin Swinkels, Lorin d'Costa, Martijn Dambacher, Thomas Willemze en achteraan Joost Michielsen. Grisha Kodentsov doet deze ronde niet mee en Florian Grafl zit achterover.

Ondanks de teleurstelling over het eigen spel was Utrecht opnieuw de beste van alle Nederlandse teams. HMC eindigde op de 30ste en LSG op de 39ste plaats. Dit mede dankzij de onderlinge winst tegen LSG.

Links Grisha Kodentsov tegen Igor Coene. Grisha komt hier met het klassieke Pf6. En na Lxf6 gxf6 g6 offerde hij later loper en toren op g6 om zich dwars door de zwarte stelling heen te hakken. "Grisha speelde partijen zoals alleen Grisha dat kan", mailde teamleider Thomas mij in retrospectief.

Tegen LSG werd overtuigend met 4,5 - 1,5 van LSG gewonnen, mede door twee andere overwinningen: Martijn Dambacher tegen Michiel Bosman en Florian Grafl tegen Ivo Wantola.

Zo eenvoudig ging uiteraard lang niet alles. Regelmatig ging Utrecht langs afgronden, maar bleek dat de Utrechters beter rekenden dan hun tegenstander. Links Joost Michielsen tegen Richard Archer, in de eerste ronde tegen White Rose. Joost heeft wit en had eerder g4-g5 gespeeld, waarna zwart zijn loper van f6 naar c3 lanceerde.

De stelling ziet er gevaarlijk uit voor wit, maar Joost heeft goed gezien dat zwart problemen heeft met zijn loper. Die is gevangen! Het vraagt wel enige stalen zenuwen. De computer geeft Lf4 als beste zet; Joost doet hier Ka1 a4 bxc3 Dxc3 Kb1. Zwart ziet het witte plan niet en staat na a3 Le5 verloren. Na b3 (ipv a3) kan zwart een winnende stelling bereiken. Het idee is cxb3 axb3 a4 Dc2 Dxc2 bxc2 en torenwinst.

Thomas: "Het voordeel van de extra rustdag was dat Martijn alles zou kunnen spelen. Hij was in bloedvorm en streed tot aan het einde voor een GM norm. Helaas voor hem gooide een tekort aan GMs uiteindelijk roet in het eten. De TPR lag wel keurig boven de 2600."

Links Jiri Jirka - Martijn Dambacher. De loper zou normaliter beter zijn dan het paard in dit soort stellingen, maar de zwarte vrijpion is verder dan de witte en zwart is aan zet: ... c4. Martijn zou dit halsbrekende eindspel winnen. Het kon het verlies tegen Porat Chess club niet voorkomen.

Rechts Martijn Dambacher, naast Robin Swinkels.

Het mooiste Utrechtse wapenfeit vond ik zelf de overwinning van Thomas tegen IM Grabliauskas. Onnavolgbaar manoeuvreren van Thomas leidt ertoe dat zwart uiteindelijk toch nog bezwijkt.


Thomas Willemze.