Het slot van de competitie

Ik ken schakers die hun schaakpartijen niet meer door de computer draaien omdat ze daarvan gedeprimeerd raken. Wat ze allemaal wel niet gemist hebben!! De competitie is nu ten einde en de conclusie is dit jaar: wat een geluk heb ik als kampioen gehad! Tegen Menno Okkes offerde ik een stuk en toen ik hem op zet 31 mat zette, dacht ik: "Ik heb best wel een goede partij gespeeld, al zeg ik het zelf." Maar direct na afloop liet Menno mij al zien welke zet overtuigend voor hem gewonnen had. Ik zag die zet wel, maar miste de pointe. Helemaal gemist, die pointe. Eenmaal thuisgekomen liet de computer mij zien dat de zet waarvan ik dacht dat-ie in alle varianten zou winnen, de verliezende zet was. Ik kan niets van deze partij laten zien omdat Menno mij gevraagd heeft de partij niet te publiceren. Hij confronteerde mij immers met een nieuwtje die een overduidelijke verbetering was van de bestaande theorie. En dat nieuwtje hoopt hij nog vaker te kunnen gebruiken.

Een belangrijk moment. Had Menno gewonnen, dan was hij kampioen geweest.

Links mijn partij tegen Marcel van Os. Ik heb wit en zwart dreigt hier Pxf6. Mijn antwoord: 22.Txc4, die volgens mij opgelegd is en sterk voor de hand ligt. Gelukkig vindt de computer dat ook, al zou je verbaasd staan te kijken bij de alternatieve zetten die bijna net zo goed zouden zijn. Zwart doet 22... e5 en op dat moment wist ik dat Le3 natuurlijk een prima zet is, maar is het door mij uiteindelijk gespeelde 23.Tfc1 niet veel beter? Moet nog wel even goed uitgerekend worden omdat het de facto een torenoffer is (Lxc4 en exf4). Toen ik zag dat 22.Txc4 e5 23.Tfc1 Lxc4 24.Dxc4 exf4 25.Pxc5 f3 26.Lxf3 Pe5 27.d7 voor mij won (naast alle andere varianten die simpeler winnen voor wit), hakte ik de knoop door en deed 23.Tfc1.

Gelukkig was die zet inderdaad ook erg goed, hoewel de computer nog laat zien dat er nog veel meer goed door te rekenen viel dan ik daadwerkelijk gedaan had. Echter, Pxc5 ipv Tfc1 is vele malen beter! Die toren hoeft helemaal niet naar c1! In veel varianten kan wit ook zonder die toren winnen en dan is dit wel zo simpel. Helemaal niet gezien, die Pxc5! Zelfs niet eens overwogen!

Links nog zo'n moment. Beekman - de Groot. Ik doe nu 36.Pe6, een zet die ik voorbereid had. "Deze partij duurt niet lang meer", dacht ik.

Er volgde 36... fxe6 37.dxe6 c4 38.Dd1 Pf5 39.exd7 Df7 en ik wist dat wit hier duidelijk beter moest staan, hoewel ik inmiddels wel verbaasd opkeek van de verdediging die zwart toch nog had weten te vinden.

Ik wist dat ik het paard op f5 moest ondergraven en zag dat de breekzet h5 belangrijk was.

Maar waarom ik dan totaal niet naar 40.h5 gekeken heb?!? De zet had volgens de computer gelijk gewonnen. Die geeft al snel + 3 voor wit. Helemaal niet naar gekeken. Nu ontsnapte zwart bijna nog met remise.

Maar tegen Eric de Haan maakte ik het helemaal te gek. In die partij had ik zwart. Links heb ik net een kwaliteit geofferd en doe ik 23... e3 24.Dxe3 Txa3 25.De4.

Ik had (vanuit de linkerdiagram) gezien dat 23... Lxh4 24.Lxc8 Dxc8 25.Dh6 wint voor wit. De zet e3 leek me dus thematisch: het sluit de diagonaal c1-h6 af en omdat mijn doel de bevrijding van Lf6 is, is het tempowinst e3 een mooi begin.

Eric speelde precies zoals ik ook dacht dat het beste was: met De4 pion e5 blokkeren. Wat ik niet zag was dat 23... e3 24.fxe3 Lxh4 25.Tdf1 De8 26.Lxc8 Dxc8 27.Dg2 net zo gewonnen was voor wit als met de dame naar h6.

Simpel bxa3 vanuit de diagram linksboven was het beste. Totaal niet overwogen; ik wilde boven alles zo snel mogelijk mijn stukken activeren.

Vanuit de diagram hierboven volgde dus 23... e3 24.Dxe3 Txa3 25.De4 en de diagram links is ontstaan. Natuurlijk zag ik dat 25... Lxh4 26.Lxc8 Dxc8 27.Dxh4 won voor wit. Ik keek zelfs nog naar 26... Dxf2, maar meende dat wit na Tg2 gewonnen stond. Hoe anders is de conclusie van de computer! Die geeft zwart na 25... Lxh4 26.Lxc8 Dxf2 27.Tg2 Da7 plus 8! Zwart blijkt een winnende mataanval te hebben. Wel mooi overigens: Df8xf2-a7. Het kost me vijf minuten voor ik doorheb dat de computer gelijk heeft.

De partij eindigde, vanuit de linkerdiagram met 25... Pd7 (de dame moet van e4, conform mijn plan) 26.Pg6 hxg6 27.Dxg6 Dg7 28.Lxd7 Lxd7 en wit geeft op. Ik had het offer Pg6 verwacht, en had doorgerekend: 26.Pg6 hxg6 27.Dxg6 Dg7 28.De8 Pf8 29.Dxc8 e4 30.Lf5 b3 (dameoffer) 31.Txg7 Ta1 mat. "Wat mooi gedaan van mezelf", dacht ik tevreden na afloop van deze partij. Blijkt dat in de laatste variant 29.Dh5 ipv 29.Dxc8 tot betere stelling voor wit leidt! Tot aan het einde toe heb ik mezelf voor de gek gehouden!

Ook hier geldt wat ik ook al over Menno Okkes had gezegd: had Eric de Haan van mij gewonnen, dan was hij en niet ik clubkampioen geweest.

Het is precies zoals Donner al zei: schaken is een gelukspel.

Uw wedstrijdleider en clubkampioen 2010-2011: Robert Beekman.

Partij van de week

Was er natuurlijk ook het kampioenschap tot 1850. Die is dit jaar naar Gillian Visschedijk gegaan. In de ultieme showdown versloeg zij medekoploper Johan Voskuil en overtuigend als eerste de finish over te gaan.


En tot slot een partij die Jeffrey van Renswoude mij toestuurde. In het pinkersterweekendtoernooi behaalde hij een mooi resultaat; hij stuurde me zijn mooiste partij van dat toernooi toe.


Helemaal links: Gillian Visschedijk, winnares van de competitie tot 1850.

Jeffrey van Renswoude.

Hierboven week 42